De mening van....

In deze rubriek geven mensen (christenen en anderen) hun kijk op kwesties die spelen in de (Amsterdamse) kerk en samenleving. Hun mening kan anders zijn dan die van de redactie. Dat houdt het spannend.
Andere meningen en columns van een aantal actieve Amsterdamse christenen kun je ook vinden op de site mediamasterclass.nl/

Zalig kerstfeest met een pak slaag

Geplaatst 9 jan. 2015 08:16 door De Stadslamp Amsterdam

Krijn de Jong, 23-12-2014. 

Opnieuw verrast hij. Wat een bijzondere man. Paus Franciscus. Al direct op die eerste avond na zijn verkiezing was het raak. In zijn werkkloffie begroette hij de toegestroomde menigte op het Sint Pietersplein met: ‘goeie avond’. Gewoon, sober, dichtbij en gelovig, zo laat hij zich kennen. Daar kunnen we nu nog een eigenschap aan toevoegen: dapper. De Curie hervormen is een van zijn speerpunten. Taaie kost. Gisteren gaf hij een update. Geen zalig kerstfeest plus nog wat vriendelijkheden, maar gewoon een gezond pak slaag.

Vanuit Rome dus geen pr-prietpraat, maar een eerlijke erkenning dat de kerk ziek is. Die erkenning is nodig om gezond te kunnen worden. Eerlijke taal en een helder voorbeeld, de wereld snakt er naar. Waar zijn de identificatiefiguren? Franciscus is er een. Zijn paleis laat hij links liggen. Het liefst rijdt hij in de kleinste auto. H ij draagt zijn naam Franciscus met ere. Lastig voor die kardinalen die in hun grote dure karren hem voorbij scheuren. Een gelovige die het goede voorbeeld geeft, daar kunnen we er nog wel een paar van gebruiken. Ook in reformatorische en evangelische kringen.
Wijzer geworden

Franciscus ziet actief om naar de armen, de vluchtelingen en de daklozen, hij legt zieken de handen op en zegent de kinderen. Zo’n man wordt natuurlijk tegengewerkt. De grote en kleine bazen zien hem terecht als een bedreiging. Jaren hebben ze gewerkt aan hun netwerk. Eindelijk hebben ze hun eigen zaakjes goed voor elkaar en daar komt die herrieschopper. Dat vraagt om verzet. Franciscus lijkt niet te zwichten. Kennelijk heeft hij het afgelopen jaar de Curie beter leren kennen. Vorig jaar was hij nog heel wat milder. ‘Ik voel de behoefte op mijn eerste Kerstmis als bisschop van Rome, u een groot “dank u” te zeggen, zowel aan iedereen als gemeenschap van werk, als aan ieder persoonlijk. Ik dank u voor uw dienstbaarheid van elke dag: voor de zorgzaamheid, de toewijding, de creativiteit…’ Verderop in die toespraak van 2013 zie je al wel de voorboden van zijn zorgen. Het roddelen komt uitgebreid aan de orde en hij benadrukte ook toen net als nu de noodzaak van ‘professionaliteit, dienstbaarheid en heiligheid van leven’. ‘Heiligheid betekent een leven ondergedompeld in de Geest.’
Spiegel

Dit jaar spreekt de paus dus pittiger taal. Hij spreekt over ‘hypocriete kardinalen’, die zo opgaan in hun bureaucratische taken dat ze het contact met de werkelijkheid verliezen. Hij spreekt over slechte samenwerking, over ‘theatrale strengheid’ en over ‘een steriel pessimisme’ en over ziekte van de ‘rivaliteit en ijdelheid’. Vijftien kwalen komen langs. Huiswerk voor in de kerstvakantie. Een heilzame spiegel niet alleen voor kardinalen. Wat te denken van deze zin: ‘Door de verhouding die wij met elkaar hebben, zijn we langzaam afgezakt naar een enorme middelmatigheid.’ Kerstfeest 2014. Kerstfeest van bezinning. Zalig kerstfeest.

