Preek van de week

Hoe wordt er in andere kerken dan die van jou gepreekt? Hier vind je recente preken uit wisselende Amsterdamse kerken.

TIP ! :  Op de website Komt een leek in de kerk brengt een jonge niet-religieuze Amsterdammer een jaar lang verslag uit van zijn bezoek aan steeds een andere kerk in de stad. Heel boeiend om te lezen hoe een 'leek' dat beleeft waar 'wij christenen' zo aan gewend zijn dat het vreemde ons niet meer opvalt. Vooral leuk wanneer jouw eigen kerk onder dit leken-licht komt. En leerzaam...!

Door dik en dun trouw

Geplaatst 23 apr. 2013 01:49 door De Stadslamp Amsterdam

Zondag 21 april, 
Verkondiging in het kader van Preken voor de koning op 21 april 2013 in de Kerk van Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans te Amsterdam
door Pierre Valkering, pastor.
Gelezen: uit het boek der Handelingen van de apostelen (13, 14.43-52)Psalm 100 (2.3.5), de Openbaring van Johannes (7, 9.14b-17) en het evangelie volgens Johannes (10, 27-30).

(Eerst gepubliceerd op Preken voor de Koning, 22 april 2013)

Nou, koninklijke hoogheden, inderdaad is het nu bijna zover. Nog even, nog “negen nachtjes slapen” en u, Willem-Alexander, zit op de troon. In dat Koningslied dat wij als het ware “met z’n allen hebben geschreven”, daarin staat: De dag waarvan je wist dat die zou komen is eindelijk aangebroken. En: Iedere stap die jij tot nu toe in je leven zette, die leidde er naar toe, naar deze dag. En zo is het.

Persoonlijk gun ik het u van harte. U bent voor het koningschap letterlijk in de wieg gelegd.Zesenveertig jaar lang bent u er naar toe gegroeid. Dat zal zeker niet altijd meegevallen zijn. Want: u hebt er in beginsel niet zelf voor kunnen kiezen, voor deze taak. U moest wel. En dan hebt u daarbij heel uw leven lang in de schijnwerpers gestaan. U kon geen stap verzetten of iedereen zag het. En iedereen had er een mening over. Als kind hebt u vast al goed geleerd, hoogheid, om “binnen de lijntjes te kleuren”. In uw positie is dat uiterst belangrijk, want u weet, ik hoef u niets te vertellen natuurlijk: er hoeft maar dít te gebeuren en het is afgelopen met het koningschap in Nederland. Nog maar pas geleden besloot het parlement om de koning voortaan buiten het formatieproces te houden. Een niet mis te verstane maatregel. Het parlement heeft daarmee de ruimte voor de koning binnen ons staatsbestel nog weer verder ingeperkt. Niet echt wat je noemt een leuk afscheidscadeau voor uw moeder en een leuk welkomstcadeau voor u. Ik kan mij voorstellen dat dit ten paleize best even slikken zal zijn geweest. Maar zo zijn dus de verhoudingen: Als ons staatshoofd hebt u formeel weinig macht.

Des te groter is mijn bewondering en waardering voor u dat u in staat en bereid bent om die taak van het koningschap in Nederland ten bate van dat veelkleurige, mondige, brutale en vaak narrige volkje op u te nemen. U bent een aardige vent hoogheid. U bent geweldig goed geprepareerd op de taak die u wacht. U hebt daar denk ik ook enorm uw best voor gedaan. Als koning zou het u dus moeten kunnen lukken. U zult een evenwichtskunstenaar moeten zijn. Maar als dat u lukt, als u dat goed dóet, dan zult u mensen heel veel kunnen geven. Dan zullen wij met z’n allen veel aan u beleven. Dan is dat koningschap een práchtige taak en voor ons allen een bron van vreugde. En dan zal uw koningschap verwijzen ook naar de wijze waarop Gód in Jezus Christus voor de mensen koning is. Dan zal het licht van Zijn koningschap doorschijnen in dat van u.

In de tweede voorlezing uit de bijbel die wij vandaag gehoord hebben, uit het boek van de Openbaring van Johannes, daarin hoorden wij over “een geweldige menigte die niemand tellen kon uit alle rassen en stammen en volken en talen. Zij stonden voor de troon en voor het Lam.” Wat we op 30 april aanstaande zullen meemaken, dat zal daar een beetje op lijken. De hele wereld zal daar vertegenwoordigd zijn en op de troon zult u dan zitten. Ik zou zeggen, hoogheid, durf er te zitten zoals dat “Lam” op de troon zit. Dat “Lam” dat is Jezus Christus, een kwetsbaar mensenkind zoals wij allen. Jezus heeft in zijn leven echt ergens voor gestaan. Hij stónd voor Zijn geloof in Zijn God. Daarmee heeft Jezus nogal wat mensen geïrriteerd om niet te zeggen: Hij heeft ze daarmee zeer getergd. En daarmee heeft Jezus alle plagen van Egypte over zich afgeroepen: Grote agressie heeft Jezus met Zijn geloof in Zijn God opgeroepen. Maar dat heeft Hem niet van Zijn stuk gebracht. Hij is bij Zijn geloof en Zijn God gebleven. Als een beest werd Jezus afgeslacht, als een lam. Maar wij in de kerk geloven dat Jezus met Zijn geloof en Zijn God het toch gered heeft. Wij geloven dat de God van Jezus Hém gered heeft. Hij is gedood, geslacht, Jezus, maar Hij leeft, Hij regeert. Op de troon zit het Lam. Van harte wens ik u toe, hoogheid, dat ook U zich door Hem, door Jezus, door Zijn geloof en Zijn God, die oneindig kwetsbaar is en juist daarom oneindig sterk; van harte wens ik U toe dat juist ook u in uw positie zich door Hem wilt en zult laten voeden.

