Het zevende zegel van Johannes

Geplaatst 18 apr. 2011 08:00 door De Stadslamp Amsterdam
10 april 2011, 5de zondag van de 40-dagentijd.
Rooms Katholieke kerk van Sint Franciscus Xaverius (de 'Krijtberg'). Voorganger: Norbert Halsema SJ.
Lezing: Johannes 11,1-45


Voor filmkenners onder ons is de Zweedse predikantenzoon en cineast Ingmar Bergman (1918-2007) geen onbekende. Eén van zijn bekendste werken is: Het Zevende Zegelwaarin ridder Antonius Block tijdens een partij schaak tegen Magere Hein, op zoek is naar antwoorden over leven, dood en het bestaan van God. De titel Het Zevende Zegelverwijst naar het einde van de wereld uit het boek der Openbaring dat zowel aan het begin als aan het eind van de film geciteerd wordt, met de woorden: “Toen het Lam het zevende zegel had verbroken, viel er in de hemel een diepe stilte die een half uur duurde” (Openb. 8:1).


Johannes – schrijver van zowel dit boek der Openbaring, als van het 4de evangelie - houdt van de symboliek der getallen, speciaal van het getal zeven, dat op voltooiing wijst. Hij is een ziener, die door de buitenkant van de dingen heen wil kijken, nieuwsgierig naar wat zich daarachter bevindt. Zijn evangelie is gecomponeerd als een symfonie, bestaande uit zeven grote wonderen die hij tekenen noemt.


De tekenen beginnen met dat van Kana, waarin Jezus zijn Godsverbondenheid aan ons kenbaar maakt: “en zijn leerlingen geloofden in Hem” (2:11). De tekenen openbarenons steeds nadrukkelijker wie Jezus is, en ze nodigen uit tot geloof. Aan het slot van zijn evangelie zegt Johannes dan ook heel uitdrukkelijk: ‘ik heb deze tekenen neergeschreven opdat u zult geloven dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leven zult bezitten in zijn naam' (20,31). Naar dit levengevende geloof werken de tekenen toe. De laatste drie tekenen zijn als een drieluik van ontmoetingen onderweg: (1) met een Samaritaanse vrouw bij de put, (2) met een blinde langs de weg, en (3) met de zus van een gestorven vriend.


De eerste ontmoeting hoorden we twee weken geleden. Jezus' gesprek met de wanhopig naar relatie zoekende Samaritaanse vrouw aan de put. Het verhaal gaat over dorst. Het gewone water dat je uit de put kunt scheppen, wordt gezet tegenover het levende water dat het geloven in Jezus je schenkt. Dat water vervult je met een vitale, onuitputtelijke kracht. Aan ons dan de vraag: geloven ook wij in Hem of niet?

En vorige week de ontmoeting met de blindgeborene met de eindeloze discussie over de sabbat waarin schriftgeleerden en farizeeën hun gelijk proberen te krijgen. Ook hier gaat het om geloven of niet. Door te geloven in Jezus worden we ziende. Wij krijgen zicht op het koninkrijk van liefde en gerechtigheid, het onderscheidingsvermogen om te zien wat echt de moeite waard is om voor te leven en te sterven.
En ook hier opnieuw de vraag aan ons: geloven wij in Hem of niet?

En dan vandaag de derde ontmoeting van Jezus, dit keer met Marta wier onlangs overleden broer Lazarus reeds vier dagen in het graf ligt. In een wat kort-door-de-bocht gesprek brengt Jezus het geloven van Marta in “de opstanding op de laatse dag” binnen de horizon van het hier-en-nu. Op zijn vraag of zij gelooft dat Hij ‘de opstanding en het leven’ is, belijdt zij kort en bondig:‘ik geloof dat u de Messias bent, de Zoon van God die naar de wereld zou komen.’ Dat is haar credo.
En wederom aan ons de vraag: geloven ook wij in Hem of niet?

In drie ontmoetingen voltrekt zich een gelovig groeiproces, dat uitmondt op een vraag vol verlangen: (1) “geef mij levend water, (2) maak dat ik zien kan, en (3) wek de dode tot leven!” En als antwoord hierop laat Jezus zich dan gaandeweg kennen en wordt duidelijk wie Hij hier-en-nu voor ons is: het levend water, het licht van de wereld, en de verrijzenis en het leven.


Water, licht en leven. Het zijn deze drie symbolen die in de liturgie van de paasnacht en het doopritueel in het middelpunt staan. Het is dan ook heel goed te begrijpen dat van oudsher in de verkondiging deze drie ontmoetings-verhalen gebruikt worden om volwassenen voor te bereiden op hun doopsel. De tekenen van Johannes nodigen uit, bevestigen en verdiepen ons geloof in Hem, de verrezen Heer hier in ons midden.


Met het zevende teken vandaag, de opwekking van Lazarus, besluit Johannes de reeks tekenen in zijn evangelie die hij neergeschreven heeft ‘opdat u zult geloven dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leven zult bezitten in zijn naam' (20,31). Zijn wij erdoor tot geloof en daardoor tot leven gekomen?

Jezus’ tegenstanders duidelijk niet. Voor hen is de maat vol, zij zoeken een gelegenheid om Hem onschadelijk te maken, maar Jezus trekt zich terug naar een streek in de buurt van de woestijn (11:54). Zijn optreden in het openbaar eindigt dáár waar het begonnen is: in de woestijn.

Comments