(Bron:  Habakuk.nu) 

Briefwisseling Voorberg - Mikkers

Geplaatst 28 dec. 2014 09:44 door De Stadslamp Amsterdam

 Vorige week begon op Nieuwwij.nl een briefwisseling tussen twee spraakmakende theologen: Tom Mikkers en Rikko Voorberg. Mikkers (1969) is algemeen secretaris van de Remonstrantse Broederschap, Rikko Voorberg (1980, foto: DP51.nl) is o.a. voorganger van de PopUpKerk.
 
In zijn eerste brief legde Mikkers de focus op de interpretatie van heilige teksten, oude theologische conflicten en homoseksualiteit in de kerk. Vandaag reageert Rikko Voorberg op deze brief. Lezers van de brieven zijn van harte uitgenodigd mee te denken en te reageren!
 
Beste Tom,
 
Hartelijk dank voor je persoonlijke brief. Je beschrijft in je boek ‘Het voelt echt goed’ hoe een spiritualiteit van verdraagzaamheid eruit zou kunnen zien en hoe uitersten verbonden zouden kunnen worden. Jouw openingsbrief vind ik daarvoor een mooie aanzet. Daar ga ik graag op in. 
 
Je dient in je brief twee ‘hete aardappels’ op. En daar zit ik dan gelijk een beetje mee, want ik ben hier nauwelijks mee bezig. Niet omdat het niet relevant is. Ik heb ook weleens een column geschreven over de binnenkerkelijke discriminatie van homoseksuelen. Maar eerlijk gezegd is dat het dan wel. De vrouw in het ambt, een huwelijkse zegen over een homohuwelijk of de betekenis van die belijdenisgeschriften, ze spelen nauwelijks in mijn werkveld. De vraag die mij voortdurend voorligt, is of ik iets zinnigs kan zeggen over sociale eenzaamheid, de vernietiging van de planeet, vluchtelingenstromen, uitbuiting, raciale discriminatie en geweld. Mijn ‘Mijn God’-campagne zou dan ook meer iets zijn als: (mijn) God gebruikt geen militairen, sorry jongens. En: (mijn) God komt Iphonekindjes bevrijden uit onze westerse klauwen. Of: Mijn God drinkt koffie met onze oma’s en wacht op bezoek. Want wat hebben we in vredesnaam aan een ‘ruimdenkende God die niet zo moeilijk doet als je denkt’ als de wereld in de fik staat? Ik ben benieuwd hoe jij daar tegenover staat.

Lees deze brief verder op NIeuwWij.nl

Gewoon afbreken die kerken

Geplaatst 11 dec. 2014 06:01 door De Stadslamp Amsterdam

(Bron: Krijn de Jong, Habakuk.nu, 11-12-2014) 

De secretaris van de Remonstrantse Broederschap, Tom Mikkers, vindt dat kerken die homo’s discrimineren de ANBI-status moeten verliezen. Kerken die homo’s geen ruim baan geven, verdienen volgens hem geen belastingvoordeel. Ik vind het een slap voorstel. Waarom niet gelijk doorpakken? Gewoon afbreken die kerken. Daar hebben ze in China een succesvol programma voor en ook in Soedan zijn ze daar druk mee bezig. In dat Afrikaanse land hebben ze gelijk ook een wet aangenomen die verbiedt dat er nog nieuwe christelijke kerken gebouwd mogen worden. Kijk, dat zet tenminste zoden aan de dijk. En met een beetje speurwerk moet er in oude Sovjetarchieven ook nog wel een draaiboek te vinden zijn over hoe ze daar vroeger de kerken bij de les hielden.

‘Kerken die homo’s discrimineren en daarmee het overheidsbeleid doorkruisen, verdienen geen belastingvoordeel.’ Zo eenvoudig kan het zijn. De kerk als dienares van de overheid.