Voor de troon van het Lam staan, zo wordt gezegd, “degenen die komen uit de grote verdrukking”. Grote verdrukking, hoogheid, ervaren ook velen van uw toekomstige zogenaamde “onderdanen”. Ik denk dan aan mensen in moeilijke levensomstandigheden, mensen die rotdingen hebben meegemaakt waar ze maar moeilijk of niet overheen komen. Ik denk aan mensen die geen werk hebben. Ik denk aan mensen die geen of te weinig geld of schulden hebben. Ik denk aan mensen die zich niet gelukkig voelen. Ik denk mensen die ziek of gehandicapt zijn en het daar moeilijk mee hebben. Ik denk aan mensen ook die beschouwd worden of die zichzelf beleven als losers, als mislukte mensen. Er staat: “Hij die op de troon is gezeten zal zijn tent over hen uitspreiden. (…) Het Lam in het midden van de troon zal hen weiden en voeren naar de waterbronnen van het leven en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.” Die woorden, hoogheid, gaan dus over het Lam Jezus, over die koninklijke mens naar Gods hart. Maar ik denk: ook u, juist ook u, in uw positie, kunt een behoeder, een herder en een trooster zijn voor verdrukte mensen, voor mensen in nood. Daarover hoorden we ook in de evangelietekst van deze zondag die binnen onze katholieke kerk de zogenaamde “roepingenzondag” wordt genoemd: “Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze, en ze volgen Mij. Ik geef hun eeuwig leven; zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan en niemand zal ze van Mij wegroven.” Dat zijn de woorden van de evangelist Johannes. Hij legt ze in de mond van Jezus en terecht: wij mogen geloven dat die woorden echt uitdrukken en weergeven wie Jezus was en is en blijven zal: de kwaliteit van Zijn leven die Hij ook aan ons wil geven en dus ook aan u hoogheid. Van harte hoop ik dat alle inwoners van Nederland en op de eerste plaats die zogenaamde “verdrukte mensen” in u een vriend, een bondgenoot, een buddy en beschermer mogen herkennen en hébben die door dik en dun trouw is aan de godgegeven taak die hij ten dienste van mensen uit mag oefenen.

Er was nóg één bijbellezing. Dat was de eerste lezing. En dat was vandaag de spannendste denk ik en de pikantste. Wij ontmoetten daarin Paulus, de grote missionaris, verspreider van het christelijk geloof, in de eerste eeuw. In levenden lijve had hij Jezus nooit ontmoet. En toch is Paulus vol van Hem. Hij heeft zijn leven helemaal gesteld in Zijn, in Jezus’ dienst. Wij hoorden hoe Paulus samen met Barnabas arriveert in de stad Antiochië in Pisidië, dat is in het tegenwoordige zuiden van Turkije. Paulus maakt veel los. Veel mensen worden geraakt door wie hij is, Paulus. Zij worden geraakt door wat hij naar voren brengt en door hóe hij dat doet. Sommigen ervaren hem in die zin als een bedreiging. Er staat: Zij “hitsten de godvrezende vrouwen op die uit de toonaangevende kringen kwamen en ook de voornaamste burgers van de stad.” Ja, berg je dan maar. Als je dat soort mensen tegen je krijgt, dan ben je natuurlijk nog niet jarig. “Zij veroorzaakten een vervolging tegen Paulus en Barnabas en verjoegen hen uit hun gebied.” Niet alleen apostelen-avonturiers, hoogheid, ook koningen en keizers worden soms verjaagd. Denk aan de Romanovs en Haile Selassie, aan de sjah van Perzië, aan koning Constantijn, aan Lodewijk XVI en Marie-Antoinette. Van harte wens ik u en prinses Máxima toe dat u vanaf 30 april stevig in het zadel zult zitten en dat u zich als koning en koningin gedragen en geliefd zult voelen door zoveel mogelijk Nederlanders. En toch: de monarchie in Nederland en natuurlijk het leven van elk van ons hangt aan een zijden draad. Er hoeft maar dít te gebeuren en ‘t is exit. Als Paulus en Barnabas worden weggejaagd, dan tillen zij daar niet te zwaar aan. Zij schudden het stof van hun schoenen en gaan naar Ikonium hoorden wij. En dan staat er: “De leerlingen (…) waren vervuld van vreugde en van de heilige Geest.” Ik wens het, hoogheden, u en ons allen in alle omstandigheden toe: moge, wat het leven ons ook brengen zal, de vreugde en het vuur van Gods Geest, die van het Lam dat werd geslacht, altijd in ons leven. Leve de Koning. Amen. Alleluia.


Liefde overwint

Geplaatst 10 apr. 2013 05:54 door De Stadslamp Amsterdam

Overdenking door Pastor Stanley Hofwijks, Maranatha Ministries ( www.maranatha.nl) , 5 april 2013.
 
We kunnen er niet omheen: de sleutel tot een succesvol en overwinnend christelijk leven is de liefde. Liefde opent deuren. Liefde is de taal van de Here God. Wie niet liefheeft, is dood voor God. In Zijn Woord staat heel nadrukkelijk: “Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben. Wie niet liefheeft, blijft in de dood”. (1 Johannes 3: 14) Verder lezen wij in 1 Johannes 4:7: “Een ieder, die liefheeft, is uit God geboren en kent God”. Laten allen, die met een schijn van godsvrucht of vroomheid elkaar pijn doen en verwonden, weten en beseffen, dat onze Here hun om rekenschap zal vragen. Een wedergeboren hart is zachtmoedig en zal in geen geval anderen kwetsen of pijn doen met de Bijbel in de hand. Een liefdeloos hart werkt naar de letter van het Woord. Een liefdevol hart werkt naar de geest van het Woord.

