Onder de lamp

Een persoon, kerk of activiteit uit christelijk Amsterdam belicht.

Jurjen ten Brinke, gemeentestichter bij 'Hoop voor Noord'

Geplaatst 11 mei 2013 03:12 door De Stadslamp Amsterdam   [ 11 mei 2013 03:13 bijgewerkt ]

Interview door Andries Knevel vanuit de Naarden vesting, 6 mei.
Bron: EO.
Als de video niet werkt op deze pagina, ga naar http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1341126

Get Microsoft Silverlight

'Dat jij nog leeft!' Het leven van Bram Spreeuw

Geplaatst 26 apr. 2013 02:36 door De Stadslamp Amsterdam

(Bron: CIP.nl vrijdag 26 april 2013)

'Dat jij nog leeft!' Het is een opmerking die Bram Spreeuw (1951) vaak hoort als hij een oude bekende tegenkomt op straat. Zelf is hij er ook verbaasd over. 'Wat heb ik meegemaakt, zeg. Het is een wonder dat ik er zo ben uitgekomen.'

'Dat jij nog leeft…' Het is ook de titel van het boek dat Krijn de Jong schreef over Brams leven. 'Zo'n twaalf jaar geleden voelde ik al dat er een boek moest komen', vertelt Bram. 'Dat kan ik verder niet uitleggen, dat voel je gewoon.'

Ik ontmoet Bram op het kantoor van Tot Heil des Volks in Amsterdam, de stad waar hij opgroeide. Warme herinneringen heeft hij er niet aan. 'Mijn jeugd is bizar geweest. Verschrikkelijk. Mijn ouders waren alcoholverslaafd. Ik ben seksueel misbruikt. Veel vrienden zijn uit de weg geruimd en zelf heb ik overvallen gepleegd op drugscriminelen. Ik had een zoon, maar hij is op zijn 26e gestorven aan een overdosis.'

'Zie je dit litteken hier?' Bram wijst naar een litteken onder zijn rechteroog. 'Daar ben ik geslagen met een boksbeugel. Een afrekening. Mijn gezicht lag helemaal open.'

Mooiste plek van Amsterdam
We stappen de deur uit, de Oudezijds Voorburgwal op. 'Wat een zootje hè? Hier leefde ik, dag en nacht. Tussen de criminelen, drugsgebruiker, prostituees. Ik kijk er nu heel anders naar dan toen. Je kijkt nu met de ogen van de Heer, hè?'

'Hier heb ik veel drugsgebruikers opgelicht en later dealers overvallen. Een rol stophoest stampte ik fijn tot poeder en verkocht ik voor 1500 gulden als heroïne. Een kilo maïzena deed ik voor 3500 gulden van de hand als cocaïne. Hé, wacht eens, die man daar ken ik.' Langs de kant van de weg staat een donkere man met een klein baardje en oude kleding. 'Ik ken jou van vroeger, van de Zeedijk', zegt Bram. 'Jij liep daar toch ook verslaafd rond?' Het gesprek komt niet echt op gang. De man mompelt dat hij toen rijk was en nog steeds erg rijk is.

Dan lopen we langs een gebouw van Jeugd met een Opdracht. Bram blijft staan. 'Dit plekje is voor mij het mooiste van heel Amsterdam. Hier zat eerst inloophuis The Cleft. Daar ben ik op mijn knieën gevallen. Wat mij zo raakte? De Heer zelf! Ik gebruikte methadon, crack, heroïne, maar de Heer brak dwars door die weerstand heen. Amsterdam is een duistere plek, maar God werkt hier ook. Mooi hè? Laten we even een kijkje binnen nemen.'

Lees verder op CIP.nl 

Een vrijwilliger bij Heilig Vuur West

Geplaatst 7 jan. 2013 05:42 door De Stadslamp Amsterdam   [ 7 jan. 2013 06:06 bijgewerkt ]

Januari 2013.
Ruth van de Born, vrijwilliger bij Heilig Vuur West, vertelt over haar werk en motieven om zich in te zetten voor deze startende christelijke gemeenschap in de stad.
Dit is een aflevering van Schepper en Co, 21 december 2012.


Kerstavond: Op bezoek bij het Leger des Heils

Geplaatst 3 jan. 2013 04:51 door De Stadslamp Amsterdam

Bron: NRC, Steven de Jong, 25-12-2012.
Op bezoek bij het Leger des Heils. ‘De hemel gaat niet zomaar open’.

