Gods gerechtigheid is barmhartigheid

Geplaatst 31 mrt. 2010 01:56 door De Stadslamp Amsterdam
21 maart 2010. 5e zondag 40-dagentijd. De krijtberg,  Ernst Bolsius SJ.
Lezingen: Jesaja 43, 16-21; Filippenzen 3,8-14; Joh 8,1-11.

Het valt op dat in het evangelieverhaal de vrouw die in het midden wordt geplaatst tussen Jezus en de schriftgeleerden bijna niets zegt. Ze beantwoordt alleen Jezus’ vraag.

Het geheel is dan ook veel meer een confrontatie tussen Jezus en de plaatselijke autoriteiten, waarbij het gaat om de rechtsorde. Zij komen aan met iemand die volgens de wet duidelijk schuldig is, en vragen om Jezus’ mening. Maar Jezus ziet een vrouw voor zich die evenzeer bedrijfster als slachtoffer is van de situatie. Jezus weet dat de vrouw schuldig is. Maar hij weet ook dat de beschuldigers evenzeer schuldig zijn. Hij weet dat niemand zonder schuld is. En hij weet tenslotte ook dat er geen grenzen zijn aan Gods barmhartigheid.

Zo wordt het probleem hem voorgelegd, uitgediept tot de kwestie van menselijke en goddelijke gerechtigheid die heel erg van elkaar verschillen. Menselijke gerechtigheid wordt gekenmerkt door beloning van het goede en bestraffing van het kwade. Goddelijke gerechtigheid wordt gekenmerkt door barmhartigheid boven alles. Zo wordt ook aangeduid in de eerste lezing uit de profeet Jesaja. “Klamp je niet vast aan het verleden, want ik ga iets nieuws maken. Ik ga een weg leggen in de woestijn, en rivieren in het dorre land”. Dat is iets ongehoords, want dan kan niet. Maar het gebeurt wel.

Even later lezen we: “toch wis Ik, en niemand anders, Uw zonden uit, om wat Ik ben”.

Dat betekent dat, ofschoon IEDER schuldig is, NIEMAND beangst hoeft te zijn. Gods vergeving is er ALTIJD voor ALLEN.

Jezus ontkent de schuld van de vrouw die voor Hem knielt niet. Maar, zo laat Hij al schrijvende op de grond horen, iedereen is schuldig voor God, en tegelijk stijgt Gods barmhartigheid daar verre boven uit. “wie zonder zonde is, werpe dan maar de eerste steen op haar”. En ze dropen allemaal af, de een na de ander. Tegen zo’n interpretatie van gerechtigheid zijn ze niet opgewassen. En dat zijn wij eigenlijk ook niet.

Wij mensen zijn altijd weer ertoe geneigd om de wereld te verdelen tussen goede en kwade mensen, waarbij zomogelijk de goeden de kwaden oordelen en veroordelen.

Dat kan ook niet anders, want zo zit de wereld in elkaar. Je behoort tot de goede of tot de kwade kant. Zo vinden wij allemaal dat heel wat priesters en religieuzen uit het verleden schuldig zijn, en die mensen moeten dus maar gestenigd worden. Een tijdje geleden waren het de rijke kapitalisten die met hun egoïstische speculaties in de banken de wereld in het nauw hadden gedreven. Zij moesten ook gestenigd worden. En over enige tijd is het weer een andere groep in de maatschappij die schuldig wordt verklaard. De wereld is altijd op zoek naar zondebokken, om zichzelf rein te kunnen verklaren. Maar Gods gerechtigheid stijgt daar bovenuit. Voor God zijn alle mensen schuldig, en worden tegelijk allen vergeven.

Deze twee posities zijn nauwelijks verenigbaar. Dat kan pas als iemand er de prijs voor betaalt. En dat heeft Jezus gedaan; Hij heeft zijn leven veil gehad voor de oordelende en veroordelende wereld, opdat door Zijn ongerechtvaardigde dood er nieuw leven zou kunnen opbloeien voor allen. Het is goed ons dat te realiseren aan het begin van de laatste twee weken voor Pasen, de tijd die wij Passietijd noemen. Het is in deze tijd dat wij ons meer dan anders realiseren dat EEN zich heeft gegeven, zich heeft geofferd, voor ALLEN. “Kom, laat ons gaan, Hij die mij verraden gaat is nabij” zei Hij tot zijn drie slapende apostelen in de Hof van Olijven. Hij was vastberaden om te volbrengen dat wat van Hem werd gevraagd. Maar dat ging niet zonder angstig gebed daarvoor, toen een engel Hem bezocht om Hem te sterken. De graankorrel moest sterven om leven voort te kunnen brengen heeft Hij gezegd, maar dat ging niet zonder pijn en moeite.

Wij die Hem laten gaan, beseffen dat ook van ons een prijs wordt gevraagd als wij Hem willen volgen op Zijn weg. Het is de prijs van de pijn in de een of andere vorm, die ieder wel in zijn of haar leven kent, de angst en de verlatenheid, die dank zij Zijn toedoen kan verkeren in vrede en vreugde als wij bereid zijn onze eigen beperkte menselijke gerechtigheid te relativeren, en ons op de eerste plaats toe te vertrouwen aan Zijn gerechtigheid die tegelijk barmhartigheid is. Amen.
Comments