Advent: Uitzien naar Hem

Geplaatst 3 dec. 2011 12:43 door De Stadslamp Amsterdam
27 november 2011, 1ste zondag van de Advent. RK kerk St. Franciscus Xaverius (De Krijtberg),  Norbert Halsema SJ
Gelezen: Marcus 14.

Advent is de tijd van wachten en verwachten. Vandaar dat het evangelie ons vandaag oproept tot waakzaamheid. De leerlingen, de deurwachter, wij allen, worden door Jezus aangespoord om klaarwakker te zijn voor als “het ogenblik daar is.” Over welk ogenblik heeft Jezus het hier eigenlijk? Van dit bewuste ogenblik zegt hij dat “niemand weet wanneer die dag of dat uur zal komen (...), alleen de Vader weet het”, het moment van de lang verwachte maar toch onvoorspelbare komst van de Mensenzoon [v.26]

Advent is de tijd van het uitzien naar de geboorte van onze Verlosser. Hij die geboren gaat worden in de eenvoud van Betlehem is dezelfde als die aan het eind der tijden in volle glorie zal komen. Begin en einde roepen elkaar op: zijn komen-in-ONZE-tijd, zijn aanstaande geboorte, opent het vergezicht naar zijn komst-in-GODS-tijd. Daar attent op zijn, zorgen dat je dáár bij bent, is de boodschap van vandaag.

Wij leven in een tijd van collectieve waakzaamheid. Elektronische ogen houden ons nauwkeurig in de gaten. Beveiligingscamera’s, alarminstallaties, elk verdacht teken van onraad wordt onmiddellijk geregistreerd. Al die spiedende ogen zijn een signaal dat er in onze maatschappij iets grondig mis is. We zijn in de greep van een haast paranoïd wantrouwen. Argwaan en angst beklemmen ons leven.

In 1948 schreef de Britse auteur George Orwell, zijn beroemd geworden boek Nineteen Eighty Four waarin hij zijn visie geeft op de westerse wereld anno 1984, een wereld waarin de enkeling ten onder gaat in een volkomen kansloze strijd tegen een totalitair bewind. Overbekend is de uitspraak Big brother is watching you. Hij, de nooit geziene, almachtige leider van het totalitaire systeem controleert alles en allen. Anno 2011 hebben we het dan over een wereld die uitgeleverd is aan de absolute macht van het geld als hoogste norm, ons pensioen, de schaamteloze gouden handdruk, onze bankrekening, de wankele euro, obligaties en hypotheken. Een zichzelf verslindend economisch stelsel waarvan we nu de wrange vruchten plukken.

Gebukt onder deze bedreiging is acute waakzaamheid geboden om te overleven. Deze vorm van waakzaamheid zou ik defensief willen noemen. Achterdocht voor de vijand die overal op de loer ligt. Jezelf krampachtig vastklampend aan wat je hebt, en je niet te laten afpakken wat je met zoveel inspanning hebt verworven.

De waakzaamheid waartoe het evangelie oproept is van een geheel andere orde. Geendefensieve, maar een proactieve. De oproep om de oriëntatie op wat komen gaat niet te verliezen, een onbevangenheid voor Hem die komen gaat. Niet met hand en tand verdedigen van wat achter ons ligt, maar er actief aan meewerken om deel te krijgen aan dat wat vóór ons opdaagt. Niet langer een grijze sluier van wantrouwen en verlies, maar een horizon vol vertrouwen en voldoening.

Opmerkelijk genoeg, eindigt Marcus zijn evangelie vandaag met een voor hem ongebruikelijke breedsprakigheid wanneer hij aan zijn oproep tot waakzaamheid omdat ge niet weet wanneer de heer des huizes komt, een viervoudige tijdsbepaling toevoegt als hij zegt: “‘s avonds laat of midden in de nacht, bij het hanengekraai of ‘s morgens vroeg.” En hier kan ons een licht van herkenning opgaan. Met deze zorgvuldig toegevoegde momenten, trekt Marcus namelijk een parallel met vier centrale gebeurtenissen uit het lijdensverhaal van Jezus dat volgens exact hetzelfde tijdspad verlopen:

(1) die van het Laatste Avondmaal dat plaatsvindt toen het avond geworden was[14,17], vervolgens
(2) het moment midden in de nacht waarop Jezus gevangen genomen wordt in de hof van Getsemane en voor berechting wordt weggevoerd [14,53] dan
(3) het derde bij het hanengekraai, het tijdstip waarop zijn vertrouweling Petrus hem voor de derde maal verloochent [14,72], en tenslotte
(4) ’s morgens vroeg als Jezus naar Pilatus wordt gebracht om tot de dood aan het kruis veroordeeld te worden [15,1]

Zo koppelt Marcus de wederkomst-in-heerlijkheid met Jezus’ Lijden en Dood. ‘s Avonds laat, midden in de nacht, bij het hanengekraai of ‘s morgens vroeg. Laat het dan alleen de Vader zijn die weet wanneer het tijdstip is, maar wíj weten minstens Wie wij moeten verwachten: de lijdende en gestorven Heer die het beheer van zijn huis aan ons heeft toevertrouwd totdat hij terugkomt. De zorg voor elkaar in lief en leed totdat de dood ons scheidt.

Onze waakzaamheid is dan niet langer een passief afwachten, maar een actief proces van intiemere kennismaking met Hem. Een herkennen van de lijdende Christus in elkaar, wordt voorwaarde om Hem te kunnen ontmoeten in het Licht van de Verrijzenis waarin ook wij bij Zijn komst in heerlijkheid worden uitgenodigd. Mij dunkt, reden genoeg om waakzaam te zijn om dát moment niet te missen!

Uitzien naar Hem, begint met het uitzien naar Zijn geboorte. Advent nodigt ons uit om in de donkerste tijd van het jaar een nieuw licht te durven zien. Gaan we zo deze Adventstijd binnen.

Norbert Halsema SJ
Comments