< Soepbus waarmee het Leger des Heils mensen verleidt hun problemen aan te pakken. Foto LDH

Eigenlijk wilde ik kerstavond tussen daklozen doorbrengen. Eens horen wat ze te zeggen hebben over die kerstbomen, versierde voorgevels, uitgestalde wenskaarten en het cadeauconsumentisme. Het moeten wrede dagen voor ze zijn, al die huishoudens die de energierekening opvoeren om het gelukkige samenzijn te etaleren.

Gelukkig wordt er voor daklozen en andere ontheemden het één en ander georganiseerd. En dan kom je al gauw uit bij het Leger des Heils. Maar helaas, het daklozendiner bleek al enkele dagen geleden verorberd te zijn. Een medewerkster attendeerde me daarom op een kerstnachtdienst. Daar zouden misschien ook wel daklozen naartoe gaan.

Vanaf station Amsterdam Sloterdijk was dat nog een flink eind lopen. Maar aan het eind van een bedrijventerrein, in een zielloos straatje met een wasserette, een Chinees en een koffiehuis, prijkte dan eindelijk het rode schild van het Leger des Heils. Op een modern korpsgebouw dat ‘De Kandelaar’ heet en eruit ziet als een kerk.

Korpsofficier Tineke van Huffelen legt me uit dat deze dienst voor iedereen is, dus niet per se voor mensen met problemen. ‘Iedereen’ blijken vooral mensen van het kerkgenootschap zelf te zijn. Nette burgers zonder zichtbare sores. En natuurlijk de geüniformeerde heilssoldaten, maar die verwacht je daar. Veel kwamen van ver, weinig uit de buurt. Trouwe leden.

Kerkdiensten hebben me nooit kunnen inspireren. Nadat mijn protestantse opvoeding voltooid was heb ik zelden een stap in de kerk gezet. Ik ben te rationeel om te geloven in een hogere macht, van spiritualiteit krijg ik jeuk en dogma’s ontnemen mij het plezier om alles in vraag te trekken. Nu er hier geen zwervers met dramatische verhalen in de buurt waren, hoopte ik op verrassingen tijdens de dienst. Bijzondere rituelen, zoals je die veronderstelt bij mensen die in uniform hun geloof belijden.

Dat viel tegen. De liturgie beloofde slechts een Bijbelvertelling en bekende liederen als ‘Stille nacht, heilige nacht’. Het zou een lange zit worden. De opluistering maakte veel goed: een stevige brassband, een professioneel koor en een populaire Bijbelvertelling met zinnetjes als ‘God houdt ook wel van een feestje’. Nog een verschil met andere kerken. Hier gaat geen collectezakje rond, maar een schaal die vlug gevuld werd met machtigingskaarten en eurobiljetten voor ontwikkelingssamenwerking in Afrika.

De dienst was een verademing vergeleken met de doodsaaie preken vanaf de kansel die ik gewend was. De leiders van deze kerstsamenkomst – Margo Merts en luitenant Marloes van de Venis – acteerden hier twee engelen die redetwisten over Gods herstelplan, beginnend bij de geboorte van “een wonderbaby” in de schoot van een “tienermoeder” die uiteindelijk voor de mensheid zal sterven. “Laten we het even gezellig houden”, kritiseert de ene engel. Nogal een bizar plan, merkt de andere engel op. “Toen Josef van de zwangerschap van Maria hoorde, flipte hij. Hij dacht aan een affaire met een Romeinse soldaat.”

Naarmate het toneel vordert, wordt duidelijk wat Merts en Van de Venis willen overbrengen. Gods herstelplan is volgens hen geen dictatoriaal aangestuurde reorganisatie, maar een aansporing. De hemel gaat niet zomaar open, willen ze maar zeggen. “Ze moeten het zelf doen, ze zoeken het maar uit”, zo spreekt één van hen in de rol van een engel.

Dit is een kerk van handen uit de mouwen, legt een man na de dienst uit. Hij is een adherent van het korps, een belijdend lid die de geloofsbelijdenis heeft ondertekend, maar niet het uniform van een heilssoldaat draagt. Je zou haast denken dat zo’n actieve kerk haar leden disciplineert om iedereen te helpen waar het kan, maar volgens deze man – in het dagelijks leven welzijnswerker – is er geen sprake van druk of dwang. Actieve leden leggen weliswaar de gelofte af dat zij geen tabak of alcohol gebruiken, maar andere volgelingen zijn daar vrij in. Het Leger des Heils zegt geen dogmatiek te kennen, zoals bij andere geloven vaak wel het geval is. Ook onthoudt ze zich liever van commentaar op andere religies.