We lazen het dinsdag in het Nederlands Dagblad. De Remonstrantse overdenking is geschreven naar aanleiding van het recent verschenen rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau: ‘De acceptatie van homoseksualiteit door etnische en religieuze groepen in Nederland’. Het is een update over de voortgang van acceptatie van homoseksualiteit in onze samenleving. De strekking van het rapport is: het gaat vooruit, maar niet hard genoeg. Vooral die vermaledijde orthodox-religieuze gemeenschappen willen maar niet met het overheidsdenken mee. In die kringen is er geen sprake van verbetering.
Meer openheid en begrip

Ik ben geneigd deze laatste bewering te ontkenen. Er is in orthodoxe kring beslist wel veel veranderd. Er is meer openheid en meer begrip gekomen. Er wordt daar serieus gezocht naar een manier om respectvol met elkaar om te gaan, maar dan wel zonder je Bijbelse principes in te leveren. Een boeiend proces. Niet elk proces hoeft toch te leiden tot volledige acceptatie van elkaars standpunten? Persoonlijk vind ik samenleven pas boeiend worden als je er heel verschillende meningen op na houdt. Dan komt het er op aan.

Discriminatie, tolerantie en acceptatie: het zijn begrippen die enige doordenking vragen. Het is toch te simpel om te veronderstellen dat elke discussie moet uitdraaien op het volledige aanvaarding van de in de samenleving dominerende standpunten? Als je dat nastreeft kom je onvermijdelijk uit bij die Sovjetpraktijken.

Van koude seks en stille zegeningen

Geplaatst 28 okt. 2014 08:33 door De Stadslamp Amsterdam   [ 28 okt. 2014 08:43 bijgewerkt ]

wallensteegBron:eeuwigheid.nl, Jan Wolsheimer (voorganger van de CAMA Parousia Gemeente in Woerden).
 
Op de Wallen zou een gastvrij plekje moeten zijn, voor de geestelijke kant van de mens. Waar dominees aanwezig zijn bij wie je op adem kunt komen of biechten.

Afgelopen zaterdag stond ik, samen met nog twee andere predikanten, achter de ramen op de Wallen in Amsterdam. Sterk herkenbaar door de toga mét stola die we droegen. Een groter contrast leek niet te bedenken, zo bleek uit de reacties van de diverse voorbijgangers.

Toch was dit niet een ludieke actie tegen prostitutie. Geen opgeheven vingertje van drie dominees in een buurt waar seks de enige vindbare religie lijkt te zijn. Het ging om een serieus onderzoek, gestart door theoloog en filosoof Gerko Tempelman, met de volgende vooronderstellingen:

1. Wij denken dat ieder mens een primaire behoefte heeft aan geestelijke gesprekken.

2. Theologen bieden geestelijke gesprekken aan, maar mensen weten hen lang niet altijd te vinden in onze seculiere tijd.

3. Peeskamers op de Wallen zijn van oudsher een plek waar primaire behoeftes zichtbaar op straat liggen en wellicht is er ook de behoefte aan geestelijke gesprekken.
onnatuurlijke omgeving

Aangezien de diensten van dominees niet automatisch meer worden ‘afgenomen’ in onze dagen, was het aan ons om uit onze ‘comfortzone’ te stappen en aanwezig te zijn op een plek waar je geen dominee verwacht aan te treffen.

Het was een geweldige ervaring, dat moet ik zeggen. Vooral om ook eens wat rustiger rond te kijken in een buurt waar je als dominee normaal gesproken toch wat sneller doorheen wandelt, in de angst dat je een gemeentelid tegenkomt dat heel andere gedachten kan hebben bij je aanwezigheid in die buurt.

Zo werkten we vanuit een bordeel dat tijdelijk leeg staat, en hadden we de gelegenheid de werkruimte van de vrouwen goed te bekijken en deze ‘peeskamertjes’ te gebruiken voor pastorale gesprekken. Een zeer onnatuurlijke omgeving!

