Onder de lamp‎ > ‎

Kerstavond: Op bezoek bij het Leger des Heils

Geplaatst 3 jan. 2013 04:51 door De Stadslamp Amsterdam
Bron: NRC, Steven de Jong, 25-12-2012.
Op bezoek bij het Leger des Heils. ‘De hemel gaat niet zomaar open’.

< Soepbus waarmee het Leger des Heils mensen verleidt hun problemen aan te pakken. Foto LDH

Eigenlijk wilde ik kerstavond tussen daklozen doorbrengen. Eens horen wat ze te zeggen hebben over die kerstbomen, versierde voorgevels, uitgestalde wenskaarten en het cadeauconsumentisme. Het moeten wrede dagen voor ze zijn, al die huishoudens die de energierekening opvoeren om het gelukkige samenzijn te etaleren.

Gelukkig wordt er voor daklozen en andere ontheemden het één en ander georganiseerd. En dan kom je al gauw uit bij het Leger des Heils. Maar helaas, het daklozendiner bleek al enkele dagen geleden verorberd te zijn. Een medewerkster attendeerde me daarom op een kerstnachtdienst. Daar zouden misschien ook wel daklozen naartoe gaan.

Vanaf station Amsterdam Sloterdijk was dat nog een flink eind lopen. Maar aan het eind van een bedrijventerrein, in een zielloos straatje met een wasserette, een Chinees en een koffiehuis, prijkte dan eindelijk het rode schild van het Leger des Heils. Op een modern korpsgebouw dat ‘De Kandelaar’ heet en eruit ziet als een kerk.

Korpsofficier Tineke van Huffelen legt me uit dat deze dienst voor iedereen is, dus niet per se voor mensen met problemen. ‘Iedereen’ blijken vooral mensen van het kerkgenootschap zelf te zijn. Nette burgers zonder zichtbare sores. En natuurlijk de geüniformeerde heilssoldaten, maar die verwacht je daar. Veel kwamen van ver, weinig uit de buurt. Trouwe leden.

Kerkdiensten hebben me nooit kunnen inspireren. Nadat mijn protestantse opvoeding voltooid was heb ik zelden een stap in de kerk gezet. Ik ben te rationeel om te geloven in een hogere macht, van spiritualiteit krijg ik jeuk en dogma’s ontnemen mij het plezier om alles in vraag te trekken. Nu er hier geen zwervers met dramatische verhalen in de buurt waren, hoopte ik op verrassingen tijdens de dienst. Bijzondere rituelen, zoals je die veronderstelt bij mensen die in uniform hun geloof belijden.

Dat viel tegen. De liturgie beloofde slechts een Bijbelvertelling en bekende liederen als ‘Stille nacht, heilige nacht’. Het zou een lange zit worden. De opluistering maakte veel goed: een stevige brassband, een professioneel koor en een populaire Bijbelvertelling met zinnetjes als ‘God houdt ook wel van een feestje’. Nog een verschil met andere kerken. Hier gaat geen collectezakje rond, maar een schaal die vlug gevuld werd met machtigingskaarten en eurobiljetten voor ontwikkelingssamenwerking in Afrika.

De dienst was een verademing vergeleken met de doodsaaie preken vanaf de kansel die ik gewend was. De leiders van deze kerstsamenkomst – Margo Merts en luitenant Marloes van de Venis – acteerden hier twee engelen die redetwisten over Gods herstelplan, beginnend bij de geboorte van “een wonderbaby” in de schoot van een “tienermoeder” die uiteindelijk voor de mensheid zal sterven. “Laten we het even gezellig houden”, kritiseert de ene engel. Nogal een bizar plan, merkt de andere engel op. “Toen Josef van de zwangerschap van Maria hoorde, flipte hij. Hij dacht aan een affaire met een Romeinse soldaat.”

Naarmate het toneel vordert, wordt duidelijk wat Merts en Van de Venis willen overbrengen. Gods herstelplan is volgens hen geen dictatoriaal aangestuurde reorganisatie, maar een aansporing. De hemel gaat niet zomaar open, willen ze maar zeggen. “Ze moeten het zelf doen, ze zoeken het maar uit”, zo spreekt één van hen in de rol van een engel.

Dit is een kerk van handen uit de mouwen, legt een man na de dienst uit. Hij is een adherent van het korps, een belijdend lid die de geloofsbelijdenis heeft ondertekend, maar niet het uniform van een heilssoldaat draagt. Je zou haast denken dat zo’n actieve kerk haar leden disciplineert om iedereen te helpen waar het kan, maar volgens deze man – in het dagelijks leven welzijnswerker – is er geen sprake van druk of dwang. Actieve leden leggen weliswaar de gelofte af dat zij geen tabak of alcohol gebruiken, maar andere volgelingen zijn daar vrij in. Het Leger des Heils zegt geen dogmatiek te kennen, zoals bij andere geloven vaak wel het geval is. Ook onthoudt ze zich liever van commentaar op andere religies.

Luitenant Peter van de Venis, korpsofficier van het Leger des Heils in Amsterdam-West, doet niet moeilijk over leden die wat minder betrokken zijn. “Als je dichter naar Jezus groeit, komt dat verlangen vanzelf.” Van de Venis (28) heeft samen met Tineke van Huffelen de leiding over dit korps gekregen na twee jaar William Booth College, de theologische leerschool van het Leger des Heils in Engeland. “Er wordt weleens gezegd dat we ouderwets, sekteachtig en militaristisch zijn”, weet Marloes van de Venis. Op de uniformen na valt dat echter reuze mee.

Het Leger des Heils blijkt vanbinnen een blijmoedig genootschap dat niet met het vingertje wijst, maar mensen helpt waar het kan – de noden zijn leidend, niet de overtuiging van mensen die zichzelf in de nesten hebben gewerkt of gewoonweg pech hebben gehad. “Doe iets”, zoals stichter William Booth (1829 – 1912) ooit predikte. Bijzonder dat deze gelovigen dat zo daadkrachtig oppakken. Geloof als kracht om dienstbaar te zijn aan de samenleving. Of zoals hun kerstgedachte luidt: ‘Kerst is geloven… in dat ene straaltje licht… dat het dikste ijs kan smelten. In de kracht die harten verwarmt… en dromen tot leven wekt.’

Comments