In het nieuws‎ > ‎

Songfestival geeft dienst nieuw leven

Geplaatst 17 mei 2010 01:02 door De Stadslamp Amsterdam
Trouw, 17-5-2010. Met de ’eerste songfestivalkerkdienst in de geschiedenis van het christendom’ laten de remonstranten zien dat kerkbezoek meer is dan alleen hoogcultuur met muziek van Bach. Want hoe mooi ook, daarmee sluit je volgens de organisatoren toch mensen buiten.

Nee, nee, nee. Als grapje was het zeker niet bedoeld, bezwoer Tom Mikkers vooraf telefonisch. Maar bijzonder is het wel, erkent de algemeen secretaris van de Remonstrantse Broederschap na afloop van de eerste ’songfestivalkerkdienst’ in het Amsterdamse vrijzinnige kerkelijk centrum Vrijburg. Mikkers is de bedenker van het religieuze evenement.

In het imposante kerkgebouw uit het begin van de vorige eeuw weerklonk zojuist een hele reeks songfestivalliedjes, ingebed in de liturgie van een kerkdienst. Een idee dat aansloeg. Want zitten er op normale zondagen hooguit honderd gelovigen onder de hoge blankhouten zoldering, deze middag is de kerk tot de laatste plaats gevuld - bijna vierhonderd man.

Meezingen mag, roept Mikkers nog voor de dienst begint vanaf het spreekgestoelte, maar zitvlees is wel vereist. Maar liefst twee volle uren duurt de dienst, waarmee de bijeenkomst de lengte van een klassieke orthodox-protestantse kerkdienst ruimschoots overschrijdt. Normaal staat de vrijzinnige kerkganger na een klein uurtje al weer buiten.

Geen idee zo gek of vrijzinnig theoloog Mikkers heeft het wel eens geopperd of zelfs geprobeerd. Maar de allereerste songfestivaldienst in de hoofdstad was ’echt een avontuur’, bekent hij. De algemeen secretaris van de Remonstrantse Broederschap wilde in de viering met de titel ’Hallelujah Europe’ de ’meest betekenisvolle liedjes’ van het songfestival laten horen. „Nee echt, het is geen grap. Het is gewoon een kerkdienst. Voor mij is dit net zo nieuw als voor jullie.”

Een avontuur of niet, Mikkers benadrukt graag dat dit wat hem betreft een viering is ’in de meest eigenlijke vorm’ van het woord. Remonstranten leggen in hun diensten graag een verbinding tussen geloof en cultuur. Deze kerkdienst met songfestivalliedjes is daar een voorbeeld van, vindt hij. Niet voor niets mag de fotograaf van deze krant bij de gebeden geen foto’s schieten. Mikkers: „Songfestivalliedjes gaan zelden over geloof in God. Maar ’credo’ betekent ook ’vertrouwen’ en daar is wel veel over gezongen.”

De weken voor de bijzondere kerkdienst konden liefhebbers op internet stemmen op een selectie ’betekenisvolle’ songfestivalhits die de afgelopen decennia de revue passeerden. Speciaal daarvoor hadden de organisatoren bij een aantal vaste onderdelen van de eredienst – kyrie, gloria en credo – tien toepasselijke liedjes gezocht. Voor het kyrie, de aanroeping, bijvoorbeeld, stonden onder meer ’Wijs me de weg’ van de Nederlands-Surinaamse zanger Humphry Campbell en ’Ne partez pas sans moi’ van de Canadese zangdiva Céline Dion op de nominatie. En zo maakte de in 2006 overleden Nederlandse entertainer Rudi Carrell kans met het liedje ’Wat een geluk’ in het gloria, de lofprijzing, te belanden. Hetzelfde procedé paste het vrijzinnige kerkgenootschap toe bij de voor remonstranten belangrijke thema’s als heelheid, saamhorigheid, inkeer en liefde. De Toppers, de laatste Nederlandse bijdrage aan de glitterparade, kwamen in geen enkele categorie voor.

Dat de drie Nederlandse artiesten niet aan bod kwamen vindt Rick Refwutu, één van de bijna vierhonderd bezoekers aan de kerkdienst, geen probleem. „Het is nep. Het is kitsch. Het is niet authentiek”, oordeelt de 41-jarige Amsterdammer. En hij kan het weten, want naar eigen zeggen kent hij ’alle’ songfestivalliedjes van de laatste jaren uit het hoofd.

„Ik ben hiervoor speciaal naar de kerk gekomen. Thuis heb ik iedere dag de liedjes van het songfestival op staan.” Bij het uitspreken van deze zinnen knikt de vriend van Refwutu heftig van ja. „Zelf ben ik al jaren niet meer in de kerk geweest. Maar dit is weer een reden om te gaan.” Waarom? „Hier in deze dienst voel ik erkenning van mijn liefde voor het songfestival. Het gaat ook mij om deze boodschap van liefde en mededogen.”