Karel Smouter: ‘God zal alles rechtmaken – dat geeft rust’

Geplaatst 27 feb. 2014 04:00 door De Stadslamp Amsterdam

KSBron: ND, 27-2-2014
 
Wat is uw houvast in leven en sterven? Dat is de kern van de eerste vraag uit de Heidelbergse Catechismus.
 
In deze serie geven bekende Nederlanders – christenen en niet-christenen – antwoord op deze vraag die zicht geeft op het perspectief in hun leven. Vandaag: Karel Smouter (30), freelancejournalist bij onder meer de digitale krant de correspondent (migratie en asielzaken) en voormalig hoofdredacteur van opinieblad de nieuwe koers.

‘Ik ben een half jaar geleden vader geworden en heb een leeftijd bereikt waarop je je gaat afvragen wat blijvend is in je leven. Intuïtief ervaar ik de kern van mijn geloof op eenzelfde manier als toen ik een klein jongetje was: er is een God die alles recht zal maken. Als kind vond ik dat al een geruststellende gedachte die mij houvast geeft. Onrecht raakte mij al jong. In mijn klas werd een jongen enorm gepest, zelfs de leerkracht deed mee. Het werd zo erg, dat ik op een stoel ging staan en uitriep: “Als jullie niet stoppen, ga ik weg en kom ik nooit meer terug.” Vervolgens voegde ik de daad bij het woord.

Ik zou niet kunnen leven in een wereld waarin alle hoop verloren is. Zonder het besef dat God alle dingen nieuw maakt, zou ik vast blijven zitten in boosheid over onrechtvaardige situaties en de wereld als een vreselijk oord ervaren. Door mijn geloof kan ik dat loslaten en het overgeven. Ik studeerde in Nijmegen en ging om met een groepje linkse milieu- en dierenrechtenactivisten. Aan deze periode heb ik een leeg gevoel overgehouden. De strijd voor een betere wereld kan je een onaangenaam en verbeten mens maken.
tegendraads christendom

Ik ontdekte dat in de christelijke traditie een tegendraads christendom bestaat dat machten wantrouwt en zich op een creatieve manier verzet tegen onrechtvaardigheid, nooit vanuit boosheid of bitterheid, maar altijd vanuit een diep verlangen naar een betere wereld. Deze stroming weet actie te verbinden met een spirituele levenshouding. Een belangrijke bron voor mij is Franciscus van Assisi, die zijn geestelijke leven verbond aan een strijd tegen armoede.

Lef, plezier en verlangen

Geplaatst 11 feb. 2014 04:15 door De Stadslamp Amsterdam

julia van rijnJulia van Rijn, 
Bron: Kerk in Mokum, februari 2014. 

De Protestantse Kerk Amsterdam is fijn, maar klein, misschien wel kleiner dan u denkt. Twintig kerken, verspreid over de stad. Maar niet meer dan twee procent van de Amsterdammers is lid van de kerk.
Daarom zijn er in de afgelopen jaren projecten opgezet om te experimenteren met nieuwe vormen van kerk zijn.

Ze leven van lef, dwaasheid, plezier en verlangen, die nieuwe loten. Wie gaat er nu de Bijbel lezen op de Zuidas, of in een kroeg in Oud-West? Wie zit er op een winderig eiland als IJburg te wachten op een plek waar je kunt binnenwaaien? Stadbreed is er een aanbod voor een bonte stoet van geloofs- en zinzoekers die de weg naar de kerk kwijt zijn of die nog niet hebben ontdekt.
Wat komt er terecht van deze initiatieven? Groeit de Protestantse Kerk Amsterdam? Of wordt het niets meer en kunnen de gelovigen zich maar beter terugtrekken in twee mooie kerkgebouwen? Sommigen zeggen: gewoon stoppen met die nieuwe projecten. Laten we accepteren dat God zwijgt en de kerk onzichtbaar is. Terug naar de binnenkamer om ons in het verborgene te buigen over de verhalen van de Bijbel.
Terugkeren? Ik kom er net vandaan! Ik ben opgeleid met de theologie van de dood van God, met de kerk die voorlopig maar moest zwijgen en ‘dapper kleiner groeien’. En echt niemand was onder de indruk van de nieuwe bescheidenheid van kerk en theologie. Binnenkamer? Jezus reisde stad en land af om van Gods liefde te vertellen en de daad bij het woord te voegen.
Ik heb respect voor pioniers die naar buiten gaan en de kerk opnieuw proberen uit te vinden. Succes – wat dat ook mag zijn – is niet verzekerd. Maar het is de moeite van het proberen waard.
Op hoop van zegen.

