Preek van de week

Hoe wordt er in andere kerken dan die van jou gepreekt? Hier vind je recente preken uit wisselende Amsterdamse kerken.

TIP ! :  Op de website Komt een leek in de kerk brengt een jonge niet-religieuze Amsterdammer een jaar lang verslag uit van zijn bezoek aan steeds een andere kerk in de stad. Heel boeiend om te lezen hoe een 'leek' dat beleeft waar 'wij christenen' zo aan gewend zijn dat het vreemde ons niet meer opvalt. Vooral leuk wanneer jouw eigen kerk onder dit leken-licht komt. En leerzaam...!

Met je tijd meegaan

Geplaatst 20 sep. 2014 13:44 door De Stadslamp Amsterdam

Zondag 21 september 2014 (25e zondag door het jaar). 
Augustinuskerk, Buitenveldert.
pastor Ambro Bakker s.m.a. (Deken van Amsterdam)

Lezingen: Jesaia 55:6-9 en Matteüs 20:1-16a

Altijd voor God. Alle tijd voor God. Wat is tijd? In het woordenboek vind je vele spreekwoorden en gezegdes die met het woord ‘tijd’ te maken hebben. Hier volgen er enkele: de tand des tijds doorstaan; de tijd gaat snel gebruikt hem wel; de tijd slijt alles; over tijd zijn; bij tijd en wijle; zijn tijd vooruit zijn. Die broek is uit de tijd. Je moet van tijd tot tijd met je tijd meegaan. Dat wordt eens tijd. Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Niemand sterft voor zijn tijd. Hij praat de hele tijd over zichzelf en neemt daar de tijd voor!. Het heeft in tijden niet zo geregend. En iedereen weet intussen dat er goede en slechte tijden zijn. En je kunt bij de tijd zijn en er de tijd voor nemen. Je neemt er alle tijd voor, altijd.

Wat is tijd? God geeft ons elke dag opnieuw 1440 minuten. En dat week-in, week-uit, jaar-in, jaar-uit. En hoeveel moeite kost 't ons niet Hem elke dag 5 minuten terug te geven! God geeft ons elke week maar liefst 168 uur. En hoeveel moeite kost 't ons niet om Hem op zondag daarvan één uur terug te geven? Want we hebben 't allemaal zo druk. Met alles en nog wat houden we ons bezig. Stress beheerst ons leven. En we laten ons willens en wetens meeslepen. We leven niet meer voor de dag van vandaag, maar we leven blijkbaar alleen maar ‘met het oog op morgen’.

‘Geen tijd’ horen we dagelijks. Agenda's zijn overvol. Zelfs agenda's van jonge kinderen. Vanavond naar gym, morgen voetballen, overmorgen zwemmen, vervolgens paardrijden of tennissen en in 't weekend naar de disco. En als we dan 'n avondje vrij hebben, hangen we maar wat rond met onze ziel onder onze arm. Maken we nog wel in onze agenda’s nog wel voldoende tijd vrij voor God en voor elkaar? Niet? Je kunt nog altijd aansluiten. Het evangelie geeft ons vanmorgen een wijze les.

Ook de werkers van het elfde uur zijn welkom. Goed, zij hebben maar één uur gewerkt, terwijl anderen de hitte van de dag hebben gedragen. Ze krijgen, zegt de parabel, hetzelfde loon. Is dat niet onrechtvaardig? Laten we wat dicht bij huis blijven. Je hebt mensen die elke zondag in de kerk zitten, jaar-in jaar-uit. Ze doen alles voor de kerk. En dan komt er zo’n laatbloeier die bijna zijn hele leven lang op zondagmorgen heeft uitgeslapen. We zijn blij dat hij zich bekeert, maar krijgt hij in de hemel hetzelfde loon? ‘Zijn jullie kwaad, omdat Ik goed ben?’, horen we Jezus zeggen. Bij God is vreugde om elk mens die zich bekeert.

Maar laten we eerlijk zijn: de parabel die we zojuist gehoord hebben is toch oneerlijk. Als een werkgever zijn werknemers zo zou behandelen, kwam het binnen de kortste keren tot een staking! Degene die de hitte van de dag heeft gedragen, heeft recht op een betere en hogere beloning dan diegene die pas aan komt zetten, als de dag bijna voorbij is en de klus geklaard! Dat is rechtvaardigheid volgens menselijke opvattingen. Maar God rekent blijkbaar anders. Hij rekent niet, maar Hij geeft. God vergoedt niet volgens een vaststaand tarief, maar geeft in overvloed. Zijn maat is barmhartigheid. Petrus zegt tegen Jezus: ‘Ik heb alles achter me gelaten om U te volgen, wat krijg ik daar voor terug?’ Jezus vertelt dan de parabel van de ‘werkers van het elfde uur’. Daar krijgen de laatsten evenveel uitbetaald als de eersten.
De mensen die de hitte van de dag hebben gedragen ontvangen hetzelfde als de laatbloeiers. Valt dat even tegen! Heb ik daar elke dag voor gebeden? Ben ik daarom elk weekend naar de kerk gegaan? Heb ik daarom zoveel gegeven voor de Derde Wereld? We zouden voor al die dingen in klinkende munt door God betaald willen worden. Maar wie God zijn eigen rekening presenteert, verrekent zich grondig!
Hoe kijken wij tegen God aan? De heilige Theresia zei op haar sterfbed: ‘Eigenlijk is alles slechts genade! Een gave van God’. We hebben nergens recht op en krijgen toch van alles. Bij Hem mag er van alles in overvloed zijn en voor iedereen: voor vroege vogels en laatbloeiers. Zouden wij dan afgunstig moeten zijn omdat alles wat van God komt gratis is? En eigenlijk is elk mens een laatbloeier. Allemaal zijn we werkers van het elfde uur.
Als we ons eigen leven onderzoeken, maar dan oprecht, zullen we tot de conclusie komen dat ons hele leven een geschenk van God is. Zonder Hem zijn we niets. Dank zij Hem mogen we alles worden, zelfs Kind van God, En die uitnodiging geldt voor iedereen: voor de vroege vogels, maar ook voor hen die pas laat tot bloei komen. Voor God bestaat dat ‘bijna te laat’ niet, voor Hem is iedereen ‘op tijd’, Niemand is ‘Overtijd’, ook als hij of zij zich pas laat omdraait en zijn of haar hart bekeert tot God. Maar dan moet je wel metter tijd meegaan…


Liefde zonder lijden gaat niet

Geplaatst 5 sep. 2014 08:48 door De Stadslamp Amsterdam

VERKONDIGING op 31 augustus 2014, de tweeëntwintigste zondag door het jaar,
in de Kerk van Onze Lieve vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans te Amsterdam
door pastor Pierre Valkering.

Gelzen: uit het boek van de profeet Jeremia (20, 7-9), Psalm 63, de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van
Rome (12, 1-2) en het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Mattheüs (16, 21-27).

Het is een treurige zomer - qua weer en nog meer, erger nog, wat betreft de geopolitieke
situatie. Uit de hemel stroomt regen. Op aarde vloeit bloed. In de Oost-Oekraïne, in de Gazastrook,
in Syrië-Irak komt er een voortijdig einde aan talloze mensenlevens. We kunnen er
trouwens over meepraten. Afgelopen woensdag was ik nog aanwezig bij de herdenkingsviering
van Frank en Hella, een paar uit Amstelveen, aan boord van de MH17 boven de
Oekraïne uit de lucht geschoten. Het is droevig, het is dreigend, het is angstaanjagend -
vooral ook die koppensnellers van de IS in Irak.

