De mening van....

In deze rubriek geven mensen (christenen en anderen) hun kijk op kwesties die spelen in de (Amsterdamse) kerk en samenleving. Hun mening kan anders zijn dan die van de redactie. Dat houdt het spannend.
Andere meningen en columns van een aantal actieve Amsterdamse christenen kun je ook vinden op de site mediamasterclass.nl/

Karel Smouter: ‘God zal alles rechtmaken – dat geeft rust’

Geplaatst 27 feb. 2014 04:00 door De Stadslamp Amsterdam

KSBron: ND, 27-2-2014
 
Wat is uw houvast in leven en sterven? Dat is de kern van de eerste vraag uit de Heidelbergse Catechismus.
 
In deze serie geven bekende Nederlanders – christenen en niet-christenen – antwoord op deze vraag die zicht geeft op het perspectief in hun leven. Vandaag: Karel Smouter (30), freelancejournalist bij onder meer de digitale krant de correspondent (migratie en asielzaken) en voormalig hoofdredacteur van opinieblad de nieuwe koers.

‘Ik ben een half jaar geleden vader geworden en heb een leeftijd bereikt waarop je je gaat afvragen wat blijvend is in je leven. Intuïtief ervaar ik de kern van mijn geloof op eenzelfde manier als toen ik een klein jongetje was: er is een God die alles recht zal maken. Als kind vond ik dat al een geruststellende gedachte die mij houvast geeft. Onrecht raakte mij al jong. In mijn klas werd een jongen enorm gepest, zelfs de leerkracht deed mee. Het werd zo erg, dat ik op een stoel ging staan en uitriep: “Als jullie niet stoppen, ga ik weg en kom ik nooit meer terug.” Vervolgens voegde ik de daad bij het woord.

Ik zou niet kunnen leven in een wereld waarin alle hoop verloren is. Zonder het besef dat God alle dingen nieuw maakt, zou ik vast blijven zitten in boosheid over onrechtvaardige situaties en de wereld als een vreselijk oord ervaren. Door mijn geloof kan ik dat loslaten en het overgeven. Ik studeerde in Nijmegen en ging om met een groepje linkse milieu- en dierenrechtenactivisten. Aan deze periode heb ik een leeg gevoel overgehouden. De strijd voor een betere wereld kan je een onaangenaam en verbeten mens maken.
tegendraads christendom

Ik ontdekte dat in de christelijke traditie een tegendraads christendom bestaat dat machten wantrouwt en zich op een creatieve manier verzet tegen onrechtvaardigheid, nooit vanuit boosheid of bitterheid, maar altijd vanuit een diep verlangen naar een betere wereld. Deze stroming weet actie te verbinden met een spirituele levenshouding. Een belangrijke bron voor mij is Franciscus van Assisi, die zijn geestelijke leven verbond aan een strijd tegen armoede.

Lef, plezier en verlangen

Geplaatst 11 feb. 2014 04:15 door De Stadslamp Amsterdam

julia van rijnJulia van Rijn, 
Bron: Kerk in Mokum, februari 2014. 

De Protestantse Kerk Amsterdam is fijn, maar klein, misschien wel kleiner dan u denkt. Twintig kerken, verspreid over de stad. Maar niet meer dan twee procent van de Amsterdammers is lid van de kerk.
Daarom zijn er in de afgelopen jaren projecten opgezet om te experimenteren met nieuwe vormen van kerk zijn.