Organisator Mikkers, zelf overigens ook een groot liefhebber van het genre, had het niet beter kunnen verwoorden. Want hoewel het songfestival door critici vooral gezien wordt als hypercommercieel feest, koos Mikkers niet zomaar voor deze liedjes. „Het Eurovisiesongfestival is begonnen als platform voor saamhorigheid en vrede. Die idealen horen ook thuis in de kerk. Veel mensen denken dat een religieuze beleving alleen mogelijk is als God en Jezus specifiek genoemd worden. Ik denk eerder het tegenovergestelde. Veel oude kerkmuziek wordt als levertraan genuttigd. De songfestivalliedjes laten zien dat ook teksten waar God niet in voorkomt, inspirerend kunnen zijn. In zijn preek hamert hij er nog eens op. „Natuurlijk, het songfestival is kitsch, het is camp en het is ironie. Maar het is ook meer. Heb mededogen voor elkaar!”

Veel bezoekers zijn ook gekomen om het gezang van Lenny Kuhr te horen. Haar liedje ’De Troubadour’ won in 1969 de Europese liedjeswedstrijd. Speciaal voor de kerkdienst brengt ze het weer ten gehore. Hoewel de altstem van de 60-jarige zangeres vooral in de hoogte wat onzeker klinkt, weet ze de menigte tegen het einde van de dienst enthousiast mee te laten zingen. Iets dat in beduidend mindere mate het geval is bij de andere liedjes, die op twee grote videoschermen vertoond worden. Op die momenten heeft de bijeenkomst meer weg van een doorsnee matige progressieve kerkdienst, met beamer en aarzelend gezang, hoewel het zo nadrukkelijk niet bedoeld is.

Mikkers is dan ook erg blij met de lijfelijke aanwezigheid van de zangeres in de eredienst, net als die van haar Vlaamse collega Liliane Saint-Pierre overigens.

Zij luistert de dienst op met het lied ’Soldiers of Love’, de Belgische inzending uit 1987. Mikkers: „Het songfestival te camp? Wellicht. Maar de kerk is eerder het tegenovergestelde. Die is veel te veel op zichzelf gericht. Die kritiek heb ik ook op mijn eigen kerk. Ik steek de hand in eigen boezem.”

Het steekt hem dat de kerk ’veel te veel’ doet aan hoogcultuur. „Met kennis van Bach kun je goede sier maken. Maar wie bekent van het songfestival te houden wordt lang en scherp aangestaard.” Met deze elitaire houding, denkt Mikkers, sluit je een groot deel potentiële bezoekers buiten de deur.

Bezoeker Refwutu herkent de drempelvrees van Mikkers. „Zoals ik al zei ben ik jaren niet geweest, hoewel de boodschap me aanspreekt. Want ik ben geen gelovige, ik noem mezelf wel spiritueel. Als ze dit soort dingen vaker doen, dan ben ik er zeker bij.”

Ook volgens Sander Funche, een kerkganger die er een treinreis vanuit Utrecht voor over had om het evenement bij te wonen, is het ’meer dan de moeite waard’. Funche, die twee jaar geleden zijn studie theologie afsloot en op dit moment wacht op een vaste aanstelling als predikant, is in de eerste plaats uit nieuwsgierigheid naar binnen gegaan. „Met het songfestival en de liedjes heb ik zo goed als niets.” Zelf positioneert de 28-jarige theoloog zich weliswaar een stukje behoudender dan de vrijzinnige remonstranten (’Ik noem mezelf midden-orthodox’), toch kan het initiatief rekenen op zijn waardering. „Het is iets om in de gaten te houden.” Hoewel, soms gaat de interpretatie hem net iets te ver. Bijvoorbeeld bij het lied van Lenny Kuhr. „Er zou in ’De troubadour’ een link te vinden zijn met Jezus of iets dergelijks. Nou, zo had ik er zelf nog niet naar gekeken.”

De liedjesdienst, inclusief de vrije interpretatie, bewijst maar weer eens dat de Remonstrantse Broederschap een vrijzinnige geloofsgemeenschap is. In de ogen van Mikkers is de kerk een oerconservatief bolwerk.

Het kleine genootschap – zo’n zesduizend leden – ziet zich graag als het kleine eigenwijze zusje van de grote protestantse kerk. Zelf noemde Mikkers zijn club in het verleden ook al eens het Asterix en Obelix-dorp van de Nederlandse kerk.

Remonstranten vinden dat ze een grote bijdrage hebben geleverd aan de vernieuwing van de theologie. Zo liepen ze voorop bij het toelaten van vrouwen in het ambt van predikant. In 1986 maakten ze wereldnieuws toen de Remonstrantse Broederschap als eerste kerk ter wereld het huwelijk openstelde voor paren van hetzelfde geslacht. Recentelijk haalden ze nog de media toen de broederschap een sms-dienst lanceerde. Wie sinds maart van dit jaar ’God Aan’ naar 2112 stuurt ontvangt een tekst ter overdenking.

Een kwartiertje voordat de dienst begon vroeg Mikkers zich nerveus afof er wel plaats was voor iedere belangstellende, die hij had gelokt naar de ’eerste songfestivalkerkdienst uit de geschiedenis van het christendom’. Kennelijk bedoelt hij een zitplaats, hoewel bij zo’n gelegenheid mensen misschien ook wel eens graag willen swingen.

Hij weet nog niet of het gebeuren een vervolg krijgt. „Dat hangt af van de reacties die we krijgen.” De eerste indruk is evenwel ’erg positief’. Bezoekers die na afloop blijven borrelen beamen dat. Eén persoon plaatst een kritische noot. „Of ik iets miste? Ja, de typische kerksfeer.”
Comments