Preek van de week

Hoe wordt er in andere kerken dan die van jou gepreekt? Hier vind je recente preken uit wisselende Amsterdamse kerken.

TIP ! :  Op de website Komt een leek in de kerk brengt een jonge niet-religieuze Amsterdammer een jaar lang verslag uit van zijn bezoek aan steeds een andere kerk in de stad. Heel boeiend om te lezen hoe een 'leek' dat beleeft waar 'wij christenen' zo aan gewend zijn dat het vreemde ons niet meer opvalt. Vooral leuk wanneer jouw eigen kerk onder dit leken-licht komt. En leerzaam...!

Pinksteren. De Geest is uitgestort!!

Geplaatst 25 mei 2015 02:44 door De Stadslamp Amsterdam

Meditatie op Goed Nieuw Radio, zondag 24 mei 2015,
door Jurjen ten Brinke, voorganger van de gemeente Hoop voor Noord, Amsterdam Noord.

Bijbelgedeelte: Handelingen 2:1-11

Pinksteren. De Geest is uitgestort!! Vandaag vieren we het. En er is best een groot verschil tussen Pinksteren en de andere christelijke feesten. Met Kerst, Goede Vrijdag, Pasen en Hemelvaart gaat het om het werk dat de Here Jezus eens en voorgoed heeft volbracht. Maar Pinksteren heeft een ander karakter. Pinksteren is het feest dat doorgaat. Het is een keer begonnen, toen en daar in Jeruzalem, maar het is nog steeds niet afgesloten, het breidt zich uit over de hele wereld. We mogen het Pinkstergebeuren niet beperken tot wat we in Handelingen 2 lezen, nee, heel het boek van de Handelingen spreekt ervan. Telkens weer komt de Geest: in Jeruzalem, in Samaria, in Cesaréa en in Efeze. Wij leven nu in het tijdperk van de Geest. En zo mogen we deze dagen in gaan. Verwachtingsvol naar wat God wil doen! 

Maar er is nog méér. Want de Geest werd uitgestort terwijl er veel mensen in Jeruzalem bij elkaar waren voor het oogstfeest (dat was tot op dat moment het Pinksterfeest). Het feest van de eerstelingen. De eerstelingen van de tarweoogst werden in de tempel gebracht en aan de Here toegewijd. En die eerstelingen hielden de belofte van de volle oogst in! En als de Heer op Pinksteren de Heilige Geest uitstort, worden door het werk van de Geest onder de prediking van de apostelen de eerstelingen van de oogst uit de volken ingezameld. Al op de eerste dag zijn dat 3000 mensen! En zij zijn de zekerheid dat God in deze tijd, de tijd die met Pinksteren is aangebroken, een volle oogst van volken uit de hele wereld zal inzamelen. En daarbij zullen mensen komen uit alle geslachten, talen, natiën en culturen. Als voorganger van een kerk in Amsterdam-Noord zie ik het gebeuren.


Opstanding beloofd

Geplaatst 14 apr. 2015 01:49 door De Stadslamp Amsterdam   [ 16 apr. 2015 02:32 bijgewerkt ]

Pasen 5 april 2015.
Weteringkerk, Amsterdam.
Gabriël Jansen

Lezingen: Ps 118: 5, 15-24; Lukas 24: 1-10, 36-48.

We hoorden in de lezingen wat er zoal gebeurde op die dag. Ik wil er twee dingen uitlichten. 

1 De rol van de vrouwen 

Vrouwen, die van Jezus hielden, gingen naar het graf, om zijn lichaam te verzorgen. Het was allemaal gruwelijk misgegaan. Maar uit liefde komen zij, om Hem te balsemen.
En dan horen zij: ‘Waarom zoekt u de levende onder de doden? Hij is niet hier, Hij is uit de dood opgewekt.”

Vrouwen hebben een unieke rol in de opstandingsverhalen. En trouwens ook bij de lijdensdagen. Zij zijn trouw. Denk aan moeder Maria onder het Kruis. En deze Maria’s hier bij het graf.
Zij zien de opgestane Heer het eerst, en zij gaan het vertellen aan de mannen, de apostelen, waarvan verschillende meer tijd nodig hebben om Hem te kunnen gaan zien. Maria van Magdala wordt eervol genoemd: Apostel voor de apostelen. Boodschapper van de boodschappers. Opnieuw is de vrouw de helper voor de man(nen). (De man is dus hulpbehoevend).
Misschien is dit de spiegel van Genesis hoofdstuk 3, waar Eva de eerste is die gaat praten, aandacht geeft aan de verkeerde persoon, en verleid wordt tot ongehoorzaamheid. (Overigens: haar man stond bij haar, en steekt geen vinger uit om dit te voorkomen.) 

Maar hier, bij het graf, gaan de vrouwen ook aan de praat… met engelen. En hier ontvangen zij door het gesprek, en door de ontvankelijkheid: openbaring, geloof. Een prachtige rehabilitatie van Eva.
Het getuigenis van vrouwen stelde in die tijd weinig voor. Dat blijkt ook uit sommige opstandingsverhalen. Hun getuigenis over de verrezen Heer werd in eerste instantie niet serieus genomen door de mannen. Maar het is Gods aard, Hij heeft er plezier in, om juist datgene dat door de mensen voor minder belangrijk wordt aangezien, te verheffen, en de hoofdrol te geven.

2. de Mensenzoon moest …

En dan, wat zeggen die engelen verder: “Herinner u wat hij u gezegd heeft toen hij nog in Galilea was: de Mensenzoon moest worden uitgeleverd aan zondaars en moest gekruisigd worden en op de derde dag opstaan.”

Ook als Jezus zelf later de leerlingen ontmoet, zoals we hoorden, klinkt hetzelfde:
‘Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.’ 45 Daarop maakte hij hun verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften. 46 Hij zei tegen hen: ‘Er staat geschreven dat de messias zal lijden en sterven, maar dat hij op de derde dag zal opstaan uit de dood,”
Daartussendoor ontmoet Jezus op die dag ook de Emmausgangers. En zegt tegen hen hetzelfde: “Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’ Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten.” 

Daar had ik wel bij willen zijn, bij die Bijbelstudie van Jezus! Maar eigenlijk komen we die studie, ofwel die verwijzingen vanuit de Schrift, dus vanuit het Oude Testament, op vele plaatsen in het Nieuwe Testament ook tegen. Want ze zijn heel belangrijk voor het getuigenis over Jezus. Paulus zal het later zo zeggen:
1 Korinthiers 15: 3-6 NBV:
“3 Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, 4 dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, 5 en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. 6 Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk…”

Waar staat dat dan in het Oude Testament ? Het staat overal!

We hebben gehoord uit Ps 118.
De psalmen 113 t/m 118 worden de Hallel-psalmen genoemd, d.w.z. de Lof-psalmen. (Het woord Halleluja herkennen we er in, Loof de Heer!) Deze werden, in de tijd dat de tempel bestond, door de Levieten gezongen tijdens het brengen van het Pesach-offer. Het maakt onderdeel uit van de vaste gebeden en rituelen waarmee op de sederavond het verhaal van de uittocht uit Egypte verteld wordt. Ze gaan over bevrijding, uitredding uit doodsgevaar. Verlossend ingrijpen van de Heer.
Ik lees nog een stuk uit één van die psalmen, Ps 116. “Gered uit doodsgevaar” staat er boven.
“1 De HEER heb ik lief, hij hoort mijn stem, mijn smeken,
2 hij luistert naar mij, ik roep hem aan, mijn leven lang.
3 Banden van de dood omknelden mij,
angsten van het dodenrijk grepen mij aan,
ik voelde angst en pijn.
4 Toen riep ik de naam van de HEER: ‘HEER, red toch mijn leven!’
5 De HEER is genadig en rechtvaardig, onze God is een God van ontferming,
6 de HEER beschermt de eenvoudigen, machteloos was ik en hij heeft mij bevrijd.
7 Kom weer tot rust, mijn ziel, de HEER is je te hulp gekomen.
8 Ja, u hebt mijn leven ontrukt aan de dood,
mijn ogen gedroogd van tranen, mijn voeten voor struikelen behoed.”

Dan komt de korte Ps 117 (Loof de Heer, alle volken … want zijn trouw is tot in eeuwigheid”), en dan die Ps 118. Ik herhaal daaruit nog de verzen 22-24:
“De steen die de bouwers afkeurden is een hoeksteen geworden.
Dit is het werk van de HEER, een wonder in onze ogen.
Dit is de dag die de HEER heeft gemaakt, laten wij juichen en ons verheugen”

DE dag dus, de ‘dag des Heren’, de dag waar het allemaal om ging.

Maar er is nog veel meer in de Psalmen. Bijvoorbeeld:
Ps 16:10 : U levert mij niet over aan het dodenrijk, en laat uw trouwe dienaar het graf (of: het verderf) niet zien.
Ps 49:16 : Maar mij zal God vrijkopen uit de macht van het dodenrijk, mij zal hij wegnemen.