Ze leven van lef, dwaasheid, plezier en verlangen, die nieuwe loten. Wie gaat er nu de Bijbel lezen op de Zuidas, of in een kroeg in Oud-West? Wie zit er op een winderig eiland als IJburg te wachten op een plek waar je kunt binnenwaaien? Stadbreed is er een aanbod voor een bonte stoet van geloofs- en zinzoekers die de weg naar de kerk kwijt zijn of die nog niet hebben ontdekt.
Wat komt er terecht van deze initiatieven? Groeit de Protestantse Kerk Amsterdam? Of wordt het niets meer en kunnen de gelovigen zich maar beter terugtrekken in twee mooie kerkgebouwen? Sommigen zeggen: gewoon stoppen met die nieuwe projecten. Laten we accepteren dat God zwijgt en de kerk onzichtbaar is. Terug naar de binnenkamer om ons in het verborgene te buigen over de verhalen van de Bijbel.
Terugkeren? Ik kom er net vandaan! Ik ben opgeleid met de theologie van de dood van God, met de kerk die voorlopig maar moest zwijgen en ‘dapper kleiner groeien’. En echt niemand was onder de indruk van de nieuwe bescheidenheid van kerk en theologie. Binnenkamer? Jezus reisde stad en land af om van Gods liefde te vertellen en de daad bij het woord te voegen.
Ik heb respect voor pioniers die naar buiten gaan en de kerk opnieuw proberen uit te vinden. Succes – wat dat ook mag zijn – is niet verzekerd. Maar het is de moeite van het proberen waard.
Op hoop van zegen.

Ds. Julia van Rijn, scriba van de Protestantse Kerk Amsterdam.
Reageren? Mail naar redactie@protestantsamsterdam.nl

Survival-christenen, kom naar Amsterdam

Geplaatst 9 nov. 2013 00:30 door De Stadslamp Amsterdam   [ 9 nov. 2013 00:38 bijgewerkt ]

Roel Kuiper, toespraak op Goot 500. November 2013. 
"De hoofdstad is de hoofdprijs".
https://vimeo.com/78536436


Waarom Diederik Stapel van ons de kansel mag bestijgen

Geplaatst 8 nov. 2013 08:08 door De Stadslamp Amsterdam

Karel Smouter en Suzan Doodeman. 7-11-2013. Bron: NRC-Next.

We hangen publieke boosdoeners meestal aan de hoogste boom om het daar vervolgens bij te laten. Is dat wel zo verstandig? Suzan Doodeman en Karel Smouter pleiten voor méér genade. Voor eigen bestwil, overigens.

Het was een opmerkelijk detail in de publieke schuldbekentenis van ex-neuroloog Ernst Jansen in de nrc.next van 29 oktober. Niet slechts de rechtbank boezemde hem angst in. Niet alleen de confrontatie met zijn slachtoffers bezorgde hem slapeloze nachten. Nee, ‘Dokter Bibber’ vreesde ‘de media’ nog het meest.

Talloze publieke boosdoeners gingen de falende dokter voor in hun mediavrees. Geen wonder: we hebben de neiging hen tot voorwerp te maken van een dagje collectieve opwinding en het daar vervolgens bij te laten. Zo blijven ze voor altijd publieke paria’s. Op internet blijft immers het schandaal over, terwijl de nuances – bijvoorbeeld het persoonlijke drama – allang verloren gegaan zijn. Het web vergeeft niets of niemand.

Dit najaar trokken wij in het kader van Preek van de Loser een tijd op met nog zo’n wandelend schandaal: Diederik Stapel. Iemand die volgens de intellectuele goegemeente geen andere stoel verdient dan de leunstoel in zijn eigen woning. En daar vervolgens vooral op moet blijven zitten. In dit stuk bepleiten we iets anders: hij moet een leerstoel aan een universiteit krijgen.

Nu vinden wij Diederik Stapel niet per se zielig. De man heeft willens en wetens zijn eigen misère veroorzaakt. We vinden niet dat die misère voor eeuwig hoeft te duren. Toch is de reden waarom we een tweede kans voor Stapel bepleiten een andere dan zijn gemoedsrust, zijn gekrompen vriendenkring of zijn verdwenen carrièreperspectief.

Dit is ons punt: we doen onszelf tekort als we hem voor eeuwig uit het publieke leven blijven weren. We lopen namelijk een heleboel wijsheid mis wanneer we met een grote boog om zo’n figuur heen blijven lopen. De publieke veroordeling die Stapel wachtte na zijn ontmaskering, berooft ons van de mogelijkheid om van hem te leren.

