Dans van het leven…

Geplaatst 17 okt. 2010 11:20 door De Stadslamp Amsterdam   [ 17 okt. 2010 11:23 bijgewerkt ]
Zondag 10 oktober 2010, Oude Lutherse Kerk (Spui), Andreas Wöhle.
Prediking bij 2 Samuel 6, 14-23 en Lukas 22, 17-20

Gemeente,
Menigten die geen kan tellen
als de sterren in hun glans
psalmen zingend, palmen dragend,
in de hemel is een dans.
Zo hebben wij bij het begin van de dienst vandaag gezongen. (LvdK gezang 109)
En niet alleen in de hemel is dans! Ook hier in de dienst heeft vandaag DANS een bijzondere plek gekregen, bij het zondagsgebed en bij de lezingen. Ongewoon misschien, heeft de dans geprobeerd te vertolken wat anders enkel in de vorm van het gesproken woord in onze diensten gestalte krijgt.
Maar het is bij zoiets “minder gewoons” als dans in een dienst altijd de vraag, of ik mezelf de ruimte geef om het op zich te laten staan, om de dans niet te zien als enkel illustratie bij wat ik toch al wist en gehoord heeft. Dans als een eigen taal op zich.
Dans als weer een andere vorm van het WOORD, zo als Luther het zou kunnen hebben gezegd,
Luther, die zichzelf en de traditie die hem volgde buitengewoon veel speelruimte heeft gegeven,
om het WOORD te doen klinken en landen in de levens van mensen.
Die David in ieder geval heeft er toen ter tijd tamelijk hevig op los gedanst, vertelt de Bijbelse tekst. Zo vol was hij van wat hem overkwam, zo buiten zichzelf van geluk over een teken van Gods aanwezigheid, over de ark van het verbond, die daar zijn stad werd binnengedragen…
Een dans van vreugde, maar misschien zat er in die dans ook iets van “niet weten hoe omgaan hiermee.” Aanraken, die ark? Kussen misschien? Of juist afstand houden, eerbied, ontzag.?
Voor Mozes was die wonderbaarlijke aanwezigheid van God (lang daarvoor en in het beeld van een niet verbrandend braambos) in zijn tijd in ieder geval reden om de schoenen uit te doen…
David danst – ook een vorm… van omgaan met wat zo helemaal niet wil passen in het gewone van ons leven.
Hij danst en hij zal het daarbij warm gekregen hebben, ondanks het feit dat hij, zo zegt het de tekst, “slechts gekleed was in een linnen priesterhemd” Een priesterhemd, - tenminste had hij wel iets aan. Maar veel zal het niet geweest zijn. Een priesterhemd, dat zal een soort hesje geweest zijn,
dat het naakte lichaam maar met moeite hier en daar bedekte en aan bekijks onttrok. Trouwens ook het kledingstuk waar hij later in begraven werd. Daar is niet veel stof bij nodig…
Vandaar ook, dat Michal, zijn vrouw, het helemaal nix vond, die vertoning van haar man. Niet passend bij een koning (en al helemaal niet bij een priester) dat zal ze gedacht hebben.
Misschien was ze ook in het bijzonder geraakt door de lichamelijkheid, die David daar tentoon spreidde, dansend in een hesje voor de ogen van iedereen.
Dat was haar misschien wat te intiem. En het feit dat zij in het publiek, dat bij die dansscène tegenwoordig was vooral de slavinnen waarneemt, dat laat zien dat die lichamelijkheid van de dansende David ook wel erotische connotaties had, in ieder geval in hoe zij haar waarnam.
En dat ging haar op weer heel andere wijze te ver. Op beide vlakken, de etiquette en de erotiek,
zou zoiets in ieder geval onder haar vader, de vorige koning, Saul, niet zijn gebeurd.
Die wist tenminste nog hoe het hoorde. Die wist, dat het er om gaat indruk te maken bij het volk, verheven over te komen, boven allen en alles staande. En die wist dat er een protocol moet zijn en een waardig vertoon, als koning en als priester, en dat lichamelijkheid (en bij gevolg: erotiek) daar niet bij hoort.