Luitenant Peter van de Venis, korpsofficier van het Leger des Heils in Amsterdam-West, doet niet moeilijk over leden die wat minder betrokken zijn. “Als je dichter naar Jezus groeit, komt dat verlangen vanzelf.” Van de Venis (28) heeft samen met Tineke van Huffelen de leiding over dit korps gekregen na twee jaar William Booth College, de theologische leerschool van het Leger des Heils in Engeland. “Er wordt weleens gezegd dat we ouderwets, sekteachtig en militaristisch zijn”, weet Marloes van de Venis. Op de uniformen na valt dat echter reuze mee.

Het Leger des Heils blijkt vanbinnen een blijmoedig genootschap dat niet met het vingertje wijst, maar mensen helpt waar het kan – de noden zijn leidend, niet de overtuiging van mensen die zichzelf in de nesten hebben gewerkt of gewoonweg pech hebben gehad. “Doe iets”, zoals stichter William Booth (1829 – 1912) ooit predikte. Bijzonder dat deze gelovigen dat zo daadkrachtig oppakken. Geloof als kracht om dienstbaar te zijn aan de samenleving. Of zoals hun kerstgedachte luidt: ‘Kerst is geloven… in dat ene straaltje licht… dat het dikste ijs kan smelten. In de kracht die harten verwarmt… en dromen tot leven wekt.’

Video: De Vluchtkerk in Amsterdam

Geplaatst 31 dec. 2012 02:40 door De Stadslamp Amsterdam

Bron: nieuwwij.nl , 30-12-2012.

Nadat het tentenkamp van uitgeprocedeerde asielzoekers aan de Notweg in Amsterdam werd ontruimd, zette de politie 96 mensen op straat. Zij kregen onderdak in de Vluchtkerk en mogen daar tot eind maart verblijven. De protestantse diakonie, particulieren uit de buurt, krakers, moslims en christenen werken met elkaar samen om de uitgeprocedeerden op te vangen. Zo ontstaat een nieuw wij met maar een missie: helpen onder het motto 'Behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden'! Want geen mens is illegaal. Nieuwwij.nl neemt u mee in de catacomben van de Vluchtkerk.




Illegalen bestaan niet

Geplaatst 15 dec. 2012 13:28 door De Stadslamp Amsterdam

ND, 15-12-2012. 
Ferdinand van Melle was pastor in een gevangenis voor illegalen en afgewezen asielzoekers. Over de 'onmenselijke' kant van Nederland. En hoe hij van vluchtelingen anders leerde geloven.

'Ik had al acht jaar een fijne gemeente in Bergen, met een prachtige kerk, een schitterend orgel en een uitmuntende organist. Ik was begin vijftig. Een betere plek kon ik niet bedenken, maar om er tot mijn 65e te blijven - dat zou voor niemand goed zijn. Een collega vertelde enthousiast over de bevestigingsdienst van een predikant in een gevangenis. Dat bleef in mijn hoofd zitten. Niet veel later kon ik als geestelijk verzorger aan de slag in de Bijlmerbajes en in het Grenshospitium.

Ik dacht een aardig beeld te hebben van hoe de wereld in elkaar stak, maar dat viel tegen. Het Grenshospitium herbergde een wereld waarvan ik niets bleek te weten. Er zaten vooral jonge mensen die op Schiphol uit de rij waren gepikt omdat hun papieren niet klopten. Ze waren gevlucht, kwamen aan en konden meteen door naar het Grenshospitium. Dat is een detentiecentrum, een gevangenis. Vreemdelingen konden er toen nog onbeperkt vastgehouden worden; inmiddels is dat teruggebracht naar achttien maanden. De eerste vragen aan mij waren altijd: "Waarom sluiten jullie mij op? Ik heb toch niets gedaan? Jullie zijn toch christenen? Jullie koningin is toch christen?'

