In het nieuws‎ > ‎

VU-decaan: „Wij zijn en blijven protestants”

Geplaatst 5 jun. 2010 02:01 door De Stadslamp Amsterdam   [ 5 jun. 2010 02:08 bijgewerkt ]
  RD, 4-6-2010. Het kan zomaar gebeuren dat volgend jaar een hindoe, een moslim, een boeddhist, een christen en een atheïst bij elkaar in de collegebank schuiven om aan elkaar uit te leggen hoe ze over geloof en God denken. En dat aan de Vrije Universiteit van Abraham Kuyper.

Binnenkort is zo’n situatie inderdaad mogelijk, aan de in 1880 in Amsterdam opgerichte universiteit. Diverse opleidingen en seminaries vonden er het afgelopen decennium hun plek. Een imamopleiding in 2005, als alles meezit vanaf volgend jaar een opleiding voor boeddhisten en hindoes, een vijftal kerkelijke opleidingen en sinds vorige week een centrum voor oosters-orthodoxe theologie: bijna alles wat zich religieus noemt, ziet iets in de VU.

En dat is opmerkelijk. In 1999 besloten wat toen nog de Samen op Weg-kerken waren hun predikanten voortaan niet meer in Amsterdam op te leiden. De faculteit godgeleerdheid leek weg te gaan kwijnen en voor de kerken niet langer relevant te zijn.

Het tegenovergestelde bleek waar: door enerzijds stevig in te zetten op klassieke theologie en religiestudies en anderzijds steeds meer opleidingen binnen te halen, bloeit Kuypers trots als nooit te­voren. „Op onderdelen wereldtop”, oordeelde de laatste visitatiecommissie.

Strategisch was het dus zonder meer een handige zet, om het „dialoogprofiel” van de VU uit te bouwen. Maar door al die nieuwe opleidingen ontstonden ook vragen. De imamopleiding was nog uit te leggen. Christendom en islam zijn beide monotheïstische religies en bovendien had Kuyper bij de opening van de universiteit gezegd „dat de VU een universiteit wilde zijn voor de christen, de jood en de mohammedaan.” Maar straks melden zich ook hindoes en boeddhisten aan de Boelelaan. Waar ligt de grens? Wordt de vanouds gereformeerde predikantsopleiding nu geen karakterloze vergaarbak, waar ieder het zijne mag doen?

Dat is niet zo, legt prof. dr. W. Janse, decaan van de faculteit godgeleerdheid, graag uit. Hij volgde in 2008 prof. dr. A. van de Beek op als drijvende kracht achter het beleid om de opleiding te verbreden.

Zijn faculteit wil kort gezegd een „samenleving in het klein” zijn, vindt hij. „Alleen het jodendom ontbreekt nog nadrukkelijk in ons palet. We stoppen niet iedereen achter zijn eigen loket, maar brengen de verschillende tradities, ook de seculiere, juist met elkaar in gesprek.” Preciezer: „Wij sporen elkaar aan om in kritische verbondenheid met de eigen traditie deze zo te verwoorden dat de ander het verstaat. Het is onze overtuiging dat we daardoor ook meer gaan ontdekken wie we zelf zijn.”

Die insteek bij het „gesprek” past uitstekend bij de simplex ordo-structuur, vervolgt de decaan. Die organisatievorm gaf Kuyper aan zijn universiteit, als reactie op de herinrichting van de rijksuniversiteiten in 1876, in ”algemene” en ”kerkelijke” vakken. De duplex ordo-structuur noemt prof. Janse in navolging van zijn grote voorganger een „typisch overblijfsel van verlichtingsdenken.”

„De gedachte was dat je de ‘echte’ vakken objectief kon beoefenen, terwijl een vak als dogmatiek subjectief zou zijn. Maar niemand is objectief; je wordt juist méér wetenschapper als je goed weet van waaruit je denkt.”

Zijn faculteit kiest er daarom voor te werken vanuit de eigen overtuiging. „Wie bijvoorbeeld de islam van buitenaf bestudeert, doet aan islamologie. Dat doen ze in Leiden. Maar wij doen aan islamitische theologie, waarbij moslims zélf bestuderen wat ze geloven. Het is een actualiserende toepassing van de simplex ordo.”

De bedoeling is vervolgens dat al de tradities elkaar uitleggen hoe ze „God, mens en wereld” zien. De formule daarvoor is dat de verschillende seminaries 40 procent van hun vakken zelf mogen verzorgen en 60 procent gemeenschappelijk hebben.

Spannende vraag is wat het in die opzet nog betekent dat de faculteit protestants is. Hier „schuurt het soms”, erkent prof. Janse, en er wordt vaak over nagedacht. „Wij zeggen niet dat iedereen dezelfde waarheid heeft. Wij zijn en blijven protestants en ik voel me verantwoordelijk voor een relevante klassieke theologie in Nederland. Maar relevant ben je volgens het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap niet als je alleen met je eigen theologie bezig bent. Je bent verantwoordelijk voor het bredere veld van spiritualiteit en zingeving.”

Dan, persoonlijker: „Ik ben een gereformeerd christen. We willen een voorbeeld in gastvrijheid zijn. En we luisteren niet alleen naar hen, maar ze zullen ook naar óns moeten luisteren. Ik sta als kerkhistoricus niet te evangeliseren, maar de studenten merken wel hoe ik in het leven sta. En ik heb liever dat wíj een imam opleiden dan dat er een uit Turkije komt.”

Het facultaire jaar kan geopend worden met gebed en alle promoties en oraties worden besloten met lofzegging en beginnen met het votum uit Psalm 124:8, somt hij verder op. „Onze hulp is in den Naam des Heeren, Die hemel en aarde gemaakt heeft.”
 
Lees verder in het Refromatorisch Dagblad.
Comments