Of kijken we naar de Profeten, zoals:
Jesaja 25: 6-9 ;
“6 Op deze berg richt de HEER van de hemelse machten voor alle volken een feestmaal aan:
uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal rijk aan merg en vet, met pure, rijpe wijnen.
7 Op deze berg vernietigt hij het waas dat alle volken het zicht beneemt,
de sluier waarmee alle volken omhuld zijn.
8 Voor altijd doet hij de dood teniet.
God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht, de smaad van zijn volk neemt hij van de aarde weg
– de HEER heeft gesproken.
9 Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God! Hij was onze hoop: hij zou ons redden.
Hij is de HEER, hij was onze hoop.
Juich en wees blij: hij heeft ons gered!”

Jesaja 53:10-11 (en lees de rest van dit hoofdstuk voor de context!) :
“Hij offerde zijn leven voor hun schuld,
om zijn nageslacht te zien en lang te leven. En door zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde.
11 Na het lijden dat hij moest doorstaan, zag hij het licht en werd met kennis verzadigd.”

Hosea 6:1-2 :
“1 Kom, laten wij teruggaan naar de HEER! Hij heeft ons verscheurd, hij zal ons genezen; de hand die sloeg, zal ons verbinden.
2 Hij redt ons na twee dagen van de dood, de derde dag doet hij ons opstaan:
in zijn nabijheid zullen wij leven.”

Of het verhaal over die wonderlijke, tegenstribbelende profeet Jona:
Jona 2:1 “De HEER liet Jona opslokken door een grote vis. Drie dagen en drie nachten zat Jona in de buik van de vis.” 
 (Jezus zelf betrekt dit gebeuren op wat er met Hem zal gebeuren. Het zal voor de mensen dan een teken zijn.)

Maar ook nog boven deze “losse” teksten uit - en er zijn er nog véél meer - is de “vingerafdruk” van de opstan­ding, van het leven na en dwars door de dood, te lezen in de Schrift. In de grote verhalen van lijden en verlossing. Wat denk je van aartsvader Jozef! Zijn levensverhaal is één grote voorafbeelding van Jezus lijden, dood en opstanding: De geliefde zoon, die mishandeld, verkocht als slaaf, doodgewaand, vernederd, en verhoogd, zijn broeders kan redden en een plaats voor hen bereiden.

Zo is het hele Oude Testament doordrenkt met de dynamiek van de opstanding. Met hoop na wanhoop, verzoening na straf, genezing na lijden, vernieuwing na het einde, verhoging na vernedering, leven na dood. Als je de Schrift uitwringt dan druppelt er opstanding uit.
Wil je het Oude Testament begrijpen, wil je de grote lijn oppikken? Zoek dan het Nieuwe Testament in het Oude Testament, zoek Jezus in de hele Bijbel. Dan sta je ook in een goede oude traditie. Zo lazen de apostelen, de eerste christelijke schrijvers en de kerkvaders de Schrift ook.

Toepassing
Ik heb vandaag met jullie vooral dit willen doen: een beetje nazoeken wat Jezus zal hebben bedoeld toen Hij dat zei, dat de hele Schrift, Mozes, de profeten, de psalmen, getuigde van zijn lijden, dood én opstanding. Tot versterking van ons geloof.
En wat betekent dan die opstanding van de Heer Jezus voor ons, in ons dagelijks leven? Hoe verandert en hoe bevrijdt dit ons? Ik houd dat nu heel kort (daarvoor hebben we ook die andere 51 zondagen van het jaar…), en citeer alleen een klein gedeelte uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen in Kolosse (Kol 3,1-4):
“Broeders en zusters, als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods. Zint op het hemelse, niet op het aardse. Gij zijt immers gestorven en uw leven is nu met Christus verborgen in God. Christus is uw leven, en wanneer Hij verschijnt zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijk­heid.

De liederen die we vandaag zingen verkondigen ons de opstanding van de Heer. En óók wat dat voor ons betekent. Laten we dan zingen met wijd open oren.

Amen.

Leven door de opstanding

Geplaatst 14 apr. 2015 01:23 door De Stadslamp Amsterdam   [ 14 apr. 2015 01:24 bijgewerkt ]

VERKONDIGING op 5 april 2015, Eerste Paasdag, in Kerk van Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans te Amsterdam
door pastor Pierre Valkering

Gelezen: uit het boek der Handelingen van de Apostelen (10, 34a, 37-43), de brief van de heilige apostel Paulus aan de
christenen van Kolosse (3, 1-4) en uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes (20, 1-18).

Dé ultieme Brabantse Maria-kapel: die van Westelbeers in de Kempen. De kapel is
witgekalkt, staat aan de rand van het bos, tussen geboomte en, zoals ze dat daar zeggen,
'aan de stroom': het riviertje de Beerze. Dicht erbij is ook een weg, gelukkig een redelijk
rustige. Op de achterkant van de kapel staat in grote cijfers het jaartal '1637' geschilderd. Het
vermoeden bestaat echter dat er op dezelfde plek ook daarvoor al een kapel stond.
Een deur is er niet meer. Die is er wel ooit geweest, want je ziet de scharnierpunten nog
zitten. Mensen kunnen er dus altijd in, dag en nacht, en dat gebeurt ook zegt de beheerster
van de kapel.1 Binnen is het donker. Er is geen electrisch licht - gelukkig. In deze tijd van het
jaar is het er ook kil en vochtig. De kapel heeft iets van een grafkamer, van een open graf.
Maar er staat natuurlijk een Mariabeeld, door kaarsen verlicht, een beeld naar achttiende
eeuws model, van ongeschilderd hout. Een beter beeld bestaat niet. Eronder is een richel en
daarop staan bidprentjes met foto's ván en teksten óver gestorven mensen, van oude
mensen, maar ook van jonge mensen.

Mijn oog werd getrokken door de foto van een knappe jonge man met een vriendelijk, een
heel aangenaam gezicht. Niek van den Broek heette hij. Negentwintig is hij geworden.
Ik lees: "Afgelopen zondag, een mooie lentedag. Niek en zijn vrienden keren terug van het
mountainbiken, één van zijn passies. Ze gaan uit elkaar, een laatste groet nog. Dan voltrekt
zich een drama. Ondanks de geweldige inzet van veel mensen is het een verloren strijd. Als
het bericht van zijn dood ons bereikt stort onze wereld in."
"Een lieve, bescheiden jongen. Zorgzaam, slordig ook, soms eigenwijs, eerlijk en met een
hart van goud. (...) Niek had voor iedereen oprechte aandacht. Met weinig woorden raakte hij
vaak de kern."
"De toekomst zag er zo zonnig uit. Niek ontwikkelde zich de afgelopen jaren met hart en ziel
tot biologische boer. Op een dag zou hij de boerderij overnemen. Opa zei het zo treffend: "Hij
groeide zo mooi in het bedrijf."
Hij was actief in de Youth Food Movement en speelde trompet in het dweilorkest van de
carnavalsvereniging. En: "De bijbel en de koran lagen op zijn nachtkastje." Want: "Niek was
zeer geïnteresseerd in de diepere redenen van het bestaan" - zo schrijven zijn
nabestaanden, ik denk zijn moeder, op dat bidprentje.