In de dagen van de profeet Jeremia was het in dezelfde regio al niet veel beter. Jeremia
maakte een shift, een kanteling mee in de regionale machtsverhoudingen. Eerst waren de
Assyriërs de baas. Maar dat rijk ging ten onder. De Babyloniërs, onder koning Nebukadnessar,
namen de leiding over. Hoe daarmee in Juda, in Jeruzalem, zo goed, zo verstandig
en wijs mogelijk omgaan? De profeet Jeremia, door God geïnspireerd, houdt zich intensief
met die vraag bezig. Zonder daarbij een blad voor de mond te nemen spreekt hij zich erover
uit. Hij móet wel. Want hij is gegrepen door God. Onder koning Josia van Juda vindt hij
gehoor. Maar bij diens zoon en opvolger Jojakim niet. Die laat zich verleiden tot een dwaze
opstand tegen de oppermachtige Nebukadnessar en dat wordt Juda en Jeruzalem noodlottig.
De stad en de tempel worden verwoest. Het volk wordt in ballingschap weggevoerd naar
Babel. Een handjevol mensen, onder wie Jeremia, blijft achter. Dan wordt de Babylonische
gouverneur van Juda vermoord. Een aantal Judeeërs vlucht naar Egypte. Tegen zijn zin
wordt Jeremia meegenomen. Waar en hoe hij gestorven is, dat is niet bekend.

Het is, dierbare gasten en parochianen; het is geen opwekkend verhaal. Je wordt daar niet
vrolijk van - zoals we dat ook niet worden van wat er op het wereldpolitieke toneel in onze
eigen tijd allemaal gebeurt. Welke keuzes maken onze leiders? "We hebben nog geen
strategie tegen IS" zei president Obama afgelopen donderdag op een persconferentie -
woorden die hem niet in dank werden afgenomen. Maar ja, zo eenvoudig is het natuurlijk
allemaal niet. Je zou maar in zijn schoenen staan - in die van Obama. Wat is wijsheid? Hoe
denken en wat zeggen wij er zelf over? Moet er zoals dat dan heet "ingegrepen worden"? Of
maar beter niet? Is eerder ingrijpen in dezelfde regio, de onttroning van dicatator Saddam
Hoessein van Irak, is dat juist geweest? Is men er in Irak en zijn wij er mondiaal niet van de
regen mee in de drup gekomen? Is het niet van kwaad tot erger geworden? "Wie wind zaait
zal storm oogsten": Dat Nederlandse spreekwoord is ontleend aan een andere bijbelse
profeet, Hosea (Hos 8,7)

De positie van profeet, de door God bewogen en gedreven man of ook vrouw, de positie van
Jeremia vandaag, is een eenzame positie. Hij of zij staat in zijn of haar eentje tegenover een
collectief. Ook in onze tijd komt dat natuurlijk voor, in kerk en samenleving. Ik denk bijvoorbeeld
aan de klokkenluider Arthur Gotlieb die allerlei misstanden aan de orde stelde bij de
Nederlandse Zorg Autoriteit (NZA). Bij zijn managers vond hij echter geen gehoor. Uit alle
macht hebben ze geprobeerd om dat lastige mannetje te lozen. Begin dit jaar pleegde Arthur
Gotlieb, vijftig jaar oud, uiteindelijk zelfmoord. Hij kon er niet meer tegen. Hij kon er niet meer
tegenop, Arthur Gotlieb. Ja, Gotlieb - God had hem zeker lief... Moge hij bij en in Hem
geborgen zijn en thuisgekomen.

Want ik denk: zo'n Arthur werd net als Jeremia óók gedreven door zo'n godgegeven inzicht
in wat waar en recht, goed en juist (bonum et justum) is. En hij is daar voor opgekomen tot
hij niet meer kón. Arthur zou zich zeker herkend én gesterkt hebben kunnen voelen door
Jeremia's woorden: "De hele dag lacht men mij uit, iedereen drijft de spot met mij. Telkens
als ik het woord neem, moet ik schreeuwen, en 'geweld en onderdrukking' roepen. Het woord
van de Heer brengt mij iedere dag schande en vernedering. Soms denk ik: Ik wil er niets
meer van weten, ik spreek niet meer in zijn naam. Maar dan laait er een vuur op in mijn hart,
het brandt in mijn gebeente. Ik doe alle moeite om het in bedwang te houden, maar het lukt
me niet."

Arthur Gotlieb binnen de Nederlandse Zorg Autoriteit. Jeremia in Juda: mensen die tot het
gaatje gingen ten koste van zichzelf omdat ze niet anders kónden. Het vuur, de passie in hen
was te sterk. En u weet, veelgeliefden, dat woord 'passie' heeft twee kanten: het gaat om
hartstocht. Er is liefde in het geding. Liefde voor God, liefde voor waarheid en recht in het
geval van de profeten. Maar liefde, zeker ook de liefde van en voor God, doet ook altijd
lijden. Zonder lijden, de bereidheid daartoe, het nemen van het risico daar op, gaat het
helaas niet. Aan echte liefde hangt altijd een prijskaartje van lijden. Mensen die, lang of kort,
hun leven hebben gedeeld met een geliefde kunnen erover meepraten. Liefde maakt
kwetsbaar, wondbaar, weerloos.

Het woord 'kwetsbaar' hoorden we afgelopen week ook uit de mond van Lodewijk Asscher,
minister van Integratie. Hij zei: "Als vrije samenleving ben je kwetsbaar." ** En, zo zeg ik in het
licht van de schriflezingen van deze zondag: als die vrije samenleving van ons, als die ons
werkelijk lief is, dan zullen we daar ook voor moeten stáán en voor moeten opkomen. En dan
zullen we er desnoods ook voor moeten lijden. Op een gegeven moment is daar natuurlijk
geen ontkomen aan.

Jezus maakt het Petrus duidelijk in het evangelie vandaag: Denken dat je het lijden kunt
vermijden, dat is een illusie, dat is: leven in een roze wolk. Petrus dacht op dit punt Jezus de
les te moeten lezen, maar het was natuurlijk omgekeerd: "Jouw gedachten", zegt Jezus
tegen Petrus; "jouw gedachten zijn niet Gods gedachten, maar die van mensen". Hoe vaak
hoor je niet van mensen die niet in God kunnen en/of willen geloven: "Ja, maar al dat lijden in
de wereld, zelfs van onschuldige kinderen; als God werkelijk zou bestaan, dan zou Hij al dat
lijden niet toelaten." Het is natuurlijk best begrijpelijk als mensen dat zeggen. Want wat mensen
voor hun kiezen krijgen, dat is natuurlijk vreselijk en meer dan erg soms. Maar... als
mensen het zeggen, dan lezen ze ook God als het ware de les en zit daar toch een soort
pretentie achter dat zijzelf het beter weten, en beter zíjn, dan God.

