Onder de lamp‎ > ‎

Joël Voordewind, Amsterdammer en kamerlid

Geplaatst 12 feb. 2011 12:12 door De Stadslamp Amsterdam

CU-Kamerlid Joël Voordewind: Snel zijn is een must
(Bron: RD, 11-02-2011)
De gedrevenheid en bekwaamheid van ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind zijn al velen opgevallen. Bewindslieden en journalisten kunnen moeilijk om hem heen. Op elk moment van de dag bestookt hij hen met vragen, telefoontjes en sms’jes. Toch gaat hij niet in zijn werk op: „Politiek is niet alles. Het is slechts een middel.”

Luttele uren na het gesprek staat er in de mailbox een serie Kamervragen over vervolgde christenen in Indonesië. Afzender: Voordewind. In de aanloop naar het interview vraagt hij aandacht voor een bloedbad dat is aangericht onder koptische christenen in Egypte. En jaagt hij minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken op om in actie te komen voor de Afghaanse bekeerling Musa, die mogelijk de doodstraf krijgt.

Geen toevallige samenloop van omstandigheden, maar een representatief beeld van de werkwijze van Voordewind. Behalve de zondagen gaan er weinig dagen voorbij zonder dat hij van zich laat horen. Per telefoon, per sms, per mail. Ook vanaf zijn privémailadres.

„Het meest zichtbare Kamerlid van zijn fractie”, is hij genoemd. „De ”rising man” van de ChristenUnie.” En: „De voornaamste strateeg van de fractie, die van de zes fractieleden het politieke spel het best beheerst.”

Voordewind reageert er laconiek op. Bescheiden. „Ik doe mijn werk.” Maar hoe komt het dan dat hij zó vaak in de media figureert? „Ik heb een portefeuille die nogal eens in de kijker staat: buitenlandse zaken, asielbeleid, onderwijs, media.”

Heeft het dan echt alleen maar daarmee te maken? „Nou ja, je kunt wel lange beschouwingen houden over hoe het in de toekomst moet, maar ik zoek liever een puntje dat voor ons als ChristenUnie belangrijk is, wat ons profiel versterkt.”

Daar verraadt zich zijn achtergrond als campagneleider en hoofd voorlichting bij de ChristenUnie. Wat hij doet, blijft zelden verborgen. „Gisteren zijn Rouvoet en ik nog bij premier Rutte geweest, om te praten over Musa.”

Het verraadt ook zijn kerkelijke achtergrond. „Evangelischen komen graag in actie. Willen resultaten boeken.”

De begeestering, de gedrevenheid in de evangelische beweging spreekt hem aan. „Er zit beweging in de tent. Daar houd ik wel van.” En zo zit hij zelf ook in elkaar. „Ik zeg al snel: Hier moeten we mee aan de slag. Gelukkig heb ik fractievoorzitter Rouvoet naast me staan, die dan wel eens zegt: „Heb je dit en dat overzien?””

Snel zijn is sowieso een must in Den Haag, heeft hij ervaren. „Toen ik net Kamerlid was, stuurde ik eens concept-Kamervragen naar een collega. Een halfuur later kreeg ik ze iets gewijzigd terug. Of ik ze mee wilde ondertekenen.” Dat overkomt hem niet meer.

En soms betreft zijn werk kwesties van leven en dood. Voor een Afghaanse christen als Musa, die op het punt staat de doodstraf te krijgen, moet je nu eenmaal meteen in de bres springen.

Zoals zijn verleden als voorlichter zijn werkwijze stempelt, zo inspireert zijn verleden als ontwikkelingswerker zijn portefeuillekeuze. Kinderen en jongeren hebben zijn hart. Zij vormen de rode draad in zijn werk. „Ik heb in Brazilië gewerkt. Het eerste wat ik daar moest doen, was het regelen van een begrafenis voor een jongetje. Hij had lijm gesnoven, was op de rails in slaap gevallen. Een trein had hem doormidden gereten. Het was mijn eerste confrontatie met het harde leed in de wereld.”

In Irak raapte zijn medisch team de lichaamsdelen bijeen van kinderen die het slachtoffer waren geworden van explosieven.

En dichter bij huis: de dag na zijn beëdiging als Kamerlid was hij bij de begrafenis van een jonge vrouw, zwanger van haar tweede, die een einde aan haar leven had gemaakt.

Zo kwam zelfmoord onder jongeren op zijn agenda te staan. Gevolgd door kinderarbeid. Gehoorschade bij jongeren. De gevolgen van echtscheiding voor kinderen. Aidswezen.

