Protesten en schandalen...Bidden toont een uit-weg

Geplaatst 1 mrt. 2010 04:25 door De Stadslamp Amsterdam   [ 8 mrt. 2010 03:45 bijgewerkt ]
28 februari 2010, de tweede zondag van de veertigdagentijd, in de Kerk van Onze Lieve Vrouw Koningin van de Vrede te Amsterdam (Rooms-katholiek), door pastor Pierre Valkering.
Gelezen: uit het boek Genesis (15, 5-18), uit de brief aan de Filippenzen (3, 17-4,1) en uit het Lucas-evangelie (9, 28-36).

"Ik ga zondag naar de kerk, ga je mee?" schreef mij afgelopen week per e-mail een vriendin, ex-katholiek. Eigenlijk opgetogen, want de wonderen zijn de wereld nog niet uit, maar toch ook al rekening houdend met een addertje onder het gras schreef ik terug: "Ik val van m'n geloof! Als 't naar de Vredeskerk in Amsterdam is: ja! (ik heb dus dienst)", waarop weer als antwoord kwam: "Neeeee (met vijf "e" 's) ....... naar 's Hertogenbosch en dan laat ik me zo'n roze driehoekje opspelden."

U weet het, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk: Leiden is weer in last of liever gezegd, de hele natie staat bijkans weer op z'n achterste benen omdat twee weken geleden in het Noord-Brabantse Reusel de pastoor van de parochie tegen de prins-carnaval van het plaatsje heeft gezegd, dat hij in de carnavalsmis niet ter communie mocht gaan omdat hij samenleeft met een vriend. De bisschop van Den Bosch steunt de pastoor in dat oordeel en daarom zit de Sint-Jan in de Brabantse hoofdstad op ditzelfde moment vol met homoseksuele mannen en vrouwen en sympathisanten zoals de voorzitster van de Partij van de Arbeid. Uit protest. Vanwege de discriminatie. En er zal om die reden in de mis vandaag geen communie worden uitgereikt heeft men al laten weten.

Wat één en ander extra wrang maakt is dat juist in de afgelopen weken er weer vele berichten zijn geweest over priesterlijk seksueel misbruik van minderjarigen, óók in Nederland. Meestal gaat het om misbruik dat al tamelijk lang geleden heeft plaatsgevonden, maar toch ... De journalist Gerard van Westerloo heeft een boekje geschreven met als titel De pater en het meisje[1] over seksueel misbruik, rond 1960, door een pater Marist van zijn zus Tineke, een dame van in de zeventig nu. Dat misbruik heeft zich afgespeeld binnen onze parochie. De broeders van Huijbergen, die de jongensscholen van de parochie bestierden en het destijds bekende jongenskoor leidden, hebben op dit vlak ook géén onbevlekt blazoen, zo blijkt in dat boekje. Ja, dierbare gasten en parochianen, we staan er als kerk weer eens gekleurd op: Enerzijds zo'n lieve jongen als de prins-carnaval van Reusel, 23 jaar oud, die de stem van z'n lichaam en van z'n hart volgt, de maat meten en anderzijds kerkelijke bedienaren die zich schuldig maken aan het "weerzinwekkende misdaad", om paus Benedictus te citeren, van kindermisbruik. Maar de kerkleiding heeft zélf boter op 't hoofd omdat men meestal volstrekt inadequaat heeft gereageerd op situaties van misbruik die aan diezelfde kerkleiding werden voorgelegd. Misbruikplegers werden veelal overgeplaatst en begonnen op de nieuwe plek soms/veelal opnieuw.

Wat moeten we ermee?

Gistermorgen hadden we in de andere parochie een vergadering over de viering van de zondagsliturgie. Geen eenvoudig onderwerp. De ideeën die mensen daarover hebben kunnen nogal verschillen en dat kan tot veel opwinding leiden. Tegen het eind van de vergadering zei een oude, maar heel wakkere en montere dame: "Ik denk: als Jezus hier toch eens bij ons naar binnen zou kunnen komen. Wat zou Hij er dan van vinden?" Een hartekreet. Woorden van goud uit een hart van goud. Ik heb die dame met haar woorden gecomplimenteerd en haar gezegd: "Mét dat je dit zegt gebéurt het ook en kómt Jezus binnen." Ja dat geloof ik. En ik citeer haar woorden nu ook vandaag in verband met dat probleem van die communieweigering enerzijds en dat priesterlijk seksueel misbruik en medeplichtige kerkelijke autoriteiten anderzijds. Kwam Jezus hier nou maar binnen. En: wat zou Hij er van vinden en van zeggen?"