Foto en tekst grepen mij aan. Over de koran ga ik niet, maar wel over de bijbel. We hebben
er zoëven uit horen voorlezen: uit het boek der Handelingen van de Apostelen, uit de brief
van de apostel Paulus aan de christenen van Kolosse en uit het Johannes-evangelie. Drie
lezingen waarin op drie verschillende wijzen wordt beweerd en getuigd dat de op het kruis
vermoorde Jezus niet in de dood gebléven is, maar daaruit verrezen is. Dat Hij is opgestaan.
In de Handelingen is er sprake van "getuigen (...) die met Hem (Jezus) gegeten en
gedronken hebben na zijn opstanding uit de doden." In de evangelietekst hoorden wij hoe de
leerling van wie Jezus hield ná Petrus het graf waarvan de steen voor de opening is
weggehaald, hoe hij dat graf binnengaat. En dan staat er: "Hij zag en kwam tot geloof." En
Maria van Magdala ontmoet die geheimzinnige "tuinman" - die haar naam noemt en dán
herkent zij Jezus. In de Kolossenzenbrief tenslotte komen wij zelf ook heel duidelijk in het
vizier waar Paulus schrijft: "Als u met Christus ten leven bent gewekt." Daar wordt dus
geïmpliceerd dat, hoewel zogenaamd 'in leven', ook wij eigenlijk dood waren, maar dat de
verrezen Christus in Zijn kielzog ons in Zijn verrijzenis als het ware meeneemt, meetrékt. "U
bent met Christus verborgen in God" staat er vervolgens - alsof wij bomen zouden zijn die
hun wortels in de hemel hebben en die van daar uit groeien en op aarde aanwezig zijn. Een
prachtige gedachte is dat.
Dierbare gasten en parochianen, wat betekent het allemaal? Wat is er met Jezus gebeurd?
En wat betekent wat er met Jezus is gebeurd voor Niek, voor de plotseling gestorven jonge
boer met het hart van goud en de bijbel op z'n nachtkastje? Wat betekent het voor je eigen
lieve en minder lieve doden? Wat betekent het in verband met je eigen dood die ooit, vroeg
of laat, komen zal? Terwijl ik deze vragen stel, denk ik aan woorden van Paulus in zijn eerste
brief aan de christenen van Korinthe. Ik citeer:
"Als er geen opstanding van de doden bestaat, is ook Christus niet opgestaan. En als
Christus niet is opgestaan, dan is onze prediking zonder inhoud en uw geloof leeg. (...) Als
de doden niet verrijzen, is ook Christus niet verrezen, en als Christus niet is verrezen, is uw
geloof waardeloos (...) Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben
gevestigd, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen." (15, 13-17)
Voor Paulus, met andere woorden, staat óf valt ons christelijk geloof dus met die verrijzenis
of opstanding. Maar dan is de vraag: kun jij jezelf daar aan overgeven, je daar aan
gewonnen geven, aan dat geloof in die verrijzenis of opstanding? Kun jij zeggen: Ja, daar
geloof ik in? Want daarmee staat of valt het dus. Daarmee sta of val jij - in elk geval als
gelovige.
Ik was gedurende de afgelopen veertigdagentijd in Brabant vanwege een zogenaamde
dertigdaagse retraite in de traditie van Sint-Ignatius, de stichter van de jezuïetenorde,
dezelfde orde waartoe ook paus Franciscus behoort. Dertig dagen lang in stilte mediteren
aan de hand van bijbelteksten en eenmaal per dag daarover spreken met degene door wie je
begeleid wordt. In mijn geval was dat een dame, de psychotherapeut en geestelijk
begeleider Tineke Renkema, een zeer weldenkende, wijze en liefderijke vrouw. Als je op
youtube haar naam intikt, dan kom je meteen bij een heel mooi kort filmpje2 waardoor je een
goede indruk krijgt van haar persoon en waarop zij een aantal behartigenswaardige dingen
zegt. Zo zegt ze daar bijvoorbeeld:
"Wij gaan allemaal fysiek dood." En dan begint ze nota bene te lachen. En dan spreekt ze
over Christus die lijden en liefde bijeenhoudt, terwijl wij de neiging hebben om dat uit elkaar
te leggen. En dan zegt ze: "Daar zal ik ook op worden beproefd. Ik kan dat nu mooi zeggen,
maar uiteindelijk is dat wat als de nácht echt komt of als het crisistijd wordt, dan zal het hier
om gaan: of ik het bijeen kan houden, lijden en liefde, zoals Hij dat deed." Haar mooiste
woorden op dat filmpje vind ik deze: "Dat je uiteindelijk wel doodgaat, maar dat je er niet aan
dood hoeft te gaan."
Ja veelgeliefden, zo'n vrouw als deze Tineke Renkema, wie zij is en wat zij zegt, zo iemand,
zij, incorporeert, belichaamt voor mij een vertrouwen dat verder reikt dan de dood en dat de
dood achter zich laat. Jezus zelf is van dat vertrouwen voor ons, Zijn kerk, Hij is daarvan de
oergestalte, de hoeksteen. Maar je ziet in de het evangelie hoe Maria van Magdala en de
leerling van wie Jezus hield en houdt (vul je eigen naam daarbij maar gerust in); je ziet aan
hen hoe zij dat vertrouwen van Jezus als het ware overnemen en op hun eigen beurt óók
gaan incorporeren, belichamen. Jezus reikt hen dat vertrouwen vanaf de andere kant van de
dood als het ware gewoon aan. Vanuit de werkelijkheid, de omstandigheden en de plaats
waar Hij als verrezene zich nu bevindt wil Hij dat vertrouwen in ons blijven voeden. De prins
der apostelen Petrus was wel haantje..., já 'haantje' de voorste: Petrus kwam wel als eerste
bij het graf áán en ging er als eerste binnen, maar bij hém viel het kwartje nog niet
onmidddelijk. En dát mag dus ook. Als je zelf als gelovige een enigzins trage leerling bent,
dan kun je bij zo'n Petrus daarin misschien steun vinden. Voor mij geldt dat. Maar Petrus is
voor mij dan ook mijn grote naamgenoot, van wie ik mijn eigen naam, Pierre, héb. Bij Petrus
voel ik mij altijd enorm thuis.
En ik denk, veelgeliefden, om thuis-zijn, om thuis-raken, om thuis-komen gaat het. Maria,
Maggy en Tineke, Niek, Francesco en Peter, of hoe je ook maar heet, allemáál worden we
uitgenodigd om thuis te raken, om thuis te komen, om thuis te zijn bij God, aan déze én aan
de andere kant van de dood. Ik wens iedereen hier toe dat hij of zij in staat mag zijn om, op
eigen wijze, Jezus' Godsvertrouwen te incorporeren, om daar gestalte en gezicht aan te
geven. Ik wens u allen een Zalig en stralend Pasen. Amen.

Het bloed van Jezus

Geplaatst 27 mrt. 2015 11:50 door De Stadslamp Amsterdam   [ 27 mrt. 2015 11:52 bijgewerkt ]

Pinkstergemeente Amsterdam, gebouw Keerpunt. Buitenveldert. 1 maart 2015
Spreker: pastor Harry Zijlstra
Thema: Het bloed van Jezus
Bijbeltekst: Exodus 12:19-24, Mattheüs 26: 26-27, 1 Korinthiërs 5:7, Romeinen 3:23-25

LUISTER PREEK
(Om de preek te downloaden en later de beluisteren, klik met de rechtermuisknop op de link en kies in het menu wat open gaat op: link opslaan als..)

Jezus in de tempel

Geplaatst 12 jan. 2015 03:37 door De Stadslamp Amsterdam

Preek over Lucas 2: 21-40
gehouden in de Westerkerk op 28 december 2014
door ds. Jan Offringa

Jezus in de tempel

‘De Messias zien en dan sterven’. Dat is de variant van Simeon op het
ons bekende adagium: ‘Rome zien en dan sterven’. Het origineel schijnt
trouwens over een andere stad te gaan: ‘Napels zien en dan sterven’.
Maar ik kan u verzekeren dat Rome heel wat meer in huis heeft. Rome is
toch wel – na Amsterdam natuurlijk ‒ de mooiste stad van Europa.
Trouwens, ook deze Simeon woont in een bijzondere stad, in Jeruzalem.
Daar in de tempel begroet hij het kind Jezus met zijn ouders. En zoals
iemand op zijn sterfbed kan wachten tot ook het laatste kind afscheid
heeft genomen, zo is hiermee voor Simeon het leven voltooid. ‘Heer, laat
me nu maar in vrede heengaan’. Ook voor Lucas als evangelist is
daarmee de cirkel rond. Zijn geboorteverhaal eindigt zoals het begint:
met twee oude mensen. Aan het begin staan Zacharias en Elisabeth, die
op hoge leeftijd een kind krijgen, en aan het slot staan Simeon en Hanna
met hun profetieën. Op die manier krijgen verschillende generaties een
plek bij Lucas. Want ondertussen zijn er twee baby’s geboren, Johannes
de Doper en Jezus, en hebben we ook een stel jonge ouders ontmoet:
Jozef en Maria. Zo komen er drie generaties voorbij, en zijn ook beide
seksen volop betrokken in dit gebeuren. Ja, vrouwen spelen hier in het
evangelie minstens zo’n belangrijke rol als mannen. Kijk alleen maar
naar de hoofdrol, die is duidelijk voor Maria. Zij is een toonbeeld van
overgave en vertrouwen, zij zingt te midden van Zacharias en Simeon
het hoogste lied. Al krijgen we hier ook te horen dat er een zwaard door
haar ziel zal gaan. De weg die Jezus gaat zal diepe sporen trekken in
haar leven.