Liefde is ook de taal, die iedereen verstaat. Iedereen zoekt en verlangt naar liefde. Een mens kan veeleer leven zonder brood en luxe artikelen dan zonder liefde. Er is een grote honger naar liefde. Als het om de liefde gaat, vallen veel dingen, waarnaar de mens zo hartstochtelijk kan verlangen, in het niet. Het blijkt, dat zelfs voor de mens, die alles kan hebben wat zijn materialistische hart begeert, een leven zonder liefde geen enkele zin heeft. Verwonde mensen zijn in negen van de tien gevallen het slachtoffer van liefdeloosheid. Liefde zal nooit leiden tot verwonde mensen in de maatschappij; liefdeloosheid, hardheid, egoïsme, etc. wel.
Liefde bindt, liefdeloosheid scheidt.
Waar liefde ontbreekt, zal er ook geen respect zijn voor elkaar.
Waar liefde ontbreekt, zal er geroddeld en gelasterd worden..Het is van groot belang dat iedere gelovige de taal van de liefde leert spreken en verstaan. Wie de taal van de liefde spreekt en verstaat, zal in staat zijn zelfs over de breedste rivieren bruggen te bouwen.

De grootste oogst van zielen ligt niet in het doen van wonderen en tekenen, maar in de liefdevolle benadering van de mensen. Wonderen kunnen daarbij wel een rol spelen, maar alleen als die gepaard gaan met liefde. Het bewijs van onze bekering ligt niet in de openbaringen die wij krijgen, in geweldige getuigenissen, in de vele zieken die door onze handoplegging genezen of in het uitdrijven van demonen, maar in de liefde die wij elkaar toedragen. Dáár ligt het bewijs van onze waarachtige bekering. De Here heeft zelf gezegd: “Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt. Hieraan zullen ALLEN weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander”. (Johannes 13:34,35)

De gemeente kan veel bereiken, indien zij liefde heeft onder elkaar. Liefde, door de Heilige Geest gedragen, kan namelijk een geweldige aantrekkingskracht uitoefenen op deze harde, liefdeloze wereld.

Dood en leven

Geplaatst 18 mrt. 2013 12:52 door De Stadslamp Amsterdam

Zondag 17 maart 2013, 5de zondag van de 40-dagentijd.
RK kerk De krijtberg. 
Tjeerd Jansen SJ.

Lezingen: Jesaja 43, 16-21; Brief aan de Filipenzen 3, 8-14 en Evangelie van Johannes 8, 1-11.

Overweging

In het boek Deuteronomium staat een toespraak van Mozes, waarmee hij het volk Gods toespreekt. Leven of dood houd ik jullie voor, zegt hij, zegen of vloek. Kies dan het leven. Dat klinkt heel dramatisch. Maar over leven of dood en de keuze daarvoor, en vooral over nieuw leven; daar gaat het over in de lezingen van deze zondag. En daar gaat het over in de twee grootste vieringen van ons kerkelijke jaar: Kerstmis en Pasen. Met Kerstmis wordt ons dat nieuwe leven voorgehouden in het beeld van een pasgeboren kind. Met Pasen – waar wij ons op voorbereiden – gaat het over het nieuwe leven dat mogelijk is, midden in ons eigen leven, midden in het leven zoals zich dat voltrekt.
Het evangelie van vandaag doet aan dramatiek niet onder voor de toespraak van Mozes. Het is een uitermate wrang verhaal, in zekere zin. Een stel Schriftgeleerden en Farizeeërs wil Jezus een hak zetten. Ze brengen een vrouw voor Hem die overspel gepleegd heeft, en daarom volgens de wet gestenigd zou moeten worden. En zij vragen aan Hem, wat Hij vindt dat er zou moeten gebeuren. Daarmee spannen zij Hem een strik. Want als Hij over haar een doodvonnis uitspreekt en zegt dat zij haar moeten stenigen, dan komt Hij in conflict met de Romeinse autoriteiten. Die hadden het land bezet, en zij alleen mochten een doodvonnis over iemand vellen. Bovendien zou Jezus met zo’n hard vonnis al die mensen teleurstellen, die Hem volgen juist omdat Hij pleit voor vergevingsgezindheid en voor barmhartigheid. Maar als Hij zegt dat zij haar moeten laten gaan, dan kunnen zij Jezus ervan beschuldigen dat Hij de Wet van Mozes niet serieus neemt. En die Wet van Mozes, de kern van het Oude Testament, is de basis van het Joodse geloof dat zij delen.
Het eerste dat het verhaal wrang maakt, is het feit dat de wet bepaalde, dat man én vrouw die overspel pleegden ter dood moesten worden gebracht. De mannen die Jezus een hak willen zetten, brengen de vrouw voor Hem. Maar waar is de man? Die hebben ze kennelijk laten lopen. Nog verwerpelijker is het feit dat zij bereid zijn om het leven van deze vrouw op het spel te zetten, alleen maar om Jezus met een strikvraag te confronteren.Leven of dood had Mozes in zijn aansporing het volk voorgehouden. Deze vrouw staart de dood in de ogen, en moet hulpeloos afwachten wat er over haar wordt beslist.
De reactie van Jezus heeft tot heel veel speculaties geleid. Hij buigt zich voorover en schrijft op de grond. Wat schreef Hij daar? Wij weten het niet. Maar misschien mogen wij aan Jeremia denken, die zegt: Wie van U weggaan, zullen in het stof worden geschreven. Hoe dat ook zij, wat Jezus vervolgens tot de Schriftgeleerden en Farizeeërs zegt, breekt de situatie open: Laat degene onder u die zonder zonde is, de eerste steen op haar werpen. Hij doet hier meer dan alleen maar de bal terugkaatsen. Door de manier waarop Hij hun vraag pareert, legt Hij de volle morele verantwoordelijkheid voor hun keuze bij ieder van hen afzonderlijk op de schouders. Leven of dood; het is opeens een beslissing die ieder van hen zelf moet nemen.
Zij druipen af. De oudste het eerst, staat er. Kennelijk hadden de oudsten onder hen het beste door, hoezeer ook zij zondige mensen waren, en niet deze vrouw alleen. Misschien dat zij door dit optreden van Jezus zelfs begrepen, hoe zondig hun poging was om Hem klem te zetten door het leven van deze vrouw in de waagschaal te stellen. Ik hoop het maar. Het verhaal maakt in ieder gevaal duidelijk, dat Jezus nieuw leven geeft aan deze vrouw. Maar misschien hebben deze Schriftgeleerden en de Farizeeërs, ook wel nieuw leven gekregen, door in te zien wat zij deze vrouw aandeden en hopelijk beschaamd en een beetje gelouterd naar huis terug te keren.
Dood of leven. Het feest van Pasen houdt ons voor dat het leven sterker is dan de dood, en dat de kracht van nieuw leven door kan breken, midden in ons eigen leven. In het evangelie-verhaal van vandaag zien wij dat gebeuren in het leven van deze vrouw die voor Jezus wordt gebracht, en wij mogen hopen dat de hele geschiedenis iets goeds teweeg heeft gebracht bij die Schriftgeleerden en Farizeeërs. De lezingen in de Paastijd zullen ons tonen hoe dat leven doorbreekt bij Maria Magdelana, bij de apostelen en bij die gemeenschap van volgelingen van Jezus die de vroege kerk zullen gaan vormen.
Die kracht van nieuw leven – de kracht van de Verrijzenis – wil ook een werkelijkheid zijn in ons eigen leven, en in het leven van de kerk van onze dagen. Wij ervaren die kracht, iedere keer als wij in de put zaten of ons klemgezet voelden door wat er in ons leven gebeurde, maar wij opeens weer ruimte en lucht bespeuren en nieuwe veerkracht ervaren. Wij bespeuren die kracht van de Verrijzenis in de hoop die in ons hart leeft, en in ons geloof in wat goed is en mensen leven geeft. Die kracht van de Verrijzenis wordt overal zichtbaar, daar waar mensen elkaar weer overeind helpen en toekomst geven.
Zo is de leven-gevende Geest van God werkzaam in het alledaagse leven van ons allemaal, vermoedelijk zelfs vaker dan wij ons bewust zijn. En zo kan nieuw leven ook mogelijk zijn in de gelovige gemeenschap die wij vormen, en waar wij ons deel van weten. Sinds een paar dagen hebben wij een nieuwe paus. Een paus uit de nieuwe wereld, zelfs. Natuurlijk moeten wij afwachten, wat voor paus hij zal zijn. Maar met zijn nuchtere eenvoud en zijn warme menselijkheid, heeft de harten van velen al verwarmd. En de keuze van zijn naam belooft dat hij oog zal hebben voor de nood van mensen, en voor de hervormingen die de kerk nodig heeft.
Nieuw leven. Het klinkt als een belofte uit de lezingen van vandaag. Maar met een gelovig hart kunnen wij weten, dat het ook al werkelijkheid is, in ons eigen leven en overal om ons heen. En wij weten dat het onze roeping als christenen mag kleuren, in onze bijdrage aan wat leven geeft aan mensen om ons heen – thuis, in ons werk, en waar ook – als wij ons hechten aan de Heer en proberen om de weg te gaan die Hij ons wijst. Niet dat wij dat al bereikt hebben, mogen wij Paulus nazeggen. Wij zijn nog niet volmaakt. Maar wij streven er vurig naar..... Laten wij dan bidden om dat vuur van de Geest; voor onszelf, voor de kerk en voor alle mensen van goede wil.


