Dood en leven

Geplaatst 18 mrt. 2013 12:52 door De Stadslamp Amsterdam
Zondag 17 maart 2013, 5de zondag van de 40-dagentijd.
RK kerk De krijtberg. 
Tjeerd Jansen SJ.

Lezingen: Jesaja 43, 16-21; Brief aan de Filipenzen 3, 8-14 en Evangelie van Johannes 8, 1-11.

Overweging

In het boek Deuteronomium staat een toespraak van Mozes, waarmee hij het volk Gods toespreekt. Leven of dood houd ik jullie voor, zegt hij, zegen of vloek. Kies dan het leven. Dat klinkt heel dramatisch. Maar over leven of dood en de keuze daarvoor, en vooral over nieuw leven; daar gaat het over in de lezingen van deze zondag. En daar gaat het over in de twee grootste vieringen van ons kerkelijke jaar: Kerstmis en Pasen. Met Kerstmis wordt ons dat nieuwe leven voorgehouden in het beeld van een pasgeboren kind. Met Pasen – waar wij ons op voorbereiden – gaat het over het nieuwe leven dat mogelijk is, midden in ons eigen leven, midden in het leven zoals zich dat voltrekt.
Het evangelie van vandaag doet aan dramatiek niet onder voor de toespraak van Mozes. Het is een uitermate wrang verhaal, in zekere zin. Een stel Schriftgeleerden en Farizeeërs wil Jezus een hak zetten. Ze brengen een vrouw voor Hem die overspel gepleegd heeft, en daarom volgens de wet gestenigd zou moeten worden. En zij vragen aan Hem, wat Hij vindt dat er zou moeten gebeuren. Daarmee spannen zij Hem een strik. Want als Hij over haar een doodvonnis uitspreekt en zegt dat zij haar moeten stenigen, dan komt Hij in conflict met de Romeinse autoriteiten. Die hadden het land bezet, en zij alleen mochten een doodvonnis over iemand vellen. Bovendien zou Jezus met zo’n hard vonnis al die mensen teleurstellen, die Hem volgen juist omdat Hij pleit voor vergevingsgezindheid en voor barmhartigheid. Maar als Hij zegt dat zij haar moeten laten gaan, dan kunnen zij Jezus ervan beschuldigen dat Hij de Wet van Mozes niet serieus neemt. En die Wet van Mozes, de kern van het Oude Testament, is de basis van het Joodse geloof dat zij delen.
Het eerste dat het verhaal wrang maakt, is het feit dat de wet bepaalde, dat man én vrouw die overspel pleegden ter dood moesten worden gebracht. De mannen die Jezus een hak willen zetten, brengen de vrouw voor Hem. Maar waar is de man? Die hebben ze kennelijk laten lopen. Nog verwerpelijker is het feit dat zij bereid zijn om het leven van deze vrouw op het spel te zetten, alleen maar om Jezus met een strikvraag te confronteren.Leven of dood had Mozes in zijn aansporing het volk voorgehouden. Deze vrouw staart de dood in de ogen, en moet hulpeloos afwachten wat er over haar wordt beslist.
De reactie van Jezus heeft tot heel veel speculaties geleid. Hij buigt zich voorover en schrijft op de grond. Wat schreef Hij daar? Wij weten het niet. Maar misschien mogen wij aan Jeremia denken, die zegt: Wie van U weggaan, zullen in het stof worden geschreven. Hoe dat ook zij, wat Jezus vervolgens tot de Schriftgeleerden en Farizeeërs zegt, breekt de situatie open: Laat degene onder u die zonder zonde is, de eerste steen op haar werpen. Hij doet hier meer dan alleen maar de bal terugkaatsen. Door de manier waarop Hij hun vraag pareert, legt Hij de volle morele verantwoordelijkheid voor hun keuze bij ieder van hen afzonderlijk op de schouders. Leven of dood; het is opeens een beslissing die ieder van hen zelf moet nemen.
Zij druipen af. De oudste het eerst, staat er. Kennelijk hadden de oudsten onder hen het beste door, hoezeer ook zij zondige mensen waren, en niet deze vrouw alleen. Misschien dat zij door dit optreden van Jezus zelfs begrepen, hoe zondig hun poging was om Hem klem te zetten door het leven van deze vrouw in de waagschaal te stellen. Ik hoop het maar. Het verhaal maakt in ieder gevaal duidelijk, dat Jezus nieuw leven geeft aan deze vrouw. Maar misschien hebben deze Schriftgeleerden en de Farizeeërs, ook wel nieuw leven gekregen, door in te zien wat zij deze vrouw aandeden en hopelijk beschaamd en een beetje gelouterd naar huis terug te keren.
Dood of leven. Het feest van Pasen houdt ons voor dat het leven sterker is dan de dood, en dat de kracht van nieuw leven door kan breken, midden in ons eigen leven. In het evangelie-verhaal van vandaag zien wij dat gebeuren in het leven van deze vrouw die voor Jezus wordt gebracht, en wij mogen hopen dat de hele geschiedenis iets goeds teweeg heeft gebracht bij die Schriftgeleerden en Farizeeërs. De lezingen in de Paastijd zullen ons tonen hoe dat leven doorbreekt bij Maria Magdelana, bij de apostelen en bij die gemeenschap van volgelingen van Jezus die de vroege kerk zullen gaan vormen.
Die kracht van nieuw leven – de kracht van de Verrijzenis – wil ook een werkelijkheid zijn in ons eigen leven, en in het leven van de kerk van onze dagen. Wij ervaren die kracht, iedere keer als wij in de put zaten of ons klemgezet voelden door wat er in ons leven gebeurde, maar wij opeens weer ruimte en lucht bespeuren en nieuwe veerkracht ervaren. Wij bespeuren die kracht van de Verrijzenis in de hoop die in ons hart leeft, en in ons geloof in wat goed is en mensen leven geeft. Die kracht van de Verrijzenis wordt overal zichtbaar, daar waar mensen elkaar weer overeind helpen en toekomst geven.
Zo is de leven-gevende Geest van God werkzaam in het alledaagse leven van ons allemaal, vermoedelijk zelfs vaker dan wij ons bewust zijn. En zo kan nieuw leven ook mogelijk zijn in de gelovige gemeenschap die wij vormen, en waar wij ons deel van weten. Sinds een paar dagen hebben wij een nieuwe paus. Een paus uit de nieuwe wereld, zelfs. Natuurlijk moeten wij afwachten, wat voor paus hij zal zijn. Maar met zijn nuchtere eenvoud en zijn warme menselijkheid, heeft de harten van velen al verwarmd. En de keuze van zijn naam belooft dat hij oog zal hebben voor de nood van mensen, en voor de hervormingen die de kerk nodig heeft.
Nieuw leven. Het klinkt als een belofte uit de lezingen van vandaag. Maar met een gelovig hart kunnen wij weten, dat het ook al werkelijkheid is, in ons eigen leven en overal om ons heen. En wij weten dat het onze roeping als christenen mag kleuren, in onze bijdrage aan wat leven geeft aan mensen om ons heen – thuis, in ons werk, en waar ook – als wij ons hechten aan de Heer en proberen om de weg te gaan die Hij ons wijst. Niet dat wij dat al bereikt hebben, mogen wij Paulus nazeggen. Wij zijn nog niet volmaakt. Maar wij streven er vurig naar..... Laten wij dan bidden om dat vuur van de Geest; voor onszelf, voor de kerk en voor alle mensen van goede wil.


Comments