Maar, veelgeliefden, zo is het niet. Zo zijn we niet getrouwd. Zo werkt het leven niet, zo zit
het niet in elkaar. Nee. Liefde en lijden zijn twee kanten van één medaille. En wie meent of
gelooft dat je van God of van een mens of van onze vrije samenleving kunt houden zonder
de bereidheid om ervoor te lijden desnoods, die vergist zich. Nee, zonder lijden gaat het niet.
Je moet er iets voor over hebben. Je moet er desnoods álles voor overhebben. De mensen
in het Midden-Oosten, joden, christenen en moslims, die weten daar allemaal alles van denk
ik, terwijl wij hier, in onze ivoren toren, in onze relatief veilige, stormvrije zône; mensen hier
zijn vaak geneigd om een beetje meewarig en neerbuigend te doen over wat zich in met
name het Midden-Oosten afspeelt, zo in de zin van: moet je ze elkaar toch eens zien bestrijden,
al die mensen met hun verschillend geloof, ze weten niet beter. Maar ik ben bang, veelgeliefden,
dat mensen die zo denken en spreken zich vergissen. Dáár gebeurt het. Dáár zit
men in de frontlinie, dáár betaalt men de prijs en worden de grote offers gebracht, ook voor
ons, in de clash of civilizations, in die botsing tussen verschillende vormen van beschaving,
van samenleven en geloven. Precies zoals ook die Arthur Gotlieb in de frontlinie heeft gestaan,
de prijs heeft betaald, het offer heeft gebracht. Iedereen liet het uiteindelijk maar op
z'n beloop en koos voor zichzelf, daar bij die Nederlandse Zorg Autoriteit, behalve hij.
Het is een treurige zomer veelgeliefden en een treurige wereld, een tranendal, een
lacrimarum valle. Maar, zo hoorden wij Jezus zeggen in het evangelie: "De Mensenzoon zal
komen, bekleed met de heerlijkheid van zijn Vader, samen met zijn engelen, en dan zal Hij
iedereen loon naar werken geven." Dat alle mensen die met de liefde ook het lijden hebben
genomen en geleefd, die daar niet voor zijn weggelopen, dat zij dan zullen lachen en juichen
en gelukkig zullen zijn - als op een heerlijk warme en stralende zomerdag. Amen.


** 'Gewone moslims willen deze slangen ook kwijt', in: Het Parool, zaterdag 30 augustus 2014, p. 4.

Liefde tot het uiterste

Geplaatst 25 mrt. 2014 05:05 door De Stadslamp Amsterdam   [ 26 mrt. 2014 09:39 bijgewerkt ]

Zondag 23 maart 2014, Weteringkerk, Amsterdam-zuid.
Verkondiging door Gabriel Jansen, pastoraal werker.

Schriftlezingen : Evangelie volgens Matteüs 5:43-48; Evangelie volgens Johannes 13:1-17

Het is de zogenaamde veertigdagentijd. We kijken vandaag al vast wat vooruit naar de lijdenstijd. Want als we dat beperken tot Goede vrijdag, of pas beginnen met Palmzondag, dan is er te weinig tijd om daar echt goed over na te denken.

Allereerst hoorden we uit Matteüs.
Dat is midden uit de zogenaamde Bergrede van Jezus. 
Tijdens de bijbelstudies van aflopen paar keer zagen we dat Jezus zich in de Bergrede presenteert als de nieuwe Mozes (die de oude Mozes al had aangekondigd). We zijn hier op de Berg van God, waar God spreekt, waar Jezus zijn nieuwe Wet geeft. Niet dat Hij de oude opheft, maar Hij openbaart de ware ziel van de Wet, de intentie, het hart. Als het de wet van God is, die Geest is en Liefde, dan is het ook de Wet van de Geest, van de liefde. Wie God en de naaste liefheeft, heeft de Wet gedaan. Die leeft waarachtig, niet voor de schijn of de reputatie, ‘niet zoals de huichelaars’.

Het gedeelte van vandaag gaat speciaal over vijanden. Heb ze lief! Alleen dan ben je echt kind van de hemelse Vader, want zo doet God het ook. Zijn zon schijnt over allen.
Jezus heeft zijn vijanden lief. Hij bidt voor zijn vervolgers. "Vader vergeeft het hun… " is één van de kruiswoorden.
Kinderen van God: dat zijn vredestichters, zegt Hij in de zaligsprekingen in diezelfde Bergrede. En dat doet precies het Kind, dé Zoon van God. Vrede stichten tussen God en mensen, die zich tot vijanden van God hadden gemaakt. Zoals de apostel Paulus in een brief schrijft: Toen wij nog zondaren waren, heeft God zijn zoon gegeven. (Rom. 5,6). Heb je vijanden lief!

Hij sticht vrede door zijn volkomen liefde, tot het uiterste. Minder vijanden? minder vijandschap? Dat is Jezus gaan regelen. Niet door uitsluiting maar door liefde.

Wees dan volmaakt zoals Hij, zo eindigt het gedeelte. 
Wie volkomen liefheeft, tot het uiterste, heeft de wet volkomen volbracht. Die is volmaakt.
Mooi om te weten: de woorden volmaakt, volbracht, en uiterste komen allemaal van hetzelfde Griekse woord. Het zijn verschillende vormen van het ene woord telos.

En dit is precies wat we Jezus zien doen in het evangelie, het lijdensevangelie, en waar het gedeelte uit Johannes 13 over spreekt: 
    Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan.
Zijn tijd was nu gekomen. In oude taal: zijn uur. Het moment in zijn leven waar het op aan kwam. Waar Hij voor kwam. Eerder lazen we wel eens in dit evangelie dat zijn uur er nog niet was. In hoofdstuk 2, bij de bruiloft te Kana. En ook in hoofdstuk 7: "zij grepen Hem niet, want zijn uur was nog niet gekomen. "

Maar nu is het gekomen. En wat gebeurt er dan?
Het is de openingszin niet zozeer van die voetwassing die volgt, maar van al die hoofdstukken die nu komen: het begin van het lijden en sterven. Het begin van de verheerlijking. 
En we lezen er hier twee dingen over:
Het is het uur dat Hij naar de Vader zal terugkeren. Verheerlijkt zal worden, zijn bestemming bereiken. En tegelijk het uur dat Hij zijn liefde zal tonen tot het uiterste. En die twee dingen horen bij elkaar, ze zitten aan elkaar vast. Ze zijn hetzelfde. Wanneer zijn liefde tot het uiterste gaat, dan komt Hij daarmee tot zijn volle bestemming, wordt Hij op die manier verheerlijkt door zijn Vader, en zijn Vader door Hem, en weer volledig verenigd met Hem. Daar aan het kruis toont Hij God, is Hij God, de God die liefde is tot het uiterste.

Nog iets heel boeiends, voor wie van woorden houdt: in het Oude Testament betekent de uitdrukking ‘tot voltooiing brengen’ tegelijk ook ‘tot priester wijden’, d.w.z. voorbereiden en klaar maken voor de priesterdienst, de offerdienst aan God ten behoeve van de mensen.
Dat is boeiend! Door zijn liefde tot het uiterste wordt Jezus de volmaakte Hogepriester, die eeuwig voor ons bidt en bemiddelt. Een priester die niet een vreemd offer brengt, maar zichzelf. Hij is zowel offerlam als priester.

En zo brengt Hij ons óók tot onze bestemming: In de woorden van Openbaringen 1:5-6:
    Aan hem die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft bevrijd door zijn bloed, die een koninkrijk uit ons gevormd heeft en ons heeft gemaakt tot priesters voor God, zijn Vader – aan hem komt de eer toe en de macht, tot in eeuwigheid.

De rest van het gedeelte, de voetwassing, illustreert dit alles. Ik ga daar niet in detail op in. Maar wat Paulus mooi zegt in de brief aan de Filippenzen, dat toont Jezus zelf hier met een pakkend gebaar:
    Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.
Jezus legt zijn bovenkleed af, dat is zijn waardigheid, en wordt een nederige knecht, om ons te reinigen. Van zonde. Van alles wat ons scheidt van God.

Wie is echt rein? Iedereen die vernieuwd wordt door het bad van de waarheid die Jezus brengt, het bad van de liefde van God, Reiniging is niet meer iets van rituelen (zoals de joodse wasvoorschriften), maar van ondergedompeld worden in de liefde van Jezus. Hem ontmoeten, je door Hem laten wassen. Hem vertrouwen, Hem geloven.