De proef doorstaan

Geplaatst 27 feb. 2013 06:04 door De Stadslamp Amsterdam

Zondag 17 februari 2013, eerste zondag van de 40 dagentijd. 
Baptistengemeente De Verbinding. Voorganger: Wim Koedijk.
Lezing: Psalm 91, Matteus 4: 1-11

De Bijbel zegt; ‘Hij vertrouwt je toe aan Zijn engelen, die over je waken waar je ook gaat.’ Geweldige woorden! Maar is dit wel echt waar? Dat is nu precies de vraag die aan Jezus gesteld wordt! Of eigenlijk is het meer dan een vraag, het blijkt een ‘beproeving’ te zijn! Wat is Zijn reactie en wat leert ons dat als wij antwoord moeten geven op deze vraag?

Luister hier naar deze preek.


Het licht doorgeven

Geplaatst 2 jan. 2013 04:58 door De Stadslamp Amsterdam

Verkondiging op 25 december 2012, het hoogfeest van Kerstmis, in de Kerk van Onze Lieve Vrouw Koningin van de Vrede te Amsterdam ("Vredeskerk") door Loek van den Ham.

Gelezen: Uit Jesaja 52,7-10 Hebreeën 1,1-6 en Johannes 1,1-18

In de drie lezingen van vandaag geen woord over kerstmis. Geen herberg, geen herders, geen engelen, geen kribbe, geen geboortefeest en geen koningen met cadeaus. Kerstmis lijkt al voorbij. Of toch niet?