Lees het verhaal van Ferdinand van Melle verder in het Nederlands Dagblad (betaalpoort)

De Vluchtkerk is symbolisch signaal naar overheid

Geplaatst 3 dec. 2012 04:12 door De Stadslamp Amsterdam   [ 3 dec. 2012 04:23 bijgewerkt ]

AMSTERDAM - De initiatiefnemers van De Vluchtkerk willen een symbolisch signaal afgeven naar de overheid die uitgeprocedeerde asielzoekers op straat letterlijk en figuurlijk in de kou zet. Dat zegt Wilfred van de Poll, woordvoerder van het initiatief dat zondag een leegstaande kerk in Amsterdam kraakte en openstelde voor de asielzoekers die eerder kampeerden in Amsterdam Osdorp.

Zo'n tachtig asielzoekers kunnen straks terecht in de Jozefkerk in Amsterdam-West. De initiatiefnemers van De Vluchtkerk kregen hulp van de Amsterdamse krakersbeweging die de kerk die sinds mei leeg stond, openbraken. De projectontwikkelaar die de kerk in zijn bezit heeft, heeft inmiddels aangegeven geen aangifte van de kraak te zullen doen. De kerk kan de hele winter als onderdak fungeren voor de groep die vrijdag gedwongen het tentenkamp in Osdorp moest verlaten.

Volgens Van de Poll wordt het initiatief van betrokken Amsterdamse burgers inmiddels gesteund door ruim 30 organisaties, kerken en verschillende politici, waaronder ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind.

Lees verder in het Nederlands Dagblad...

Noorderkerk: filmpjes over geloofsvragen

Geplaatst 27 sep. 2012 05:21 door De Stadslamp Amsterdam   [ 27 sep. 2012 05:39 bijgewerkt ]

(Bron: Noorderkerk.org, 26-9-2012)

Waarom zou ik naar de kerk gaan, is het christendom het enige geloof, is er een hemel en waarom gaat het in de kerk over schuld en boete? Dergelijke vragen staan centraal in een reeks korte films die de Amsterdamse Noorderkerk vandaag op haar site www.noorderkerk.org heeft geplaatst. De filmpjes zijn bedoeld voor zinzoekers die geïnteresseerd zijn in het christelijk geloof.

“We hebben gemerkt dat die groep behoorlijk groot is”, zegt Paul Visser, predikant van de Noorderkerk. “Onze kerkdiensten worden live uitgezonden en vaak kijken er honderden mensen mee.” De vragen die in de filmpjes aan de orde komen, komen rechtstreeks uit de praktijk. Ze worden gesteld door mensen die buiten de kerk contact met ds. Visser zoeken. In de filmpjes formuleert de gedreven predikant zelf antwoorden op de vragen, in begrijpelijke taal. Met het project wil de Noorderkerk het christelijk geloof toegankelijk maken voor ‘buitenstaanders’ en de drempel verlagen om ook eens een kerkdienst te bezoeken.

De Noorderkerk ligt midden in de Amsterdamse volkswijk de Jordaan. De Noorderkerkgemeente is de Protestantse Wijkgemeente voor de Spaarndammer- en Zeeheldenbuurt, Gouden Reael, Grachtengordel-West en Noord-Jordaan. Zo’n 300 jongeren en ouderen bezoeken wekelijks de diensten.

Amsterdam, 26 september 2012

Links naar filmpjes:
- Christelijk geloof het ware geloof?
- Waarom zou ik naar de kerk gaan?

Crossroads : Sunday for the City (23-9-2012)

Geplaatst 20 sep. 2012 01:08 door De Stadslamp Amsterdam

Een opmerkelijk initiatief van de gemeente Crossroads in Amstelveen.  Lees de aankondiging hieronder en ook Crossroads sluit de deuren…

"Sunday FOR THE CITY
On Sunday September 23rd there will NOT be a service in the school building. Service will be outside in the city of Amsterdam.

Huh? What? Outside? Yes! We will do a project called: “Sunday for the City”, which means helping the city in practical ways with groups of approx. ten volunteers. We would love to see the whole church join, and to make this happen we are also looking for people that want to lead a team of volunteers.

What is the goal of this "Sunday FOR THE CITY" day?
We want to show the city that we care and we want to give you the opportunity to serve people in the city in Amsterdam. That's why we are canceling our church programs on September 23rd.