Opvallend is de joodse kleur van wat Lucas beschrijft. Alles wat gebeurt,
geschiedt volgens de Thora, de wet van de Heer. Op de achtste dag
wordt Jezus besneden, zoals elke joodse jongen. En rond de veertigste
dag komt Hij met zijn ouders naar de tempel, voor twee dingen tegelijk.
Het kind wordt toegewijd aan de Heer, zoals opgedragen wordt in het
boek Exodus. En voor de reinheid van zijn moeder – ook dat was destijds
van belang ‒ wordt een offer gebracht: twee duiven, zoals
voorgeschreven in het boek Leviticus. Rijken doen meer, zij offeren een
jonge ram, tezamen met één duif. Maar voor arme mensen zijn twee
duivenjongen voldoende. Een teken dat Jozef en Maria inderdaad tot de
eenvoudige, arme joden behoren. Beide zijn toegewijd aan God en leven
naar de Thora, net als Zacharias, net als Simeon. Zo laat Lucas op zijn
manier zien dat de komst van Jezus geen breuk betekent met het
jodendom, maar een vervolg. Het is zoiets als een nieuwe fase in de
geschiedenis, met een beslissende doorbraak naar alle volkeren. Wat
God dus ooit met Israël begon, dat beperkt zich niet langer tot dit volk
maar staat nu open voor alle mensen wereldwijd. De deur die binnen het
jodendom af en toe al op een kier stond, zwaait met Jezus wijd open
naar heel de mensheid. Jood en heiden, man en vrouw, jong en oud,
iedereen mag zich op gelijke wijze een kind van God weten. Die
boodschap klinkt door in het loflied van de oude Simeon: in Jezus zal
Israël stralen als nooit te voren, en tegelijk gaat er in hem een licht op
voor alle andere volken. Voor heel de wereld breekt dus een nieuwe
toekomst aan.

Lees deze preek hier verder 

Adieu God... welkom kerkverlater!

Geplaatst 3 dec. 2014 05:44 door De Stadslamp Amsterdam   [ 3 dec. 2014 05:46 bijgewerkt ]

VERKONDIGING op 23 november 2014, hoogfeest van Christus koning van het heelal, in de kerk van Onze Lieve Vrouw van de
Allerheiligste Rozenkrans te Amsterdam,
door pastor Pierre Valkering

Gelezen: uit het boek van de profeet Ezechiël (34, 11-12.15-17), Psalm 23 (1-2a.2b-3.5-6), de eerste brief van de heilige
apostel Paulus aan christenen van Korinthe (15, 20-26.28) en uit het heilig evangelie volgens Mattheüs (25, 31-46).

"Ik zal omzien naar mijn schapen en ze in veiligheid brengen, hoe ver ze ook afgedwaald zijn
ten gevolge van mist en nevel. Ik zal mijn schapen weiden, ik zal ze laten rusten (...). Het
vermiste schaap ga ik zoeken, het verdwaalde breng ik terug, het gewonde verbind ik, het
zieke geef ik weer kracht en het gezonde en sterke blijf ik verzorgen. Ik zal ze laten weiden
zoals het behoort."
Aldus sprak, op dit hoogfeest van Christus koning van het heelal, in de eerste lezing de
profeet Ezechiël.
En afgelopen vrijdag waren de pastores van ons bisdom in Heiloo op uitnodiging van
bisschop Punt en zijn staf bijeen bij het heiligdom van Onze Lieve Vrouw ter Nood. Wij
werden daar toegesproken door en gingen in gesprek met de televisiepresentator en
programmamaker Tijs van den Brink. Voor de EO maakt hij onder andere het programma
Adieu God? Daarin interviewt hij meer of minder bekende Nederlanders die in hun leven
afscheid hebben genomen van het geloof in God en van de kerk. Waarom hebben zij dat
gedaan? Hoe kijken zij op God, geloof en kerk terug? En hoe staan ze nu in het leven? Heeft
het nog iets te maken met wat ze van geloof en kerk hebben meegekregen?

Dat was een interessante middag...

Tijs begon zijn voordacht aldus:

"Soms gaan mensen uit elkaar. Dat is meestal verdrietig. Ik voel me vandaag een beetje als
een vriend van een man die zijn vrouw heeft verlaten. U, de Rooms-Katholieke Kerk, bent in
dit beeld de verlaten vrouw. Mijn vriend, uw man, heeft u om verschillende redenen verlaten.
(...) (En) kennelijk wilt u van mij weten wat u kunt leren van het vertrek van uw man. Dat
maakt mij op voorhand hoopvol. Kennelijk vindt u het niet leuk dat uw man, of eigenlijk uw
voormalige parochianen/kerkgangers zijn vertrokken. En u bent niet alleen boos op hem of
haar, nee, u wilt echt weten hoe het met hem of haar gaat en waarom hij/zij is weggegaan.
Om te voorkomen dat er nog meer mannen en vrouwen weggaan. En misschien wel met een
klein beetje hoop dat de weggelopen man of vrouw ooit weer terugkomt."

"Wat ik (...) met u wil doen is de lessen die ik geleerd heb in de gesprekken die ik de
afgelopen jaren gevoerd heb met de ruim veertig kerkverlaters tegen u aanhouden. In de
hoop dat u er iets aan heeft."

Afgelopen september, vertelde Tijs van den Brink, was er in een flat in Diemen een
ontploffing. Er was een gaslek. Mensen stonden met z'n allen verbijsterd op straat. Er werd
onderdak voor hen geregeld en de oorzaak van de ontploffing werd gevonden en opgelost.
Maar toch wilde een deel van de mensen niet terug naar huis. Want: ze vertrouwden het niet
meer. Hun huis was hun huis niet meer. Iets dergelijks is er aan de hand met mensen die de
kerk hebben verlaten aldus Tijs: Ze vertrouwden dat huis, de kerk, niet meer... Waarom niet?

Hij onderscheidde vanuit zijn gesprekken met kerkverlaters drie voornaamste redenen die ik
nu graag met u wil doornemen:

"Allereerst" zei hij, "zijn daar (de) domme medegelovigen. (...) Zowel priesters/pastoors/
bisschoppen/dominees/ouderlingen als leken zeggen soms dingen die mensen zeer kunnen
kwetsen. Zaken die maken dat mensen zeggen: mij niet meer gezien. Als dit de kerk is, als
dit gelovigen zijn... Toen de moeder van de voetbalpresentator Harry Vermeegen op 52-
jarige leeftijd stierf had de pastoor het toch over God die goed is. En de seksuologe Goedele
Liekens zat vanaf haar twaalfde op een internaat. Daar werd ook Monopoly gespeeld. Tot
verontwaardiging van de jonge Goedele speelde één van de nonnen vals. De lessen die Tijs
van den Brink uit deze beide voorbeelden leerde waren deze: (1) "Als je als christen, katholiek
of protestant, vals speelt, dan kan dat leiden tot kerkverlating." Dus: "Gewoon niet meer
doen, valsspelen." En (2), in verband met die jong-gestorven moeder: Je kunt als kerk de
goede boodschap op een totaal verkeerd moment brengen. Want, natuurlijk, God is goed.
Dat is wat wij geloven. Maar... als jouw moeder sterft terwijl ze nog maar 52 is, dan wil je díe
boodschap niet horen. Dan wil je alleen maar horen: Dit is vreselijk. Het klopt niet. Het mag
niet. Dit is onrecht.

Dit was reden één van/voor de kerkverlating die Tijs van den Brink ontdekte: de domme
medegelovigen.

Reden twee: "Veel mensen zijn afgehaakt doordat ze gewoon niet meer uit de voeten
kunnen met God. (...) Mensen dachten dat God hen zou beschermen. Dat God hen zou
bewaren voor alle kwaad, dat God als een muur rondom hen zou zijn, dat God voor en
achter hen, naast hen en onder hen zou zijn." Maar ze kwamen van een kouwe kermis thuis.
Tijs gaf hierbij de voorbeelden van de vader van de presentator Jochem van Gelder die zo'n
beetje Gods rechterhand was, maar toch een herseninfarct kreeg. En Youp van 't Hek kon en
kan het lijden van mensen in de wereldoorlogen niet rijmen met God. Tijs zei hierover: Ja,
het is waar: "Wat er gebeurt in je leven is soms niet te rijmen met de goedheid van God waar
wij (...) hartstochtelijk in geloven." "Dit zijn moeilijke vragen die we (...) hier met elkaar niet
oplossen. Er wordt al eeuwen over nagedacht en we komen (er) niet echt verder (mee).
Misschien is dat ook niet erg, misschien hoort dit soort vragen bij het mysterie van het leven.
Maar dan is het wel belangrijk dat we dat af en toe expliciet tegen elkaar zeggen! Dat we
geloven dat God goed is, maar dat we dat natuurlijk lang niet altijd zien. En dat we God lang
niet altijd snappen. Ik heb geen idee waarom de moeder van Harry Vermeegen op 52-jarige
leeftijd overleed. (En) weten wij waarom God niet ingreep toen zijn volk werd uitgemoord in
de concentratiekampen? Ik weet het niet" aldus Tijs van den Brink. "(En) als u het wel weet
moet u het zegggen. Maar vermoedelijk weet u het ook niet. (Maar) ik denk dat het goed is
dat u dat dan ook af en toe zegt. (...) Doe niet alsof het simpel is. want dan haken mensen af.
Dan lekt het dak, om in de beeldspraak van Diemen te blijven."