Dat is opmerkelijk. Op andere fronten leren we maar wat graag van professionele boosdoeners. De politie leert huizen te beveiligen door inbrekers in te schakelen. De beveiligingsbranche leert kluizen dicht te houden door gerenommeerde krakers tegen betaling een gat te laten schieten in hun systemen. De IT-branche huurt hackers in om hun systemen veilig maken. Wat zou Stapel dan voor zijn voormalige universiteit kunnen betekenen?

Hij zou om te beginnen zijn levenslessen kunnen delen met studenten. Stapel was gedurende zijn carrière in de ban van de zoektocht naar de perfecte redenering. De theorie die alles zou verklaren. Hij werd een meester in het ontrafelen van de psyche van onze maatschappij, met steeds verbluffend coherente sets aan data als bewijs. Als wij het voor het zeggen hadden zouden we hier direct een leerstoel voor in het leven roepen en Stapel tot bijzonder hoogleraar ‘Grenzen van de wetenschap’ promoveren. Wie anders dan kan Stapel zelf kan studenten laten zien wat de kracht, maar ook de beperkingen en valkuilen van de wetenschappelijke methode zijn?

Ook kan Stapel studenten helpen om vruchtbaar om te leren gaan met de ervaring van mislukking en het maken van fouten. Daar heeft elke student baat bij. Ook in het werkende leven wordt persoonlijk falen namelijk vaak nogal genadeloos afgestraft. Collega’s die door hun manager naar de uitgang zijn gedirigeerd, krijgen na hun vertrek ineens de schuld van alles wat er op die afdeling mis was. Terwijl geen mens toch een eiland is, en zowel onze successen als ons falen het gevolg zijn van de kracht van de groep waarin we werken.Net zo is het vaak moeilijk elkaar op fouten aan te spreken. Hoe vaak gebeurt het niet dat men pas bij een exitgesprek écht eerlijk tegen elkaar is?

Als op de werkvloer alleen het oordeel heerst, blijft de cultuur waarin een fout of mislukking tot stand komt onveranderd. En dat is jammer. Een bedrijf in een krimpende branche kan bijvoorbeeld veel leren van een mislukt project. Niet zelden zitten in die mislukking de ingrediënten voor een volgend recept, dat mogelijk wél slaagt. Failing forward, zeg maar.

Daarnaast zouden journalisten anders moeten schrijven over publieke boosdoeners. Door het kwaad niet slechts bij de ontspoorde enkeling, maar in zijn context te laten zien. En door persoonlijke tragedies te beschouwen als precies dat: tragedies. Tragedies die hoogstens laten zien dat er – in de woorden van T.S. Eliot – geen enkel systeem bestaat waarin niemand meer goed hoeft te zijn. De eerder genoemde dokter Jansen zal voor de rechtbank verantwoording van zijn daden afleggen. Dat is precies hoe het hoort te zijn. Daar hoeven journalisten echt geen stigma’s als ‘horrordokter’ of ‘dokter Bibber’ aan toe te voegen.

Natuurlijk, we zien ook de tegenwerpingen wel. Zoals het aloude adagium ‘wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten’. Maar hoe lang moet iemand eigenlijk op zijn blaren zitten? En voor wie? En bovendien: als we onze omgang met gemaakte fouten beperken tot een afrekening met het individu dat die fout gemaakt heeft, dan laten we ook de gemeenschap waarin die fouten gemaakt zijn buiten beschouwing. Ook dat leert Diederik Stapel ons. Zijn fraude heeft het falend toezicht van een heel vakgebied aan het licht gebracht.

Maar een leerstoel? Echt? Het zal de meesten wat al te drastisch zijn. Wees gerust: wij zijn geen rector magnificus, dus we gaan er niet over. Wat we wel kunnen doen: de kansel van de Singelkerk, waar jaarlijks prominente leken een preek houden, voor hem openstellen. Daar zal hij naast zijn preek een voorproef geven van De Fictiefabriek, het toneelstuk waarmee hij in 2014 samen met A.H.J. Dautzenberg door het land gaat trekken.