We lezen vandaag de proloog van het Johannesevangelie. Een tekst met raadselachtige taal. Mystiek bijna. “In het begin was het woord, en het woord was bij God, en het woord was God. Het was in het begin bij God.” In welk begin en welk woord? Je moet verder lezen om te begrijpen wat Johannes bedoelt. Johannes grijpt terug op het allereerste begin. ~In het begin was het woord~ en ~in het begin schiep God hemel en aarde~. Twee keer dat woordje “in het begin”. Het woord van God was er vanaf het eerste begin. Natuurlijk was er ooit een begin. Niemand zal dat ontkennen. Leven en materie zijn ooit ontstaan. Kijk eens naar het scheppingsverhaal in Genesis. In het begin schiep God hemel en aarde. God sprak en het gebeurde. Er moeten sterren komen, een zon en een maan. God sprak en het was er. God zei dat er licht moest komen. En er was licht. Alles is het gevolg van het woord. Wie of wat is het woord? Het woord is Jezus en het woord is vlees geworden. Anders gezegd: het woord is mens geworden. Het kind in de kerstkribbe is het mensgeworden woord, is de mensgeworden zoon van God. Zonder dit woord zou er niets bestaan. Het woord is leven en licht. Leven in de dood en licht in de duisternis. Jezus is het woord dat licht brengt in de duisternis. Wij kennen dat woord, omdat wij Hem kennen sinds hij als mensenzoon geboren is. Dat vieren we vandaag. Zo zie je dat het evangelie van vandaag ons enerzijds naar het scheppingsverhaal brengt en anderzijds naar het kerstverhaal. Enerzijds naar het begin van de wereldgeschiedenis, zo u wilt naar de oerknal, maar anderzijds naar het cruciale middelpunt van de wereldgeschiedenis, de geboorte van Jezus. Niets voor niets telt bijna de hele wereld alle jaren van de geschiedenis in jaren van vóór Christus en in jaren van ná Christus. We zijn dus toch bij een kerstevangelie beland. En dit kerstevangelie van Johannes is een veel indringender kerstevangelie dan het verhaal over herders, een stal en een kribbe zoals Lucas dat beschrijft. In de liturgie van vandaag zijn nog meer sporen van kerstmis te vinden. Zeker hier in deze Latijnse hoogmis. Het koor zong de introïtus van de eerste kerstdag: “Puer natus est nobis”, wat wil zeggen: “Een kind is ons geboren”. En de communio luidt: “Heden is dat licht aan ons verschenen”. Er is aan ons een licht verschenen. Een kind is ons geboren.

De dagmis van kerstmis, het moment waarop we nu bijeen zijn, is de eigenlijke feestmis van kerstmis. Alle ingrediënten voor een mooi feest zijn aanwezig. Feestelijke mensen in een mooi versierde kerk, een gezongen Latijnse hoogmis, straks ongetwijfeld een goed diner of een gezellig samenzijn in de kring van familie of vrienden. Dat mag ook! Maar de uiterlijkheden die samen de sfeer kunnen maken en de omstandigheden scheppen, zijn niet voldoende. We kunnen kerstmis niet afdoen met een hoogmis, een mooi pak, gezang en lekker eten. Dan blijft kerstmis een herdenken van het verleden. Zoiets als dodenherdenking of Bevrijdingsdag. Kerstmis moeten we vieren, elke dag. Als we dat niet doen, gaat het er op lijken alsof de zinnen in het evangelie van vandaag bewaarheid zouden worden: “Hij kwam in de wereld en Hij was het licht der mensen, maar de duisternis nam het niet aan. De wereld erkende hem niet. De wereld aanvaarde hem niet.”

Kerstmis is niet voor niets het feest van het licht. Daarom in de kerstnacht en op deze kerstochtend het vele licht van kaarsen en de versieringen aan huizen, winkels en straten. Dit licht is het licht van God. Wij worden uitgenodigd en aangemoedigd om dat licht te ontdekken, om God te ontdekken in onze eigen wereld. De kerk nodigt ons daartoe uit. Het kind in de kribbe nodigt ons daartoe uit. We moeten dat licht gaan zien, gaan voelen en van mens tot mens doorgeven. Dan zal dit licht nooit meer doven, ook al doven wij straks de kaarsen hier in de kerk en op het altaar en de lichten in de kerstboom en de kerstversieringen. Jezus zegt: “Ik ben het licht der wereld. Wie mij volgt, loopt nooit meer in duisternis.” Hij is het licht voor ons, zoals de ster het licht was voor de herders en de koningen in de kerstnacht 2013 jaar geleden. Als wij Hem als het licht der wereld aanvaarden en erkennen, dan hebben we onze kaarsen en verlichting niet meer nodig. Neem dat licht aan. Geef dat licht door. Breng licht in uw hart en om u heen. Kerst is dé dag om vrede te sluiten, om vergiffenis te vragen of te schenken, om uw relaties te vernieuwen, om vetes bij te leggen, om contacten opnieuw aan te halen, om goede voornemens in daden om te zetten, om sorry te zeggen. Breng het licht naar uw medemens die heel hard op een beetje licht zit te wachten. Op ú zit te wachten. Op God in u. En, sorry dat ik het hier zeg, maar het gaat nu eens niet over een abstract iemand. Doe het nou eens niet af met een gulle gift aan arme kinderen, of aan mensen in nood. Dat is óók belangrijk, maar soms té gemakkelijk. Nee, het gaat heel concreet om degene die naast ons staat en om wie een muur is opgetrokken. De partner waarmee de verhouding is verkild, de zoon of dochter met wie de gesprekken zijn verstomd, de broer of zus die we al jaren niet zien, de oom of tante die we niet willen ontmoeten, de collega op het werk die we liever zien gaan dan komen, de vriend of vriendin die niet meer welkom is, de medewijkbewoner waarvoor we onze neus ophalen of de buur die wat ons betreft maar beter kan verhuizen. Reik hem de hand of neem zijn uitgestoken hand aan.

Laten we bidden. Als U, die ons nabij wilt zijn, een gezicht hebt, al bent U onzichtbaar voor onze ogen, wees dan licht: een helder en zuiver licht, of als het kan een warm licht. Wees licht in ons bestaan, bij het aanbreken van de ochtend en in de rust van de avond. Wees een warm en zuiver licht in de stilte van ons hart.

Laat ons gaan en zien wat er gebeurd is sinds het woord mens geworden is. Maar vooral: Laat ons gaan en zien wat er nog te gebeuren staat áls wij het woord aannemen en het licht doorgeven.

In dit Licht van onze God wens ik u en de uwen een Zalig Kerstfeest.

Amen

Het proces en de prijs van de eenheid

Geplaatst 3 dec. 2012 06:00 door De Stadslamp Amsterdam

Pinkstergemeente Keerpunt,  25 november 2012.
Spreker:  Pastor Jan Barendse.
Bijbelgedeelte: Brief aan de christenen van Efeze 2:11-22

Een audioopname of een tekstversie van deze preek vindt u op deze webpagina van de kerk.