Michal stond bij het raam en keek met minachting naar die springende en huppelende David daar beneden. Haar man (na ja, op dat moment wilde ze eigenlijk liever niet weten dat dat haar man was) – Haar man danste er wild op los, en zij schaamde zich voor hem. Vandaar dat de tekst op het moment dat Michal hier voor het eerst wordt genoemd van haar niet spreekt als van “Davids echtgenote”, maar van “Michal, de dochter van Saul”.
David is bij dat dansen blijkbaar helemaal in z’n element. Hij danst, en hij zegent, priesterlijk, zo als wij later horen: “Na afloop zegende hij het volk in de naam van de Heer.”
De oude traditie van Israel, zo als ze in deze teksten is bewaard, kende blijkbaar in de vertolking door David geen tegenstelling, tussen het uit z’n dak gaan en het priesterschap in Israel.
Als David later naar huis komt wacht hem echter Michal al op met verwijten:
“Als de eerste de beste dwaas heb je gedanst; je voor de ogen van je slavinnen en onderdanen ontbloot” Zo staat het er. Davids antwoord klinkt heel eenvoudig, haast naïef, maar ook alsof hij zijn rug op dat moment opricht, en nu pas bewust gaat staan voor wat hij deed, dansend in de straten van Jeruzalem: “Dat deed ik voor de Heer…voor de Heer danste ik” – zegt hij. En David gaat door met zijn betoog. “Michal, je hebt het over vernederen en verlagen?”“Maar de mensen, de slavinnen waar jij over spreekt, die kijken anders naar mij. Die houden mij in aanzien, ook en misschien wel juist omdat ik doe wat ik doe en ben wie ik ben, en dans wanneer God nabij is en wanneer het leven er om vraagt dat er gedanst wordt.”
Voor Michal zijn dat allemaal geen argumenten. Ze heeft zich voor die uitbundige vreugde, die David voelt, afgesloten. En ook voor de eerbied, die in die uitbundigheid schuil kan gaan of die zich juist uit in de vorm van de dans… Ze heeft zich opgesloten in haar van jongst af aan in het koningshuis van haar vader Saul aangeleerde koninklijke etiquette en afstandelijkheid. Ze vindt die uitbundigheid en losheid van David ook niet enkel pijnlijk en ongepast, maar ze maakt haar ook angst. Want waar kom je heen, wanneer je zomaar danst op straat je overgeeft aan wat je overkomt - al is het van Godswege! Je moet je toch in de hand weten te houden, ook en juist als koning en priester. Je moet toch weten waar je staat, tegenover dat volk - (vorst die je bent) en ook tegenover dat gebeuren dat uitgaat van die God van Israel en van diens verhaal van vrijheid en bevrijding van leven en ruimte van recht en gerechtigheid. Daar kan je toch niet zomaar op los dansen. Dat is zelfs gevaarlijk! Het hele bestel van de samenleving komt bij zo’n overdreven en ontembare overgave in gevaar. Daar is het veeleer zaak om alles goed te overwegen en te reflecteren. Dat moet in balans gebracht met de realiteiten van het bestaan met de factoren van macht en politiek en strategie en ideologie. Michal is, veel meer dan David, met de politieke realiteit bezig en met de strategie die daar bij hoort. Ze heeft zich afgesloten van de vervoering
die van het verhaal van God met zijn volk en zijn mensen uitgaat en daarom bleef ze afgesloten
voor de vreugdevolle toekomst van Gods verhaal met David en zijn volk. De tekst spreekt daarover in de beeldspraak van de lichamelijkheid: “Michal, de dochter van Saul, zou kinderloos blijven tot op de dag van haar dood.” Geen toekomst die uit haar ging bloeien, geen soepele beweging,
geen kinderkreet, geen levensdans…

Gemeente, en hoe zit dat bij ons, hier op het Spui? Als kerk in het Noordwesten van de wereld
(en dan vooral in een sterk calvinistisch bepaald klimaat als dat van Nederland) hebben we de DANS in de meeste gevallen danig verdrongen uit ons kerkelijk midden. Er zijn er zelfs geweest
(en ik ben zeker dat ze er nog steeds zijn) die de dans als iets beschouwen dat tegengesteld is aan waar het in de christelijke traditie en de eredienst om zou moeten gaan. En ze menen dan ook heel beslist dat ze zelf het best kunnen bepalen, waar het in de eredienst en in het evangelie dan wél om gaat of zou moeten gaan. In de kerken van andere delen van de wereld, ook de lutherse kerken trouwens, vooral in het zuidelijk halfrond, is dat wel eens anders. Daar is en blijft dans gewaardeerd als één van de vormen om uitdrukking te geven aan wat je ten diepste raakt, wat verbaal misschien niet eens meer te communiceren valt, of wat enkel in de dans op authentieke wijze kan worden ervaren.
