Abraham, de economische vluchteling

Geplaatst 24 nov. 2015 06:27 door De Stadslamp Amsterdam
Jeruzalemkerk Amsterdam, zondag 8 november 2015.
Ds. Tim Vreugdenhil (gastpredikant). 
Preek over Genesis 12,10-13,1 en Psalm 3.

1. Heel wat migranten hebben, in allerlei tijden en omstandigheden, als ze eenmaal in het ‘land van aankomst’ waren hun verwachtingen flink moeten bijstellen. De eerste kolonisten in Amerika bijvoorbeeld hadden met veel tegenslag te maken. De duizenden en duizenden Europeanen die in de 19e en 20e eeuw in New York arriveerden, merkten al snel dat ze niet bepaald in het paradijs waren beland. En vorige week heeft staatssecretaris Klaas Dijkhoff aan de mensen die op dit moment in Nederlandse asielcentra verblijven een brief gestuurd waarin hij waarschuwt voor te hoge verwachtingen. De opvang is erg druk en de procedures duren erg lang, schrijft hij. Zelf vond ik dat de staatssecretaris in het tv-programma Pauw heel goed kon uitleggen dat zo’n brief nodig en nuttig is. Wel blijf ik me verbazen over de laatste zinnen: “Het kan lang duren voordat u duidelijkheid krijgt. Op dit moment kan ik helaas niet aangeven hoeveel tijd dat kost. Ik hoop u met deze brief voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet.” Ik vraag me af of er op het ministerie over is gediscussieerd: moet er nog iets meer compassie aan het slot, ‘veel sterkte’ is toch wel het minste? Een krant pikte het goed op: wat voor brief zou jij sturen?

2. Ook Abraham heeft zijn verwachtingen flink bij moeten stellen en hij kreeg niet eens een brief. Genesis 12 vertelt eerst over de enorme reis die Abraham maakt vanuit Ur. Breek je tent op, ga op reis, naar het land dat ik je wijs. Dat zegt de stem, de Heer, en dat roept een boel verwachting op. Hoe teleurstellend dat al vanaf vers 10 verteld moet worden hoe dit beloofde land feitelijk bitter tegenvalt. Wat wij nu economische crisis noemen, heette destijds concreet hongersnood, een zeer zware nog wel. Dat kan heel goed járen van droogte en misoogst betekenen. Abraham, die bepaald niet met lege handen uit Ur was vertrokken is ondertussen tot armoede vervallen: hij was op weg gegaan met veel schapen en kamelen, slaven en slavinnen, maar na vers 10 horen we daar niets meer van, ze zijn verdwenen. Het ligt voor de hand dat bij een ernstige hongersnood de slaven verkocht zijn en de dieren misschien nodig waren om de mensen te voeden, tot en met het laatste schaap. De herdersvorst uit Ur is een kwetsbare economische migrant geworden. Een paar fikse teleurstellingen rijker. En er doemen al weer nieuwe gevaren op.

3. Waar vandaag de meeste migranten in Europa graag naar Duitsland willen, was dat in Abrahams tijd Egypte. Egypte heeft de Nijl en zolang de Nijl stroomt, is er graan. Dus Egypte is voor Abraham een logische keus (en hij zat toch al in de Sinaïwoestijn). Maar - Egypte is wel een andere cultuur met een andere regering en andere normen. In die tijd stuurde de farao nog geen brieven (of papyri) aan migranten, maar als hij het had gedaan, zou er staan: voel je welkom, we delen ons graan met je tegen een schappelijke prijs, maar hou er rekening mee dat je vrouw, zus of dochter zomaar in een of andere harem kan verdwijnen. Ik hoop je hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Abraham heeft geruchten gehoord over ‘de Egyptenaren’ en hou die oog hebben voor mooie vrouwen en weinig genade voor de man die er toevallig naast loopt. Het is misschien wel duizend of tienduizend keer door zijn hoofd gegaan, zoals ook ik als ik bang ben allerlei scenario’s verzin of in mijn hoofd honderd keer het gesprek alvast voer. In alle hulpeloosheid denkt Abraham: ze moeten in ieder geval niet denken dat ik haar echtgenoot ben. De andere kant is dat je door dat rond te bazuinen Sara in een kwetsbare positie brengt. Als ik mijn vrouw mijn zus ga noemen, moet ik niet kwaad worden als iemand anders met haar wil daten. Het duurt niet lang of de Egyptische roddelbladen beginnen over Sara te praten en in de kazernes van Egypte worden posters van haar opgehangen. Tenslotte belandt Sara in het paleis van farao. In dat paleis zijn in ieder geval twee dingen: de harem en het bed van farao. Van beide wordt Sara niet gevraagd of ze daar zin in heeft. Dan maak je maar zin.

