Waarom ik niet zonder kerk kan

Geplaatst 30 mei 2013 05:56 door De Stadslamp Amsterdam
Karel Smouter vrijdag, 10 mei 2013.
 
(Bron: de Nieuwe Koers, mei 2013)
 
Tommy Wieringa stond eerder deze week de pers te woord over zijn boek Dit zijn de namen, nadat hij de Librisprijs in ontvangst had genomen. Hij zei tegen Nieuwsuur het volgende: “Mijn roman gaat ten diepste vooral over het waarom van religie. Wij, zoals we hier bijeen staan in het Amstel Hotel, zijn de 4% zonder godsgeloof. De rest van de wereld gelooft wel. Ik wil graag weten wat hen drijft”

Wieringa is niet de enige die nieuwsgierig is geworden naar die God die maar niet dood wil. De Balie organiseerde jl. Hemelvaartsdag een debat hierover. In de aankondiging merkt het debatcentrum op dat 80 % van de jongeren regelmatig bidt. Niet per se tot God, zeggen ze er direct achteraan, maar toch zeker tot ‘iets hogers’. Het geloof lijkt terug, maar de kerken blijven leeg. Geloof ontstaat immers, zo stelt de organisatie, vanuit een ‘persoonlijk raamwerk van zingeving’. Doctrines en leefregels, die nu eenmaal bij een kerk horen, worden gezien als een inperking van onze individuele ontplooiing en keuzevrijheid. Gemeenschap lijkt daar niet in te passen. Hoewel we ‘hunkeren naar collectiviteit’ vrezen we de ‘uniformiteit’ die daar onherroepelijk bij komt kijken.

Is die vrees terecht? Staat ‘collectief geloven’ per definitie gelijk aan leven in een dwangbuis vol dogma’s en verplichtingen? Het ‘track record’ van gelovigen lijkt die angst te rechtvaardigen. We staan er niet al te goed, op, om het eens zacht uit te drukken. Toch lijkt me dit geen onderscheidend kenmerk van religieuze gemeenschappen. Ook politieke partijen, bijvoorbeeld, leggen leden geregeld hun wil op. Vraag het de tegenstanders van de Kunduzmissie of van strafbaarstelling van illegaal verblijf maar. Het is soms slikken of stikken. Of, iets milder geformuleerd: een zeker conformisme lijkt er bij te horen, wanneer je jezelf verbindt aan iets dat groter is dan jezelf. Daarin zijn kerken niet per se anders dan anders.


Comments