Bidden (Psalm 42)

Geplaatst 3 jul. 2013 06:21 door De Stadslamp Amsterdam
Zondag 9 juni, Oude Lutherse Kerk. 
Marieke Brouwer, predikant. 
Gelezen: psalm 42.
Thema: Bidden.

Een recent onderzoek heeft aangetoond dat ruim 60% van de Nederlandse bevolking bidt.
Dat is een hoog percentage, wat je niet zou verwachten in ons ontkerkelijkende land. 
Mensen bidden, zolang als de soort die we zijn, de homo sapiens bestaat. In alle eeuwen, in
alle werelddelen, in alle culturen, overal en altijd werd en wordt gebeden.

Wij mensen bidden God of de goden universeel om voorspoed, om geluk, om gezondheid,
kracht en steun, innerlijke rust, inzicht, om het hart te luchten en zich uit te spreken.

Maar wij bidden vooral bij problemen, ziekte en dood en nood, als we zelf niet meer weten
hoe het verder moet, als we bang zijn. Wij bidden thuis, in bed, in de natuur, op de fiets en in
de kerk eigenlijk overal richten mensen zich tot datgene wat ons overstijgt. Datgene, Diegene
die tegelijkertijd oneindig is en zo dichtbij. Wij richten ons tot diegene, datgene dat we overal
om ons heen en in de diepten van ons eigen hart bespeuren. In gebed wagen wij ons aan Wie
of Wat oneindig groter is dan wijzelf. 

De mens is een geestelijk wezen, naar alle waarschijnlijkheid het enige wezen dat besef en
intuïtie heeft van dat geheim, dat mysterie wat leven is, dat naar de sterren kijkt en van ontzag
vervuld wordt. Want hoe intelligent sommige dieren ook mogen zijn, wij lijken de enigen met
dat besef van de raadsdelachtigheid van het bestaan. 

In alle tradities wordt God, het Goddelijke, de Onnoembare met duizend en één namen
biddend aangesproken. Met name in de psalmen vinden we onszelf als biddende wezens
terug, iedere psalm is een gebed. We hoorden zojuist psalm 42, een gebed van een mens die
diep verlangt, ja snakt naar God.

In de Bijbel wordt God met zoveel namen en beelden omkleed en aangesproken: vader,
koning, minnaar, rechter, herder, Licht, Bron enz. Wij mensen hebben God in woorden, kunst
en muziek verbeeld. We hebben deze beelden nodig. Maar ondanks al onze woorden, beelden
en verbeeldingen, is er uiteindelijk het besef van verlegenheid, beseffen we niet te weten naar
wie of wat ons verlangen uitgaat. God is niets, een ik weet niet wat, onuitsprekelijk en
onachterhaalbaar zeggen de grote bidders als Meister Eckhart, Johannes van het kruis, Teresa
van Avila en alle andere Godzoekers en mystici. De woorden en beelden die wij gebruiken
over God, zijn woorden en beelden die wij stamelend gebruiken om niet geheel te hoeven
zwijgen.

Hardnekkig kan het mysterie dat God is, dat Onuitsprekelijke, aan ons trekken. Zelfs al
hebben wij afscheid genomen van kerk of geloof, van de al te beperkende en vervuilde
beelden van God, het verlangen en de geraaktheid door ik weet niet wat blijven. 

Nietsche, de bekende filosoof was degene die God doodverklaarde. Tegelijkertijd bad hij dit
gebed:
Nog eenmaal, voor ik verder trek
en uitzie voor mij uit,
hef ik vereenzaamd mijn handen
naar U omhoog naar wie ik vlucht,aan wie ik in de diepste diepten van mijn hart
plechtige altaren heb gewijd, 
opdat te alle tijde mij
uw stem weer roepen zou.
Daarop ontgloeit diep in gegrift het woord:
voor de onbekende God.
Hem hoor ik toe,
al bleef ik tot op dit uur
samenzweren met het kwaad.
Hem hoor ik toe, en ik voel de strikken
die me in de strijd omlaag trekken
en, ookal vlucht ik,
me toch dwingen tot zijn dienst.
U wil ik kennen, Onbekende
Gij die mij grijpt diep in mijn ziel,
Gij die mijn leven als een storm doorzwerft,
Gij onbegrijpelijke, mij verwant!
ik wil U kennen, ja zelfs dienen.
( F.Nietsche)

De Onbekende, de Onbegrijpelijke, hij roept ons altijd uit de diepste diepten van ons hart.
En wij spreken terug, wanhopend, zoekend, zijn lofzang zingend, vragend, dankend.
Amen.
Comments