Onder de lamp‎ > ‎

De Paus van Amsterdam

Geplaatst 23 okt. 2013 02:27 door De Stadslamp Amsterdam
De nieuwe biografie van Huub Oosterhuis, De paus van Amsterdam, laat zien hoe spannend de recente katholieke kerkgeschiedenis eigenlijk is, en hoe vernieuwend Oosterhuis als liturg was.
(Bron: Hetgoedeleven.com, 19-10-2013. Oorspronkelijk titel: Oosterhuis is tegendraads maar ook een bruggenbouwer. Nels Fahner)

Foto: Huub Oosterhuis luistert in De Nieuwe Kerk te Amsterdam tijdens De Gouden Lieddag in mei 2008 waar teksten van hem door diverse gasten vertolkt werden. Foto: ANP/Kippa

De paus van Amsterdam, het boek van Marc van Dijk, haalde nog voor de presentatie van afgelopen week al veelvuldig het nieuws. De officiële presentatie begon donderdagavond in de Ignatiuskapel in Amsterdam ook al wat tumultueus. Een van de gasten die met biograaf Marc van Dijk zou praten over Oosterhuis, oud-SP senator Anja Meulenbelt, toonde zich nogal gepikeerd over wat er in de media zoal was geschreven over het boek.
Afleiden

Het is een mooi voorbeeld van hoe berichtgeving over een boek kan afleiden van de inhoud. Naast opmerkelijke uitspraken over koningin Beatrix en Oosterhuis’ vermeende maoïstische sympathieën - in Trouwen Vrij Nederland breed uitgemeten - is De paus van Amsterdam vooral een meeslepend portret van de recente kerkgeschiedenis.

Henk Hillenaar, net als Oosterhuis ex-Jezuïet, vertelde tijdens de presentatie in een paar woorden wat de teksten van Oosterhuis voor hem betekenen. Voor hem zijn ze een ‘leerschool in denken en voelen’ geworden. ,,Wie jarenlang Oosterhuis zingt, komt tot inzicht in zichzelf. En tot religie, in de zin van gemeenschapszin.’’

Spelenderwijs

Die leerschool is voor Hillenaar, die nog altijd voorgaat in de Dominicuskerk in Amsterdam, de essentie van liturgie: ,,Wat Ignatius van Loyola met zijn geestelijke oefeningen en Sigmund Freud met zijn psychoanalyse ieder op hun manier in een systeem vatten, gebeurt in de liturgie en door bidden meer spelenderwijs.’’

Gevraagd naar hoe dat dan werkte, stelde Hillenaar: ,,Soms betrap ik me erop, als ik iets schrijf: nee dat is van Huub. Het zit zo in me dat het vanzelf gaat. Licht dat ons aanstoot in de morgen. En nu ik ouder word: Zolang ons hart nog slagen geeft. Dat vond ik vroeger niet leuk. Nu ik de 75 gepasseerd ben, begrijp ik het beter.”

Het relaas van Hillenaar gaf mooi weer hoe de teksten van Oosterhuis bij veel mensen onder de huid zijn gaan zitten, hoe de woorden reisgenoten zijn geworden in hun eigen persoonlijke ontwikkeling.

Verlangen

Voor filosoof en publicist Ger Groot was Oosterhuis’ boek Zien, soms even (1972) een doorslaggevend boek in zijn leven, vertelt hij. Het geloof had hij verloren, maar Oosterhuis’ teksten gingen over een verlangen waar hij zich tot op de dag van vandaag nog steeds in herkent en waar hij zich door laat leiden. ,,Als woorden een leven kunnen veranderen, dan heeft het werk van Oosterhuis dat met mij gedaan.’’

De persoonlijke verhalen van Hillenaar en Groot vestigden de aandacht op de intimiteit en de persoonlijke zeggingskracht van Oosterhuis’ teksten.
Het is nu moeilijk meer voor te stellen, maar in de jaren zestig was het zingen in de eigen taal in de Rooms-Katholieke Kerk überhaupt een revolutie. Oosterhuis’ liederen vervulden in die omslag een grote rol.

