Onder de lamp‎ > ‎

Kruispost: De tandarts komt alleen voor illegalen

Geplaatst 10 jan. 2011 05:27 door De Stadslamp Amsterdam   [ 10 jan. 2011 06:31 bijgewerkt ]
ND, 10-1-2011.

Met rottende tanden, een abces of flinke kiespijn melden zich jaarlijks zo’n driehonderd illegalen bij de tandartspraktijk van de Kruispost op de Amsterdamse Wallen. ‘Soms vraag je je af: wordt er überhaupt wel gepoetst?’

Op de groene deur van de behandelkamer mag dan nog steeds ‘opbergruimte’ staan, van binnen is het een onvervalste tandartspraktijk. Op tien vierkante meter speelt het tafereel zich af. ‘Deze’, zegt de Surinaamse Charles (niet zijn echte naam) terwijl hij op twee hoektanden wijst die eenzaam uitsteken in een verder ontbrekend bovengebit. Na een paar weken pijn lijden vond hij dat het er maar van moest komen. Daar zijn gepensioneerd tandarts en oprichter van de tandartspraktijk Kruispost Teun Rietmeijer (64) en student-assistent Anne Klein Ovink (24) het mee eens, na één blik op de aangevreten stompjes.

Met de armen stijf langs het lijf zet Charles zich schrap voor de naderende verdovingsspuit. Het mag dan niet de eerste keer zijn dat hij een tand laat trekken, wennen doet het nooit. Alleen een ingehouden kreun en het opveren van het linkerbeen verraden de pijn die de spuit moet geven. ‘Het is echt nodig hoor’, zegt Rietmeijer. ‘Eén is zelfs helemaal afgebroken, alleen de wortel is over.’

In de twee jaar dat Rietmeijer als vrijwilliger bij de Kruispost aan de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam werkt, heeft hij zo ongeveer ‘alle nationaliteiten uit de derde wereld’ op zijn tandartsstoel gehad - Filipijnen, Peruanen, Nepalezen, Marokkanen, Ghanezen, Russen, Roemenen, Kenianen en Afghanen. Eén ding hadden ze allemaal gemeen: achterstallig onderhoud aan het gebit, en dat is nog zacht uitgedrukt. ‘In sommige gevallen is het gewoon een vieze boel; dan vraag je je af of er überhaupt wel eens wordt gepoetst. Er zijn er bij die nog nooit naar een tandarts zijn geweest. Anderen hebben wel een vulling, dan weet je: ze zijn in elk geval een keer gegaan.’

Sinds twee jaar is de tandartspraktijk onderdeel van Kruispost, de stichting die illegalen in Nederland medische hulp biedt. De regels zijn simpel. Alleen illegalen krijgen hulp, dus Nederlanders zonder zorgverzekering wordt vriendelijk verzocht te vertrekken. Toch betekent dat niet dat de illegalen van a tot z worden geholpen. ‘Wij zijn er echt alleen om de acute pijn te verhelpen.’ Wel: een abces of acute en chronische kiespijn, niet: bruggen, beugels, vullingen. ‘Bij blijvende pijn trekken wij de tand en bij een abces maken wij een incisie. Maar als iemand voor een kroon komt, melden wij dat ze zullen moeten gaan sparen voor een behandeling bij een reguliere tandarts.’

Dat heeft niets te maken met onwil, maar is wel zo eerlijk tegenover ‘legale’ Nederlanders. En bovendien: het is veiliger voor de gezondheid. Het komt voor dat de patiëntenkaart hepatitis B of zelfs hiv vermeldt. Dan speelt niet alleen de eigen hygiëne een belangrijke rol, maar zeker ook die van de patiënt. ‘Je weet niet wat mensen nog meer hebben, daarom trekken we sowieso maar twee kiezen per bezoek. Bij patiënten met hiv zijn we extra terughoudend.’ Dat virus breekt het afweersysteem af, waardoor ook wonden minder snel genezen. ‘Als die wonden maar blijven bloeden, kan dat zelfs tot opname in het ziekenhuis leiden. Bovendien poetsen deze mensen hun tanden weinig tot niet, wat ook nog eens de nodige ontstekingen veroorzaakt.’ Niet voor niets krijgt iedere patiënt na behandeling een tandenborstel en een tube tandpasta mee. ‘Je hoopt toch dat de routine alsnog komt.’

Tijdens de kerstdagen in 2008 weekte Rietmeijer zich los van zijn eigen praktijk in Laren voor een kijkje bij Kruispost op de Wallen. De nieuwe tandartspraktijk was niet meer dan een ruime bezemkast, de plek waar de artsen buiten diensttijden hun witte jassen aan een rek hingen. ‘Er was geen operatielamp, geen instrumentarium, helemaal niets.’

Kort daarvoor was hij gevraagd door artsen van Kruispost - of hij geïnteresseerd was in het opzetten van een tandartspraktijk. De zorgplannen voor het nieuwe jaar waren inmiddels uitgekristalliseerd: illegalen van boven de 22 jaar zouden hun behandeling niet meer kunnen declareren bij het College voor zorgverzekeringen. Daarmee verwachtte Kruispost een toeloop van illegalen, verlegen om tandartshulp.

Dus betrok Rietmeijer de veredelde bezemkast om één keer in de maand op vrijdagmiddag de Amsterdamse ‘papierlozen’ te helpen bij acute pijn. ‘De rest van de tijd werkte ik nog in mijn eigen praktijk. Zoiets moet je eigenlijk niet ophangen aan één man. Als ik ziek was geworden, hadden we een probleem gehad.’