Hier bij ons zijn we daar van weg gegroeid, voor een groot deel, weg gegroeid van de dans in religieuze zin, en daarmee samenhangend zijn we afgekomen van een meer lichamelijk verstaan
van waar het in het evangelie, in de goede boodschap van leven (en sterven en leven) met God,
om gaat. Omdat we bang zijn geraakt of gemaakt voor de lichamelijkheid die de dans draagt, en voor de vervoering die er van uit kan gaan.
Omdat wij, net als Michal, de zaken, - ook die van het geloof, graag in de hand willen houden,
en daarmee ook op een zekere afstand. En dat, terwijl onze religieuze traditie juist één is,
die geheel en al gaat over het geraakt worden door de liefde van God, en die gestalte krijgt
juist in de meest lichamelijke van alle beelden:
het voedsel: brood dat wij breken en wijn die wij delen, lichaam voor jullie gegeven …
het nieuwe verbond in mijn bloed. Lichamelijker dan dat kan over relatie, over de relatie met God,
haast niet worden gesproken. “Incarnatie”, het vlees worden van Gods liefde voor ons, dat is een buitengewoon vleselijk verhaal!
Luther heeft in zijn tijd, in het teruggrijpen op de oude beelden (en talen) van de traditie ook deze lichamelijkheid terug gevonden, herontdekt, zou je kunnen zeggen. Niet als verfijnde en verheven ornamenteske lichamelijkheid maar als basisbeginsel van geloof: Het heil dat het evangelie belooft
speelt niet enkel in de hemel, maar juist en vooral hier op aarde. En het heeft te maken met mensen die een lichaam hebben en lichamelijk ZIJN, en die aan en door dat lichaam geraakt worden geraakt door onrecht, armoede, ellende, discriminatie, maar ook geraakt door geluk en liefde en smaak en klank en muziek en beeld en dans. Geleefd geloof heeft met dat alles te maken. Het wil doorwerken in onze lichamelijke existentie en zoekt uitdrukking in alle vormen
waarmee een mens communiceert over wat hem of haar raakt en waarin Gods spreken met ons
soms op verrassende wijze gestalte kan krijgen.
Mogen wij ons open houden en ons niet afsluiten voor dit spreken van God: in de taal van dans en muziek en kleur en stilte en beweging die mensen bewegen en raken, ook daar waar de naam van God niet met veel woorden wordt genoemd, maar waar die naam wel GEBEURT, in oude en nieuwe vormen.
Moge Gods aanwezigheid, zijn uitnodiging tot de dans van het leven, leven - de dood voorbij…
in brood en wijn en in de inzet voor recht en gerechtigheid in het klein en in het groot bij en door ons tastbaar worden als uitnodiging om mee te dansen.
in de hemel is een dans, en hier op aarde speelt de muziek… en zijn wij gevraagd om mee te deinen met de melodie van het heil, en daarin anderen bij de hand te nemen, hun hand te voelen, en te beseffen dat het individuele mensen zijn, mensen van vlees en bloed, die worden getroffen, daar waar discriminatie en onrecht structureel worden, en politiek aanvaardbaar… Mogen wij onze oren en ogen open houden voor de muziek en de dans van het heil die uitnodigend spelen in de hemel. Moge die dans ons in beweging houden voor het leven, als een open dans waarbij niemand gemist kan worden vandaag en alle dagen van ons leven. AMEN
Comments