Spanningen

Naast de stimulans die Oosterhuis’ werk was voor de Rooms-Katholieke Kerk, waren er ook spanningen, vooral door het celibaat. Voor Oosterhuis reden om in een preek uit te halen naar de kerk ‘die zegt dat zij de enig ware is, nog steeds; [...] die de pretentie van opperste deskundigheid voert op alle terreinen van het menselijk leven; [...] de kerk die macht wil uitoefenen over uw geweten en absolute gehoorzaamheid eist.’

Sommige liedteksten van Oosterhuis zijn ook tegendraadser dan je zou denken, maakt zijn biograaf duidelijk. Het tafelgebed Gij die weet keerde zich bijvoorbeeld tegen de traditionele gang van zaken in de katholieke mis, door gewone kerkleden woorden te laten zingen die normaal gesproken aan een priester voorbehouden zijn.

Geen wonder dat voor conservatieve krachten sommige liederen een doorn in het oog zijn. Bisschop Frans Wiertz schreef in 2000 over Oosterhuis: ‘In de laatste, lange periode van zijn leven komt Christus niet meer voor in zijn teksten. Ze zijn horizontaal of bevatten nog slechts vage verwijzingen naar God.’

Hoewel Oosterhuis nogal eens dat verwijt krijgt, ook in protestantse kring, bekruipt je tijdens het lezen van zijn biografie toch de indruk dat daarmee aan zijn intenties én aan veel van zijn recente teksten onrecht wordt gedaan.

Getuigen

Biograaf Marc van Dijk maakt bijvoorbeeld duidelijk dat het lied Ken je mij nauw verbonden is met psalm 139. ‘Gij kent mij, gij doorgrondt mijn zitten en mijn staan’. Bij Oosterhuis wordt die vanzelfsprekende nabijheid bevraagd. Oosterhuis’ teksten getuigen, als je ze zo leest, juist van een steeds nadrukkelijker willen leren kennen van God.

Oosterhuis verweert zich overtuigend tegen het verwijt als zouden zijn teksten niet over Christus gaan. In 1972 schreef hij het lied 29 namen voor Jezus van Nazareth waar hij nog steeds achter staat. Het lied bevat onder meer de woorden ‘Zoon van God’, en ook ‘Morgenster. Koploper/Enige’. Oosterhuis, in 2008: ‘Ik heb ze aangetroffen, in Bijbelse teksten. Ik heb ze alleen maar op een rijtje gezet. Om dat eenkennige ‘Christus’ te doorbreken’.

Jodenvervolging

Zijn afkeer van het woord ‘Christus’ heeft te maken met het idee dat dat woord volgens Oosterhuis besmeurd is geraakt. ‘Ik ben een leerling van de mensen die na de oorlog doorkregen wat er eigenlijk gebeurd was. Hoe verantwoordelijk de katholieke kerk geweest is voor de Jodenvervolging, hoe dat kerkelijke denken over Israël in de wortels van Europa is getrokken. Het was een namenroof: de kerk was het nieuwe Israël, het oude Israël was de godsmoordenaar, de Joden hadden de verlosser aan het kruis genageld’.

Tegen die achtergrond zijn de woorden van Oosterhuis tijdens de uitvaart van prins Claus in 2002 veelzeggend: ‘Het woord ‘God’ komt ons in kerkdiensten soms te makkelijk over de lippen - weten we wie we daarmee bedoelen? We zouden kunnen afspreken dat we met ‘God’ bedoelen die Ene, die in de joodse Bijbel en in de geschriften over Jezus de pleitbezorger is van vluchtelingen, ballingen, van mensen wier rechten geschonden worden; die solidariteit en gerechtigheid wil, liever dan adoratie en mooie liederen. Zo staat geschreven in dat boek dat van alle schakeringen van christelijke godsdienst de bron en het ijkpunt zou moeten zijn’.

Spookbeeld

Oosterhuis zelf is blij met de biografie, bleek afgelopen donderdag. ,,Er staan in het boek passages die ik diep herken en beaam.’’ Hij memoreerde nog eens hoe hij afscheid nam van een ‘God die offers vraagt’ zoals voor priesters een liefdesrelatie, het vaderschap, het dichterschap. ,,Ik heb hem ontmaskerd als een eeuwenoud spookbeeld’’.

In de plaats daarvan kwam maatschappelijk engagement, voortspruitend uit een visioen van gerechtigheid in een toekomstige wereld. Oosterhuis heeft daar geen spijt van: ,,Ik weet waar ik aan meegeschreven heb.’’
Comments