Heilzaam veranderen

Geplaatst 15 okt. 2012 03:33 door De Stadslamp Amsterdam

RK De Krijtberg ( Singel 448) ,
28ste zondag door het jaar, 14 oktober 2012

Lezing: Marcus 10, 17 - 30
pastor: Jos Moons SJ

Beste medemensen; waarde medegelovigen,

1. Gewoontes

De mens wordt wel ‘gewoontedier’ genoemd, met in dit geval de nadruk op ‘gewoonte’. We hebben allemaal onze rituelen met opstaan, en bij het ontbijt drinkenwe juist wel of juist geen koffie. We hebben een vaste fietsroute naar de supermarkt, en we hebben onze eigen manier van het inruimen van de afwasmachine. En zo kun je eindeloos doorgaan: waar we in de trein gaan zitten, boven of onder; wanneer we sporten, en wat we dan doen, en hoe lang; hoe we onze boekhouding doen. Ook gelovig hebben we onze eigen gewoontes. Wat bidden we als we opstaan, of we bidden bij het opstaan natuurlijk. En voor het eten. En onze gewoontes met naar de kerk gaan, met al dan niet kaarsjes opsteken, enz..

De psychologie en de sociologie zegt dan: de mens is een gewoontedier. En men legt uit: gewoontes zijn een manier van het ordenen van het bestaan. Ze helpen om de veelheid van mogelijke keuzes een beetje hanteerbaar te maken – want of ik ’s morgens wel of niet koffie drink, dat hoef ik dan niet meer elke dag te kiezen. Dat scheelt.

De psychologie en de sociologie beschouwen de mens dan ook als conservatief. Dat woord betekent: behoudend. We behouden het liefste onze gewoontes. Of andersom gezegd: we vinden verandering vaak vervelend. Als we hier in de kerk de mistijden zouden aanpassen, dan moet u daar weer aan wennen, en dan zal er best heel wat gemopperd worden. Laat staan als er een kerk gesloten wordt. Of als de tram z’n route verlegt. Of als je verhuist naar een andere stad, of als je zoon of dochter het huis uit gaat. Dan moet je nieuwe gewoontes ontwikkelen. Dat is moeilijk. We hebben het liever zoals we gewend zijn.


2. Verandering

Dat we gewoontes aangenaam vinden, en dat we het vaak moeilijk vinden om te veranderen, dat alles zien we in het evangelie van vandaag. We komen een man tegen die heel graag Jezus wil volgen. Hij voelt dat er wat is met Jezus. Die man is de moeite waarde. Maar het lukt hem niet om Jezus te volgen, omdat Jezus hem vraagt om z’n gewoontes te veranderen.

Eerlijk is eerlijk: Die gewoontes gingen al best de goede richting in: niet doden, geen echtbreuk, niet stelen, geen valse getuigenissen, niemand tekort doen, vader en moeder eren. Dat alles was hem vertrouwd geworden. “Vanaf z’n jeugd al”, zegt de tekst, leeft hij zo. Maar Jezus nodigt hem uit tot nog meer. Hij moet niet alleen de geboden onderhouden, maar ook nog alles prijsgeven, om Jezus te volgen.

Beste mensen, ongetwijfeld is dit een verhaal over het contrast tussen Jezus, die alles prijsgeeft, en wij, die dat moeilijk vinden; en ongetwijfeld is het een verhaal over zonde, gehechtheid en oppervlakkigheid. Maar vandaag wilde ik voorstellen om dit verhaal te lezen als een verhaal over gewoontes. De jonge man kan zich niet heruitvinden. Hij durft het niet uit te proberen wat er gebeurt als je het vertrouwde loslaat. Hij is conservatief. Letterlijk behoudend. Want hij wil behouden – z’n geld en goed namelijk, zijn levenspatroon, zijn gewoontes.

Daarmee komt het verhaal dicht bij onszelf. Want ook wij behouden graag onze gewoontes, en we veranderen maar met moeite. Denk maar aan de voorbeelden die ik genoemd heb: als de mistijden veranderen, of de tram anders gaat rijden, of als je verhuist.

Het verhaal vertelt ons echter niet alleen dat we gewoontes hebben, en dat wie die graag behouden. Het evangelie vertelt ons ook dat het belangrijkis om te veranderen. Want pas als hij verandert kan de jonge man Jezus echt volgen. En dat geldt ook voor ons. Het zou best goed zijn om eens na te denken over veranderen. Er zijn ongetwijfeld gewoontes die heilzaam zijn, voor ons en voor de naaste, maar er zijn er ongetwijfeld ook die helemaal niet zo heilzaam zijn. Ieder van ons heeft gewoontes die we beter zouden inruilen voor andere, betere gewoontes, die meer bepaald worden door geloof, hoop en liefde? Kunnen we dat, veranderen?


3. Concilie

Beste mensen, ook de kerk heeft gewoontes. Traditie, noemen we dat. En als je daar genuanceerd over spreekt, dan moet je onderscheid maken tussen Traditie met hoofdletter T, de kern van ons geloof, en tradities, met kleine letter t, en in het meervoud, die vorm geeft aan dat eerste. (Vgl. Yves Congar, “La Tradition et les traditions”, 2 delen, 1960, 1963.) Ook die gewoontes zijn heilzaam, meestal, maar kunnen soms ook beter aangepast en veranderd worden.