But we want more than full participation in this service event – we long for followers of Christ to make serving others a lifestyle and not just an event. We also encourage you to invite friends and neighbors to join you in serving. No strings attached – you can simply serve together.  "



Vader Arsenious: Koptische monnik in hartje Amsterdam

Geplaatst 11 jul. 2012 07:24 door De Stadslamp Amsterdam

(Bron: RD, 15-06-2012, Albert-Jan Regterschot en Janita van Hoeven )

Met verlangen denkt hij terug aan zijn jaren als monnik in een klooster in Egypte. Toen vulde vader Arsenious El Baramousy (60) zijn dagen met meditatie en gebed. Nu, als geestelijk leider van de Koptisch-Orthodoxe Kerk in Nederland, met tal van kerkelijke bezigheden. Toch is het duidelijk voor hem: „Dit is Gods wil voor mij.”

Vader Arsenious hoeft niet ver te lopen naar zijn werk. Zijn appartement maakt deel uit van het gebouw van de koptisch-orthodoxe parochie in Amsterdam-Noord, waar hij geestelijk leiding aan geeft.

Met zijn lange witte baard en zwarte gewaad tot de enkels straalt vader Arsenious gezag uit. Aan zijn hals hangt een kruis. De geestelijke is geen man van veel woorden. Als hem een vraag wordt gesteld formuleert hij rustig, af en toe zoekend naar het juiste Nederlandse woord.

In de ontvangstkamer vertelt hij over de begrafenis van paus Shenuda, hoofd van de Koptische-Orthodoxe Kerk, eind maart in Caïro. Tal van moslims kwamen op straat op hem af om hem te condoleren met het overlijden van de paus. „Dat was een heel bijzondere ervaring. Ik hoop dat de verhoudingen goed blijven.”

Recent berichtte deze krant over het toenemende aantal ontvoeringen van koptische meisjes door moslims.

„Na de revolutie is het inderdaad een stuk minder veilig voor kopten in Egypte. De overheid doet niets om hen te beschermen. Ze hebben geen gelijkwaardige positie in de Egyptische maatschappij. Kopten hebben bijvoorbeeld veel minder kansen op een goede baan dan moslims.”

Een van de rijkste mannen van Egypte, zakenman Naguib Sawiris, is een kopt.

Aarzelend: „Is dat zo?” Glimlachend. „Tja, ja.”

Hoe is uw verhouding met moslims?

Het blijft even stil. „Volgens de Bijbel mag een christen niemand haten. Ik heb een goede relatie met moslims in Nederland en in Egypte. Toch blijf ik de situatie in Egypte moeilijk vinden. Het is niet eerlijk, niet humaan zoals sommige moslims met christenen omgaan. Ik bid daarom veel voor vrede in Egypte.”

Arsenious El Baramousy –„dat is mijn ambtsnaam, mijn geboortenaam is niet belangrijk”– groeit op in een koptisch-orthodox gezin in het Egyptische Suez. „Mijn ouders namen het geloof serieus. Ze waren echte, fanatieke kopten. Ze gingen elke zondag naar de kerk, lazen dagelijks uit de Bijbel en hielden alle vasten- en feestdagen.” Hij herinnert zich dat de familie tijdens de Suezcrisis in 1956, hij was toen vijf jaar oud, elke avond bij elkaar kwam om te bidden voor vrede in het land. „We deden echt mooie dingetjes om de hulp van God te vragen.”

Al jong is hij actief als diaken en leidt hij de zondagsschool. Het kloosterleven trekt hem, maar hij besluit eerst geneeskunde te studeren in Caïro. In 1975 wordt hij arts. „Ik vond dat ik iets van de wereld moest zien voordat ik een definitieve keuze maakte om het klooster in te gaan.”

Tijdens zijn studietijd verblijft hij regelmatig een aantal dagen in een klooster in de woestijn. In 1979 besluit hij monnik te worden en zijn leven aan God te wijden.

Hoe kwam u daartoe?

„De meeste jongeren verlangen naar amusement, maar mijn verlangen ging van jongs af uit naar het spirituele leven. Ik wilde dienaar van God en van de kerk zijn. Ik wilde mensen ertoe oproepen in God te geloven.

Tijdens mijn bezoeken aan het klooster ervoer ik een grote vrede. Mijn dagen bestonden uit bidden, het lezen uit de Bijbel en andere boeken en het nadenken over mijn gedrag. Ik had geen zin meer om iets anders te doen. Ik legde mijn leven in de handen van God en ontdekte toen dat dit de wil van God voor mij was. Inmiddels ben ik 33 jaar monnik en ik heb geen spijt van mijn beslissing.”

