Als goden sterven

Geplaatst 2 nov. 2010 03:47 door De Stadslamp Amsterdam

Krijn de Jong, 2-11-2010. Onlangs wandelde ik samen met een vriend over een begraafplaats. Een natuurbegraafplaats. Mooie natuur, maar de dood valt niet mooi te maken. We spraken erover dat de dood in zekere zin een grote gelijkmaker is. Rijk, arm, eenvoudig of invloedrijk, voor ieder is de dood onontkoombaar. Dat komt door die andere gelijkheid. ‘Allen hebben gezondigd.’ Met dezelfde vriend, een kunstliefhebber, spreek ik regelmatig over de verhouding tussen de kunst als schepping en de Schepper. Ik ben ook door de kunst gegrepen. Mijn museumpas wordt intensief gebruikt, maar regelmatig vraag ik me af: vereer ik niet het schepsel boven de Schepper?

Telkens moeten we ons blijven realiseren dat Zijn Grote Hand ons leidt. Hij is de bron. ‘Van U zijn alle dingen.’ Wij kijken alleen maar af. Met ons werk moeten we telkens de grote naam van God spellen. Net zoals het Schrijverke uit het gedicht van Gezelle: ‘We schrijven, herschrijven en schrijven nog, den heiligen Name van God.’

Groot kunstenaar
Aan deze dingen moet ik denken bij het overlijden van de schrijver Harry Mulisch. Een groot kunstenaar. Hij heeft een geweldig oeuvre geschreven. In 2007 werd zijn boek ‘De ontdekking van de hemel’ gekozen tot het beste Nederlandstalige boek aller tijden. Geen slecht resultaat voor een autodidact. Het enige diploma dat hij ooit haalde, was dat van Veilig Verkeer Nederland Haarlem en Omstreken. Mulisch was een groot schrijver, maar waarom wordt hij zo buitenproportioneel groot gemaakt? Wonderlijk, die hang naar het grote. Nu God is afgeschaft staan ze in de rij: de afgoden. Mulisch kon er wat van, maar zijn vereerders niet minder. De Volkskrant ruimde gisteren de eerste negen pagina's van de krant in voor Mulisch. Het heeft iets van communicerende vaten. Als God klein gemaakt wordt, moet de mens groot worden.

Juiste verhouding
Mulisch kreeg een paar dozijn prijzen. De aardigste vind ik de eer die hem in 2006 te beurt viel. Een planetoïde kreeg zijn naam: ‘10251 Mulisch’. Deze eer helpt ons om weer de juiste verhoudingen in het oog te krijgen. Met de eerdergenoemde vriend was ik ook eens in het planetarium. We kregen een overzicht van het heelal. Elk sterrenstelsel was weer onderdeel van een nog groter sterrenstelsel. Het ging maar door, duizelingwekkend. We hebben die ‘10251 Mulisch’ niet kunnen ontdekken. We konden maar tot één conclusie komen: ‘Hoe groot zijt Gij’.

2-11-2010 | bron: Krijn de Jong - Habakuk
Comments