En natuurlijk geeft Jezus hiermee ook meteen een voorbeeld. Als Hij de Heer is, dan zullen wij Hem volgen in zijn liefde, in zijn nederigheid, in zijn aanpak. Wij wassen van nature liever elkaar de oren dan de voeten. Ik ook. Hoe moeilijk is dat… voeten wassen: elkaar proberen te helpen op een nederige manier. Elkaar proberen verder te brengen of weer op weg te helpen met Jezus. Door liefde.

Over 4 weken is het Pasen. Golgota, dat kleine heuveltje, is dé Berg van Gods heerlijkheid. De Berg waar God zelf zich als nooit tevoren openbaart. Waar de liefde van God zich tot het uiterste toont. En dat is hetzelfde. Want God is liefde.

Wat kunnen we leren?
1. Juist bij het kruis, het volgehouden lijden van de Heer, leren we de glorie van God kennen. Als we denken over de heerlijkheid van God, laten we dan altijd de liefde van Jezus, tot het uiterste, op het kruis, voor ogen houden. Daar zien we de echte liefde, de echte heerlijkheid.
2. Is er lijden, verdriet, zonde in je leven? Leer er van dat God je nou net niet in de steek laat. Hij kent het lijden, ons lijden. Hij gaat voor jou tot het uiterste.
3. Zo brengt Hij ook ons tot voltooiing, tot onze bestemming. Hij maakt ons ook tot priesters, d.w.z. om zelf ook op de bres te staan voor lijdende, zwakke, falende zondigende mensen.

AMEN.

Kiezen, volgen, vertrouwen

Geplaatst 21 mrt. 2014 05:50 door De Stadslamp Amsterdam

16 maart 2014, 2e Zondag van de veertigdagentijd. 

VERKONDIGING in de Basiliek van de H. Nicolaas, door diaken Eugène Brussee

Schriftlezingen:
Genesis 12, 1-14a
Timoteüs 1, 8b-10
Matteüs 17, 1-9


Broeders en zusters, thuis, en hier in de kerk. De lezingen van vandaag kunnen ons helpen om na te denken over ons eigen leven en hoe dat in relatie staat tot God en onze medemens. Juist deze voorbereidingstijd op Pasen is daar een goede periode voor. Welke keuze maak ik, niet alleen tijdens de verkiezingen van komende woensdag maar ook in mijn eigen leven?

We hoorde over Abraham en de oproep van de Heer om weg te trekken uit land, stam en familie. Alle zekerheid los te laten dus om de weg te gaan die God wijst. Het is de heilige roeping waar Paulus in zijn brief aan Timoteus over spreekt in de tweede lezing. Want zo’n weg gaan is niet makkelijk en vraagt de kracht van God. Abraham heeft die keuze gemaakt. Het staat er heel eenvoudig: Toen trok Abram weg, zoals de Heer hem had opgedragen. Door die keuze wordt Abraham met recht de vader van alle gelovigen genoemd.

Het evangelie vertelt ons een bijzonder verhaal dat zich op een hoge berg afspeelt. De berg is in de Bijbel vaak de plaats waar God zich laat ontmoeten. Jezus wordt daar van gedaante veranderd: Hij begint te stralen en zijn kleding wordt glanzend als het licht. Mozes en Elia komen er zelfs nog bij als vertegenwoordigers van het Oude Verbond. Het is een topervaring die Petrus het liefst wil vasthouden door daar hun tenten op te slaan. Maar de stem uit de hemel laat weten dat het om een opdracht gaat: Luister naar Mijn Zoon, Mijn welbeminde.

Beide verhalen roepen ons op allereerst los te laten. Maar niet om het loslaten zelf maar om opnieuw te kunnen ontvangen. Abraham moet alle zekerheid loslaten om het Beloofde land te ontvangen, een groot nageslacht en de zegen van God. Dat vraagt veel vertrouwen. Aan de leerlingen wordt dat vertrouwen ook gevraagd, vertrouwen in de Zoon van God. Dat Hij niet definitief van hen weggenomen zal worden door zijn lijden en dood maar uiteindelijk als Verrezen Heer aan hen zal worden teruggegeven.

Loslaten is voor ons ook een belangrijk thema juist in deze veertigdagentijd. Loslaten van datgene wat ons van God afhoudt, van wat ons in de weg staat naar onze medemens, van wat ons binnen onvrij maakt. Loslaten wat ons verkrampt doet zijn of in zijn greep houdt. En dat alles om ruimte te maken in ons zelf voor God, voor de medemens voor ons ware zelf als beeld van God.

Daar begint het. En dat vraagt ook ons om vertrouwen. In de verkiezingen van komende woensdag is dat vertrouwen ook belangrijk. Dat je ervan op aan kunt dat politici werkelijk doen wat ze beloven. Als mensen niet stemmen, zijn ze juist dat vertrouwen kwijt, dat hun stem er toe doet, dat politici zullen doen wat ze beloven. En dat is jammer. Beter is het om de politici op wie we stemmen te blijven aanspreken op hun beloftes.

Vertrouwen dus. Dat geldt ook naar God toe. Dat het loslaten iets goeds tot gevolg heeft. Dat we werkelijk die innerlijke vrijheid mogen ervaren die ons in staat stelt op liefdevolle wijze om te gaan met onze medemens, en vrijmoedig in relatie te treden met God. Die God die ons tegemoet treedt in de gave van de Eucharistie, in de gave van zichzelf als uiterste daad van liefde. Dat is zo iets groots.

We vieren dat heel bijzonder ook komende week en komend weekend in het feest van het Mirakel van Amsterdam en de Stille Omgang hier in onze hoofdstad.

Juist in de Eucharistie mogen we iets van die stralende en lichtende Christus, de Welbeminde van de Vader, terugzien en ook de opdracht om te leven als Hij.

Door welke geest wordt je bezield?

Geplaatst 27 feb. 2014 05:42 door De Stadslamp Amsterdam

Zondag 8 februari 2014, in de Kerk van Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans (Obrechtkerk)
door pastor Pierre Valkering

Gelezen: uit het boek van de profeet Jesaja (58, 7-10), Psalm 112 (4-5.6-7.8a.96), de eerste brief van de heilige apostel Paulus
aan de christenen van Korinthe (2, 1-5) en uit het heilig evangelie volgens Mattheüs (5, 13-16).

Generaal van een verslagen leger? Of: soldaat in een bataljon dat blijft strijden?
Ben je de één? Of ben je de ander?
Welke mentaliteit heb je?
Door welke geest word je bezield?
Ben je, stel je jezelf op, gedraag je jezelf als de generaal van een verslagen leger? Of ben je
als een soldaat in een bataljon dat doorgaat met de strijd?

Het is, dierbare gasten en parochianen; het is onze prachtpaus Franciscus die ons voor deze
vraag stelt. En die vraag is een uitdagende, een confronterende, een prikkelende en
misschien ook een irritante vraag: generaal van een verslagen leger - soldaat in een bataljon
dat blijft strijden. Wie ben je?

De paus komt met dit beeld in het kader van zijn zogenaamde 'apostolische exhortatie'
Evangelii Gaudium ("De vreugde van het evangelie"), alinea 96. Op 24 november van het afgelopen
jaar, op het hoogfeest van Christus Koning van het Heelal, werd die exhortatie aan de
universele kerk aangeboden. De officiële vertaling ervan is in Nederland nog altijd niet
verschenen. Maar wíj hebben een voorproef van die vertaling gevraagd én ontvangen. En
met in totaal maar liefst vijftig mensen binnen onze Rozenkrans- en Vredesparochie lezen wij
op een zestal dinsdag- en woensdagavonden die tekst en wij denken er samen over na.