Waar anders dan in de kerk kan iemand vergeving en een tweede kans ontvangen? Waar anders kunnen we terecht om ons te oefenen in een houding die niet het oordeel maar juist het principe van failing forward als uitgangspunt neemt? De enige échte fout is namelijk te vergeten een les te trekken uit een faliekante mislukking.

Karel Smouter is als journalist verbonden aan De Nieuwe Koers en De Correspondent. Suzan Doodeman is geestelijk verzorger en vanuit bureau ‘Van Nes & Co’ organisator bij de Preek van de Loser. Op 10 november betreedt Diederik Stapel de kansel van de Amsterdamse Singelkerk. De deur gaat 16:30 open en de entree is gratis. Zie voor meer informatie www.preekvandeloser.nl.

Refo's, kom naar Amsterdam!

Geplaatst 13 sep. 2013 09:07 door De Stadslamp Amsterdam

Gertjan de Jong, 12-9-2013.
(Bron: www.habakuk.nu

Is dit een grap of om te huilen? Die vraag drong zich aan mij op tijdens het lezen van de column 'Refodorp' in het Reformatorisch Dagblad. De column verscheen krap een maand geleden, maar gaat in op een tijdloze vraag. Waar kan een christen het beste wonen? In de stad of in een refodorp? Columnist Joop Hardeman pleit voor het laatste. Want in de stad vinden 'de verleidingen van een wereldse omgeving maar al te nauw aansluiting bij ons boze hart'. Zo af en toe leest hij in refobladen over mensen die 'promoten om de seculiere provincies en steden in te trekken'. 'Mijn tenen krommen zich dan', schrijft Hardeman. 'Zo je de medemens al zult bereiken, dan zijn de gevaren voor het eigen gezin vele malen groter.'

'Met opzet gaan wonen en werken in een omgeving zonder God of gebod is een hachelijk gebeuren', meent Hardeman. 'Zeker bij het opgroeien van de kinderen is het gevaar van de omgekeerde opvoeding dan sterker aanwezig. Probeer het ook zelf in zo'n omgeving maar vol te houden.' Tja. Zo dacht Calvijn ook toen hij het verzoek kreeg om naar Genève te komen. De reformatie in Genève was pril, kwetsbaar en er was dringend behoefte aan hulp. Calvijn sputterde. Hij zocht een veilige, rustige omgeving waar hij kon studeren en schrijven. Dat onrustige Genève leek hem niet bepaald een ideaal studeerstekkie. Maar Calvijns vriend Farel dacht er anders over. Hij riep: 'Vervloekt zij de vrijheid en de rust die u zoekt voor uw studie, terwijl u hulp en bijstand weigert in zo grote nood!' En Calvijn luisterde.

Gewaagd
Calvijn vond gehoorzaamheid belangrijker dan veiligheid. Net als vele christenmannen en -vrouwen uit de kerkgeschiedenis. Monniken uit Groot-Brittannië staken destijds in gammele bootjes de Noordzee over om ons heidenen hier het evangelie te vertellen. Nogal een gewaagde trip. Maar iemand moet het doen en als die monniken het niet hadden gedaan, dan dansten ze nu in Staphorst en Barneveld wellicht nog steeds in berenvellen voor Wodan.

Zonder God en gebod?
Zelf woon ik met mijn gezin in Rotterdam en werk in Amsterdam. Ik geloof niet dat er in grote steden meer verleidingen zijn, wel een paar andere en misschien herken je ze sneller als verleiding – wat alleen maar een voordeel is. En terecht benadrukt dr. Dirk de Korne in dit artikel dat een omgeving 'zonder God of gebod' niet bestaat. Hoe zong David het ook alweer? 'Al ging ik wonen aan het uiterste der zee...' In Rotterdam en Amsterdam ken ik genoeg christenen, refo's ook, die daar Gods nabijheid ervaren. Een tijdje geleden sprak ik een meisje uit 'refostad' Kampen die een jaar vrijwilligerswerk deed in de Shelter City, het youth hostel van Tot Heil des Volks in onze 'goddeloze' hoofdstad. Haar bevinding: 'Eerst zag ik Amsterdam vooral als duistere stad. Nu merk ik dat ik steeds meer van de stad ga houden. Van de markten, al die verschillende culturen, de kerken. Het is zo mooi wat christenen hier allemaal doen. En ja, die duisternis is er wel. Maar juist in de duisternis zie je het licht beter.'

