In het nieuws‎ > ‎

Beter integreren met migrantenkerken

Geplaatst 19 jul. 2010 05:09 door De Stadslamp Amsterdam

Dienst in de Afrikaanse All Saints Church in Amsterdam.

Trouw, 19-7-2010. Je zou het tegendeel verwachten, maar Afrikaanse katholieken integreren juist beter in de Nederlandse maatschappij als ze hier naar een Afrikaanse kerk gaan, niet naar een Nederlandse.

Foto: Dienst in de Afrikaanse All Saints Church in Amsterdam. Afrikaanse katholieken die een migrantenkerk bezoeken zijn beter geïntegreerd in de Nederlandse samenleving dan Afrikanen in Nederlandse parochies. Dat concludeert religiewetenschapper Naomi van der Meer in haar proefschrift waarop ze onlangs promoveerde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Uit haar onderzoek blijkt dat ’eigen’ Afrikaanse kerken geen teken van afzondering zijn, zoals vaak wordt gedacht, maar zelfs integratie bevorderen. „Een verrassende uitkomst”, zegt Van der Meer. „Ik dacht aanvankelijk dat integratie in de kerkgemeenschap gepaard zou gaan met integratie in de Nederlandse samenleving, maar dat blijkt helemaal geen lineair proces te zijn.”

Van der Meer interviewde 65 Afrikaanse katholieken afkomstig uit Ghana, Nigeria en Kameroen. Ze vroeg naar hun ervaringen met kerken in Nederland en lette daarbij op welke ’identiteitscategorieën’ – bijvoorbeeld ’katholiek’, ’Afrikaan’ of ’gelovige’ – ze gebruikten wanneer ze over zichzelf spreken.

Ondervraagden in de Nederlandse parochies bleken meer moeite te hebben met de term ’Afrikaanse katholieken’ dan de bezoekers van migrantenkerken. Voor die laatste groep benadrukt de term een gemeenschappelijke identiteit. De Afrikanen in de Nederlandse parochie willen juist liever als ’medekatholiek’ aangesproken worden.

„In Nederland is identiteit dat wat je uniek maakt”, zegt Van der Meer. „Voor Afrikanen gaat identiteit over jouw rol in de gemeenschap.” De onderzoekster merkte dat hierover verwarring bestaat. Vragen als ’waar kom je vandaan?’, ’waarom ben je hier?’ en ’hoe lang blijf je hier?’ zijn voor Nederlandse kerkgenoten vaak een blijk van interesse. Maar volgens Van der Meer winden de Afrikaanse kerkgangers zich erover op. „Voor hen zijn dit hele intieme vragen, het komt op hen over als vragen ’hoe was jouw jeugd?’. Er is niets mis met de vraag, maar het is niet altijd relevant of gepast, zeggen ze. Zonder een verwelkomende houding in de gemeenschap komt het over als een onprettige benadrukking van de afkomst.”

Voor het onderzoek deed Van der Meer casestudies in drie verschillende katholieke kerkgemeenschappen: de Nederlandse Agneskerk in Den Haag, de Church of Our Saviour in Den Haag (met meer dan vijftig nationaliteiten) en de Afrikaanse All Saints Church in Amsterdam, die vooral Ghanese en Nigeriaanse bezoekers heeft.

Een van de uitkomsten is dat Afrikaanse katholieken in Nederland in contacten uitgaan van een gedeelde identiteit.

„Ze willen een brug slaan door de identiteit die ze met de gesprekspartner delen te benoemen”, zegt Van der Meer. „In een gesprek met een moslim noemen ze zich een gelovige. In gesprek met een protestant zijn ze een christen.”

De onderzochte groep wil graag integreren, zegt Van der Meer. Bij aankomst in Nederland zoekt een meerderheid daarom de plaatselijke Nederlandse parochie op. „Ze willen hun geloof vieren met de mensen uit het land waar ze zich bevinden. Daarbij is hun etnische achtergrond naar eigen zeggen niet van belang.”

Maar de integratie van Afrikaanse katholieken in Nederlandse parochies loopt stroef. „Er is voor hen nog een hele weg te gaan”, zegt Van der Meer. Uit de verzamelde gegevens bleek dat de integratie in de samenleving van bezoekers van de Afrikaanse kerken meer geslaagd is. Zij spreken goed Nederlands en hebben banen die passen bij hun opleidingsniveau, bijvoorbeeld in het onderwijs en in ziekenhuizen. De Afrikanen in de Nederlandse kerken, die over het algemeen korter in Nederland wonen, werken nog veel onder hun opleidingsniveau in fabrieken en kassen.

Van der Meer ziet een ’traject’ dat het grootste deel van de Afrikaanse katholieken aflegt. „Nieuwkomers wenden zich veelal tot Nederlandse parochies. Afrikaanse katholieken die langer in Nederland verblijven zijn stevig geïntegreerd qua beroepsuitoefening en Nederlandse taal. Zij beginnen meer waarde te hechten aan de aanwezigheid van elementen uit de cultuur van herkomst in de kerkelijke vieringen. Afrikaanse katholieken die zich door de week aan de samenleving aanpassen lijken op zondag in de kerk hun hart op te willen halen in viering van het Afrikaan zijn.”

„In Afrikaanse parochies worden Nederlandse taallessen en computercursussen aangeboden die gunstig zijn voor deelname aan de samenleving”, zegt Van der Meer. Daarnaast is het gemeenschapsleven dat groter is in de Afrikaanse parochies van niet te onderschatten belang. „In de migrantenkerken is meer contact met lotgenoten mogelijk en kunnen tips uitgewisseld worden om de integratie te overwinnen.”

In reacties op haar proefschrift kwam naar voren dat er materiaal in zit waar beleidsmakers kennis van zouden moeten nemen. Dat vindt Van der Meer zelf ook. „Ik wil me oriënteren op handreikingen en workshops voor parochies, met oefeningen die mensen meer bewust maken van de problemen die spelen. Integratie, zeker in Nederlandse parochies, verloopt nog te moeizaam.”

Comments