4. Wat moet je zeggen over Abrahams angst? Abraham is hier bepaald niet de held die hij in andere verhalen wel is. Heeft een eindredacteur even niet goed opgelet? Nee natuurlijk. Het staat er niet voor niks. Het is waar dat Abraham de vader van alle gelovigen is, maar hij is óók de vader van alle bange mensen. Geloof en angst zijn in de bijbel geen verschillende werelden, ze liggen heel dicht bij elkaar – sterker: ze lopen in dit boek vaak dwars door elkaar heen. Hoe kan het dat de Abraham die in vers 6 tot 9 nog druk is met altaren bouwen en de naam van de Heer aanroepen, dat na vers 10 niet meer doet? Ik snap dat heel goed. Ik bid soms wel eens als ik bang ben. Maar meestal vergeet ik het. Ik geloof er dan niet zo in dat het verschil maakt. Ik snap het pragmatisme van Abraham: je kan maar het beste een plek opzoeken waar graan is. Christen zijn is nogal wat, vind ik. Als Luther zegt: Uit angst en nood stijgt mijn gebed, o Heer, wil naar mij horen! – dan weten we dat hij dat járen zo gedaan heeft. Járen van roepen tot God vanuit een existentiële angst. Het is zijn ervaring en de ervaring van veel mensen die naar God zoeken: dat het net is alsof de hemel antwoord met “Op dit moment kan ik helaas niet aangeven hoeveel tijd uw verzoek gaat kosten. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.” Het zou wat zijn als Abraham nooit bang geweest was. Hij zou in één klap onbruikbaar zijn als paradigma van waar geloven over gaat.

5. Er is al vaak gezegd dat Westerse samenlevingen steeds minder concreet gevaar kennen, terwijl we met elkaar steeds banger worden. Bas Heijne vraagt zich af waarom de gemoederen over vluchtelingen in Nederland hoger oplopen dan in andere landen. Zijn antwoord is: angst. Citaat: “Het is een verlammende angst, de angst dat de vluchteling misbruikt maakt van onze goede bedoelingen, ons de kaas van het brood gaat eten, ons te kijk zet als Gekke Henkie. Alles liever dan dat.” Hij zegt dat die angst in brede lagen van de bevolking speelt en hij noemt die angst oer-Hollands: dat iemand misbruik maakt van onze goedheid. Ik denk dat hij gelijk heeft. Ik denk dat de staatssecretaris een oer-Hollandse brief heeft geschreven. Zoals ook ikzelf oer-Hollands ben door compassie te hebben met iedere vluchteling waarover ik lees en niettemin vind dat we onze grenzen niet zomaar moeten openzetten. Waarom niet? Angst! Ik weet niet wat er dan gebeurt. Het Abraham-verhaal gaat over angst als self-fulfilling prophecy. Het móet wel fout gaan wat hij doet. Zoals het ook wel fout móet gaan als wij niet weten of we vluchtelingen nu wel of niet willen helpen, er relatief weinig opvangen in overvolle asielcentra en brieven sturen over dat we niet weten hoe lang dat duurt. Denken we nu echt mensen goed te kunnen integreren als we zeggen: verwacht maar niet teveel? Voeden we zo onze kinderen op? Bijbelse verhalen fungeren allereerst vaak als spiegel. En spiegels doen vaak schrikken.

6. En nu kunnen we juist aan dit verhaal ook moed ontlenen, veel moed. Die moed begint ermee dat je de humor herkent. Waar Abraham nog onbestemde angsten had voor ‘de Egyptenaren’ is het uitgerekend farao himself die er met Sara vandoor gaat. En Abraham wordt zoals hij hoopte niet gedood maar wordt ongewild een soort Dagobert Duck: hij weet niet waar hij alle geiten en schapen moet laten die hij cadeau krijgt, maar het is de rente voor het lenen van zijn vrouw en daar word je natuurlijk niet gelukkig van. De humor – met een diepe ernst – zit ‘m ook hierin dat de farao een nauwe opvatting van huwelijksmoraal blijkt te hebben, al dan niet gespeeld: als ik wist dat het úw vrouw was, had ik het natuurlijk nooit gedaan, zegt hij. Tenslotte wordt het stel herenigd en worden ze door marechaussees op transport gezet naar de grens maar nog nooit zijn twee mensen met zo’n enorme glimlach uitgezet, want ze willen graag naar huis en ondertussen mogen ze alles wat ze van de farao hebben gekregen meenemen. De zware hongersnood van vers 10 is in vers 20 veranderd in rijke overvloed. Grappenmakerij dus? No way. De oudtestamenticus Walter Brueggemann zegt: dit is er ook weer eentje, één van die vele bijbelse verhalen speciaal voor bange mensen. Het volk van Israël is vaak een bang volk (en terecht), maar altijd weer vertelt het die verhalen waarin de wereldmachten voor gek worden gezet. De wending zit ‘m in drie woorden (vers 17): Maar de Heer…! Zoals ook van Jezus wordt gezegd dat hij aan het kruis de machten en de krachten voor schut heeft gezet en over hen getriomfeerd. Uit angst en nood stijgen verhalen en die verhalen worden tot gebeden. Zo is ‘Abraham in Egypte’ de miniatuur-versie van wat straks het reusachtige exodus-verhaal zal worden, als God tegen de farao zegt – niet alleen let that woman go, maar let my people go – en dan dus een heel vólk overladen met geschenken uit Egypte door de Rode Zee trekt, de Negev in. Bijbelse verhalen lezen doe je om je eigen angsten weerspiegeld te zien, maar ook te horen dat er een God is. De God van psalm 3. Een schild. De God die bange mensen redt. Van Abraham tot David tot misschien wel jij en ik. En let wel… Abraham is niet de vader van de mooie verhalenvertellers. Abraham is de vader van wie in zulke verhalen durft te geloven!

