Eenheid vraagt om hemelse verwachting

Geplaatst 21 mei 2010 00:45 door De Stadslamp Amsterdam   [ 21 mei 2010 00:52 bijgewerkt ]
16 mei 2010, 7e zondag van Pasen, De Krijtberg. Ernst Bolsius SJ.
Lezingen: Hand 7, 55-60; Apok 22, 12-14, 16-17,20; Joh. 17,20-26.

Op deze Zondag breken wij wederom binnen in een van de intiemste gebeurtenissen van het Evangelie: in het gebed dat Jezus richtte tot Zijn Vader, vlak voordat Hij van zijn leerlingen heenging. Wij hebben als het ware het voorrecht om te luisteren naar wat Hij heel persoonlijk zegt tot Zijn Vader. En dan blijkt dat Hij bidt voor ons mensen, ook voor ons hier en nu, wij die op onze beurt geloven in Hem. En Hij vraagt de Vader dat zij allen, wij allen, EEN mogen zijn, verbonden met elkaar, opdat de wereld kan geloven dat Hij, Jezus, is gezonden door de Vader.

Blijkbaar is onze onderlinge verbondenheid voorwaarde voor geloof in de wereld. Van de ene kant mogen wij delen in Zijn geheim; van de andere kant krijgen wij de opdracht de onderlinge eenheid te bewaren. Maar hoe is dat mogelijk? Zo iets kunnen wij onmogelijk uit eigen kracht. Waar ter wereld ook zijn Godgelovende mensen verdeeld tot op het bot, juist daar waar het hun onderlinge verbondenheid betreft. Het zijn meestal niet onderlinge banden en wederzijds respect die de verbondenheid bepalen, maar het tegenovergestelde: kritiek, geschillen, conflicten, ruzies, jaloezie, haat en nijd vormen de kenmerken van het samenzijn. En dat vind je overal waar mensen een zijn in hun geloof.
Ze bidden allen tot God dat Hij hen persoonlijk mag beschermen, maar ruziën met elkaar over van alles en nog wat, soms over totaal onbelangrijke zaken, die er weinig of niets toe doen. Zo zit een geloofsgemeenschap nu eenmaal in elkaar.

Wij moeten dus proberen om op de een of andere manier daarboven te leren staan. Daartoe bieden de twee eerste lezingen een mogelijkheid. In de allereerste lezing hoorden wij over de heilige Stefanus die op het eind van zijn jonge leven, als zijn landgenoten in hun woede hem van kant willen maken, de hemel voor zijn ogen ziet opengaan, en ziet hoe Jezus aan Gods rechterhand hem roept. Zijn hoop geeft hem kracht, en hij vergeet niet zijn vijanden te vergeven voordat hij sterft. n de tweede lezing horen wij het eind van het boek der Openbaring, vol van hoop en verwachting, uitzien naar Gods komst op aarde. “kom, Heer Jezus, kom”. En de Geest zegt, in een beeld: “Wie dorst heeft, Hij kome en drinke van het levend water dat Ik hem geef, dat ik hem geef …voor niets”.
In beide lezingen klinkt iets door van een verwachting die uitgaat boven al het tijdelijke en vergankelijke waarin wij hier op aarde leven. Het is die verwachting die het mogelijk maakt voor ons om uit te stijgen boven het aardse, en te delen in het hemelse, nog voordat het werkelijk ons deel is.

De meeste mensen zijn zich bewust dat niets op aarde volmaakt is, ook als zij niet geloven in het hemelse. Zij proberen hun geluk te vinden in het hier en nu, voorzover dat mogelijk is, en bekommeren zich niet om de rest. Maar wij die geloven zijn geroepen om hoger te stijgen. Wij leven van verwachting die boven het aardse uitgaat, de vervulling waarvan wij niet in eigen hand hebben. In ons wezen zit de noodzaak verborgen om uit handen te geven wat wij niet zelf kunnen bewerken maar dat ons gegeven wordt. Wij betalen daarvoor de prijs dat wij vaak moeten leven in moeilijke omstandigheden waarin geen redding mogelijk is. Daarin gelijken wij op Jezus die zichzelf gaf tot de dood toe, die niet van zijn weg afweek zelfs toen Hij op weg was naar Calvarie met het kruishout op zijn schouders. Maar door de dood heen heeft God Hem bevrijd en Hem nieuw leven gegeven dat Hem niet meer kon worden ontnomen.

Als je leeft in verwachting zal alles je worden ontnomen, maar wacht je uiteindelijke bevrijding. Daarvan getuigen ons de heiligen zoals Stefanus. Daarvan spreekt het boek der openbaring. En daarover bidt Jezus tot Zijn Vader op het eind van Zijn leven: “Vader, diegenen die U mij hebt toevertrouwd, zou ik graag bij mij hebben waar Ik ben, zodat ze de heerlijkheid zien waarin U Mij laat delen”. Laat ons ook altijd iets van hoop en verwachting inbouwen in ons dagelijks bestaan, opdat we rustiger kunnen leven.
Comments