Maar het ging goed. De eerste maanden behandelde hij zo tien mensen op een middag, op de voormalige onderzoekstafel van een huisarts. ‘Ik hielp mensen van de kiespijn af, maar vervolgens ging ik aan het einde van de dag met pijn in de rug naar huis.’

Toen begin 2010 zijn pensioen in zicht kwam, kwam meer tijd vrij voor Kruispost. Als adviseur van Dental Health International Nederland en voorzitter van het Ivoren Kruis had hij gehoord van het magazijn in Linschoten waaraan tandartsen hun oude instrumentarium doneren. ‘Zij hebben ons een tweedehands behandelstoel, röntgenapparaat en boormachine gegeven. Het hokje blijft piepklein, maar alles past erin.’

‘Aaaahhh!’, kreunt Charles nu. De hoektand geeft niet zomaar op, maar met een laatste subtiele ruk krijgt Anne Klein Ovink de tand dan toch los. ‘Kijk eens wat een wortel!’, roept Rietmeijer uit. ‘Blijf maar even liggen, dan gaan we de volgende ook doen.’

Licht trillerig stapt Charles even later uit de stoel. Met grote ogen kijkt hij naar de twee bebloede tanden op het papier naast hem. ‘Goed op het gaasje bijten’, adviseert Klein Ovink hem. ‘En niet spoelen, roken of alcohol drinken vandaag.’ Charles knikt. ‘Dankjewel’, murmelt hij tussen de twee gaasjes in zijn mond door.

Sinds een half jaar loopt Klein Ovink stage bij Kruispost, als onderdeel van haar opleiding tandheelkunde. Dat de mensen met een relatief kleine ingreep ontzettend geholpen zijn, stemt haar tevreden. ‘Maar je moet ook direct een diagnose kunnen stellen, dit ís de praktijk.’In 2010 zijn er twee tandheelkundestudenten en vier ervaren tandartsen bij gekomen. ‘Het merendeel is met pensioen, het is geweldig dat ik kan werken met zulke kundige tandartsen. Zij leren mij de kneepjes van het vak.’

Artsen binnen Kruispost verwijzen patiënten door naar de tandarts, maar ook daarbuiten gaat het bestaan van de tandartsstoel onder de ‘ongedocumenteerden’ als een lopend vuurtje rond. Niet meer één keer per maand op de vrijdagmiddag, maar iedere twee weken op de donderdagmiddag zijn illegalen – op afspraak – welkom in de praktijk. En nu de vergoeding voor illegalen bij het College voor zorgverzekeringen vanaf 2011 al bij negentien jaar stopt, zal het in elk geval niet rustiger worden in de praktijk.

De tandartsen zien van alles binnenkomen, dé Amsterdamse illegaal bestaat volgens hen niet. ‘Er zijn mensen die bij het zien van die stoel helemaal in paniek raken – niet heel vreemd als ze bijna nooit gaan. Het zijn zelfs de grote, stevige kerels die op de stoel de ogen dichtknijpen of spontaan beginnen te huilen.’ Evenveel mannen als vrouwen komen langs, in de leeftijd van 22 tot tachtig. Ze spreken Nederlands, Engels, Frans of Spaans en anders nemen ze een tolk mee.

Dat de eerste hulp is voorbehouden aan illegalen, betekent niet dat de behandeling gratis is. ‘De tent moet hier natuurlijk ook draaien. Denk alleen al aan de verdovingsvloeistof die we moeten aanschaffen.’ Dus berekenen de tandartsen voor een consult zonder behandeling vijf euro en voor het trekken van een kies tien euro. Kruispost mag dan wel leunen op vrijwilligers, de directeur is in loondienst. En bovendien, vindt Rietmeijer, is het ook een kwestie van opvoeding. ‘Het leven is niet gratis. Al betalen ze maar een symbolisch bedrag, dan is wel duidelijk: ook de tandarts kost geld.’

De ervaring leert dat het met de betaling meestal wel goed komt. Soms levert het zelfs verrassingen op. Twee keer overkwam het Rietmeijer dat een patiënt twee keer zoveel als nodig betaalde. ‘Ze waren onder de indruk van het werk dat we hier doen. Ze zeiden: ‘Ik heb nu geld, dus betaal ik dubbel, voor iemand anders die het geld niet heeft. Daar vallen je schoenen toch van uit? Echt super dat er zulke mensen rondlopen.’

Net als de andere tandartsen ziet Rietmeijer het vrijwilligerswerk niet als bezigheidstherapie na zijn pensioen. ‘Ik heb genoeg hobby’s. Maar als je voor zoiets gevraagd wordt, dan kun je je kop in het zand steken, of ervoor gaan.’ Het laatste leek hem logischer. ‘De Nederlandse overheid zegt eigenlijk: je bent illegaal, dus je bent hier niet. Maar deze mensen zijn er wel, daar moet je wat mee.’ Laat wel duidelijk zijn: daarmee voelen de Kruisposttandartsen zich nog geen idealistische wereldverbeteraars. ‘Ik weet dat alle patiënten hun geschiedenis en problemen hebben, maar daar bemoei ik me niet mee. Dat moet ook niet, je raakt anders te veel betrokken. Ik help ze met dat waarvoor ze komen: hun gebit.’

auteur: Merel Straathof
Comments