Verslagen generaal of soldaat die blijft strijden? Wat bedoelt de paus met dat beeld? Waar
denk hij aan?

Hij schrijft, de paus: "Een van de ernstigste verleidingen die het vuur en de durf verstikken, is
het gevoel van een nederlaag, dat ons verandert in ontevreden en ontgoochelde pessimisten
met een duister gezicht. Niemand kan een veldslag ondernemen, als hij vantevoren niet
volledig vertrouwt op de overwinning. Wie zonder vertrouwen begint, heeft vantevoren de
helft van de veldslag verloren en begraaft zijn talenten. Ook al is het in het smartelijke
bewustzijn van de eigen zwakheden, men moet verder gaan zonder zich gewonnen te geven
en zich herinneren wat de Heer tot de heilige Paulus zei: "Je hebt genoeg aan mijn genade.
Kracht wordt juist in zwakheid volkomen" (II Kor. 12, 9). Een christelijke overwinning is altijd
een kruis, maar een kruis dat tegelijkertijd een banier van de overwinning is, dat men met
strijdbare tederheid draagt." Einde citaat.

Ik denk, dierbare gasten en parochianen, de paus houdt ons hier een geweldige spiegel
voor. Het gezicht is de spiegel van de ziel zegt men. Welnu... Hoe ziet je gezicht er uit? Wat
lees je daar op? Wat zie je daar in? Zie je duisternis? Zie je licht? Is je gezicht het gezicht
van iemand die in de strijd van het leven het onderspit heeft gedolven? Of is je gezicht het
gezicht van iemand die in het leven de overwinning heeft behaald? Ja, hoe zit dat met licht
en duisternis in je leven? Hoe verhouden die twee zich tot elkaar in je ziel? Helpen misschien
de verschillende bijbelpassages die in deze viering zijn voorgelezen om daar ook vat op te
krijgen?

Laat ik beginnen met de apostel Paulus die wij vandaag hoorden in de tweede lezing, uit zijn
eerste brief aan de christenen van Korinthe. Hij vertrouwde ons toe, Paulus, dat hij zich
"zwak, nerveus en angstig" voelde in de tijd dat hij in Korinthe "het geheim van God kwam
verkondigen". Terwijl hij daar dus in Korinthe was, Paulus, had hij dus misschien niet
voortdurend een zonnig gezicht. Maar toch verkondigde hij dat geheim van God. En hij deed
dat "niet met vertoon van welsprekendheid of geleerdheid" zo schrijft hij. En hij vervolgt: "Ik
had mij voorgenomen u niets anders bij te brengen dan Jezus Christus, die gekruisigde. (...)
Het woord dat ik u verkondigde, overtuigde niet door geleerde woorden, maar het getuigde
van de kracht van de Geest: uw geloof moest niet steunen op menselijke wijsheid, maar op
de kracht van God."

Ja, Jezus is gekruisigd. Dus dat is nu niet wat je noemt: een leuk levenseinde. Daar word je
op zich niet vrolijk van. Geen success-story, die van Jezus. Kom daar maar eens mee aan in
Korinthe, in Amsterdam of waar dan ook. Maar dat is dus precies wat Paulus wél doet. En ik
doe hem dat hier en nu ná: verkondigen dat precies in die gekruisigde Jezus Christus op
beslissende, op doorslaggevende wijze Gód zich heeft laten zien en kennen. In Hem, in
Jezus, op het kruis heeft God gewónnen. Want Jezus koos voor God en had daar alles voor
over, zelfs Zijn eigen leven. De Geest van God in Jezus was en is sterker dan de dood die
mensen Hem, Jezus, hebben aangedaan. Het kruis is daarmee niet het teken van Jezus'
nederlaag en ondergang, máár van Zijn overwinning.

Door niets en niemand, door geen enkel dreigement en ook door de dood niet, kan Jezus'
Geest gestopt worden. Die Geest van Jezus is, zoals we in het evangelie van deze zondag
hoorden; die Geest, Jezus zelf, ook in en door ons, is het licht van de wereld dat niet
weggestopt mag en kan worden, maar dat voor iedereen zichtbaar mag en dient te zijn,
zoals een stad die bovenop een berg ligt. Dat licht van Jezus gaat in de duisternis óp, het
breekt als de dageraad dóór als je iets doet vóór, als je zórgt voor iemand die in nood is:
iemand die geen eten heeft, die geen dak boven 't hoofd heeft, iemand die klem zit of iemand
die bedreigd wordt. Goed zijn voor anderen is tegelijk goed zijn voor jezelf maakte de profeet
Jesaja in de eerste lezing vandaag ons duidelijk. Door andere mensen bij te staan groei je
als mens zélf. Wonden die je zélf hebt genezen daardoor. God is er dan óók voor jou. Want
wie goed doet, goed ontmoet. De mens "die weggeeft en leent", zo baden we in de
honderdentwaalfde psalm, "voor slechte tijding is die niet bang, hij blijft ongeschokt op de
Heer vertrouwen. Standvastig en zonder vrees zet hij door" - als een soldaat in een bataljon
dat de strijd nooit opgeeft.

U en ik voelen ons, net als Paulus, misschien ook wel eens "zwak, onzeker en angstig".
Maar Jezus Christus is de gekruisigde. In Hem heeft God, Zijn Geest, die van Jezus zelf
overwonnen. Dus als jij en ik, in Syrië of waar of hoe dan ook op onze manier gekruisigd
worden - moge die Geest, Jezus, God, dan ook in óns winnen. Amen.

Een goede vingerwijzing

Geplaatst 20 jan. 2014 12:51 door De Stadslamp Amsterdam

RK De Krijtberg, tweede zondag door het jaar, 19 januari 2014, Jesaja 49:1-6, Johannes 1:29-34 
 
Homilie 
 
Johannes wijst naar de dienaar 

Je weet niet hoe de geschiedenis zal oordelen over het pontificaat van paus Benedictus XVI. Maar het 
feit dat hij aftrad ten gunste van een nieuwe paus zal als een belangrijke daad in de 
geschiedschrijving voortleven. In het evangelie van vandaag gaat het ook over een man die terugtrad 
voor iemand die na hem kwam: Johannes de Doper. Johannes was een boeteprediker die de mensen 
aansprak en leerlingen om zich heen verzamelde. Een van die volgelingen was wellicht Jezus van 
Nazaret. Dit zou je kunnen opmaken uit het feit dat hij zich door Johannes liet dopen. Het blijkt ook 
uit de woorden van Johannes: ‘Na mij komt iemand die meer is dan ik’. ‘Na iemand komen’ is een 
rabbijnse uitdrukking voor leerling zijn. Na Johannes komen betekent dus: leerling van Johannes zijn. 
Doordat Jezus zich door Johannes liet dopen, gedroeg hij zich als leerling. Maar Johannes besefte dat 
niet hijzelf, maar Jezus de meerdere was. Vandaar dat hij zegt: ‘Na mij komt iemand die meer is dan 
ik’. Op het beroemde Isenheimer altaar van Matthias Grünewald in Colmar staat Johannes de Doper 
naast het kruis afgebeeld. Hij wijst met uitgestoken wijsvinger naar de gekruisigde. Een van de 
expressiefste gebaren uit de kunstgeschiedenis. Daarnaast staat de tekst: ‘Hij moet groter worden en 
ik kleiner’ (Joh. 3:30). Johannes is de wijzende. Hij wijst niet naar zichzelf, hij verkondigt niet zichzelf. 
Hij zat zichzelf niet in de weg, omdat hij belangeloos was. Daarom zag hij zelfloos, had hij oog voor 
anderen. Daarom zag hij in Jezus een leerling die de leraar overtrof. 


