Jezus in de tempel

Geplaatst 12 jan. 2015 03:37 door De Stadslamp Amsterdam
Preek over Lucas 2: 21-40
gehouden in de Westerkerk op 28 december 2014
door ds. Jan Offringa

Jezus in de tempel

‘De Messias zien en dan sterven’. Dat is de variant van Simeon op het
ons bekende adagium: ‘Rome zien en dan sterven’. Het origineel schijnt
trouwens over een andere stad te gaan: ‘Napels zien en dan sterven’.
Maar ik kan u verzekeren dat Rome heel wat meer in huis heeft. Rome is
toch wel – na Amsterdam natuurlijk ‒ de mooiste stad van Europa.
Trouwens, ook deze Simeon woont in een bijzondere stad, in Jeruzalem.
Daar in de tempel begroet hij het kind Jezus met zijn ouders. En zoals
iemand op zijn sterfbed kan wachten tot ook het laatste kind afscheid
heeft genomen, zo is hiermee voor Simeon het leven voltooid. ‘Heer, laat
me nu maar in vrede heengaan’. Ook voor Lucas als evangelist is
daarmee de cirkel rond. Zijn geboorteverhaal eindigt zoals het begint:
met twee oude mensen. Aan het begin staan Zacharias en Elisabeth, die
op hoge leeftijd een kind krijgen, en aan het slot staan Simeon en Hanna
met hun profetieën. Op die manier krijgen verschillende generaties een
plek bij Lucas. Want ondertussen zijn er twee baby’s geboren, Johannes
de Doper en Jezus, en hebben we ook een stel jonge ouders ontmoet:
Jozef en Maria. Zo komen er drie generaties voorbij, en zijn ook beide
seksen volop betrokken in dit gebeuren. Ja, vrouwen spelen hier in het
evangelie minstens zo’n belangrijke rol als mannen. Kijk alleen maar
naar de hoofdrol, die is duidelijk voor Maria. Zij is een toonbeeld van
overgave en vertrouwen, zij zingt te midden van Zacharias en Simeon
het hoogste lied. Al krijgen we hier ook te horen dat er een zwaard door
haar ziel zal gaan. De weg die Jezus gaat zal diepe sporen trekken in
haar leven.

Opvallend is de joodse kleur van wat Lucas beschrijft. Alles wat gebeurt,
geschiedt volgens de Thora, de wet van de Heer. Op de achtste dag
wordt Jezus besneden, zoals elke joodse jongen. En rond de veertigste
dag komt Hij met zijn ouders naar de tempel, voor twee dingen tegelijk.
Het kind wordt toegewijd aan de Heer, zoals opgedragen wordt in het
boek Exodus. En voor de reinheid van zijn moeder – ook dat was destijds
van belang ‒ wordt een offer gebracht: twee duiven, zoals
voorgeschreven in het boek Leviticus. Rijken doen meer, zij offeren een
jonge ram, tezamen met één duif. Maar voor arme mensen zijn twee
duivenjongen voldoende. Een teken dat Jozef en Maria inderdaad tot de
eenvoudige, arme joden behoren. Beide zijn toegewijd aan God en leven
naar de Thora, net als Zacharias, net als Simeon. Zo laat Lucas op zijn
manier zien dat de komst van Jezus geen breuk betekent met het
jodendom, maar een vervolg. Het is zoiets als een nieuwe fase in de
geschiedenis, met een beslissende doorbraak naar alle volkeren. Wat
God dus ooit met Israël begon, dat beperkt zich niet langer tot dit volk
maar staat nu open voor alle mensen wereldwijd. De deur die binnen het
jodendom af en toe al op een kier stond, zwaait met Jezus wijd open
naar heel de mensheid. Jood en heiden, man en vrouw, jong en oud,
iedereen mag zich op gelijke wijze een kind van God weten. Die
boodschap klinkt door in het loflied van de oude Simeon: in Jezus zal
Israël stralen als nooit te voren, en tegelijk gaat er in hem een licht op
voor alle andere volken. Voor heel de wereld breekt dus een nieuwe
toekomst aan.

Lees deze preek hier verder 
Comments