'Jullie zijn het zout van de aarde', zei Jezus tegen Zijn volgelingen. Dat zout moet zich dus niet enkel ophopen in Barneveld en Staphorst. Of zoals een Rotterdamse christenvrouw het pas verwoordde: 'Als zout samenklontert, is het niet te vreten.'

Bron: Gertjan de Jong - www.habakuk.nu

Moed en lafheid

Geplaatst 6 aug. 2013 04:28 door De Stadslamp Amsterdam

Ds. Fokkelien Oosterwijk, augustus 2013.
(Bron: www.westerkerk.nl )

Wat een moedige paus hebben we!
Ach nee, wij niet: wij hebben helemaal geen paus als protestanten, maar toch. We zijn wel van de christelijke kerk, net als hij.
In Rio de Janeiro reed hij tijdens de jongerendagen niet rond in een gepantserde pausmobiel, maar in een gewone Fiat, een oud model bovendien. Of hij niet bang was, in dat directe contact met vrij willekeurige mensen?, werd hem gevraagd: is dat niet gevaarlijk?
"Ik realiseer me dat er altijd het risico bestaat van een gek, maar een bisschop achter kogelvrij glas is ook gek. Van deze twee prefereer ik de eerste soort gekte".
Wat een verschil met Hans Teeuwen, die als eerste aan het woord kwam in de serie Zomeravondgasten zondagavond. Hij zei geen grappen over de islam te durven maken, uit angst voor wat hem zou kunnen overkomen, net als zijn goede vriend Theo van Gogh.
Met christenen ligt dat duidelijk anders en daar durft hij wel. Want van die karikatuurchristenen van de Biblebelt heb je immers niets te vrezen? Van andere overigens ook niet. Die hebben geleerd de andere wang toe te keren en komen heus niet met een mes op je af. Zo vergeleek hij de God van Abraham op deze avond met de gruwelijke psychopaat en sekteleider Charles Manson, die in 1969 rijke mensen in Los Angeles liet vermoorden. Leuk! Moet kunnen!
Eerder op de avond had Teeuwen zich al reuze gevat uitgelaten over het leven in eeuwigheid. Hij had zich dat eens tien minuten proberen voor te stellen, maar was er toen van overtuigd dat zoiets natuurlijk niet kon bestaan: zo stomvervelend, je moest er niet aan denken, werd er knettergek van!
Nee, daar moet je niet aan denken als je het blijkbaar geen uur vol kunt houden zonder aan een sigaret te hijsen en als een ongedurig kind op je stoel op en neer te wippen. Blijkbaar niet bekend met wat er zoal toch aan iets diepers is geschreven over eeuwig leven, ook door niet christelijke schrijvers zoals Simone de Beauvoir ("Niemand is onsterfelijk").
En al helemaal niet op de hoogte van het inzicht dat "eeuwig" in het christelijk geloof veel meer een kwestie is van kwaliteit dan van kwantiteit. Dat "eeuwig" in dit leven begint. Doordat je de kwaliteit van het leven herkent in het licht van Gods liefde en daar rust in vindt.
Daarom vind ik die paus zo moedig en Hans Teeuwen zo laf.
Maar de paus zegt dan ook dingen die mensen opbeuren en moed geven; waar de cabaretier liefst afbreekt en ondermijnt.
Hoopvol voor homo's, die paus. Nu de vrouwen nog, in het ambt, in de RK kerk.

Ps. O ja, zou Hans wel weten dat moslims ook iets met die God van Abraham hebben?