6. Eén is er moedig in dit verhaal. Zij is de hoofdpersoon en zij heet Sara. Ze lijkt een object waarmee gesold wordt. In werkelijkheid is zij echter de redder van Abraham. Hij sméékt haar: zeg dat je mijn zus bent. Dat doet ze en daarvoor draait ze de harem in. Ze houdt haar kiezen op elkaar. Ze offert zichzelf voor haar bange echtgenoot. Als iemand in dit verhaal aan Jezus doet denken, dan is het Sara. Dat de Heer ingrijpt, doet hij vanwege haar. Zo staat het er (vers 17). De kracht ervan wordt door de verteller benut door aan Sara geen tekst te geven en haar emoties niet te vermelden, al heeft ze natuurlijk van alles gezegd en gevoeld. Wellicht ook dit: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ De klacht van zoveel Israëlieten door de eeuwen heen, de klacht van Israëls grote zoon Jezus. Ook daarom is er dit verhaal. Deze Sara, speelbal van de omstandigheden, heeft een God. Die God die haar laat lachen van vreugde. Als Abraham haar terugkrijgt, ontvangt hij iemand die eigenlijk al dood geweest is maar die nu leeft. En daarom is dit verhaal eigenlijk ook een brief. Een brief van God aan mensen in angst en nood. Een brief aan jou en mij ook. “Ja, er is veel onduidelijk. Zeker, het kan lang duren. Maar ik ben je schild, ik ben je eer, ik hou je staande. En omdat je op dat punt nooit genoeg bent geïnformeerd, blijf ik het zeggen. Met liefdevolle groet, je Vader.” Abraham kan Sara niet beschermen. Staatssecretaris Dijkhoff kan geen asielzoekers redden. Geen mens kan voor een ander mens écht een schild zijn. Geen wonder dat we het zo vaak in onze broek doen van angst. God weet dat. God zegt dus niet: Abraham, waar is je geloof? En Jezus komt niet naar mensen toe: waar is jullie geloof? Het evangelie is: vrees niet, want zie ik verkondig jullie grote blijdschap. Het schild waar Abraham niet altijd in geloofde en Luther lange tijd aan wanhoopt, dat bestaat. Ik ben het.

7. De spirituele dynamiek van dit verhaal. Wat heb je eraan, voor je eigen hart en ziel, je eigen angst en vertrouwen? Er is een objectieve kant: wat God doet in Jezus. De hoop die Abraham op Sara stelt, is een wegwijzer: als Jezus wil zeggen dat hij onze broer is, loopt alles goed af. Maar dat is geen mantra of dogma. Er is een subjectieve kan: de heilige Geest moet je dat toeëigenen. En dat wil zeggen: het bericht dat Jezus je schild wil zijn brengen (en verankeren!) op de plaats van jouw angst. Wij hoeven niet bang te zijn onze vrouw of man aan een koning te verliezen en ook niet voor een hongersnood. We hebben al die angsten die oer-Hollands zijn: bang om zekerheden te verliezen, bang om ongelukkig of irrelevant te zijn, bang dat we gekke Henkie zijn, bang om dood te gaan. Ik ben christen omdat ik het hoopvol vind dat hier een handleiding wordt aangereikt om minder bang te worden. Leven is één grote oefening in minder bang worden. Abraham is niet moedig geboren maar moedig geworden en op díe weg wil ik hem wel volgen. De Heer is een schild, las ik ergens, dat is ook een geestelijke uitdaging. Een schild is er om te gebruiken en moedig de strijd aan te gaan, niet om weg te rennen.

8. En hebben asielzoekers daar wat aan? Zeker, er is niets beters dan dit. Je kunt brieven sturen en soms moet dat ook. Van brieven is nog nooit iemand geïntegreerd. Niets heeft meer integrerende kracht dan het bijbelse verhaal. Over mensen die zichzelf gewonnen geven aan God, die op weg gaan, die zich niet laten gijzelen door wat ze wel of niet hebben, mensen die op reis gaan naar het land dat God hen wijst.
Comments