(Zalige) Paus Johannes XXIII was zich goed bewust van het belang van verandering. Zo sterk, dat hij daarom het initiatief heeft genomen tot het Concilie. Vijftig jaar geleden is het plechtig geopend, zo hebben we van de week herdacht. Inde openingstoespraak, bij die gelegenheid, zei paus Johannes dat het geloof geen museale bezienswaardigheid is. Het is niet om in een vitrine te stoppen en met de handen op de rug naar te kijken. Het geloof moet beleefd worden. En om dat te doen, moet het op een nieuwe manier verwoord worden, zodat de kracht en schoonheid ervan beter tot uiting komt. [De toespraak heet“Gaudet Mater Ecclesia”, zie onlinehttp://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=126.]
Het Concilie heeft inderdaad geprobeerd op een andere manier over geloof te spreken. Dat is niet gegaan zonder flink te worstelen, met zichzelf, en met elkaar. Ook het Concilie vond het moeilijk om open te staan voor verandering. Eigenlijk heel begrijpelijk – want zo werkt het ook ons eigen dagelijkse en gelovige leven.

Om goed te kunnen zien wat veranderen moet en wat niet, en hoe dingen moeten veranderen, moeten we enerzijds goed en hard studeren. Bij het Concilie waren grote theologen betrokken. Tot ’s avonds laat werd er gewerkt. Anderzijds moeten we goed bidden. Het Concilie begon elke vergadering met een gebed tot de Heilige Geest. In dat gebed werd gebeden om licht, om Gods wil te zien en die ook te volgen. Gebed alleen is niet genoeg, en ook studie alleen is niet genoeg.

Bidden we voor onszelf, en bidden we voor kerkelijke leiders, en voor theologen en pastores – dat we in ons kerkelijk leven, in ons nadenken over geloof, en in ons persoonlijk levenopen mogen staan voor verandering waar dat nodig is. Dat Gods Geest ons inzicht en flexibiliteit mag geven.

Geestelijke gaven

Geplaatst 20 sep. 2012 01:45 door De Stadslamp Amsterdam

Maranatha Ministries
Overdenking 18-9-2012. 

Wat wij in deze tijd meer dan ooit nodig hebben, zijn de geestelijke gaven. Een ieder die zich openstelt voor het werk van de Heilige Geest, moet zich ook openstellen voor de geestelijke gaven. De Heilige Geest komt tot ons met gaven of, anders gezegd, geschenken.

De Here wil de geestelijke gaven graag schenken aan al Zijn kinderen die gedoopt zijn in de Heilige Geest. Bij Hem is geen aanzien des persoon. Gods Woord zegt in 1 Corinthe 14: “Jaagt de liefde na en streeft naar de gaven van de Geest.” Beiden zijn belangrijk: de liefde én de gaven. Maar aan de liefde wordt toch een hogere prioriteit gegeven. Het woord jagen is krachtiger dan streven. Wij moeten er alles aan doen, ernaar jagen om de liefde in ons leven te hebben en vast te houden, en daarnaast moeten wij ons uitstrekken naar de geschenken van de Heilige Geest. Ik geloof dat de gaven van de Heilige Geest ons kracht geven om meer liefde en aandacht te schenken aan onze medemens.

De gaven zijn hemelse hulpmiddelen, die ons in staat stellen om optimaal te functioneren in onze bediening. De gelovige, die vervuld is met liefde en bewogenheid, zal veel meer kunnen doen voor zijn zieke medemens dan de gelovige, die de gaven niet heeft. Geen wonder dat de Bijbel in 1 Corinthe 14 het verband legt tussen de liefde en de gaven. Het is ongeestelijk en ondankbaar om de Heilige Geest te willen ontvangen, zonder daarbij de gaven te aanvaarden. Het is hetzelfde als wanneer iemand op zijn trouwdag een prachtig geschenk van een goede vriend resoluut zou weigeren. Dat is, op zijn zachts gezegd, heel vervelend. De hemelse Bruidegom heeft geestelijke gaven voor Zijn Bruid, de Gemeente. Ieder lid afzonderlijk kan één of meer gaven ontvangen. “Maar aan een IEDER wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen”. Allen worden er beter van. Die gave is dus niet bedoeld voor persoonlijk voordeel en verheerlijking of om een eigen naam en koninkrijk te bouwen, maar tot welzijn van allen. Het is verkeerd om de gaven af te wijzen, omdat sommigen er misschien misbruik van ze gemaakt hebben en die voor hun eigen belang gebruikt hebben. Gods woord blijft overeind, ondanks al die negatieve zaken, want God is niet veranderd. Wij moeten juist meer dan ooit streven naar de gaven, zodat een ieder kan zien dat het ook anders kan.

We moeten het kind niet met het badwater weggooien, maar een groot verlangen hebben naar geestelijke gaven. De mensheid heeft geen tekort aan goede predikers, maar er is wel een groot tekort aan mensen die zich openstellen voor de werking van de hemelse geschenken, de gaven van de Heilige Geest. Bid daarom dagelijks tot de Vader. Vraag Hem om de geestelijke gaven, niet om zelf iets te willen zijn, maar tot zegen van allen.

Maakbaar leven of genade?

Geplaatst 10 jul. 2012 07:03 door De Stadslamp Amsterdam


VERKONDIGING op 24 juni 2012, hoogfeest van de geboorte van de Heilige Johannes de Doper, 
in de Kerk van Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans te Amsterdam
door pastor Pierre Valkering

Gelezen: uit het boek van de profeet Jesaja (49, 1-6), Psalm 139 (ged.), het boek der Handelingen van de Apostelen (13, 22-26) en uit het Lucas-evangelie (1, 57-66).

De tam-tam doet goed z'n werk, daar in het bergland van Judea, waar dat ouder echtpaar
Elisabeth en Zacharias woont. De tam-tam doet er goed z'n werk, er wordt flink op geroffeld.
Wat er in huize Zacharias-Elisabeth gaande is, het wordt alles "druk besproken". En "het
hield allen die ervan hoorden bezig" – zo horen wij. Wat is er loos? Wat is daar voor
bijzonders aan de hand? Ja, er is een kind geboren, een kind waar jarenlang intens naar is
verlangd, want vele jaren is het huwelijk van Elisabeth en Zacharias kinderloos gebleven. Uit
eigen ervaring, dierbare gasten en parochianen, weet ik en zult ook u misschien wel weten
wat dat kan zijn, wat dat kan betekenen: kinderloosheid.

