Jozef als adventsfiguur

Geplaatst 20 dec. 2010 08:30 door De Stadslamp Amsterdam
19 december 2010, 4de zondag van de Advent. R.K. kerk De Krijtberg. Peter van Dael SJ.

Lezingen: Jes. 7: 10-14; Mt. 1: 18-24

Op de tweede en derde zondag van de advent is Johannes de Doper opgevoerd als adventsfiguur, als iemand die de weg effent voor de komst van Christus. Vandaag, op de vierde zondag van de advent, wordt ons Jozef voorgehouden als een gestalte die ons begeleidt op weg naar het kerstfeest. Jozef wordt meestal beschouwd als iemand van de tweede rang, iemand op de achtergrond. Op middeleeuwse kerstvoorstellingen is hij meestal een oude man, allesbehalve een jonge en vitale vader. Hij zit vaak peinzend, soms ook wel slapend, in een hoekje. Men doet alles om zijn rol met betrekking tot het Christuskind zo klein mogelijk te maken. Maar het evangelie geeft hier geen enkele aanleiding toe. Hij is een man uit één stuk. Geen man van woorden: van hem zijn geen uitspraken opgetekend. Maar een man die in het evangelie een ‘rechtschapen mens’ wordt genoemd. In de evangelielezing van vandaag wordt hem de geboorte van een zoon aangezegd. Hij krijgt hetzelfde teken als Achaz, namelijk een zwangere vrouw.

Immanuel
Wie is Achaz, die in de eerste lezing wordt opgevoerd? Hij wordt in de Bijbel een slechte koning genoemd: ‘Hij deed niet wat goed is in de ogen van de HEER, zoals zijn voorvader David’ (2 Kon. 16:2). Achaz was bang voor zijn grote buur Assyrië. Om zijn hachje te redden probeerde hij bij de Assyriërs in het gevlij te komen door hun goden te vereren. De profeet Jesaja verzet zich tegen deze politiek en wijst de koning op een teken: ‘de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuël noemen’ (Jes. 7:14). Hier wordt de geboorte van een prinsje aangezegd, de latere koning Hizkia, die een goede koning wordt genoemd: ‘Hij deed wat goed is in de ogen van de HEER, net zoals zijn voorvader David gedaan had’ (2 Kon. 18:3). Het jonge prinsje was een teken dat God met zijn volk was, want de naam ‘Immanuel’ betekent ‘God met ons’. In de persoon van een goede koning, om zo te zeggen een nieuwe David, zou God zijn volk nabij zijn.

Jezus
De profetie van Jesaja wordt aangehaald in de evangelielezing van vandaag. Jozef krijgt hetzelfde te horen als Achaz: ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven, wat in onze taal betekent God met ons’.
De naam die Jesaja aan het prinsje geeft houdt verband met de politieke situatie van toen. De naam Immanuël, ‘God met ons’, hield in dat God zijn volk zou beschermen tegen vijandige buurvolken. In Jezus' dagen kwam een dergelijke interpretatie van Gods reddend aanwezig zijn nog steeds voor: velen verwachtten een messias die Israël zou bevrijden van het juk van de Romeinse bezetter. Maar het evangelie zuivert deze verwachting uit. Dit blijkt uit de tweede naam die het kind krijgt. Het hoort tot de vaderlijke taken van Jozef om aan zijn kind een naam te geven. Vandaar de opdracht die hij krijgt: ‘Geef hem de naam Jezus’, een naam die is afgeleid van ‘Jehosjoea’, dat betekent ‘de HEER redt’. Het is een naam die meer voorkomt. Denk aan Jozua, veldheer en opvolger van Mozes als de leider van de Israëlieten bij hun intocht in Kanaän. Maar in het geval van Jezus, de zoon van Jozef en Maria, heeft de naam ‘de HEER redt’ een specifieke betekenis. Het gaat hier niet om redden uit de hand van de vijand zoals bij Jozua, maar om een ander soort bevrijding. In het evangelie lezen we: ‘Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden’. God redt op een dieper, een wezenlijker niveau. Hij redt niet van het kwaad dat van buiten komt, maar van het kwaad dat in ons zelf is. Hij is een God van vergeving en verzoening, Hij geeft de mens steeds nieuwe kansen.

Geen vrijblijvendheid bij het gebruik van de namen
Wanneer een vader aan zijn kind een naam geeft, aanvaardt hij zijn vaderschap in wettelijke zin. Dat betekent dat hij voor het kind verantwoordelijk is. Toen Jozef aan Jezus zijn naam gaf, nam hij de taak op zich om voor de jongen te zorgen. Zo nam Adam, toen hij namen gaf aan de dieren, de zorg voor de schepping op zich. Wanneer wij het komende Kerstkind evenals Jozef noemen bij zijn naam Jezus, dan doen ook wij dat niet in vrijblijvendheid. Wanneer wij met Jozef het kind Jezus noemen, zijn wij gehouden het beeld van Jezus te koesteren, in onszelf en in anderen.
De naam Immanuël herinnert aan de Godsnaam. God liet zich aan Mozes kennen als: ‘Ik ben die er zijn zal’ (Ex. 3:14), ‘Ik zal bij je zijn’ (3:12). God is bij zijn volk. Hij is met hen een verbond aangegaan. Hij verplicht zich aan zijn volk. Het kind dat Jezus en Immanuël genoemd wordt, is daar het teken van, want die namen betekenen: de Heer redt ons (Jezus), God is met ons (Immanuël). Maar het verbond is wederzijds. Wanneer God zich verbindt met zijn mensen, zal de mens zich van zijn kant binden aan zijn God.

Christus het laatste woord?
In het evangelie van vandaag geldt de geboorte van Jezus als de vervulling van de profetie van Jesaja. Jezus is het eindpunt. Bij hem begint iets nieuws: de messiaanse tijd. Is hiermee alles gezegd? Hebben we na de komst van Christus niets meer te verwachten? Is met hem het laatste woord gesproken? Dit is niet het geval, want het gaat niet om de komst van de Messias, maar om het koninkrijk van God, een rijk van rechtvaardigheid en vrede. Christus is wel het teken bij uitstek van dit rijk, maar hij is niet het rijk zelf. Zelf heeft hij ons leren bidden: 'Uw rijk kome'.
Met Kerstmis vieren we niet alleen de geboorte van Christus als een historisch feit. We vieren ook de verwachting van Gods komende rijk. Advent en Kerstmis zijn de liturgische vorm­geving van deze verwachting. Al leven we niet meer in Bijbelse tijden, ook in onze tijd zijn de tekenen de wereld nog niet uit. De mensen zijn aan elkaar gegeven als evenzoveel tekens van hoop en verwachting. In de mensen om ons heen, en in onszelf, kan iets van Jezus, kan iets van Immanuël, kan iets van Gods koninkrijk verwezenlijkt worden.

'God zij met ons': dit kunnen we nog steeds lezen op de rand van het Nederlandse twee-eurostuk. De naam Immanuël is dus doorgedrongen in het dagelijkse leven. Misschien een typisch Nederlandse combinatie van koopman en dominee. In ieder geval is dit randschrift een uitstekende adventswens.

Peter van Dael SJ
Comments