Dit was de tweede reden voor de kerkverlating die Tijs noemde: niet meer met God uit de
voeten kunnen.

En dan tenslotte reden drie: "De regels van de kerk en dan met name op seksueel gebied."
De arabiste Petra Stienen vertelde in Adieu God? hoe ze werd gedwongen om het vormsel
te doen. En Marlies Dekkers vertelde dat de pastoor langs kwam om te zeggen dat er kinderen
moesten komen en dat de kerk vindt dat er "niks mag qua seks". Ten overstaan van
bisschop, hulpbisschop en de diocesane clerus zei Tijs van den Brink: "Wij - katholieken en
protestanten - zijn erin geslaagd seksualiteit tot een probleem te verheffen in plaats van een
gave van God. (...) Het beeld van de kerk is: daar zijn ze tegen seks." "Wat moeten we
daarmee? Ons als het gaat om de seksuele moraal maar gewoon aanpassen aan wat
'normaal' is in deze tijd? Dat geloof ik niet", aldus Tijs. "Maar we moeten ons tegelijkertijd
realiseren dat we leven in een tijd waarin de meeste mensen zich niet(s) laten gezeggen - en
al helemaal niet door de kerk. iedere poging om de seksuele moraal te veranderen door
vanaf de zijkant te roepen, zal falen en slechts hoon oproepen is mijn inschatting."

"De vraag die kerken en gelovigen zich moeten stellen is: hoe kunnen we iets voor mensen
betekenen, hoe kunnen we mensen dienen? Heersen over mensen - dat hebben we in het
verleden gedaan. (...) Goddank kan dat niet meer. (Maar) hoe dienen we (nu dan) mensen
die op zoek zijn naar zingeving, naar iets betekenen voor een ander, (mensen die) misschien 3
zelfs (op zoek zijn) naar God? Hoe dienen we die mensen, ook als ze andere opvattingen
hebben dan u over samenwonen, over hertrouwen, over homoseksualiteit - noem de hete
hangijzers maar op. Doen we dat door de regels strikt te handhaven, door tucht toe te
passen, door mensen te weren van communie en avondmaal?" "Ik zou daar zeer terughoudend
in zijn" zei Tijs van den Brink tegen bisschop, hulpbisschop en diocesane clerus, want:
"Wie bent u dat u iemand die zelf verlangt naar gemeenschap met God door brood en wijn,
daarvan weg te houden?"

"Ik geloof dat God een God van vrijheid is" zei Tijs. "Dwang, heersen, de baas spelen - het
past niet bij het geloof (...) Dienen, naast mensen staan, samen zoeken naar God en naar
elkaar, dat is de taak van een kerk, van een geloofsgemeenschap."

"Uw ex is klaar met domme uitspraken van u en de uwen. Uw ex is in sommige gevallen
klaar met God, in ieder geval met God die zegt dat hij liefde is maar niet voorkomt dat er
verschrikkelijke dingen gebeuren. Uw ex baalt van uw regels over seks. En uw ex wil dat u
niet meer over hem of haar heerst."

"Is uw ex daarmee totaal van God los? (...) Dat verschilt per persoon. (...) Youp van 't Hek
analyseerde dat zijn pleidooien voor meer hulp aan de Derde Wereld zijn ingegeven door zijn
katholieke jeugd. Goedele Liekens vertelde dat haar ambassadeurschap van Unicef een
rechtsreeks voortvloeisel is uit haar opvoeding. Ronald Plasterk vindt kerkdiensten nog altijd
prachtig. Jochem van Gelder is stiekem gaan bidden in een kapelletje toen zijn kind ziek
was. Harry Vermeegen hoopt stiekem dat zijn moeder vanuit de hemel meekijkt. Diederik
Stapel zou heel graag kunnen geloven. En Marga Bult vindt nog steeds rust in de kerk." "Er
zijn (dus) nog contacten, aanknopingspunten." "Als ik u was zou ik op zoek gaan naar wat u
voor de kerkverlater kunt betekenen." "Misschien kunt u, ik suggereer het maar" (Tijs van
den Brink) exitgesprekken gaan voeren met mensen die u verlieten. Wie weet helpt het, wie
weet raakt u weer in gesprek. Wie weet ontdekt u dat u nog dingen moet belijden aan de
kerkverlaters, of zij aan u."

"Hoe lang het duurt voor u het vertrouwen heeft teruggewonnen van de kerkverlaters en het
vertrouwen heeft versterkt van de mensen die er nog zijn (dat gaat dan over u; - want al die
vragen van de kerkverlaters, daar zitten u en ik natuurlijk ook mee); hoe lang het duurt tot we
dat vertrouwen hebben teruggewonnen dat weet ik niet" zei Tijs. Ik weet wel dat de flatbewoners
van de flat in Diemen, voorzover bekend, uiteindelijk allemaal weer in hun woning zijn
teruggekeerd." "Wat ik u wil meegeven is: probeer het eens. De mensen die de kerk vaarwel
zeggen niet zien als slechte mensen die verkeerde keuzes maken, maar als zielen die hun
huis kwijt zijn."

Tot zover, dierbare gasten en parochianen, de voordracht die Tijs van den Brink afgelopen
vrijdag hield voor de pastores van ons bisdom en die ik hier wel zeer royaal heb
weergegeven. Waarom? Omdat ik ervan overtuigd ben dat waarover hij sprak alles te maken
heeft met het zoeken van het vermiste schaap, het terugbrengen van het verdwaalde, het
verbinden van het gewonde, het kracht geven aan het zieke, het verzorgen van het gezonde
en sterke en het laten weiden zoals het behoort waarover Ezechiël sprak. En ook alles met
te eten geven aan de hongerige, het te drinken geven aan de dorstige, het opnemen van de
vreemdeling, het kleden van de naakte, het bezoeken van de zieke en de gevangene
waarover Jezus vandaag sprak. Mogen we er op eigen wijze allemaal iets van waarmaken
en iets mee doen. Amen.

Feestmaal of hamburger

Geplaatst 19 okt. 2014 02:58 door De Stadslamp Amsterdam

Achtentwintigste zondag door het jaar.
RK kerk de Krijtberg
voorganger: Nikolaas Sintobin sj

Gelezen: Jesaja 25,6-1Oa Filippenzen 4,12-14.19-20 Matteüs 22,1-14 of 22,1-10

Sommige mensen houden er merkwaardige gewoontes op na. Ze zijn specialist om zichzelf
op recepties en feesten zonder uitnodiging binnen te smokkelen. Ze horen er helemaal niet
thuis. Dat belet hen niet om lekker te eten en te drinken, op kosten van hun onbekende
gastheer of gastvrouw. Anderen hebben een voorkeur voor heel selecte feestjes; in het
bijzonder van staatshoofden of andere beroemdheden. Ze zorgen er dan voor dat ze op de
foto komen met die BN’ners of andere sterren. Sommigen gaan zover dat ze er een heuse
collectie van maken en dat ze die foto’s meteen doorspelen aan de pers.

De vergelijking die Jezus ons vandaag aanbiedt gaat over zo’n feest in hoge kringen. Er is een
koning die uitnodigt voor de bruiloft van zijn zoon. Het verloop van het feest is onverwacht.
Zowel de houding van de koning als die van de oorspronkelijke gasten roepen heel wat
vragen op. Waarom vertikt die eerste groep gasten het om naar de bruiloft te gaan. Ze
moeten toch beseffen dat het een heel bijzonder, een koninklijk feest zal zijn. En wat dan te
denken van het feit dat uiteindelijk de koning zo ongeveer iedereen gaat uitnodigen,
“slechten zowel als goeden”?

We weten het, het Evangelie van Jezus strijkt tegen de haren in. Ook tegen onze haren.
Inderdaad, achter de weigering van de eerste groep gaat een boodschap schuil die ook tot
ons gericht is. Een confronterende boodschap. Immers, zijn wij wel zo verschillend van die
eerste serie genodigden? 

Ik heb het niet over de theorie. Wel over de praktijk. Het deelnemen aan de bruiloft waartoe
God uitnodigt gaat over het daadwerkelijk leven in verbondenheid met Hem. De eerste
groep genodigden zijn diegenen die volgens de traditonele criteria het makkelijkst toegang
zouden moeten hebben tot die nabijheid met God. Daar maken wij, mensen die hier
eucharistie vieren, deel van uit. 

Welnu, eigenlijk stelt Jezus ons in deze parabel de vraag of wij wel echt verlangen zijn
Eucharistie te vieren. Of wat wij dag in dag uit wel en niet doen niet soms doet vermoeden
dat wij eigenlijk andere prioriteiten hebben. Hoe godsverbonden leven wij? Nemen wij
voldoende tijd voor gebed? Hoe beleven wij het gebod van de naastenliefde, in onze
omgeving, op ons werk, naar armen …? Hoe gaan wij om met de evangelische raden van
armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid? 