Kies het beste deel

Geplaatst 19 nov. 2013 09:00 door De Stadslamp Amsterdam   [ 25 mrt. 2014 05:10 bijgewerkt ]

17 november 2013.  Weteringkerk Amsterdam, Veluwelaan 20.  Gabriel Jansen. 

 Thema:  Kies het beste deel. ( en wat is dat?).

Lezingen: Ps 84,  Lukas 10:38-42. 

 

De beide lezingen gaan over het beste deel dat een mens kan kiezen, het beste leven dat je kan hebben. In de Psalm staat de tempel daarin centraal, het geliefde huis van God waar de schrijver naar verlangt. In het evangelie is Jezus het middelpunt, de nieuw tempel.

Psalm 84 is ‘van de Korachieten’. Zij waren één van de clans van de stam Levi, die belast was met allerlei dienst in de tempel. Zorg voor de heilige spullen in de tempel, poortwachters, en natuurlijk de zang, muziek, de aanbidding. Zo ook dus de Korachieten.  Ze hadden het voorrecht dicht bij de tempel, in de tempel en met de eredienst bezig te zijn.  Verschillende psalmen zijn door hen gemaakt.

De schrijver is iemand die er van geniet dicht bij God te zijn, waar God is. ‘Wat hou ik van uw huis!’, zo verwoordt Psalmen voor nu de eerste regel. Hij zou er de hele wereld voor willen geven. Geen geluk op aarde weegt op tegen het geluk van de man of vrouw die God kent. En dan gaat het niet om werken voor de Heer, maar wonen bij de Heer, vertoeven bij Hem. Dat maakt gelukkig. Maar ook: het verandert ons. Door die ‘gebaande wegen naar God’ in ons hart worden we sterk, vruchtbaar, van iedere dorheid maken we een oase.

Op een andere manier horen we daarover in het gedeelte uit het evangelie van Lukas.  Het is ’n beetje schokkend. De ijverige krijgt een verwijt, het luxe paardje, dat zich asociaal gedraagt, wordt geprezen.  Zo lijkt het. En in onze preken krijgt Marta ook vaak de zwarte Piet. Ze wordt onrecht gedaan denk ik. Is zij echt dat sloofje?  Was het zo raar wat zij deed?  Er komt een groepje van 12 man en die Rabbi bij je, en wie weet nog wat mensen die Hem willen spreken. Het huis loopt vol. Zorg voor gasten was in het oosten geen sinecure toen (en nog niet). Meer dan koffie met een koekje…

Het is maar een momentopname. Ik denk dat Marta ook wel eens intens naar Jezus luisterde, en dat Maria ook best eens hielp met afwassen… heel belangrijk.  Straks zijn er hier weer mensen die koffie hebben gezet. Best fijn!  

Nee, Jezus hield van Marta en andersom. En Marta geloofde ook. ‘Jezus nu had Marta en haar zuster en Lazarus lief’ lezen we ergens anders. (Joh. 11:5).

M.m.v. de zusjes Marta en Maria wil dit verhaal, wil Jezus ons iets leren. Over de juiste verhoudingen in ons leven. Wat echt belangrijk is.  Want Jezus kijkt anders dan wij, dan wat wij normaal vinden. Jezus kijkt anders, omdat Hij ons een ander leven wil geven, vol van zijn licht, kracht, zegen, blijdschap. Als je dat wilt, dan vraagt dat wat. Dat vraagt de juiste keuzes. Tegendraadse keuzes.

En wat is dan dat beste deel, wat Maria koos?  Natuurlijk niet dat je je snor drukt, een ander laat sloven en lekker bij  de visite gaat zitten. Nee, lezen we de tekst: Maria gaat aan de voeten van Jezus zitten en luisterde naar zijn woorden.

Jezus vindt het belangrijk dat mensen naar Hem luisteren. Dat zegt Hij wel vaker. Ieder die naar Hem luistert is als zijn moeder en zuster en broeder. En: Wie naar mijn woorden luistert is als een man die zijn huis bouwt op de rots. Dus bij Hem zijn en luisteren is het beste wat je kan doen.

Dat werkelijk luisteren naar Jezus, naar zijn woorden, is nog best lastig. Want Jezus heeft iets te zeggen over mijn leven. Zijn licht gaat dan schijnen over mijn duisternis, mijn hele hebben en houden.

Het is onvermijdelijk dus ook: luisteren naar mijn eigen hart, mijn diepe vragen, die ik misschien liever wil ontvluchten. Dat geeft allereerst onrust. De woorden van Jezus brengen iets in beweging. Dat luisteren vraagt dus een beejte moed, en inspanning. Je moet het stil zien te maken om je heen… en in je!

Ken je dat … ? Ik herken in mij de Marta die bezig is, met allerlei dingen die best nuttig en belangrijk zijn, zelfs ‘geestelijk’, maar niet `het beste deel` op dat moment. Regelmatig laat ik mij overwoekeren door de druk van alles wat moet. Maar ook als er niet een grote werkdruk is van dingen die nodig moeten,  bemerk ik dat ik de neiging kan hebben dan tóch in bezig zijn te stappen, te vluchten als het ware. Je moet zo nodig nu ineens je email gaan checken of zo. Dat is innerlijke onrust of gebrek aan discipline.

Maar ik herken ook de Maria. Verlangen naar God, zoals de Psalm dat zegt: hunkering naar de voorhoven van de Heer. Die momenten zijn er ook. het is de Geest die in onze harten is gelegd die zelf wil bidden, die verlangt naar de Vader. die in ons hart zegt: ‘zoek Mij’.

In mij is zowel die Marta als Maria.  En waar geef ik de voorrang aan?

Er zijn meer van die verhalen waar Jezus twee mensen of groepen sterk tegenover elkaar zet. Ik denk aan de vijf wijze en vijf domme meisjes die op de bruidegom wachten. Die wijze houden olie voor de lamp, bij die anderen raakt het op. Dat gaat over:  hoe blijf je op koers, hoe blijf je vol van geest in dit leven, vol van hoop, liefde, geloof, blijdschap, tot het einde, ook als het lang duurt?  En misschien dat dit verhaal van Marta en Maria dáár juist antwoord op geeft.

Als wij met Jezus blijven omgaan, Hem éérst zoeken, ‘wonen bij zijn altaren’, aandachtig luisteren naar zijn stem die in ons binnenste innerlijk wil spreken, dan houden wij de olie in onze lamp.  Ook in moeilijke tijden. Als we lang moeten wachten op het morgenlicht. De tijden zijn ook best moeilijk, in de wereld, de kerk, of je eigen leven. En zo is het altijd geweest. Je kunt ontmoedigd raken, uitgeblust, teleurgesteld, bitter. Zuur.

Jezus heeft de woorden van eeuwig leven, Hij is de verlosser. Als we Hem in het middelpunt stellen en het houvast in ons leven in Hem zoeken, dan worden wij verlost.  En dan dragen we en ontvangen we de vruchten die we door ons eigen werken, en ons eigen werken “voor de Heer”, nooit zouden kunnen krijgen en dragen.  Dan maken we van dorheid om ons heen oases. Zoek eerst het Koningkrijk van God. Dat is het enige nodige. De rest wat nodig is krijg je er dan bij.

En bij het klimmen der jaren, de ouderdom, wordt dit dan makkelijker of moeilijker?