'De EO heeft inmiddels meer lef dan seculiere omroepen'

Geplaatst 10 jul. 2013 08:10 door De Stadslamp Amsterdam   [ 10 jul. 2013 08:11 bijgewerkt ]

Paul Visser, 5-7-2013. 

Ongelovigen krijgen via de EO volop gelegenheid te vertellen wat hen beweegt, schrijft predikant Paul Visser in zijn brief van de dag aan de Volkskrant. 'Maar hoe ruimdenkend zijn seculieren?'

Foto: © ANP. Tijs van den Brink, presentator van het EO-programma Adieu God.

De EO heeft inmiddels meer lef dan seculiere omroepen. Hoe ik daarbij kom? Ongelovigen krijgen via de EO volop gelegenheid te vertellen wat hen beweegt. Bijvoorbeeld in het programma Adieu God. Thijs van den Brink probeert daarin eerlijk voor het voetlicht te krijgen waarom bekende Nederlanders het geloof vaarwel zeiden. Daar is lef voor nodig. Zeker gelet op de eigen achterban.

Maar ik moet de eerste talkshow van een seculiere omroep nog zien, die een gelovige op een vergelijkbare manier voor het voetlicht brengt. Zo serieus doorvraagt op het wat en waarom van iemands geloven. En zo alle ruimte geeft om het hele verhaal te vertellen. Waar zijn ze bang voor? Voor hun achterban? Of - ja dat zou ook kunnen natuurlijk - dat het misschien toch ergens over gaat?

Intussen mogen mensen, die amper weet hebben van geloven of er de nodige frustraties aan overhielden, er via diezelfde media wel van alles over roepen. Vaak is de teneur dan dat geloven benepen en benauwend is. En sowieso achterhaald. Niet veel meer dan een stukje folklore uit 'De eeuw van mijn vader'. Net zoiets als de klompen die je in Volendam kunt kopen. Dat een weldenkend mens ook overtuigd gelovige zou zijn, is hooguit curieus. Maar verder niet interessant. Doorvragen wat zo iemand beweegt? 'Nee', zei onlangs een Amsterdamse programmamaker tegen mij, 'daar zit niemand op te wachten.' Dan denk ik: hoe ruimdenkend zijn seculieren nu eigenlijk?

Weleens bedacht, dat je in een tijd waarin geloven impopulair is, je wel een heel goede reden moet hebben om zo overtuigd te zijn. En lef moet hebben om het vol te houden?

Waarom niet eerlijker gevraagd naar hun diepste motieven? Als ik er geen letter van geloofde, zou ik die gelovigen aan de tand willen voelen. En tot het gaatje gaan. Verlangen dat zo iemand zich verantwoordt, me uitlegt hoe die er in godsnaam bij komt om zo zeker te zijn. Kom op stoere dames en heren. Heb lef! Waar zijn jullie bang voor?

Paul Visser is predikant in de Noorderkerk, Amsterdam. Dit stuk verscheen als ingezonden brief in de Volkskrant van 5 juli.

Kom in beweging!

Geplaatst 27 jun. 2013 02:38 door De Stadslamp Amsterdam

Gert-Jan Seger, 27 juni 2013 (bron: Gert-Jan Segers - www.habakuk.nu
 
Er zijn nogal wat christenen die ons land eigenlijk al hebben afgeschreven. Misschien dat het hier ooit wat was, maar volgens hen is het nu niets meer is en kan het ook nooit meer wat worden.
 
Op z'n best wordt er nog een somber artikel over Nederland geschreven of een symposium georganiseerd waarop politiek en samenleving hoofdschuddend worden beschouwd. Een beetje zoals de positie van de meeste toeschouwers bij de kruisiging van Christus: 'En het volk stond erbij en zag toe' (Luk. 23:35).