Ik ken het van bruidsparen waarvan ik het huwelijk heb ingezegend. Dat ze elkaar gevonden
hebben, daar is soms al veel aan voorafgegaan. Iemand vinden met wie je in zee wilt gaan
voor 't leven, met wie je in 't huwelijksbootje liefst wilt stappen … In de relationele jungle van
de 21ste eeuw is het er niet gemakkelijker op geworden ten opzichte van vroeger eeuwen
toen "zelf kiezen" er niet of veel minder bij was als tegenwoordig. Tegenwoordig zijn mensen,
in elk geval de Hollanders van huis uit; die zijn daar tegenwoordig "helemaal vrij in" zoals dat
heet. Maar ja, dat "helemaal vrij zijn", dat kan ook maken dat mensen door de bomen van het
doolhof van liefde en vriendschap; dat mensen door de bomen daarvan het bos niet meer
zien. Wie o wie? Waar, hoe, vind ik hem of haar? Wie zal het mij zeggen? Het hart zou dat
natuurlijk moeten doen. Maar dat hart werkt lang niet altijd mee. En als het wél hevig klopt
voor iemand, dan is 't maar de vraag of het hart van die ander op dezelfde manier klopt en
"of het klikt" zoals dat heet.

Seizoenenlang reeds laat een flink deel der natie zich aan de buis kluisteren vanwege "Boer
zoekt vrouw". Boerenjongens die daar maar alleen zitten op die grote boerderij. Is er iemand
die bij mij past? Wie wil mijn leven delen? Arme, eenzame jongens en meisjes, vrouwen,
mannen met hun hunkerend hart. Yvon Jaspers van de KRO komt ze helpen. En Nederland
geniet mee. In het hele laagland wordt dat alles druk besproken.

Soms lukt het. Soms vinden mensen elkaar en zegt het hart "ja". En dan, op een gegeven
moment zijn mensen "er helemaal klaar voor" zoals dat heet: klaar om samen te wonen,
klaar om te trouwen en klaar ook om kinderen te krijgen. Maar die kinderen laten soms op
zich wachten. En die kunnen ook héél lang op zich laten wachten. En daardoor kan de relatie
of het huwelijk zeer op de proef worden gesteld. Tegenwoordig kan er heel wat gedokterd
worden. Maar dat dokteren kan behoorlijk zenuwslopend zijn voor mensen. Of als eigen
kinderen echt niet lukt, dan kan er misschien geadopteerd worden? Maar ook dat is een
ingewikkelde zaak met allerlei haken en ogen. En een belangrijke vraag bij dit alles is
natuurlijk of de liefde groot en sterk genoeg is, om ook eventueel zónder vervulling van een
kinderwens met elkaar te blijven leven …

Nou ja, bij Elisabeth en Zacharias gebeurt het "toch nog". Eigenlijk hadden ze alle hoop al
opgegeven. Maar, oh wonder, te langen leste, op de valreep of eigenlijk al daar over heen
wordt het dringend gebed van beiden toch nog verhoord. Elisabeth is zwanger geworden. En
nu is het zover. De geboorte is een feit. Maar papa is helemaal van slag. Hij is, letterlijk, met
stomheid geslagen.

En daarmee, dierbare gasten en parochianen, daarmee staat Zacharias helemaal aan de
kant van álle mensen voor wie het leven niet gelopen is zoals zij het gedacht, gepland,
gehoopt, gedroomd en soms intens verlangd hadden, mensen die hebben ervaren: je kúnt, ik
kán het leven, mijn eigen leven niet zelf maken. Het is eigenlijk niet eens "mijn eigen leven",
want ik heb er ten diepste en uiteindelijk géén macht over. Nee, ik ben afhankelijk van, hoe
moet je het noemen; van "een hogere macht", ja van God, die het mij ook maar moet willen
schenken wat ik verlang en wat ik vraag. Wordt het mij gegund? Of wordt het mij niet
gegund? Dát is de vraag.

Elisabeth en Zacharias, dierbare gasten en parochianen, zij laten ons zien dat het wezenlijk
en noodzakelijk is voor een mens om die "hogere macht", ja om Gód als zodanig in je leven
te erkennen. "God is genadig". Dat is wat de naam Johannes betekent. En pas als Zacharias
dat heeft erkend, pas als hij schriftelijk heeft bevestigd die naam met díe betekenis die zijn
vrouw eerder heeft gezegd en aan hun kind gegeven, pas dan kan Zacharias "zijn mond en
zijn tong weer bewegen".

Dit is, veelgeliefden, mijns inziens de betekenis van dit hoogfeest van de geboorte van de
Heilige Johannes de Doper: Je bent niet van jezelf. Wij zijn niet van onszelf. En ook je
kinderen zijn niet van jou: Wij en zij, die kinderen, wij en zij zijn en komen van Hem. Van
Hem ís en Hij gééft het leven. Wij zijn natuurlijk niet machteloos. Nee, wij kunnen zelf heel
veel doen. Je moet als mens altijd "met de genade meewerken" zoals dat heet. Je kunt de
dokter erbij halen. Of je kunt Yvon Jaspers er bij halen. Maar het belangrijkste is altijd dat je
Hem erbij haalt, de God die genadig is. Amen.

Een nieuwe identiteit

Geplaatst 24 mei 2012 06:09 door De Stadslamp Amsterdam

Zondag 13 mei. 
Pinkstergemeente Keerpunt, Buitenveldert. 
Voorganger: Ds. Jan Barendse.
Bijbelgedeelte: Genesis 32: 9-32. 

Van Jakob kunnen we een ding heel duidelijk vaststellen: hij was een gelovig man... maar dat betekende niet dat hij brandschoon was. 
Ook gelovige mensen hebben de neiging om dingen naar hun eigen hand te zetten en al het mogelijke te doen om hun doel te bereiken.




1-10 of 52