Kan het zijn dat wij ons soms gedragen als de heilige Augustinus die op een bepaald ogenblik
schreef: “Heer, geef mij de genade van de zuiverheid, maar nu nog niet!.” Kan het zijn dat we
nogal eens uitstelgedrag vertonen en zo onze kostbare en schaarse levenstijd eigenlijk
verkwisten?

Zo ja, beseffen wij wat daar de gevolgen van zijn. Het betekent immers, noch min noch
meer, dat wij de allergrootste vreugde, die van het evangelisch leven, aan ons voorbij laten
gaan. Dat wij, de facto, eerder dan te genieten van belegen wijnen en van die allerbeste
spijzen waar Jesaja het over heeft, ons tevreden stellen met een lauwe hamburger en een
beker cola van bij Mac Donald.Moeten wij nu schrik gaan krijgen? Spreekt deze parabel ons over een jaloerse en straffende
God? Integendeel. De parabel leert ons namelijk dat er een nieuwe kans wordt geboden. En
waarom niet, ook een derde en een vierde. Aan de goeden, maar ook aan de slechten. Aan
iedereen dus. Ook aan wie er, om welke reden dan ook, niet voor in aanmerking lijkt te
komen. Dat is het Koninkrijk dat Jezus ons aankondigt. Dat is het feest waarop Hij ons,
steeds weer, uitnodigt.

Vraag is natuurlijk hoe wij echt uit onze lauwheid kunnen ontwaken, ook na de eerste en de
daarop volgende koude douches? Is de vreugde van het Evangelie dan enkel maar
voorbehouden voor de stevige persoonlijkheden die door hun sterke wil op het juiste pad
blijven en niet afdwalen op zijwegjes?

Neen. Gelukkig niet. Er is immers een Verlosser. Iemand die naar ons toekomt om ons bij de
hand te nemen. Om samen met ons naar de bruiloft te gaan. Of je nu een officiële
uitnodiging hebt gekregen of niet. Dat is wat Paulus ons zegt in zijn brief aan de Filippenzen:
“Mijn God zal met goddelijke rijkdom in al uw noden voorzien door u de heerlijkheid te
schenken in Christus Jezus.”

In zijn Geestelijke Oefeningen nodigt Ignatius vaak uit om een 3-voudige genade te vragen:
”Jezus beter leren kennen, om meer van Hem te houden en om Hem beter na te volgen.”

Aan de vooravond van de bijzondere synode over het gezin riep Paus Franciscus de
synodevaders op om hun ogen gericht te houden op Jezus. Jezus is onze redder. Gisteren,
vandaag en morgen. Broeders en zusters, wij hebben reden om dankbaar te zijn. Wij
hebben reden om eucharistie te vieren. Om aan te schuiven aan het banket van de hemelse
Koning!

Met je tijd meegaan

Geplaatst 20 sep. 2014 13:44 door De Stadslamp Amsterdam

Zondag 21 september 2014 (25e zondag door het jaar). 
Augustinuskerk, Buitenveldert.
pastor Ambro Bakker s.m.a. (Deken van Amsterdam)

Lezingen: Jesaia 55:6-9 en Matteüs 20:1-16a

Altijd voor God. Alle tijd voor God. Wat is tijd? In het woordenboek vind je vele spreekwoorden en gezegdes die met het woord ‘tijd’ te maken hebben. Hier volgen er enkele: de tand des tijds doorstaan; de tijd gaat snel gebruikt hem wel; de tijd slijt alles; over tijd zijn; bij tijd en wijle; zijn tijd vooruit zijn. Die broek is uit de tijd. Je moet van tijd tot tijd met je tijd meegaan. Dat wordt eens tijd. Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Niemand sterft voor zijn tijd. Hij praat de hele tijd over zichzelf en neemt daar de tijd voor!. Het heeft in tijden niet zo geregend. En iedereen weet intussen dat er goede en slechte tijden zijn. En je kunt bij de tijd zijn en er de tijd voor nemen. Je neemt er alle tijd voor, altijd.

Wat is tijd? God geeft ons elke dag opnieuw 1440 minuten. En dat week-in, week-uit, jaar-in, jaar-uit. En hoeveel moeite kost 't ons niet Hem elke dag 5 minuten terug te geven! God geeft ons elke week maar liefst 168 uur. En hoeveel moeite kost 't ons niet om Hem op zondag daarvan één uur terug te geven? Want we hebben 't allemaal zo druk. Met alles en nog wat houden we ons bezig. Stress beheerst ons leven. En we laten ons willens en wetens meeslepen. We leven niet meer voor de dag van vandaag, maar we leven blijkbaar alleen maar ‘met het oog op morgen’.

‘Geen tijd’ horen we dagelijks. Agenda's zijn overvol. Zelfs agenda's van jonge kinderen. Vanavond naar gym, morgen voetballen, overmorgen zwemmen, vervolgens paardrijden of tennissen en in 't weekend naar de disco. En als we dan 'n avondje vrij hebben, hangen we maar wat rond met onze ziel onder onze arm. Maken we nog wel in onze agenda’s nog wel voldoende tijd vrij voor God en voor elkaar? Niet? Je kunt nog altijd aansluiten. Het evangelie geeft ons vanmorgen een wijze les.

Ook de werkers van het elfde uur zijn welkom. Goed, zij hebben maar één uur gewerkt, terwijl anderen de hitte van de dag hebben gedragen. Ze krijgen, zegt de parabel, hetzelfde loon. Is dat niet onrechtvaardig? Laten we wat dicht bij huis blijven. Je hebt mensen die elke zondag in de kerk zitten, jaar-in jaar-uit. Ze doen alles voor de kerk. En dan komt er zo’n laatbloeier die bijna zijn hele leven lang op zondagmorgen heeft uitgeslapen. We zijn blij dat hij zich bekeert, maar krijgt hij in de hemel hetzelfde loon? ‘Zijn jullie kwaad, omdat Ik goed ben?’, horen we Jezus zeggen. Bij God is vreugde om elk mens die zich bekeert.

Maar laten we eerlijk zijn: de parabel die we zojuist gehoord hebben is toch oneerlijk. Als een werkgever zijn werknemers zo zou behandelen, kwam het binnen de kortste keren tot een staking! Degene die de hitte van de dag heeft gedragen, heeft recht op een betere en hogere beloning dan diegene die pas aan komt zetten, als de dag bijna voorbij is en de klus geklaard! Dat is rechtvaardigheid volgens menselijke opvattingen. Maar God rekent blijkbaar anders. Hij rekent niet, maar Hij geeft. God vergoedt niet volgens een vaststaand tarief, maar geeft in overvloed. Zijn maat is barmhartigheid. Petrus zegt tegen Jezus: ‘Ik heb alles achter me gelaten om U te volgen, wat krijg ik daar voor terug?’ Jezus vertelt dan de parabel van de ‘werkers van het elfde uur’. Daar krijgen de laatsten evenveel uitbetaald als de eersten.
De mensen die de hitte van de dag hebben gedragen ontvangen hetzelfde als de laatbloeiers. Valt dat even tegen! Heb ik daar elke dag voor gebeden? Ben ik daarom elk weekend naar de kerk gegaan? Heb ik daarom zoveel gegeven voor de Derde Wereld? We zouden voor al die dingen in klinkende munt door God betaald willen worden. Maar wie God zijn eigen rekening presenteert, verrekent zich grondig!
Hoe kijken wij tegen God aan? De heilige Theresia zei op haar sterfbed: ‘Eigenlijk is alles slechts genade! Een gave van God’. We hebben nergens recht op en krijgen toch van alles. Bij Hem mag er van alles in overvloed zijn en voor iedereen: voor vroege vogels en laatbloeiers. Zouden wij dan afgunstig moeten zijn omdat alles wat van God komt gratis is? En eigenlijk is elk mens een laatbloeier. Allemaal zijn we werkers van het elfde uur.
Als we ons eigen leven onderzoeken, maar dan oprecht, zullen we tot de conclusie komen dat ons hele leven een geschenk van God is. Zonder Hem zijn we niets. Dank zij Hem mogen we alles worden, zelfs Kind van God, En die uitnodiging geldt voor iedereen: voor de vroege vogels, maar ook voor hen die pas laat tot bloei komen. Voor God bestaat dat ‘bijna te laat’ niet, voor Hem is iedereen ‘op tijd’, Niemand is ‘Overtijd’, ook als hij of zij zich pas laat omdraait en zijn of haar hart bekeert tot God. Maar dan moet je wel metter tijd meegaan…


Liefde zonder lijden gaat niet

Geplaatst 5 sep. 2014 08:48 door De Stadslamp Amsterdam

VERKONDIGING op 31 augustus 2014, de tweeëntwintigste zondag door het jaar,
in de Kerk van Onze Lieve vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans te Amsterdam
door pastor Pierre Valkering.