Gelukkig ontmoet ik regelmatig christenen, die wel in beweging komen en met Gods waarheid en liefde middenin de samenleving gaan staan. Op Opwekking stond ik op het podium naast een paar van zulke mensen. We hadden net de indrukwekkende film Nefarious gezien, een verhaal over de gruwelijke wereld van mensenhandel en prostitutie. Na afloop spraken we er met de zaal over door. Ik stond toen naast Ineke Punt, die vertelde over het werk van het Scharlaken Koord. Scharlaken Koord heeft zich nooit bij de mensonterende omstandigheden op De Wallen neergelegd, maar biedt prostituees de helpende hand. Naast Ineke stond Johan Verhoef van de gebedsbeweging Stand4Justice, die de afgelopen twee jaar intensief is gaan bidden voor een verandering op dit gebied. En daarnaast stonden Lianne Dekker en Natasja Bos, die samen met twee andere jonge vrouwen onlangs het Burgerinitiatief 'Ik ben onbetaalbaar' hebben gestart. Zij willen 40.000 handtekeningen verzamelen en daarmee de Tweede Kamer dwingen om te debatteren over de strafbaarstelling van het kopen van seks. Ik stond naast hen en was God dankbaar dat deze mensen niet zijn blijven toekijken. Ze zijn opgestaan, gaan bidden, hulp verlenen en actie voeren.

Terug naar de Vader
Zeker, als je oog in oog bij het kruis staat, zie je je eigen schuld en onmacht. Wij hebben als land gezondigd en hebben veel te weinig gedaan tegen het onrecht van mensenhandel en prostitutie. Het kruis maakt ons duidelijk dat we slechter zijn dan we dachten. Maar dat is de helft van het verhaal. Want het kruis laat ook zien dat God genadiger is dan we denken en dat Hij een nieuw begin maakt. Als je dat gelooft, kom je in beweging. De verloren zoon bleef ook niet bij de varkens in de modder zitten. Hij stond op, hoopte dat thuis de deur weer op een kier zou gaan en ontmoette een Vader die nog veel liefdevoller bleek dan hij dacht en hem in de armen sloot.

Laten we opstaan en teruggaan naar de Vader, die in staat is om veel meer te doen dan wij bidden en denken (Ef. 3:20).

Waarom ik niet zonder kerk kan

Geplaatst 30 mei 2013 05:56 door De Stadslamp Amsterdam

Karel Smouter vrijdag, 10 mei 2013.
 
(Bron: de Nieuwe Koers, mei 2013)
 
Tommy Wieringa stond eerder deze week de pers te woord over zijn boek Dit zijn de namen, nadat hij de Librisprijs in ontvangst had genomen. Hij zei tegen Nieuwsuur het volgende: “Mijn roman gaat ten diepste vooral over het waarom van religie. Wij, zoals we hier bijeen staan in het Amstel Hotel, zijn de 4% zonder godsgeloof. De rest van de wereld gelooft wel. Ik wil graag weten wat hen drijft”

Wieringa is niet de enige die nieuwsgierig is geworden naar die God die maar niet dood wil. De Balie organiseerde jl. Hemelvaartsdag een debat hierover. In de aankondiging merkt het debatcentrum op dat 80 % van de jongeren regelmatig bidt. Niet per se tot God, zeggen ze er direct achteraan, maar toch zeker tot ‘iets hogers’. Het geloof lijkt terug, maar de kerken blijven leeg. Geloof ontstaat immers, zo stelt de organisatie, vanuit een ‘persoonlijk raamwerk van zingeving’. Doctrines en leefregels, die nu eenmaal bij een kerk horen, worden gezien als een inperking van onze individuele ontplooiing en keuzevrijheid. Gemeenschap lijkt daar niet in te passen. Hoewel we ‘hunkeren naar collectiviteit’ vrezen we de ‘uniformiteit’ die daar onherroepelijk bij komt kijken.