Ds. Julia van Rijn, scriba van de Protestantse Kerk Amsterdam.
Reageren? Mail naar redactie@protestantsamsterdam.nl

Survival-christenen, kom naar Amsterdam

Geplaatst 9 nov. 2013 00:30 door De Stadslamp Amsterdam   [ 9 nov. 2013 00:38 bijgewerkt ]

Roel Kuiper, toespraak op Goot 500. November 2013. 
"De hoofdstad is de hoofdprijs".
https://vimeo.com/78536436


Waarom Diederik Stapel van ons de kansel mag bestijgen

Geplaatst 8 nov. 2013 08:08 door De Stadslamp Amsterdam

Karel Smouter en Suzan Doodeman. 7-11-2013. Bron: NRC-Next.

We hangen publieke boosdoeners meestal aan de hoogste boom om het daar vervolgens bij te laten. Is dat wel zo verstandig? Suzan Doodeman en Karel Smouter pleiten voor méér genade. Voor eigen bestwil, overigens.

Het was een opmerkelijk detail in de publieke schuldbekentenis van ex-neuroloog Ernst Jansen in de nrc.next van 29 oktober. Niet slechts de rechtbank boezemde hem angst in. Niet alleen de confrontatie met zijn slachtoffers bezorgde hem slapeloze nachten. Nee, ‘Dokter Bibber’ vreesde ‘de media’ nog het meest.

Talloze publieke boosdoeners gingen de falende dokter voor in hun mediavrees. Geen wonder: we hebben de neiging hen tot voorwerp te maken van een dagje collectieve opwinding en het daar vervolgens bij te laten. Zo blijven ze voor altijd publieke paria’s. Op internet blijft immers het schandaal over, terwijl de nuances – bijvoorbeeld het persoonlijke drama – allang verloren gegaan zijn. Het web vergeeft niets of niemand.

Dit najaar trokken wij in het kader van Preek van de Loser een tijd op met nog zo’n wandelend schandaal: Diederik Stapel. Iemand die volgens de intellectuele goegemeente geen andere stoel verdient dan de leunstoel in zijn eigen woning. En daar vervolgens vooral op moet blijven zitten. In dit stuk bepleiten we iets anders: hij moet een leerstoel aan een universiteit krijgen.

Nu vinden wij Diederik Stapel niet per se zielig. De man heeft willens en wetens zijn eigen misère veroorzaakt. We vinden niet dat die misère voor eeuwig hoeft te duren. Toch is de reden waarom we een tweede kans voor Stapel bepleiten een andere dan zijn gemoedsrust, zijn gekrompen vriendenkring of zijn verdwenen carrièreperspectief.

Dit is ons punt: we doen onszelf tekort als we hem voor eeuwig uit het publieke leven blijven weren. We lopen namelijk een heleboel wijsheid mis wanneer we met een grote boog om zo’n figuur heen blijven lopen. De publieke veroordeling die Stapel wachtte na zijn ontmaskering, berooft ons van de mogelijkheid om van hem te leren.

Dat is opmerkelijk. Op andere fronten leren we maar wat graag van professionele boosdoeners. De politie leert huizen te beveiligen door inbrekers in te schakelen. De beveiligingsbranche leert kluizen dicht te houden door gerenommeerde krakers tegen betaling een gat te laten schieten in hun systemen. De IT-branche huurt hackers in om hun systemen veilig maken. Wat zou Stapel dan voor zijn voormalige universiteit kunnen betekenen?