Gelzen: uit het boek van de profeet Jeremia (20, 7-9), Psalm 63, de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van
Rome (12, 1-2) en het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Mattheüs (16, 21-27).

Het is een treurige zomer - qua weer en nog meer, erger nog, wat betreft de geopolitieke
situatie. Uit de hemel stroomt regen. Op aarde vloeit bloed. In de Oost-Oekraïne, in de Gazastrook,
in Syrië-Irak komt er een voortijdig einde aan talloze mensenlevens. We kunnen er
trouwens over meepraten. Afgelopen woensdag was ik nog aanwezig bij de herdenkingsviering
van Frank en Hella, een paar uit Amstelveen, aan boord van de MH17 boven de
Oekraïne uit de lucht geschoten. Het is droevig, het is dreigend, het is angstaanjagend -
vooral ook die koppensnellers van de IS in Irak.

In de dagen van de profeet Jeremia was het in dezelfde regio al niet veel beter. Jeremia
maakte een shift, een kanteling mee in de regionale machtsverhoudingen. Eerst waren de
Assyriërs de baas. Maar dat rijk ging ten onder. De Babyloniërs, onder koning Nebukadnessar,
namen de leiding over. Hoe daarmee in Juda, in Jeruzalem, zo goed, zo verstandig
en wijs mogelijk omgaan? De profeet Jeremia, door God geïnspireerd, houdt zich intensief
met die vraag bezig. Zonder daarbij een blad voor de mond te nemen spreekt hij zich erover
uit. Hij móet wel. Want hij is gegrepen door God. Onder koning Josia van Juda vindt hij
gehoor. Maar bij diens zoon en opvolger Jojakim niet. Die laat zich verleiden tot een dwaze
opstand tegen de oppermachtige Nebukadnessar en dat wordt Juda en Jeruzalem noodlottig.
De stad en de tempel worden verwoest. Het volk wordt in ballingschap weggevoerd naar
Babel. Een handjevol mensen, onder wie Jeremia, blijft achter. Dan wordt de Babylonische
gouverneur van Juda vermoord. Een aantal Judeeërs vlucht naar Egypte. Tegen zijn zin
wordt Jeremia meegenomen. Waar en hoe hij gestorven is, dat is niet bekend.

Het is, dierbare gasten en parochianen; het is geen opwekkend verhaal. Je wordt daar niet
vrolijk van - zoals we dat ook niet worden van wat er op het wereldpolitieke toneel in onze
eigen tijd allemaal gebeurt. Welke keuzes maken onze leiders? "We hebben nog geen
strategie tegen IS" zei president Obama afgelopen donderdag op een persconferentie -
woorden die hem niet in dank werden afgenomen. Maar ja, zo eenvoudig is het natuurlijk
allemaal niet. Je zou maar in zijn schoenen staan - in die van Obama. Wat is wijsheid? Hoe
denken en wat zeggen wij er zelf over? Moet er zoals dat dan heet "ingegrepen worden"? Of
maar beter niet? Is eerder ingrijpen in dezelfde regio, de onttroning van dicatator Saddam
Hoessein van Irak, is dat juist geweest? Is men er in Irak en zijn wij er mondiaal niet van de
regen mee in de drup gekomen? Is het niet van kwaad tot erger geworden? "Wie wind zaait
zal storm oogsten": Dat Nederlandse spreekwoord is ontleend aan een andere bijbelse
profeet, Hosea (Hos 8,7)

De positie van profeet, de door God bewogen en gedreven man of ook vrouw, de positie van
Jeremia vandaag, is een eenzame positie. Hij of zij staat in zijn of haar eentje tegenover een
collectief. Ook in onze tijd komt dat natuurlijk voor, in kerk en samenleving. Ik denk bijvoorbeeld
aan de klokkenluider Arthur Gotlieb die allerlei misstanden aan de orde stelde bij de
Nederlandse Zorg Autoriteit (NZA). Bij zijn managers vond hij echter geen gehoor. Uit alle
macht hebben ze geprobeerd om dat lastige mannetje te lozen. Begin dit jaar pleegde Arthur
Gotlieb, vijftig jaar oud, uiteindelijk zelfmoord. Hij kon er niet meer tegen. Hij kon er niet meer
tegenop, Arthur Gotlieb. Ja, Gotlieb - God had hem zeker lief... Moge hij bij en in Hem
geborgen zijn en thuisgekomen.

Want ik denk: zo'n Arthur werd net als Jeremia óók gedreven door zo'n godgegeven inzicht
in wat waar en recht, goed en juist (bonum et justum) is. En hij is daar voor opgekomen tot
hij niet meer kón. Arthur zou zich zeker herkend én gesterkt hebben kunnen voelen door
Jeremia's woorden: "De hele dag lacht men mij uit, iedereen drijft de spot met mij. Telkens
als ik het woord neem, moet ik schreeuwen, en 'geweld en onderdrukking' roepen. Het woord
van de Heer brengt mij iedere dag schande en vernedering. Soms denk ik: Ik wil er niets
meer van weten, ik spreek niet meer in zijn naam. Maar dan laait er een vuur op in mijn hart,
het brandt in mijn gebeente. Ik doe alle moeite om het in bedwang te houden, maar het lukt
me niet."

Arthur Gotlieb binnen de Nederlandse Zorg Autoriteit. Jeremia in Juda: mensen die tot het
gaatje gingen ten koste van zichzelf omdat ze niet anders kónden. Het vuur, de passie in hen
was te sterk. En u weet, veelgeliefden, dat woord 'passie' heeft twee kanten: het gaat om
hartstocht. Er is liefde in het geding. Liefde voor God, liefde voor waarheid en recht in het
geval van de profeten. Maar liefde, zeker ook de liefde van en voor God, doet ook altijd
lijden. Zonder lijden, de bereidheid daartoe, het nemen van het risico daar op, gaat het
helaas niet. Aan echte liefde hangt altijd een prijskaartje van lijden. Mensen die, lang of kort,
hun leven hebben gedeeld met een geliefde kunnen erover meepraten. Liefde maakt
kwetsbaar, wondbaar, weerloos.

Het woord 'kwetsbaar' hoorden we afgelopen week ook uit de mond van Lodewijk Asscher,
minister van Integratie. Hij zei: "Als vrije samenleving ben je kwetsbaar." ** En, zo zeg ik in het
licht van de schriflezingen van deze zondag: als die vrije samenleving van ons, als die ons
werkelijk lief is, dan zullen we daar ook voor moeten stáán en voor moeten opkomen. En dan
zullen we er desnoods ook voor moeten lijden. Op een gegeven moment is daar natuurlijk
geen ontkomen aan.

Jezus maakt het Petrus duidelijk in het evangelie vandaag: Denken dat je het lijden kunt
vermijden, dat is een illusie, dat is: leven in een roze wolk. Petrus dacht op dit punt Jezus de
les te moeten lezen, maar het was natuurlijk omgekeerd: "Jouw gedachten", zegt Jezus
tegen Petrus; "jouw gedachten zijn niet Gods gedachten, maar die van mensen". Hoe vaak
hoor je niet van mensen die niet in God kunnen en/of willen geloven: "Ja, maar al dat lijden in
de wereld, zelfs van onschuldige kinderen; als God werkelijk zou bestaan, dan zou Hij al dat
lijden niet toelaten." Het is natuurlijk best begrijpelijk als mensen dat zeggen. Want wat mensen
voor hun kiezen krijgen, dat is natuurlijk vreselijk en meer dan erg soms. Maar... als
mensen het zeggen, dan lezen ze ook God als het ware de les en zit daar toch een soort
pretentie achter dat zijzelf het beter weten, en beter zíjn, dan God.

Maar, veelgeliefden, zo is het niet. Zo zijn we niet getrouwd. Zo werkt het leven niet, zo zit
het niet in elkaar. Nee. Liefde en lijden zijn twee kanten van één medaille. En wie meent of
gelooft dat je van God of van een mens of van onze vrije samenleving kunt houden zonder
de bereidheid om ervoor te lijden desnoods, die vergist zich. Nee, zonder lijden gaat het niet.
Je moet er iets voor over hebben. Je moet er desnoods álles voor overhebben. De mensen
in het Midden-Oosten, joden, christenen en moslims, die weten daar allemaal alles van denk
ik, terwijl wij hier, in onze ivoren toren, in onze relatief veilige, stormvrije zône; mensen hier
zijn vaak geneigd om een beetje meewarig en neerbuigend te doen over wat zich in met
name het Midden-Oosten afspeelt, zo in de zin van: moet je ze elkaar toch eens zien bestrijden,
al die mensen met hun verschillend geloof, ze weten niet beter. Maar ik ben bang, veelgeliefden,
dat mensen die zo denken en spreken zich vergissen. Dáár gebeurt het. Dáár zit
men in de frontlinie, dáár betaalt men de prijs en worden de grote offers gebracht, ook voor
ons, in de clash of civilizations, in die botsing tussen verschillende vormen van beschaving,
van samenleven en geloven. Precies zoals ook die Arthur Gotlieb in de frontlinie heeft gestaan,
de prijs heeft betaald, het offer heeft gebracht. Iedereen liet het uiteindelijk maar op
z'n beloop en koos voor zichzelf, daar bij die Nederlandse Zorg Autoriteit, behalve hij.
Het is een treurige zomer veelgeliefden en een treurige wereld, een tranendal, een
lacrimarum valle. Maar, zo hoorden wij Jezus zeggen in het evangelie: "De Mensenzoon zal
komen, bekleed met de heerlijkheid van zijn Vader, samen met zijn engelen, en dan zal Hij
iedereen loon naar werken geven." Dat alle mensen die met de liefde ook het lijden hebben
genomen en geleefd, die daar niet voor zijn weggelopen, dat zij dan zullen lachen en juichen
en gelukkig zullen zijn - als op een heerlijk warme en stralende zomerdag. Amen.