Een leven als monnik betekent niet trouwen. Is dat moeilijk voor u?

„Nee, ik heb nu alle vrijheid om voor de kerk te werken en om me helemaal aan God te wijden. Overigens, het is bij ons niet als bij de Roomse Kerk. Priesters mogen wel trouwen, alleen monniken niet.”

Kan een zondig mens zich helemaal aan God wijden?

„Een monnik moet zich oefenen om wereldse zaken niet te veel aandacht te geven. Alle aandacht moet naar God gaan. Dat betekent niet dat een monnik heiliger is dan andere mensen, maar hij heeft meer tijd en gelegenheid om God te dienen.”

U leest veel in de Bijbel. Welk gedeelte spreekt u het meeste aan?

„Ik lees de Bijbel gewoonlijk van Genesis tot Openbaring. Op bijzondere dagen pak ik nog wel eens een ander gedeelte. Met Pasen bestudeer ik bijvoorbeeld Jesaja. Het is prachtig wat de profeet daarin zegt over het lijden en sterven van de Heere Jezus.”

Wat betekent de Heere Jezus voor u?

Mijmerend: „Mooie vraag. Hij is alles voor mij. Mijn Redder, mijn Herder, Mijn Koning. Hij is mijn eten en mijn drinken.”

Gelooft u dat Hij gestorven is voor uw zonden?

„Ja natuurlijk, dat is de kern van mijn geloof.”

Was dat voor u van jongs af duidelijk?

„Toen ik als kind van veertig dagen werd gedoopt, begon mijn relatie met God, met Jezus en met de Heilige Geest. Toen ben ik gered. Maar omdat ik een zondig mens blijf, moet ik mijn leven vernieuwen door deel te nemen aan de sacramenten. Daar ontmoet ik de Heere Jezus elke keer opnieuw.”

Lacht, wrijft in zijn handen: „Ik doe mijn best om dicht bij God te leven. Maar soms ben ik erg druk met wereldse en maatschappelijke dingetjes en voel ik me ver van God verwijderd. Dan verlang ik wel eens terug naar het klooster. Daar had ik geen zorgen over mijn eten en drinken en voor allerlei wereldse zaken. Ik kon alleen voor God leven, zonder zorg, zonder onrust.”

In 1985 krijgt vader Arsenious het verzoek van paus Shenuda om naar Amsterdam te gaan om daar een koptische kerk te stichten. De monnik zoekt meteen in een atlas op waar Nederland ligt. Lachend: „Ik zag Frankrijk en Duitsland, grote landen, en toen Nederland, zo’n klein puntje.”

De monnik kan en wil niet weigeren. „De aartsbisschop zei mij op gedempte toon: „Paus Shenuda hoort liever geen nee.” Toen dacht ik: Om gehoorzaamheid te tonen, ga ik voor een of twee jaar naar Nederland.” Schaterlachend: „Dat is dus mislukt.”

Wat was uw eerste indruk van Nederland?

„Alles was vreemd voor mij. Ik kwam vanuit de woestijn in hartje Amsterdam. Ik vroeg me af wat al die mensen op straat deden.”

De eerste taak voor vader Arsenious in Nederland is het vinden van een eigen kerkgebouw. Maandenlang kijkt en belt hij rond. De gereformeerde Maranathakerk in Amsterdam-Noord is een jaar eerder verkocht aan iemand die er een disco in vestigde. Maar de danszaal draait met verlies. Na enig onderhandelen blijkt de eigenaar bereid de kerk aan de kopten te verkopen.

Waarom is het hebben van een eigen kerkgebouw belangrijk?

„In de koptische kerk horen Egyptische christenen hun eigen taal, hun eigen muziek en beleven ze hun eigen identiteit. Dat is niet mogelijk in een Nederlandse kerk.”

In Nederland wonen in die tijd nog maar weinig kopten, circa 35 families. Slechts zestig mensen bezoeken de kerkdienst op zondag in Amsterdam. Vader Arsenious gaat het land door op zoek naar meer kopten. Na drie maanden staan er 300 families geregistreerd als lid van de Koptisch-Orthodoxe Kerk in Nederland.

Inmiddels zijn er zo’n 6000 leden. Een succesverhaal?

„Door de genade van God wel, ja. De hand van God heeft ons rijk gezegend. De kerk heeft een grote plaats in de koptische gemeenschap en speelt een belangrijke rol in de sociale contacten en in het geestelijk leven van Egyptenaren. Ook jongeren voelen zich thuis in onze kerk. De leden zijn eigenlijk één grote familie.”

