Kinderen ongelovig opvoeden gaat moeilijk worden

Geplaatst 21 jul. 2010 02:09 door De Stadslamp Amsterdam   [ 21 jul. 2010 02:28 bijgewerkt ]
Marten Visser, 19-7-2010.
Wat is moeilijker door te geven? Geloof of ongeloof? Geloof en ongeloof zijn natuurlijk geen pakjes die je doorgeeft. Geloof en ongeloof zijn persoonlijke overtuigingen waar anderen invloed op kunnen uitoefenen, maar die anderen niet kunnen bepalen. Ook ouders niet. Maar toch zal de vraag wel duidelijk zijn. Is het moeilijker voor gelovige ouders om hun kinderen geloof mee te geven, of voor ongelovige ouders om hun kinderen ongeloof mee te geven?

Ik vermoed dat vrijwel iedere Nederlander meteen zegt:

Het is veel moeilijker om geloof mee te geven! Daar zitten twee gedachten achter. De eerste dat het bestaan van God logisch gezien niet zo waarschijnlijk is, en dat je dus heel wat energie moet steken om het onwaarschijnlijke als waarheid voor te stellen. De tweede is dat ongeloof meegeven eigenlijk niet nodig is, dat gaat vanzelf. Je hoeft niets mee te geven, en de kans dat je kinderen zomaar gaan geloven, is minimaal.

Feiten
Nu moet ik zeggen dat de feiten in Nederland deze gedachte volledig ondersteunen. Volgens het SCP-rapport ‘Godsdienstige veranderingen’ wordt grofweg de helft van alle kinderen die in rooms-katholieke of hervormde gezinnen opgroeit ongelovig. Voor een derde van alle kinderen uit gereformeerde gezinnen geldt hetzelfde. Daar staat tegenover dat maar liefst 97% van alle kinderen die opgroeien in een ongelovig gezin, ongelovig blijft. Duidelijk dus.

Maar daar valt een hele grote kanttekening bij te plaatsen. Dit blijkt namelijk geen universele waarheid te zijn. Zelfs binnen Europa is de afname in kerkelijkheid een Nederlandse bijzonderheid die ook te zien is in Groot-Brittannie en Frankrijk, maar niet in de rest van het continent.

Voor de Verenigde Staten vond ik cijfers die rechtstreeks te vergelijken zijn met de Nederlandse. In de VS wordt minder dan 10% van de kinderen die opgroeien in een christelijk gezin, ongelovig. En nog veel sprekender: 72% van de kinderen die opgroeien in een ongelovig gezin worden christelijk. In Amerika is het dus precies andersom. Het meegeven van ongeloof blijkt daar veel moeilijker te zijn dan het meegeven van geloof.

Staatskerk
Hoe komt dat? “Dat is de cultuur!” antwoorden sommigen meteen. Maar dat is natuurlijk geen antwoord. De vraag is juist waarom die cultuur zo anders is. Er zijn waarschijnlijk een aantal maatschappelijke factoren die een rol spelen. Maar ik ben ervan overtuigd dat de belangrijkste factor de kerk is. Sinds Constantijn de Grote, die de kerk de dubieuze eer aandeed door de staat ondersteund te worden, is het instituut kerk (de organisatie, de priesters en predikanten) in Europa bijna nooit afhankelijk geweest van het organisme Kerk (de leden die met elkaar het lichaam van Christus vormen).

Het gevolg is dat staatskerken vaak geleid worden door mensen met verkeerde motieven. Het gaat om een baan, niet het verkondigen van het Evangelie. En zelfs degenen die wel gegrepen zijn door het Evangelie, hebben niet voldoende aandrang om in te gaan op de geestelijke vragen en de geestelijke nood van de mensen om hen heen.

Amerika
In Amerika werd dat doorbroken. Daar waren geen staatskerken. Als predikanten hun werk niet deden, werden ze weggestuurd. Of er werd een andere kerk gesticht waar de mensen naartoe gingen. Het gevolg was dat de kerkelijkheid, die in de 18e eeuw in de Verenigde Staten heel laag was, bleef groeien tot het in het midden van de 20e eeuw een hoog niveau bereikte. Sindsdien is het redelijk constant.

In Nederland hebben we geen staatskerk meer. Maar we hebben nog steeds heel weinig kerken die hun omgeving serieus nemen. Er zijn nog steeds heel weinig kerken die meer moeite doen om de vragen van vandaag te beantwoorden dan om de vormen van gisteren veilig te stellen. En dat is dom. Want de vragen van vandaag zijn ook de vragen van de mensen in de kerk. Daarom verliezen Nederlandse kerken de helft van hun kinderen en winnen ze maar 3% van de ongelovigen.

Ook in Nederland is dat echter geen noodlot. Als de kerken veranderen, zal Nederland veranderen. Want als overal om je heen mensen in vuur en vlam staan voor Jezus, valt het niet mee je kinderen ongelovig op te voeden. Als de kerken minder lui worden, zullen Nederlanders tot geloof komen. Er zijn voorbeelden van: Beth-El Drachten, Christelijke Gereformeerde Kerk Zwolle, Nederlands Gereformeerde Kerk Houten, Kruispunt Amersfoort, De Pijler Lelystad, Meerkerk Hoofddorp, Crossroads Amsterdam.

Geloofwaardigheid
Het is onwaarschijnlijk, buiten een bijzondere uitstorting van de Heilige Geest om, dat de atmosfeer in Nederland in een klap zo verandert dat mensen in groten getale naar de kerk zullen gaan. Honderden jaren verwaarlozing door de staatskerk en een eeuw van verzuiling waarin het geloof georganiseerd werd rondom een clubgevoel en niet rondom Christus, hebben hun sporen nagelaten. De kerk heeft daarom weinig geloofwaardigheid.

Maar dan kan veranderen. We zien de eerste tekenen in de kerken die ik noemde en in kerken dienieuw geplant worden. Ik hoop het nog mee te maken dat ook in Nederland maar een heel kleine minderheid uit christelijke gezinnen afhaakt van de kerk en dat de meerderheid van de onkerkelijken lid wordt van de kerk. Belangrijker dan dat, hoop ik ook dat al deze mensen niet slechts bij de kerk maar ook bij Jezus gaan horen. Die combinatie zal alleen mogelijk zijn als we veel meer kerken gaan krijgen die openstaan naar de samenleving en vaststaan op de Bijbel.



20-7-2010 | bron: Marten Visser, kerkplanter in Thailand
Comments