Hij zou om te beginnen zijn levenslessen kunnen delen met studenten. Stapel was gedurende zijn carrière in de ban van de zoektocht naar de perfecte redenering. De theorie die alles zou verklaren. Hij werd een meester in het ontrafelen van de psyche van onze maatschappij, met steeds verbluffend coherente sets aan data als bewijs. Als wij het voor het zeggen hadden zouden we hier direct een leerstoel voor in het leven roepen en Stapel tot bijzonder hoogleraar ‘Grenzen van de wetenschap’ promoveren. Wie anders dan kan Stapel zelf kan studenten laten zien wat de kracht, maar ook de beperkingen en valkuilen van de wetenschappelijke methode zijn?

Ook kan Stapel studenten helpen om vruchtbaar om te leren gaan met de ervaring van mislukking en het maken van fouten. Daar heeft elke student baat bij. Ook in het werkende leven wordt persoonlijk falen namelijk vaak nogal genadeloos afgestraft. Collega’s die door hun manager naar de uitgang zijn gedirigeerd, krijgen na hun vertrek ineens de schuld van alles wat er op die afdeling mis was. Terwijl geen mens toch een eiland is, en zowel onze successen als ons falen het gevolg zijn van de kracht van de groep waarin we werken.Net zo is het vaak moeilijk elkaar op fouten aan te spreken. Hoe vaak gebeurt het niet dat men pas bij een exitgesprek écht eerlijk tegen elkaar is?

Als op de werkvloer alleen het oordeel heerst, blijft de cultuur waarin een fout of mislukking tot stand komt onveranderd. En dat is jammer. Een bedrijf in een krimpende branche kan bijvoorbeeld veel leren van een mislukt project. Niet zelden zitten in die mislukking de ingrediënten voor een volgend recept, dat mogelijk wél slaagt. Failing forward, zeg maar.

Daarnaast zouden journalisten anders moeten schrijven over publieke boosdoeners. Door het kwaad niet slechts bij de ontspoorde enkeling, maar in zijn context te laten zien. En door persoonlijke tragedies te beschouwen als precies dat: tragedies. Tragedies die hoogstens laten zien dat er – in de woorden van T.S. Eliot – geen enkel systeem bestaat waarin niemand meer goed hoeft te zijn. De eerder genoemde dokter Jansen zal voor de rechtbank verantwoording van zijn daden afleggen. Dat is precies hoe het hoort te zijn. Daar hoeven journalisten echt geen stigma’s als ‘horrordokter’ of ‘dokter Bibber’ aan toe te voegen.

Natuurlijk, we zien ook de tegenwerpingen wel. Zoals het aloude adagium ‘wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten’. Maar hoe lang moet iemand eigenlijk op zijn blaren zitten? En voor wie? En bovendien: als we onze omgang met gemaakte fouten beperken tot een afrekening met het individu dat die fout gemaakt heeft, dan laten we ook de gemeenschap waarin die fouten gemaakt zijn buiten beschouwing. Ook dat leert Diederik Stapel ons. Zijn fraude heeft het falend toezicht van een heel vakgebied aan het licht gebracht.

Maar een leerstoel? Echt? Het zal de meesten wat al te drastisch zijn. Wees gerust: wij zijn geen rector magnificus, dus we gaan er niet over. Wat we wel kunnen doen: de kansel van de Singelkerk, waar jaarlijks prominente leken een preek houden, voor hem openstellen. Daar zal hij naast zijn preek een voorproef geven van De Fictiefabriek, het toneelstuk waarmee hij in 2014 samen met A.H.J. Dautzenberg door het land gaat trekken.