Dan hoef je niet meer hard te werken. Dan kan Marta en Martus de bezem laten staan (vrij naar een liedje van Elly en Rikkert). Maar je kan nog steeds druk bezig zijn, je zelf druk houden… en zo nog steeds een beetje voorbij lopen aan de omgang met de Heer.  Klusjes, hobbies, zelfs goed werk, werk in de kerk, ze kunnen op de eerste plaats gaan staan.  Het is de onrust in ons hart.

Maar anderzijds, als je nóg wat ouder wordt, dan kan je heel veel niet meer. Hard werken is er niet meer bij. Ideaal zou je zeggen, dan kun je eindelijk eens gaan leren van Maria, het werk maar laten, en meer gaan wonen bij de Heer, in de “voorhoven van de tempel”.

Toch kan dat ook tegenvallen, als je gezondheid je hindert, dan ga je dáár weer zorgen over maken, en dat kost ook veel tijd, dokter hier, opname daar.

Maar belangrijker nog: je kunt er gewoon de balen van hebben, dat je niet meer zo actief kunt zijn. Je kunt jezelf wat waardeloos gaan vinden. Waar ben ik nog goed voor, als ik niks meer bij kan dragen? 

En eigenlijk blijkt dan: dat we vinden dat we gered worden door onze werken, dat we zalig worden of zijn door onze acties, onze rol, onze waarde. Weinig of niets meer zelf kunnen, dat vreet aan je gevoel van zelfwaarde. Je geluk.

Maar je kunt het ook loslaten… Marta, leg die bezem maar neer.  Misschien kun je dan juist, wanneer de eigen krachten zoveel minder worden, er zoveel gewoon niet meer kan, leren ontvangen, leren dat alles wat écht belangrijk is van Christus komt. Leren dat onze echte waarde geborgen ligt in Hem. Hij is de redder, de bron van diepe, blijvende vreugde.

Hij verandert je, verlicht je. Dan ben je een gelukkig en dankbaar mens, een licht en lichtgevend mens, een gezegend en zegenend mens. Ook als de aardse tent vervalt. Alleen het beste deel zul je kunnen houden. En je mág het houden. Blijdschap tot in eeuwigheid.

AMEN

Onzichtbare dingen in een visuele tijd

Geplaatst 12 aug. 2013 05:10 door De Stadslamp Amsterdam

11 augustus 2013, 19e Zondag door het jaar – RK kerk de Krijtberg, Tjeerd Jansen.
 
Gelezen:  
Wijsheid 18, 6-9; Brief aan de Hebreeen 11, 1-2. 8-12 en Evangelie volgens Lucas 12, 35-40
 
Overweging 
Wij zijn als mensen over het algemeen heel visueel ingesteld. Dat is niet nieuw. Het is van
alle tijden. Neem deze kerk; gebouwd in de 1880-er jaren, naar het voorbeeld van de grote
kerken uit de hoge middeleeuwen. Wat is er hier niet allemaal te zien: een veelvoud aan
kleuren; overal beelden en afbeeldingen die ons tot de verbeelding willen spreken en die
een verhaal vertellen; in het middel van de kerk de preekstoel die een theologische
samenvatting geeft van ons menselijke en gelovige leven; en dan in het centrum van ons
blikveld – als wij onze ogen omhoog laten trekken – de triomfbalk die ons het kernmoment
van Jezus leven toont, en – als wij weer omlaag kijken – het ciborium met het prachtige
hoogaltaar, en daarin het tabernakel met geconsacreerde hosties: ons dagelijks brood voor
onderweg.
Zo hebben kerken eeuwenlang met hun beelden en afbeeldingen het geloof van mensen
willen voeden en stimuleren, gebruikmakend van het feit dat de meesten van ons zo visueel
zijn ingesteld en geraakt worden door wat wij zien. In onze tijd is dat belang van beelden
alleen maar sterker geworden. De televisie en de computer brengen iedere dag opnieuw
beelden van over de hele wereld ons huis binnen. Die beelden vragen ons om onze
aandacht. Soms gaat dat om mooie dingen, die ons vreugde brengen en ons hart verwarmer.
Soms zijn die beelden schrijnend, en roepen zij ons geweten en rechtvaardigheidsgevoel
wakker met wat zij ons zeggen over misstanden in onze wereld. En dan zijn er nog de
beelden die wijzelf maken, en die onze vrienden maken. Vroeger nam je een camera mee op
vakantie. En als je dan weer thuis was, moest je één of twee weken wachten tot de foto’s
ontwikkeld waren en je de beelden van je vakantie terug kon zien. Tegenwoordig heeft
menigeen een telefoontje op zak waarmee foto’s gemaakt kunnen worden, die je
onmiddellijk kunt zien en zelfs meteen per email kunt doorsturen naar anderen. Ons leven
lijkt meer visueel van karakter te zijn, dan ooit tevoren.
Maar vandaag horen wij de schrijver van de Hebreeënbrief iets anders zeggen: Hij houdt ons
voor dat ons geloof ons overtuigt van de werkelijkheid van onzichtbare dingen.
En het gaat bij die onzichtbare dingen om heel belangrijke zaken: Het gaat om ons geloof,
om de hoop waaruit wij leven, om de manier waarop wij onze werkelijkheid zien. En de
schrijver houdt ons meteen belangrijke voorbeelden uit onze traditie voor: Abraham, Isaac,
Jacob en Sara; mensen die bereid waren om in hun levens aan iets heel nieuws te beginnen,
terwijl zij niet meer zekerheid hadden, dan een belofte die hen gedaan was. Die belofte was
hen weliswaar door God gedaan. Maar het waren heel onwaarschijnlijke beloften: de belofte
van nieuw land aan iemand die een zwervend bestaan leidde en nauwelijks iets bezat in de
wereld; of de belofte van kinderen en een nageslacht aan mensen die kinderloos waren en
stokoud.
Toch – ondanks het feit dat het om weinig geloofwaardige beloften ging – zijn deze mensen
op weg gegaan, en hebben zij de uiterst onzichtbare hoop die hen gegeven werd als basis
voor hun leven geaccepteerd. Hun verhalen houden ons dan ook voor, dat God hen dit
vertrouwen als gerechtigheid aanrekende en dat zij uiteindelijk kregen wat zij gehoopt
hadden.De Schrift houdt ons verhalen en beelden voor, met de bedoeling dat wij ons daardoor laten
inspireren in ons eigen leven. Dat geldt dus ook voor de verhalen van Abraham en Isaac en
Jacob en Sara. En hun verhalen zijn ook voor velen van ons actueel. Want hoe vaak moeten
wij als mensen niet met iets nieuws in ons leven beginnen, terwijl wij niet precies weten wat
de toekomst ons brengen zal?
In deze tijd geldt dat voor heel veel jongeren: voor leerlingen die na de vakantie naar een
nieuwe school gaan; voor studenten die het ouderlijk huis verlaten om ergens aan een
studie te beginnen. Het geldt voor mensen die nieuw werk krijgen, en voor mensen die
opeens werkloos worden. Mensen die gaan trouwen, beginnen iets nieuws in hun leven.
Ouderen krijgen ermee te maken als zij hun krachten voelen afnemen, of de laatste fase van
hun leven ingaan. Veranderingen, nieuwe paden die zich openen, kansen die zich aanbieden
of lastige opgaves waarmee wij geconfronteerd worden; ieder van ons krijgt er regelmatig
mee te maken.
De vraag is dan of die onzichtbare werkelijkheden van ons leven waar de schrijver van de
Hebreeënbrief over spreekt, ons kracht en inspiratie kunnen geven. Kunnen wij het
ongewisse van de toekomst aan? Is de liefde die ons met mensen verbindt, de vriendschap
die wij van anderen ervaren, de hoop waar ons geloof – waar Christus – ons toe inspireren
wil, voldoende in ons leven om die toekomst met vertrouwen tegemoet te treden? Wat die
toekomst ook brengt?
Soms wel, natuurlijk. En soms ook niet. Vertrouwen en geloof opbrengen komt sommige
mensen van nature. Maar de meesten van ons moeten dat gaandeweg leren, met kleine
stapjes. Liefde wil gekoesterd worden. Vriendschap wil steeds weer ervaren worden. Hoop
wil geoefend worden. Geloof, hoop en liefde; alle drie zijn het gaven waar wij ons regelmatig
weer bewust van moeten maken. Wanneer het leven moeizamer is, zijn het gaven waaraan
wij herinnerd moeten worden en die wij onszelf voor de geest moeten roepen. En op de
momenten dat het leven ons toelacht, zijn het gaven waardoor wij ons kunnen laten sterken
en verwarmen.
Houdt uw lendenen omgord en de lampen brandend! Ons geloof daagt ons uit om een
waakzaam leven te leiden. Daar hoort bij dat wij onszelf steeds weer opnieuw laten voeden
door het belang van die onzichtbare dingen in ons leven, die ons dragen: door de Geest die
ons bijstaat en inspireert; door de mensen die van ons houden en het concrete gezicht van
Gods liefde in ons leven zijn; door de hoop, het geloof en de liefde die wij met onze naasten
kunnen delen.
Laten wij dan onze lampen brandend houden, en leven van de werkelijkheid van die
onzichtbare dingen die God ons geeft, opdat wij kracht en inspiratie vinden en doen kunnen
wat ons in ons leven te doen staat.