** 'Gewone moslims willen deze slangen ook kwijt', in: Het Parool, zaterdag 30 augustus 2014, p. 4.

Liefde tot het uiterste

Geplaatst 25 mrt. 2014 05:05 door De Stadslamp Amsterdam   [ 26 mrt. 2014 09:39 bijgewerkt ]

Zondag 23 maart 2014, Weteringkerk, Amsterdam-zuid.
Verkondiging door Gabriel Jansen, pastoraal werker.

Schriftlezingen : Evangelie volgens Matteüs 5:43-48; Evangelie volgens Johannes 13:1-17

Het is de zogenaamde veertigdagentijd. We kijken vandaag al vast wat vooruit naar de lijdenstijd. Want als we dat beperken tot Goede vrijdag, of pas beginnen met Palmzondag, dan is er te weinig tijd om daar echt goed over na te denken.

Allereerst hoorden we uit Matteüs.
Dat is midden uit de zogenaamde Bergrede van Jezus. 
Tijdens de bijbelstudies van aflopen paar keer zagen we dat Jezus zich in de Bergrede presenteert als de nieuwe Mozes (die de oude Mozes al had aangekondigd). We zijn hier op de Berg van God, waar God spreekt, waar Jezus zijn nieuwe Wet geeft. Niet dat Hij de oude opheft, maar Hij openbaart de ware ziel van de Wet, de intentie, het hart. Als het de wet van God is, die Geest is en Liefde, dan is het ook de Wet van de Geest, van de liefde. Wie God en de naaste liefheeft, heeft de Wet gedaan. Die leeft waarachtig, niet voor de schijn of de reputatie, ‘niet zoals de huichelaars’.

Het gedeelte van vandaag gaat speciaal over vijanden. Heb ze lief! Alleen dan ben je echt kind van de hemelse Vader, want zo doet God het ook. Zijn zon schijnt over allen.
Jezus heeft zijn vijanden lief. Hij bidt voor zijn vervolgers. "Vader vergeeft het hun… " is één van de kruiswoorden.
Kinderen van God: dat zijn vredestichters, zegt Hij in de zaligsprekingen in diezelfde Bergrede. En dat doet precies het Kind, dé Zoon van God. Vrede stichten tussen God en mensen, die zich tot vijanden van God hadden gemaakt. Zoals de apostel Paulus in een brief schrijft: Toen wij nog zondaren waren, heeft God zijn zoon gegeven. (Rom. 5,6). Heb je vijanden lief!

Hij sticht vrede door zijn volkomen liefde, tot het uiterste. Minder vijanden? minder vijandschap? Dat is Jezus gaan regelen. Niet door uitsluiting maar door liefde.

Wees dan volmaakt zoals Hij, zo eindigt het gedeelte. 
Wie volkomen liefheeft, tot het uiterste, heeft de wet volkomen volbracht. Die is volmaakt.
Mooi om te weten: de woorden volmaakt, volbracht, en uiterste komen allemaal van hetzelfde Griekse woord. Het zijn verschillende vormen van het ene woord telos.

En dit is precies wat we Jezus zien doen in het evangelie, het lijdensevangelie, en waar het gedeelte uit Johannes 13 over spreekt: 
    Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan.
Zijn tijd was nu gekomen. In oude taal: zijn uur. Het moment in zijn leven waar het op aan kwam. Waar Hij voor kwam. Eerder lazen we wel eens in dit evangelie dat zijn uur er nog niet was. In hoofdstuk 2, bij de bruiloft te Kana. En ook in hoofdstuk 7: "zij grepen Hem niet, want zijn uur was nog niet gekomen. "

Maar nu is het gekomen. En wat gebeurt er dan?
Het is de openingszin niet zozeer van die voetwassing die volgt, maar van al die hoofdstukken die nu komen: het begin van het lijden en sterven. Het begin van de verheerlijking. 
En we lezen er hier twee dingen over:
Het is het uur dat Hij naar de Vader zal terugkeren. Verheerlijkt zal worden, zijn bestemming bereiken. En tegelijk het uur dat Hij zijn liefde zal tonen tot het uiterste. En die twee dingen horen bij elkaar, ze zitten aan elkaar vast. Ze zijn hetzelfde. Wanneer zijn liefde tot het uiterste gaat, dan komt Hij daarmee tot zijn volle bestemming, wordt Hij op die manier verheerlijkt door zijn Vader, en zijn Vader door Hem, en weer volledig verenigd met Hem. Daar aan het kruis toont Hij God, is Hij God, de God die liefde is tot het uiterste.

Nog iets heel boeiends, voor wie van woorden houdt: in het Oude Testament betekent de uitdrukking ‘tot voltooiing brengen’ tegelijk ook ‘tot priester wijden’, d.w.z. voorbereiden en klaar maken voor de priesterdienst, de offerdienst aan God ten behoeve van de mensen.
Dat is boeiend! Door zijn liefde tot het uiterste wordt Jezus de volmaakte Hogepriester, die eeuwig voor ons bidt en bemiddelt. Een priester die niet een vreemd offer brengt, maar zichzelf. Hij is zowel offerlam als priester.

En zo brengt Hij ons óók tot onze bestemming: In de woorden van Openbaringen 1:5-6:
    Aan hem die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft bevrijd door zijn bloed, die een koninkrijk uit ons gevormd heeft en ons heeft gemaakt tot priesters voor God, zijn Vader – aan hem komt de eer toe en de macht, tot in eeuwigheid.

De rest van het gedeelte, de voetwassing, illustreert dit alles. Ik ga daar niet in detail op in. Maar wat Paulus mooi zegt in de brief aan de Filippenzen, dat toont Jezus zelf hier met een pakkend gebaar:
    Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.
Jezus legt zijn bovenkleed af, dat is zijn waardigheid, en wordt een nederige knecht, om ons te reinigen. Van zonde. Van alles wat ons scheidt van God.

Wie is echt rein? Iedereen die vernieuwd wordt door het bad van de waarheid die Jezus brengt, het bad van de liefde van God, Reiniging is niet meer iets van rituelen (zoals de joodse wasvoorschriften), maar van ondergedompeld worden in de liefde van Jezus. Hem ontmoeten, je door Hem laten wassen. Hem vertrouwen, Hem geloven.

En natuurlijk geeft Jezus hiermee ook meteen een voorbeeld. Als Hij de Heer is, dan zullen wij Hem volgen in zijn liefde, in zijn nederigheid, in zijn aanpak. Wij wassen van nature liever elkaar de oren dan de voeten. Ik ook. Hoe moeilijk is dat… voeten wassen: elkaar proberen te helpen op een nederige manier. Elkaar proberen verder te brengen of weer op weg te helpen met Jezus. Door liefde.

Over 4 weken is het Pasen. Golgota, dat kleine heuveltje, is dé Berg van Gods heerlijkheid. De Berg waar God zelf zich als nooit tevoren openbaart. Waar de liefde van God zich tot het uiterste toont. En dat is hetzelfde. Want God is liefde.

Wat kunnen we leren?
1. Juist bij het kruis, het volgehouden lijden van de Heer, leren we de glorie van God kennen. Als we denken over de heerlijkheid van God, laten we dan altijd de liefde van Jezus, tot het uiterste, op het kruis, voor ogen houden. Daar zien we de echte liefde, de echte heerlijkheid.
2. Is er lijden, verdriet, zonde in je leven? Leer er van dat God je nou net niet in de steek laat. Hij kent het lijden, ons lijden. Hij gaat voor jou tot het uiterste.
3. Zo brengt Hij ook ons tot voltooiing, tot onze bestemming. Hij maakt ons ook tot priesters, d.w.z. om zelf ook op de bres te staan voor lijdende, zwakke, falende zondigende mensen.

AMEN.

1-10 of 69