We hebben over Jezus net gehoord in Paulus' brief aan de Filippenzen: "Broeders en zusters", zo schrijft hij, "volg mijn voorbeeld en kijk naar hen die zich gedragen naar het voorbeeld dat wij u gegeven hebben. Want velen leiden een leven - ik heb u al vaak over hen gesproken maar nu herhaal ik het onder tranen - als vijanden van het kruis van Christus. Hun einde is hun ondergang, hun god is hun buik, ze stellen hun eer in schande, zij hebben hun zinnen gezet op het aardse. Maar óns vaderland is in de hemel, vanwaar wij ook onze redder verwachten, de Heer Jezus Christus." Paulus durft! Hij durft zichzelf en mensen die leven zoals hijzelf ten voorbeeld te stellen aan de christenen van Filippi. Dan moet je wel echt overtuigd zijn van je eigen morele integriteit en voortreffelijkheid ... En dan zet Paulus zich af tegen degenen die een leven leiden "als vijanden van het kruis van Christus", mensen voor wie hun buik hun god is en die hun zinnen zetten op het aardse. Wie bedoelt hij? En, getransponeerd naar onze dagen: wie zouden daar nú onder vallen? Mensen die te veel eten en andere verslaafden? Margot Käsemann die is afgetreden als protestantse bisschop van Hannover omdat ze na te veel gedronken te hebben door rood licht is gereden en werd aangehouden? Priesters en kloosterlingen die seksueel misbruik plegen? En hoe zit het met de prins-carnaval van Reusel? En hoe zit 't met de pastoor van Reusel en met de bisschop van Den Bosch en met U en met mij? Wie blijft er qua levenswijze binnen de christelijke boot en wie valt er buiten?

Het kan geen kwaad veelgeliefden, zo dunkt mij, om het je af te vragen, op de allereerste plaats wat je zelf betreft: Lééf ik goed in het licht van Christus' kruis? Uit liefde heeft Hij zichzelf gegeven aan onze wereld, voor alle mensen, dus ook voor mij. En hoe zit het dan met mijn wederliefde? Geef ik óók mijzelf, liefdevol, zelfs als dat moeite, lijden en pijn met zich meebrengt? Of ben ik er eerder op uit om van mijn eigen leven een warm dan wel lauw bad te maken en loop ik met een grote boog om de problemen, de ellende en de nood van mijn medemensen heen? Ik denk: als we het over Christus en Zijn kruis hebben, dan gaat het om dat soort vragen.

In het evangelie van deze zondag is Jezus zelf opnieuw ons leven binnengewandeld. In gedachten hebben wij met Hem en enkele van Zijn leerlingen de berg bestegen. De chaos, de malaise, de vuiligheid, de rotzooi, de verschrikkingen en vernederingen van deze wereld laat Hij en laten wij mét Hem even achter ons. Wij zien Hem bidden. Zijn uiterlijk verandert. Zijn kleren worden stralend wit. Dat is het gebed veelgeliefden. In het gebed worden wij getransformeerd, veranderen wij van gedaante. In het gebed kun je licht zíen en kun je licht wórden. En in het gebed zijn er geen grenzen van ruimte en tijd. Jezus is in gesprek met Mozes en Elia, twee richtingwijzende figuren voor en in het geloof van Israël, het joodse volk waartoe Jezus behoort. Met hen spreekt Hij "over Zijn heengaan (...), de voleinding van Zijn leven in Jeruzalem." Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt is het woord "exodus", dat betekent: uit-weg.

Ook voor ons, veelgeliefden, is dat een vraag: Waar is voor ons de uit-weg? Hoe ontkomen wij, hoe ontsnappen wij aan de ééndimensionaliteit van ons bestaan? Hoe ontkomen, hoe ontsnappen wij uit het doodlopende straatje waarin wij met ons leven, zelfs binnen onze kerk (denk aan Reusel, denk aan de Sint-Jan op dit eigenste moment) terecht kunnen komen? Ach veelgeliefden, de Heer is in ons midden, Jezus is erbij. Maak je leven eenvoudig vast aan het Zijne en die uitweg is er, je ziet hem, je vindt hem, je gáát, met Hem, die weg. Dus maak je dan verder geen zorgen. Amen.

[1] Amsterdam, uitg. De Bezige Bij (2010).
Comments