Daarnaast houdt hij zich bezig met vervolgde christenen, asielzoekers en militaire missies. Stof te over om hele dagen Kamervragen te bedenken, debatten aan te vragen en bij te wonen, moties en amendementen in te dienen.

Hoe houdt u zicht op het effect van al uw inspanningen?

„In een boekje houd ik van een lijst van onderwerpen bij of er vooruitgang op dat dossier wordt geboekt.”

En hoe slaagt u erin om tijd over te houden voor uw gezin?

„’s Maandags probeer ik thuis te werken, vrijdagavond houd ik vrij voor mijn vrouw en kinderen en om de zaterdag probeer ik bij hen te zijn. En zondags natuurlijk. Op de vergaderdagen van de Kamer ben ik er nooit. Maar dan bel ik wel naar huis. Of ik zoek via de sociale media contact met mijn zoon en dochter. En ik ga ’s avonds altijd naar huis.”

Voordewinds vader was een legerpredikant uit evangelische kring. Vanwege zijn functie preekte hij in diverse kerken, ook in gereformeerde en hervormde gemeenten.

In zijn puberjaren sloot Voordewind zich aan bij de hervormde kerk in Vianen. „Die kerk was toen voor mij het dichtst bij. Er was een leuke jeugdgroep; een aantal van mijn klasgenoten ging er ook heen.”

Via hen kwam Voordewind in contact met de jongerenorganisatie Youth for Christ. Vervolgens, tijdens zijn studententijd in Amsterdam, kwam hij in aanraking met Jeugd met een Opdracht. „Daar ben ik, op mijn 21e of 22e tot persoonlijke bekering gekomen.”

In hoeverre betekende uw bekering een verandering in uw leven?

„Het christendom heb ik van huis uit meegekregen. In mijn jeugd heb ik ook altijd wel aan God vastgehouden. Maar Hij werd destijds aan mij vrij horizontaal gepresenteerd. Ik ervoer nog geen verdieping in mijn geloof. Dat kwam pas toen ik in mijn studententijd naar Jeugd met een Opdracht ging. „Wat betekent God voor jou?” vroegen ze me daar. „Waarom geloof je eigenlijk?” Over die vragen begon ik na te denken. Ik ging ook breder kijken, naar andere religies. Uiteindelijk heb ik een persoonlijke keuze gemaakt voor de Heere Jezus.”

Ruim twintig jaar later laat de gewezen drummer Jos –zo heette hij vroeger– en ex-fractiemedewerker van de PvdA zich in zijn werk als politicus inspireren door Gods Woord. „De richtlijnen die de Bijbel geeft, zijn mijn ijkpunten. Die wortels laten we niet los. Ook niet als we daardoor twintig zetels zouden kunnen halen.”

Desondanks moet hij constateren dat seculiere collega’s zich niet laten overtuigen door Bijbelse argumenten. Daarom zoekt hij ook naar andere manieren om hen mee te krijgen. Bijvoorbeeld toen hij een meerderheid zocht om uitstapprogramma’s voor prostituees te regelen. Met organisaties uit de seksbusiness schreef hij een rapport waaruit bleek dat prostituees vrijwel nooit uit vrije wil op de wallen gaan werken. Ex-prostituees liet hij in de Kamer hun verhaal doen.

Voordewind betreurt het dat christenen in de politiek gescheiden optrekken. „Eendrachtig optreden zou natuurlijk een beter getuigenis geven.” Tegelijkertijd constateert hij dat de verschillen groot zijn. „Bij het CDA, dat kort op de allerarmsten van de wereld en op passend onderwijs voor de meest kwetsbare leerlingen, zou ik me niet zo snel thuis kunnen voelen.”

Met leden van andere politieke partijen kan hij goed opschieten. „Voor zover ik weet, heb ik met niemand aan het Binnenhof ruzie. Maar ze weten ook dat ik hier niet zit om vrienden te maken, maar om het programma van de ChristenUnie uit te voeren.”

Echte vrienden heeft hij niet onder de Kamerleden. „Ik heb al veel vrienden uit de tijd voor mijn Kamerlidmaatschap. Aan het bijhouden van die relaties heb ik mijn handen vol.”

Wat voor soort volksvertegenwoordiger wilt u zijn? Iemand die de wil van het volk uitvoert, of iemand die leidinggeeft?