Hoe moeilijk is het om geestelijk leider te zijn van de kopten in Nederland?

„Het is erg dankbaar werk, maar niet altijd gemakkelijk. Veel mensen leven materialistisch. Een deel van mijn gemeenteleden werkt in de horeca en maakt soms dagen van veertien uur. Ze hebben weinig of geen tijd voor geestelijke zaken. Ik doe mijn best om hen te ontmoeten en stimuleer hen naar de kerk te komen. De andere kant is dat de koptische gemeenschap groeit. Er zijn dus mensen die in deze hectische wereld behoefte hebben aan bezinning.”

Hoe druk hebt u het zelf? 
„Mijn deur staat altijd open. Ik ben 24 uur per dag bereikbaar. Veel gemeenteleden doen een beroep op mij. Dat betekent dat ik soms ook word opgeslokt door mijn werk. Maar ik doe het met plezier. Als ik merk dat mijn batterij leeg begint te raken, dan boek ik een reis naar mijn klooster in Egypte. Daar laad ik weer helemaal op.”

Hoe?

„Door het ritme van het klooster te volgen. Van vier uur tot zes uur ’s morgens zingen we een lofzang als voorbereiding op de mis, daarna vieren we de eucharistie. De rest van de dag ben ik zo vrij als een vogel. Geen telefoontjes, geen post, geen e-mail, geen mensen. Vaak ga ik wandelen net buiten Wadi Natrun. Dat is een stad tussen Alexandrië en Caïro, aan de rand van de woestijn. Dan denk ik na over mijn eigen leven, over de manier waarop ik met mensen omga, over mijn relatie met God. Dan bid ik voor de mensen in Nederland met moeilijkheden.”

Is het moeilijker om hier monnik te zijn dan in Egypte?

„In Egypte kan ik elke maand een paar dagen naar het klooster gaan. Hier niet.”

U zou een klooster in Nederland kunnen beginnen?

„Daar denk ik al een tijdje over na. Het is jammer dat er steeds minder mensen betrokken zijn bij het monastieke leven. Als wij hier een klooster zouden kunnen starten, zou dat een goed voorbeeld zijn voor de mensen in Nederland.”

Voelt u zich inmiddels Nederlander?

„Na 27 jaar in Nederland is Amsterdam mijn stad geworden. In Egypte is ondertussen veel veranderd. Ik voel me daar een vreemde. De taal en de jeugd zijn anders. Van de oosterse cultuur maak ik geen deel meer uit, hoewel ik de mooie dingen ervan heb bewaard, zoals het respecteren van ouderen en het tonen van gastvrijheid. Ik doe mijn best me de westerse cultuur eigen te maken. Dat valt niet altijd mee.”

Voelt u zich veilig in Nederland?

„Veiliger dan in Egypte. Toen er geruchten waren dat al-Qaida een aanslag wilde plegen op koptische kerken in Nederland heeft de overheid er alles aan gedaan om ons te beschermen. Toen ik vorige maand bij mijn zus in Egypte logeerde, vroeg ze me ’s avonds niet te laat thuis te komen. Dat is in Nederland echt niet nodig.”

Gaat u ooit weer terug naar Egypte?

„Mijn toekomst ligt in Gods hand. Aan het eind van een verblijf in het klooster denk ik soms: Ik ga nooit meer terug naar Nederland. Maar ik wil gehoorzaam zijn aan God. Dat betekent dat ik voorlopig hier blijf.”


Levensloop vader Arsenious El Baramousy

Arsenious El Baramousy werd op 10 oktober 1951 geboren in een koptisch-orthodox gezin in het Egyptische Suez. Hij heeft drie zussen en een broer. Hij studeerde geneeskunde aan de universiteit in Caïro en werd arts. Na zijn militaire dienst trad hij in 1978 in het klooster El Baramous, waar hij zijn naam als geestelijke aan dankt. Zijn eigenlijke achternaam wil hij niet prijsgeven. In 1985 kwam hij naar Nederland en stichtte in Amsterdam de eerste koptisch-orthodoxe kerk. Tot op heden is hij geestelijk leider van deze parochie. De Koptisch-Orthodoxe Kerk kent het gehuwd priesterschap, maar vader Arsenious is monnik en dus niet getrouwd.

1-10 of 67