Waar anders dan in de kerk kan iemand vergeving en een tweede kans ontvangen? Waar anders kunnen we terecht om ons te oefenen in een houding die niet het oordeel maar juist het principe van failing forward als uitgangspunt neemt? De enige échte fout is namelijk te vergeten een les te trekken uit een faliekante mislukking.

Karel Smouter is als journalist verbonden aan De Nieuwe Koers en De Correspondent. Suzan Doodeman is geestelijk verzorger en vanuit bureau ‘Van Nes & Co’ organisator bij de Preek van de Loser. Op 10 november betreedt Diederik Stapel de kansel van de Amsterdamse Singelkerk. De deur gaat 16:30 open en de entree is gratis. Zie voor meer informatie www.preekvandeloser.nl.

Refo's, kom naar Amsterdam!

Geplaatst 13 sep. 2013 09:07 door De Stadslamp Amsterdam

Gertjan de Jong, 12-9-2013.
(Bron: www.habakuk.nu

Is dit een grap of om te huilen? Die vraag drong zich aan mij op tijdens het lezen van de column 'Refodorp' in het Reformatorisch Dagblad. De column verscheen krap een maand geleden, maar gaat in op een tijdloze vraag. Waar kan een christen het beste wonen? In de stad of in een refodorp? Columnist Joop Hardeman pleit voor het laatste. Want in de stad vinden 'de verleidingen van een wereldse omgeving maar al te nauw aansluiting bij ons boze hart'. Zo af en toe leest hij in refobladen over mensen die 'promoten om de seculiere provincies en steden in te trekken'. 'Mijn tenen krommen zich dan', schrijft Hardeman. 'Zo je de medemens al zult bereiken, dan zijn de gevaren voor het eigen gezin vele malen groter.'

'Met opzet gaan wonen en werken in een omgeving zonder God of gebod is een hachelijk gebeuren', meent Hardeman. 'Zeker bij het opgroeien van de kinderen is het gevaar van de omgekeerde opvoeding dan sterker aanwezig. Probeer het ook zelf in zo'n omgeving maar vol te houden.' Tja. Zo dacht Calvijn ook toen hij het verzoek kreeg om naar Genève te komen. De reformatie in Genève was pril, kwetsbaar en er was dringend behoefte aan hulp. Calvijn sputterde. Hij zocht een veilige, rustige omgeving waar hij kon studeren en schrijven. Dat onrustige Genève leek hem niet bepaald een ideaal studeerstekkie. Maar Calvijns vriend Farel dacht er anders over. Hij riep: 'Vervloekt zij de vrijheid en de rust die u zoekt voor uw studie, terwijl u hulp en bijstand weigert in zo grote nood!' En Calvijn luisterde.

Gewaagd
Calvijn vond gehoorzaamheid belangrijker dan veiligheid. Net als vele christenmannen en -vrouwen uit de kerkgeschiedenis. Monniken uit Groot-Brittannië staken destijds in gammele bootjes de Noordzee over om ons heidenen hier het evangelie te vertellen. Nogal een gewaagde trip. Maar iemand moet het doen en als die monniken het niet hadden gedaan, dan dansten ze nu in Staphorst en Barneveld wellicht nog steeds in berenvellen voor Wodan.

Zonder God en gebod?
Zelf woon ik met mijn gezin in Rotterdam en werk in Amsterdam. Ik geloof niet dat er in grote steden meer verleidingen zijn, wel een paar andere en misschien herken je ze sneller als verleiding – wat alleen maar een voordeel is. En terecht benadrukt dr. Dirk de Korne in dit artikel dat een omgeving 'zonder God of gebod' niet bestaat. Hoe zong David het ook alweer? 'Al ging ik wonen aan het uiterste der zee...' In Rotterdam en Amsterdam ken ik genoeg christenen, refo's ook, die daar Gods nabijheid ervaren. Een tijdje geleden sprak ik een meisje uit 'refostad' Kampen die een jaar vrijwilligerswerk deed in de Shelter City, het youth hostel van Tot Heil des Volks in onze 'goddeloze' hoofdstad. Haar bevinding: 'Eerst zag ik Amsterdam vooral als duistere stad. Nu merk ik dat ik steeds meer van de stad ga houden. Van de markten, al die verschillende culturen, de kerken. Het is zo mooi wat christenen hier allemaal doen. En ja, die duisternis is er wel. Maar juist in de duisternis zie je het licht beter.'

