Heilzaam veranderen

Geplaatst 15 okt. 2012 03:33 door De Stadslamp Amsterdam
RK De Krijtberg ( Singel 448) ,
28ste zondag door het jaar, 14 oktober 2012

Lezing: Marcus 10, 17 - 30
pastor: Jos Moons SJ

Beste medemensen; waarde medegelovigen,

1. Gewoontes

De mens wordt wel ‘gewoontedier’ genoemd, met in dit geval de nadruk op ‘gewoonte’. We hebben allemaal onze rituelen met opstaan, en bij het ontbijt drinkenwe juist wel of juist geen koffie. We hebben een vaste fietsroute naar de supermarkt, en we hebben onze eigen manier van het inruimen van de afwasmachine. En zo kun je eindeloos doorgaan: waar we in de trein gaan zitten, boven of onder; wanneer we sporten, en wat we dan doen, en hoe lang; hoe we onze boekhouding doen. Ook gelovig hebben we onze eigen gewoontes. Wat bidden we als we opstaan, of we bidden bij het opstaan natuurlijk. En voor het eten. En onze gewoontes met naar de kerk gaan, met al dan niet kaarsjes opsteken, enz..

De psychologie en de sociologie zegt dan: de mens is een gewoontedier. En men legt uit: gewoontes zijn een manier van het ordenen van het bestaan. Ze helpen om de veelheid van mogelijke keuzes een beetje hanteerbaar te maken – want of ik ’s morgens wel of niet koffie drink, dat hoef ik dan niet meer elke dag te kiezen. Dat scheelt.

De psychologie en de sociologie beschouwen de mens dan ook als conservatief. Dat woord betekent: behoudend. We behouden het liefste onze gewoontes. Of andersom gezegd: we vinden verandering vaak vervelend. Als we hier in de kerk de mistijden zouden aanpassen, dan moet u daar weer aan wennen, en dan zal er best heel wat gemopperd worden. Laat staan als er een kerk gesloten wordt. Of als de tram z’n route verlegt. Of als je verhuist naar een andere stad, of als je zoon of dochter het huis uit gaat. Dan moet je nieuwe gewoontes ontwikkelen. Dat is moeilijk. We hebben het liever zoals we gewend zijn.


2. Verandering

Dat we gewoontes aangenaam vinden, en dat we het vaak moeilijk vinden om te veranderen, dat alles zien we in het evangelie van vandaag. We komen een man tegen die heel graag Jezus wil volgen. Hij voelt dat er wat is met Jezus. Die man is de moeite waarde. Maar het lukt hem niet om Jezus te volgen, omdat Jezus hem vraagt om z’n gewoontes te veranderen.

Eerlijk is eerlijk: Die gewoontes gingen al best de goede richting in: niet doden, geen echtbreuk, niet stelen, geen valse getuigenissen, niemand tekort doen, vader en moeder eren. Dat alles was hem vertrouwd geworden. “Vanaf z’n jeugd al”, zegt de tekst, leeft hij zo. Maar Jezus nodigt hem uit tot nog meer. Hij moet niet alleen de geboden onderhouden, maar ook nog alles prijsgeven, om Jezus te volgen.

Beste mensen, ongetwijfeld is dit een verhaal over het contrast tussen Jezus, die alles prijsgeeft, en wij, die dat moeilijk vinden; en ongetwijfeld is het een verhaal over zonde, gehechtheid en oppervlakkigheid. Maar vandaag wilde ik voorstellen om dit verhaal te lezen als een verhaal over gewoontes. De jonge man kan zich niet heruitvinden. Hij durft het niet uit te proberen wat er gebeurt als je het vertrouwde loslaat. Hij is conservatief. Letterlijk behoudend. Want hij wil behouden – z’n geld en goed namelijk, zijn levenspatroon, zijn gewoontes.

Daarmee komt het verhaal dicht bij onszelf. Want ook wij behouden graag onze gewoontes, en we veranderen maar met moeite. Denk maar aan de voorbeelden die ik genoemd heb: als de mistijden veranderen, of de tram anders gaat rijden, of als je verhuist.

Het verhaal vertelt ons echter niet alleen dat we gewoontes hebben, en dat wie die graag behouden. Het evangelie vertelt ons ook dat het belangrijkis om te veranderen. Want pas als hij verandert kan de jonge man Jezus echt volgen. En dat geldt ook voor ons. Het zou best goed zijn om eens na te denken over veranderen. Er zijn ongetwijfeld gewoontes die heilzaam zijn, voor ons en voor de naaste, maar er zijn er ongetwijfeld ook die helemaal niet zo heilzaam zijn. Ieder van ons heeft gewoontes die we beter zouden inruilen voor andere, betere gewoontes, die meer bepaald worden door geloof, hoop en liefde? Kunnen we dat, veranderen?


3. Concilie

Beste mensen, ook de kerk heeft gewoontes. Traditie, noemen we dat. En als je daar genuanceerd over spreekt, dan moet je onderscheid maken tussen Traditie met hoofdletter T, de kern van ons geloof, en tradities, met kleine letter t, en in het meervoud, die vorm geeft aan dat eerste. (Vgl. Yves Congar, “La Tradition et les traditions”, 2 delen, 1960, 1963.) Ook die gewoontes zijn heilzaam, meestal, maar kunnen soms ook beter aangepast en veranderd worden.

(Zalige) Paus Johannes XXIII was zich goed bewust van het belang van verandering. Zo sterk, dat hij daarom het initiatief heeft genomen tot het Concilie. Vijftig jaar geleden is het plechtig geopend, zo hebben we van de week herdacht. Inde openingstoespraak, bij die gelegenheid, zei paus Johannes dat het geloof geen museale bezienswaardigheid is. Het is niet om in een vitrine te stoppen en met de handen op de rug naar te kijken. Het geloof moet beleefd worden. En om dat te doen, moet het op een nieuwe manier verwoord worden, zodat de kracht en schoonheid ervan beter tot uiting komt. [De toespraak heet“Gaudet Mater Ecclesia”, zie onlinehttp://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=126.]
Het Concilie heeft inderdaad geprobeerd op een andere manier over geloof te spreken. Dat is niet gegaan zonder flink te worstelen, met zichzelf, en met elkaar. Ook het Concilie vond het moeilijk om open te staan voor verandering. Eigenlijk heel begrijpelijk – want zo werkt het ook ons eigen dagelijkse en gelovige leven.

Om goed te kunnen zien wat veranderen moet en wat niet, en hoe dingen moeten veranderen, moeten we enerzijds goed en hard studeren. Bij het Concilie waren grote theologen betrokken. Tot ’s avonds laat werd er gewerkt. Anderzijds moeten we goed bidden. Het Concilie begon elke vergadering met een gebed tot de Heilige Geest. In dat gebed werd gebeden om licht, om Gods wil te zien en die ook te volgen. Gebed alleen is niet genoeg, en ook studie alleen is niet genoeg.

Bidden we voor onszelf, en bidden we voor kerkelijke leiders, en voor theologen en pastores – dat we in ons kerkelijk leven, in ons nadenken over geloof, en in ons persoonlijk levenopen mogen staan voor verandering waar dat nodig is. Dat Gods Geest ons inzicht en flexibiliteit mag geven.

Comments