Nieuwe nationale religie

Geplaatst 6 mei 2010 05:45 door De Stadslamp Amsterdam   [ 6 mei 2010 05:50 bijgewerkt ]
Lodewijk Dros, in Trouw, 6-5-2010.

Koningin Beatrix en prins Willem - Alexander tijdens de Nationale Dodenherdenking op de Dam in Amsterdam. Op 4 mei herdenkt Nederland in de Nieuwe Kerk en op de Dam in Amsterdam zijn doden. Voorspelbaar maar ontroerend. Een alternatief voor weggevallen godsdienstige rituelen. Wie dat verstoort is bezig met nieuwe godslastering.

Een schreeuwende man in het publiek. Politiemensen voeren hem snel af. De bijeenkomst gaat door.

Dat is de samenvatting van het incident op dinsdagavond, de Nationale Dodenherdenking op de Dam in de hoofdstad. Maar de ontregeling was zo groot, dat het stil alarm van de smartphones herdenkingen elders in het land bereikte. Tijdens het kuchen na de twee minuten stilte klonk opgewonden gefluister. Er is geschoten op de Dam.

Dat was niet het geval – de knal was die van dranghekken, omgeduwd door het publiek dat weg probeerde te komen. De koninklijke familie trok zich snel terug – al rende van hen niemand, op een voorzichtig drafje van Máxima na. Rolvaste Oranjes.

Na de zwarte Suzuki die Koninginnedag 2009 in een nachtmerrie veranderde, was de schok van Dodenherdenking 2010 begrijpelijk. Apeldoorn ontnam de natie Koninginnedag, Zeeland gaf haar het feest terug. Zou nu Amsterdam Apeldoorn doen herleven?

Vergaande beveiligingsmaatregelen hadden geen soelaas geboden – zelfs als de hele Dam was gevisiteerd, dan was een schreeuwende amokmaker er niet tussenuit gehaald. Maar het is niet alleen de veiligheid die in het geding was. Hier schudde de nationale religie.

In het Nederlandse denken over ethiek is de Tweede Wereldoorlog tot ijkpunt geworden. Verwijzingen naar God – uit de traditionele drieslag God, Nederland en Oranje – raakten uit de tijd. Voor het bepalen van goed en kwaad had het kompas van het land een ander noorden nodig en vond dat in het oorlogsduo ’goed en fout’. Langzamerhand ontwikkelde de herdenking van de oorlog zich tot de civil religion van de natie. Die wordt de afgelopen weken gevoed door een golf aan berichten uit en over 1940-1945, boeken, bundels, beschouwingen, teruggevonden dagboeken, interviews met hoogbejaarden. Zoals in nieuwtestamentische tijden de generatie die Jezus nog had meegemaakt werd gekoesterd, hunkeren we nu naar de laatste getuigenissen van hen die goed en fout bewust hebben meegemaakt – en die liefst zelf goed waren, zoals ’de laatsten van Trouw’.

Lang was op 4 mei ’s avonds om acht uur de Waalsdorpervlakte op tv de blikvanger. Nu, alsof het altijd zo geweest is, is het monument op de Dam het icoon van herdenken. Pas sinds 1987 organiseert Amsterdam de 4-meibijeenkomst in haar huidige vorm, met een opvallende vanzelfsprekendheid gepresenteerd als de herdenking. Voorheen was de Bourdonklok van de Waalsdorpervlakte het beeld van de herdenking, nu heeft het monument op de Dam haar verdrongen. De cultus heeft binnen twee decennia zijn centrum gekregen in de hoofdstad.

De viering op 4 en 5 mei – vooral die op de vierde – heeft alle trekken van een traditionele liturgie gekregen. Die wordt voltrokken in een kerk die verbonden is met de monarchie, en op het plein ervoor.

De kerk is de Nieuwe Kerk, museum en heel af en toe kerk, zoals op de zeldzame hoogtijdagen van het koningschap – inhuldiging, koninklijk huwelijk. Op 4 mei herdenkt Nederland daar en op de Dam zijn doden, in een choreografie waar een regisseur alleen maar van kan dromen: gepland tot op de seconde, voorspelbaar maar ontroerend, en met alle kopstukken van de natie bijeen. Samen geven ze vorm aan een van de zeer weinige gedeelde rituelen, naast de Oranjemanie van het voetbal. Zo biedt 4 mei een alternatief voor de alom weggevallen godsdienstige rituelen.

Over wie of wat er precies herdacht wordt, lopen de meningen uiteen. Maar dat maakt niet veel uit. Een ritueel hoeft niet zo’n heldere inhoud te hebben, als het maar gedeeld wordt. En iedereen zich maar houdt aan de spelregels op de Dam.

Eerst komen Nederland en Oranje allen tesamen in de Nieuwe Kerk, beluisteren een seculiere preek en zingen daar het religieuze couplet zes van de nationale hymne ’Mijn schilt ende betrouwen’. Alles gebeurt strikt volgens het draaiboek, als in een beproefde liturgie.

De gang naar het hoogtepunt van deze hoogmis van de nationale religie verloopt schrijdend, zoals men het sacrale nadert. Daarbij past geen gepraat, alleen nog muziek en, daarna, na achten, het al eindeloos herhaalde gebaar van de kranslegging. Maar eerst leidt een trompet met The Last Post de climax in, het heilige der heiligen. In een land dat kwekt en twittert, debatteert en X-factort, klaagt en poldert, culmineert deze openluchtmis in een woordloos gebed: 120 seconden stilte.

Grove grappen over gelovigen zijn inmiddels nauwelijks kwetsend meer. Tenminste: de mikpunten van spot dienen zich met eelt op de ziel kranig te houden. Maar verstoring van de sacrale stilte op 4 mei doet de natie sidderen. Dit is de nieuwe godslastering.

Nederland – de gewone stervelingen achter de dranghekken – en Oranje herstelden zich dinsdagavond snel. De liturgie van de stilte – wat is er kwetsbaarder dan stilte? – hernam haar loop, met de veerkracht die levende tradities eigen is. De nieuwsrubrieken op radio en tv meldden collectief dat het de majesteit zelf was die besloten had na het incident met de schreeuwende man terug te komen naar de herdenking bij het monument. De kroonprins gaf zijn moeder een bemoedigend duwtje toen ze er, aangeslagen maar fier, weer stond. Steun van een zoon voor zijn moeder, maar ook de bevestiging van haar rol als hoeder van de nieuwe Nederlandse religie.
Comments