'Jullie zijn het zout van de aarde', zei Jezus tegen Zijn volgelingen. Dat zout moet zich dus niet enkel ophopen in Barneveld en Staphorst. Of zoals een Rotterdamse christenvrouw het pas verwoordde: 'Als zout samenklontert, is het niet te vreten.'

Bron: Gertjan de Jong - www.habakuk.nu

Moed en lafheid

Geplaatst 6 aug. 2013 04:28 door De Stadslamp Amsterdam

Ds. Fokkelien Oosterwijk, augustus 2013.
(Bron: www.westerkerk.nl )

Wat een moedige paus hebben we!
Ach nee, wij niet: wij hebben helemaal geen paus als protestanten, maar toch. We zijn wel van de christelijke kerk, net als hij.
In Rio de Janeiro reed hij tijdens de jongerendagen niet rond in een gepantserde pausmobiel, maar in een gewone Fiat, een oud model bovendien. Of hij niet bang was, in dat directe contact met vrij willekeurige mensen?, werd hem gevraagd: is dat niet gevaarlijk?
"Ik realiseer me dat er altijd het risico bestaat van een gek, maar een bisschop achter kogelvrij glas is ook gek. Van deze twee prefereer ik de eerste soort gekte".
Wat een verschil met Hans Teeuwen, die als eerste aan het woord kwam in de serie Zomeravondgasten zondagavond. Hij zei geen grappen over de islam te durven maken, uit angst voor wat hem zou kunnen overkomen, net als zijn goede vriend Theo van Gogh.
Met christenen ligt dat duidelijk anders en daar durft hij wel. Want van die karikatuurchristenen van de Biblebelt heb je immers niets te vrezen? Van andere overigens ook niet. Die hebben geleerd de andere wang toe te keren en komen heus niet met een mes op je af. Zo vergeleek hij de God van Abraham op deze avond met de gruwelijke psychopaat en sekteleider Charles Manson, die in 1969 rijke mensen in Los Angeles liet vermoorden. Leuk! Moet kunnen!
Eerder op de avond had Teeuwen zich al reuze gevat uitgelaten over het leven in eeuwigheid. Hij had zich dat eens tien minuten proberen voor te stellen, maar was er toen van overtuigd dat zoiets natuurlijk niet kon bestaan: zo stomvervelend, je moest er niet aan denken, werd er knettergek van!
Nee, daar moet je niet aan denken als je het blijkbaar geen uur vol kunt houden zonder aan een sigaret te hijsen en als een ongedurig kind op je stoel op en neer te wippen. Blijkbaar niet bekend met wat er zoal toch aan iets diepers is geschreven over eeuwig leven, ook door niet christelijke schrijvers zoals Simone de Beauvoir ("Niemand is onsterfelijk").
En al helemaal niet op de hoogte van het inzicht dat "eeuwig" in het christelijk geloof veel meer een kwestie is van kwaliteit dan van kwantiteit. Dat "eeuwig" in dit leven begint. Doordat je de kwaliteit van het leven herkent in het licht van Gods liefde en daar rust in vindt.
Daarom vind ik die paus zo moedig en Hans Teeuwen zo laf.
Maar de paus zegt dan ook dingen die mensen opbeuren en moed geven; waar de cabaretier liefst afbreekt en ondermijnt.
Hoopvol voor homo's, die paus. Nu de vrouwen nog, in het ambt, in de RK kerk.

Ps. O ja, zou Hans wel weten dat moslims ook iets met die God van Abraham hebben?

1-10 of 117

Comments