„Het debat over de missie naar Kunduz laat goed zien wat voor parlementariër ik wil zijn. Een groot deel van onze achterban was daartegen. Het was gemakkelijk geweest om dan dus ook maar tegen die uitzending te stemmen. Dan zouden we wellicht ook zijn gestegen in de peilingen. Maar zo zitten wij niet in elkaar. We hebben de zorgen van onze leden meegenomen naar het kabinet, en op basis daarvan het kabinetsvoorstel verbeterd.”

In de Kamer bepleit Voordewind regelmatig godsdienstvrijheid voor alle gelovigen. Tegelijkertijd weet hij uit eigen ervaring hoe islamieten in het buitenland christenen het leven soms onmogelijk maken.

Hoe rijmt u dat met elkaar?

„Voor de donkere kant van de islam ben ik beducht. Het regime in Iran bijvoorbeeld lijkt wel een moordmachine waar een satanische macht achter zit. We moeten niet naïef zijn en de schadelijke elementen van de islam hard bestrijden.

Maar godsdienstvrijheid voor iedereen zit in onze traditie. Die hebben wij tegenover de Spaanse rooms-katholieken moeten bevechten. Ons pleidooi voor godsdienstvrijheid voor christenen in het Midden-Oosten zou krachteloos zijn als wij hier in Nederland diezelfde vrijheid niet aan anderen zouden gunnen.”

In uw woonplaats Amsterdam ziet u veel moslims naar de moskee gaan. Zou u niet liever zien dat ze bij u naar de Vineyardgemeente zouden komen?

„Als christen zou ik natuurlijk heel graag zien dat zij bij ons naar de kerk zouden gaan. Met pijn in het hart zie ik dat er regelmatig een nieuwe moskee wordt gebouwd. Liever zie ik dat er een kerk bij komt.

Als politicus sta ik er anders in. Als het voor ons belangrijk is dat onze geloofsgenoten in islamitische landen naar de kerk kunnen gaan, zou ik niet geloofwaardig zijn als ik moslims hier het recht zou ontzeggen om naar de moskee te gaan. Ik wil niemand discrimineren om zijn geloof. Als je dat wel doet, loop je ook het gevaar dat de seculieren zeggen: Dan moeten we het geloof maar helemaal weren uit de samenleving.”

Hoe kijkt u aan tegen de kerkelijke verdeeldheid in ons land?

„De rijke schakering aan christelijke kerken weerspiegelt de veelkleurigheid van God. Die variatie heb ik leren waarderen door mijn werk voor verschillende organisaties. Ik heb groot respect voor mensen die in andere kerken zitten en met hart en ziel hun geloof beleven. We zijn allemaal één lichaam. Er is niet één ware kerk, of zo. De ene kerk benadrukt dit aspect, een andere kerk weer iets anders.

Laten we elkaar niet de maat gaan nemen. De Bijbel zegt: „Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.” Ik ben zeer beducht om op Gods stoel te gaan zitten en uit te maken wat wel en niet waar is.”

Hoewel het Kamerlidmaatschap hem bijna volledig opslokt, gaat Voordewind er niet in op. „Politiek is niet alles. Het is slechts een middel waartoe we in Gods Woord worden opgeroepen dat te gebruiken. Ook in andere functies kan ik me bezighouden met bijvoorbeeld godsdienstvrijheid of ontwikkelingssamenwerking.”

Hoe lang wilt u het ambt nog uitoefenen?

„Ik was een van de laatsten van de fractie die voor de afgelopen verkiezingen hebben aangegeven dat ik opnieuw Kamerlid zou willen zijn. Thuis hebben we daar uitgebreid over gesproken.

De komende jaren wil ik er weer vol voor gaan. Ik heb er de energie en de motivatie voor. Die hoop ik vast te houden. Wat er daarna gebeurt, ligt open. Maar de partij heeft daarin natuurlijk ook een belangrijke stem: ziet die het dan nog wel met mij zitten?”

Levensloop Joël Stephanus Voordewind

9 juli 1965: geboren te Sleen.

1985-1990: studie politicologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

1991: assistent-velddirecteur Tearfund in Irak.

1991-1994: junior beleidsmedewerker PvdA-Tweede Kamerfractie.

1994-1999: noodhulpcoördinator en adjunctdirecteur Dorcas Hulp Nederland.

1999-2006: beleidsmedewerker, campagneleider en hoofd communicatie bij de ChristenUnie.

Sinds 2006: Kamerlid voor de ChristenUnie.

Voordewind is getrouwd en vader van een dochter en een zoon.

Hij kerkt in Vineyard Amsterdam.
Comments