Een fabel, uit de werkelijkheid van alledag

Geplaatst 24 apr. 2013 03:17 door De Stadslamp Amsterdam
Cor Ofman, pastor bij het Wereldhuis
(Overgenomen van Preken voor de Koning, 24 april 2013)

Hij kwam rechtstreeks van de psychiater naar mijn spreekuur, een negentienjarige asielzoeker uit Sierra Leone. Zo beschadigd door het geweld dat hij heeft meegemaakt dat hij ’s nachts wakker wordt door een nachtmerrie en ook overdag stemmen hoort. ‘Riep je mij?’, vraagt hij me soms. Of: ‘Hoor jij geen voetstappen?’, en ik zie hem angstig achterom kijken. Nee, ik riep hem niet en ik hoor geen voetstappen. Hij heeft akoestische hallucinaties. Diagnose PTSS, Posttraumatisch Stress Syndroom. Hij kreeg behandeling bij het ‘acuut crisisteam’. Toen ik de eerste keren met hem meeging, zeiden de behandelaars tegen hem: ‘wij gaan je helpen.’ Hij schudde zijn hoofd: ‘Jullie beloven dat jullie me gaan helpen, maar dat heb ik de afgelopen jaren anderen ook horen zeggen, maar ze lieten me allemaal barsten.’ Hij stemde in met een behandelprogramma.

Maar deze keer had hij het zoveelste gesprek met de zoveelste nieuwe hulpverlener, een psychiater. Die was kennelijk niet in staat gebleken de boodschap over te brengen dat hij beter terecht kon bij een organisatie die is gespecialiseerd in de behandeling van oorlogsslachtoffers. Hangen bleef de boodschap: ‘Wij kunnen je niet helpen.’ Weer afgewezen. Ook de medicatie werd abrupt gestopt. ‘Ze willen me dood hebben’, zei hij, toen hij binnenkwam. ‘En dat is helemaal niet moeilijk’, voegde hij er aan toe. Terwijl ik de hulpverlener probeerde te bellen, had hij, voor ik er erg in had, het raam geopend, en stapte hij op de vensterbank. Hij wilde van twee hoog naar beneden springen. Ik probeerde op hem in te praten, maar ik drong niet tot hem door. Hij opende zijn handen in de gebedshouding die kenmerkend is voor moslims en sprak in het Arabisch een gebed uit. Het was een tekst die hij een aantal keren correct moest uitspreken, voordat hij zou springen, om niet de toorn van Allah te wekken voor zijn zelfgekozen dood en in de hel terecht te komen.

Door tegen hem te praten verstoorde ik het voorgeschreven ritueel en kreeg ik hem uiteindelijk bij het raam vandaan. De hulpverleenster had via de open lijn meegeluisterd en nodigde hem uit voor een gesprek de volgende dag. Hij ging daarmee akkoord, op voorwaarde dat ik mee zou gaan. Dat het zo afliep was een pak van mijn hart. De paar minuten dat het had geduurd hadden uren geleken. Later legde hij uit: ‘Ik vertrouw ze niet, want je doen niet wat ze beloven. Maar jou vertrouw ik.’

Waarom vertel ik dit verhaal? Omdat dit weliswaar een extreme gebeurtenis is, maar wel kenmerkend voor de situatie van de mensen die ik in mijn werk ontmoet. Relatief jonge asielzoekers die door het geweld dat ze in hun land hebben meegemaakt getraumatiseerd zijn geraakt, maar die in ons land niet als vluchteling zijn erkend. Deze asielzoeker had, na een eerdere afwijzing, maanden in vreemdelingenbewaring gezeten. Van de Immigratiedienst kon hij, moest hij terug naar Sierra Leone. Maar omdat hij niet uitgezet kon worden, werd hij geklinkerd, weer aan de straatstenen overgelaten.
Ik ken zo’n 25 mensen in een vergelijkbare situatie die op twee gespecialiseerde behandelplekken worden gestabiliseerd en behandeld.

Wat gebeurt er als ik dit verhaal naast het verhaal uit het boek Rechters leg? Ik plaats het in de context van de vraag: een rechtvaardige koning, een rechtvaardige samenleving: bestaat die?

.. Lees het vervolg op Preken voor de Koning, 24 april 2013

Comments