De wielklem van je ziel

Geplaatst 10 apr. 2012 04:57 door De Stadslamp Amsterdam   [ 10 apr. 2012 05:15 bijgewerkt ]
Zondag 18 maart, '3e Zondag van de Grote Vasten, Kruisverering ",  in de Russisch-orthodoxe kerk Heilige Nicolaas van Myra.
Priester Hildo Bos
Lezingen: Brief aan de Hebreeen 4:14 - 5:6, Evangelie van Markus 8:34 - 9:1

In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Diegenen die regelmatig het Evangelie lezen, weten hoe vaak onze Heer de meest alledaagse, gewone, zelfs banale voorwerpen gebruikt als beelden voor Zijn hemels Koninkrijk: water1, brood2, wijn3, zaaigoed4, zelfs geld5. Al die dingen kunnen ineens beelden - metaforen - worden van Zijn Koninkrijk. Laten wij, nu wij vandaag het feest van het Kruis vieren, proberen op eenzelfde simpele en alledaagse manier te kijken naar het grote mysterie van Zijn Kruis.

Diegenen die van ver naar deze kerk komen (en waarschijnlijk alle anderen ook) weten hoe lastig en hoe duur het is om in deze stad je auto neer te zetten, vooral in deze wijk. We weten ook, dat Г ls je dan besluit om je auto ergens neer te zetten waar het eigenlijk niet mag of om niet te betalen, het risico groot is dat er snel zeer actieve en ijverige beambten op een brommer langskomen om - in het beste geval - een bon op de voorruit te plakken en - als je pech hebt - ook nog een wielklem te plaatsen om te zorgen dat je niet wegrijdt.

Laten we ons voorstellen hoe je je voelt als je op weg moet naar een kantoor aan de andere kant van de stad om daar te betalen. Laten we ons voorstellen met hoeveel ergernis, boosheid en irritatie je daar wel niet naar toegaat - met die speciale ergernis en irritatie die je voelt als je weet dat je eigenlijk zèlf schuldig bent, als je best weet dat je het zelf had kunnen voorkomen en dat je het aan je zelf te danken hebt. Als we iets slechts doen, is het immers zò lastig om de schuld op ons te nemen, en zò makkelijk om de schuld van ons te werpen, dat we waarschijnlijk op weg naar dat kantoor al bezig zijn om de meest giftige zinnen te formuleren waarmee wij die boosheid en irritatie zullen uitstorten over de medewerker achter het loket, hoewel we weten dat die medewerker er niets mee te maken heeft en hoewel we weten dat we daarmee die irritatie doorgeven, dat de kans groot is dat hij of zij die irritatie ook weer doorgeeft aan collega's, vrouw of kinderen. Hoewel we dus weten dat wij daarmee onszelf in dienst stellen van een soort vicieuze cirkel van kwaad, ergernis en irritatie.

Stelt u zich nu eens voor dat u binnenkomt op dat kantoor en daar te horen krijgt: "Weet u, er is zojuist iemand langsgekomen, en die heeft alles betaald." Hoe sta je daar dan? Met verbazing, met blijdschap - maar ook een beetje met schaamte, omdat in je oren de zinnen nog weerklinken die je wilde gaan uitspreken... En ineens sta je daar, verbijsterd, en loop je langzaam terug naar je auto. Het papiertje in je hand is al niet meer de schuldbrief van je overtreding, maar het teken van iemands genade en iemands gulheid.

Op een onvergelijkelijk hoger niveau is dit een beeld van wat Christus met ons en vóór ons aan het Kruis heeft gedaan. Al millennia lang, sinds de tijd van Adam en Eva, zat de mensheid opgesloten in een dergelijke vicieuze cirkel van geweld, van irritatie van bloed en van dood. En het is Christus geweest die deze cyclus, deze keten heeft willen doorbreken6 door Zelf de prijs te betalen, door deze prijs te betalen met Zijn lichaam, Zijn bloed en Zijn leven7. Hij heeft aan het Kruis voor ons betaald, voor diegenen die al gekomen waren en voor diegenen die na Hem zouden komen. Hij heeft de schuldbrief genomen, het papier met onze fouten en zonden, en aan het Kruis verscheurd8.

En vandaag horen wij wat Hij vervolgens tegen ons zegt. Hij zegt: "Kom, volg mij9. Ik heb de wielklem van je ziel afgenomen. Je bent vrij, je kunt gaan. Kom dan Mij achterna. En ja, je zult jezelf moeten verloochenen; en ja, je zult het Kruis op je moeten nemen, maar kom toch maar, volg Mij. De weg leidt inderdaad via Golgotha, via het Kruis; maar kijk waar die weg verder naar toe leidt. Naar Mijn Opstanding; tot boven de hoogste hemelen10 en uiteindelijk tot aan de Troon van Mijn genade en barmhartigheid11.

En als we dan onderweg moe worden? Laten we dan even uitrusten, zoals vandaag, gezeten in de schaduw van het Levenschenkend Hout12 dat vandaag in de kerk ligt.

Amen.
Comments