Westerkerk

Geplaatst 6 aug. 2013 04:19 door De Stadslamp Amsterdam   [ 6 aug. 2013 04:21 bijgewerkt ]

Vanaf begin juli worden de preken in de Wester gepubliceerd, zowel van de eigen predikant als van gastpredikanten. Lees bijvoorbeeld de preek van Ds. Heetderks 4-8-2013

Fragment:
Wat drijft je? Wat houdt je in beweging? Waarvoor leef je?
Dat zijn vragen van alle tijden en van alle generaties. Niet dat je altijd over die vraag nadenkt, maar je beantwoordt die vraag dag aan dag met je leven. Aan je manier van leven kun je zien wat werkelijk belangrijk voor je is.
Wat is echt belangrijk in je leven? Wat is de moeite waard om voor te leven? Waar richt je je op?
Veel mensen zeggen dan wat anders dan ze doen. Mensen zeggen soms, dat het meest belangrijke in hun leven hun gezin is of degenen die hen lief zijn, maar ze leven alleen maar voor het werk of voor de zaak of voor de hobby. Als je mensen zou vragen, wat werkelijk het belangrijkste in hun leven is, dan antwoorden ze misschien: mijn geliefde of mijn kinderen. Of misschien ook wel: mijn geloof. Maar tegelijkertijd wordt hun leven soms veel meer door hun baas bepaald of door de economie of door geld of door hun onvervulde verlangens …

Bidden (Psalm 42)

Geplaatst 3 jul. 2013 06:21 door De Stadslamp Amsterdam

Zondag 9 juni, Oude Lutherse Kerk. 
Marieke Brouwer, predikant. 
Gelezen: psalm 42.
Thema: Bidden.

Een recent onderzoek heeft aangetoond dat ruim 60% van de Nederlandse bevolking bidt.
Dat is een hoog percentage, wat je niet zou verwachten in ons ontkerkelijkende land. 
Mensen bidden, zolang als de soort die we zijn, de homo sapiens bestaat. In alle eeuwen, in
alle werelddelen, in alle culturen, overal en altijd werd en wordt gebeden.

Wij mensen bidden God of de goden universeel om voorspoed, om geluk, om gezondheid,
kracht en steun, innerlijke rust, inzicht, om het hart te luchten en zich uit te spreken.

Maar wij bidden vooral bij problemen, ziekte en dood en nood, als we zelf niet meer weten
hoe het verder moet, als we bang zijn. Wij bidden thuis, in bed, in de natuur, op de fiets en in
de kerk eigenlijk overal richten mensen zich tot datgene wat ons overstijgt. Datgene, Diegene
die tegelijkertijd oneindig is en zo dichtbij. Wij richten ons tot diegene, datgene dat we overal
om ons heen en in de diepten van ons eigen hart bespeuren. In gebed wagen wij ons aan Wie
of Wat oneindig groter is dan wijzelf. 

De mens is een geestelijk wezen, naar alle waarschijnlijkheid het enige wezen dat besef en
intuïtie heeft van dat geheim, dat mysterie wat leven is, dat naar de sterren kijkt en van ontzag
vervuld wordt. Want hoe intelligent sommige dieren ook mogen zijn, wij lijken de enigen met
dat besef van de raadsdelachtigheid van het bestaan. 

In alle tradities wordt God, het Goddelijke, de Onnoembare met duizend en één namen
biddend aangesproken. Met name in de psalmen vinden we onszelf als biddende wezens
terug, iedere psalm is een gebed. We hoorden zojuist psalm 42, een gebed van een mens die
diep verlangt, ja snakt naar God.

In de Bijbel wordt God met zoveel namen en beelden omkleed en aangesproken: vader,
koning, minnaar, rechter, herder, Licht, Bron enz. Wij mensen hebben God in woorden, kunst
en muziek verbeeld. We hebben deze beelden nodig. Maar ondanks al onze woorden, beelden
en verbeeldingen, is er uiteindelijk het besef van verlegenheid, beseffen we niet te weten naar
wie of wat ons verlangen uitgaat. God is niets, een ik weet niet wat, onuitsprekelijk en
onachterhaalbaar zeggen de grote bidders als Meister Eckhart, Johannes van het kruis, Teresa
van Avila en alle andere Godzoekers en mystici. De woorden en beelden die wij gebruiken
over God, zijn woorden en beelden die wij stamelend gebruiken om niet geheel te hoeven
zwijgen.

Hardnekkig kan het mysterie dat God is, dat Onuitsprekelijke, aan ons trekken. Zelfs al
hebben wij afscheid genomen van kerk of geloof, van de al te beperkende en vervuilde
beelden van God, het verlangen en de geraaktheid door ik weet niet wat blijven. 

Nietsche, de bekende filosoof was degene die God doodverklaarde. Tegelijkertijd bad hij dit
gebed:
Nog eenmaal, voor ik verder trek
en uitzie voor mij uit,
hef ik vereenzaamd mijn handen
naar U omhoog naar wie ik vlucht,aan wie ik in de diepste diepten van mijn hart
plechtige altaren heb gewijd, 
opdat te alle tijde mij
uw stem weer roepen zou.
Daarop ontgloeit diep in gegrift het woord:
voor de onbekende God.
Hem hoor ik toe,
al bleef ik tot op dit uur
samenzweren met het kwaad.
Hem hoor ik toe, en ik voel de strikken
die me in de strijd omlaag trekken
en, ookal vlucht ik,
me toch dwingen tot zijn dienst.
U wil ik kennen, Onbekende
Gij die mij grijpt diep in mijn ziel,
Gij die mijn leven als een storm doorzwerft,
Gij onbegrijpelijke, mij verwant!
ik wil U kennen, ja zelfs dienen.
( F.Nietsche)

De Onbekende, de Onbegrijpelijke, hij roept ons altijd uit de diepste diepten van ons hart.
En wij spreken terug, wanhopend, zoekend, zijn lofzang zingend, vragend, dankend.
Amen.

1-10 of 62