Is die vrees terecht? Staat ‘collectief geloven’ per definitie gelijk aan leven in een dwangbuis vol dogma’s en verplichtingen? Het ‘track record’ van gelovigen lijkt die angst te rechtvaardigen. We staan er niet al te goed, op, om het eens zacht uit te drukken. Toch lijkt me dit geen onderscheidend kenmerk van religieuze gemeenschappen. Ook politieke partijen, bijvoorbeeld, leggen leden geregeld hun wil op. Vraag het de tegenstanders van de Kunduzmissie of van strafbaarstelling van illegaal verblijf maar. Het is soms slikken of stikken. Of, iets milder geformuleerd: een zeker conformisme lijkt er bij te horen, wanneer je jezelf verbindt aan iets dat groter is dan jezelf. Daarin zijn kerken niet per se anders dan anders.


Gevaarlijke verhalen

Geplaatst 11 mei 2013 02:15 door De Stadslamp Amsterdam

Margrietha Reinders, predikant / gemeentestichter bij Heilig Vuur, Amsterdam-west.
(bron: de Linker Wang, mei 2013)

Daar zitten ze dan, de leerlingen van Jezus. Ergens in Jeruzalem, aan het begin van de gangbare jaartelling.ramen en deuren op slot, en verstard van ontzetting.
Bang zijn ze, en hoe! Maar dan ineens staat Jezus in hun midden en wenst ze vrede. Het is een verwond en tastbaar mens, en hij laat zich zonder schaamte aanraken, zijn littekens bevoelen.

Tussen Pasen en Pinksteren ligt de tijd van de Verschijningen: wonderlijke getuigenissen over Jezus die zijn vrienden tegenkomt in de gedaante van een tuinman, als medereiziger of visser aan de kant van het meer. Iemand die spierinkjes bakt op het strand en mee-eet aan tafel. Alle evangelisten vertellen ervan, op verschillende manieren, in geuren en kleuren. Stomme verbazing, lacherigheid en verlegenheid klinken er ruimschoots in mee.

Deze ontmoetingen zijn zonder meer geloofsverhalen: ze vertellen van een werkelijkheid die binnen onze denkkaders niet denkbaar is, niet op waarheid te controleren, niet met waarnemingen te onderbouwen. Een werkelijkheid die de nabestaanden in de evangelieverhalen niettemin ontzettend krachtig hebben ervaren, inclusief alle gewaarwordingen van tederheid, smaak en geur, gebaren, blikken van verstandhouding en heldere woorden.

Onze verlichte theologie heeft het wonderbaarlijk karakter van de verschijningen van Jezus uiteraard keurig ingepast binnen de begrenzingen die ons verstand kon verdragen.
Met veel liefde voor de literaire traditie van de Bijbel zijn de getuigenissen teruggebracht tot persoonlijke geloofsdocumenten van de allereerste gemeenten. Want stel je voor: een letterlijke aanname van deze verschijningen zou ondenkbaar zijn, bij het lachwekkende af! Het idee, dat er mogelijk een geestelijke dynamiek zou bestaan, die wonderen en bovennatuurlijke verschijnselen mogelijk maakt, wordt nog steeds met besliste hand naar het rijk der godsdienstwaanzin verwezen.

Onze hartstochtelijke omarming van een wetenschappelijke visie op de werkelijkheid maakt het zo bijna onmogelijk om de bijbelse, profetische boodschap - waarin het wemelt van visoenen, ingevingen, engelen, genezingen, uitdrijvingen en verschijningen - echt serieus te nemen.
Maar iets in mij, merk ik, is bezig te wankelen…. Het rabiate ongeloof, dat maakt dat ik de getuigenissen van mijn geestelijke wapenbroeders uit Jeruzalem zonder aarzeling bagatelliseerde, is aan het instorten. Waarom zouden wij, GroenLinkse twijfelaars, niet zo gek en gevaarlijk durven zijn om de onmogelijke mogelijkheid van het radikaal Andere als werkelijkheid uit te dragen? Doen we dat soms al niet door het ‘Koninkrijk van God’ als realiteit te beschouwen, hoe aanvechtbaar ook?

‘Wees niet langer ongelovig, maar geloof,’ zei Jezus vriendelijk tegen de sceptische Thomas.
Laten we de uitdaging aannemen.

1-10 of 113

Comments