Met je tijd meegaan

Geplaatst 20 sep. 2014 13:44 door De Stadslamp Amsterdam
Zondag 21 september 2014 (25e zondag door het jaar). 
Augustinuskerk, Buitenveldert.
pastor Ambro Bakker s.m.a. (Deken van Amsterdam)

Lezingen: Jesaia 55:6-9 en Matteüs 20:1-16a

Altijd voor God. Alle tijd voor God. Wat is tijd? In het woordenboek vind je vele spreekwoorden en gezegdes die met het woord ‘tijd’ te maken hebben. Hier volgen er enkele: de tand des tijds doorstaan; de tijd gaat snel gebruikt hem wel; de tijd slijt alles; over tijd zijn; bij tijd en wijle; zijn tijd vooruit zijn. Die broek is uit de tijd. Je moet van tijd tot tijd met je tijd meegaan. Dat wordt eens tijd. Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Niemand sterft voor zijn tijd. Hij praat de hele tijd over zichzelf en neemt daar de tijd voor!. Het heeft in tijden niet zo geregend. En iedereen weet intussen dat er goede en slechte tijden zijn. En je kunt bij de tijd zijn en er de tijd voor nemen. Je neemt er alle tijd voor, altijd.

Wat is tijd? God geeft ons elke dag opnieuw 1440 minuten. En dat week-in, week-uit, jaar-in, jaar-uit. En hoeveel moeite kost 't ons niet Hem elke dag 5 minuten terug te geven! God geeft ons elke week maar liefst 168 uur. En hoeveel moeite kost 't ons niet om Hem op zondag daarvan één uur terug te geven? Want we hebben 't allemaal zo druk. Met alles en nog wat houden we ons bezig. Stress beheerst ons leven. En we laten ons willens en wetens meeslepen. We leven niet meer voor de dag van vandaag, maar we leven blijkbaar alleen maar ‘met het oog op morgen’.

‘Geen tijd’ horen we dagelijks. Agenda's zijn overvol. Zelfs agenda's van jonge kinderen. Vanavond naar gym, morgen voetballen, overmorgen zwemmen, vervolgens paardrijden of tennissen en in 't weekend naar de disco. En als we dan 'n avondje vrij hebben, hangen we maar wat rond met onze ziel onder onze arm. Maken we nog wel in onze agenda’s nog wel voldoende tijd vrij voor God en voor elkaar? Niet? Je kunt nog altijd aansluiten. Het evangelie geeft ons vanmorgen een wijze les.

Ook de werkers van het elfde uur zijn welkom. Goed, zij hebben maar één uur gewerkt, terwijl anderen de hitte van de dag hebben gedragen. Ze krijgen, zegt de parabel, hetzelfde loon. Is dat niet onrechtvaardig? Laten we wat dicht bij huis blijven. Je hebt mensen die elke zondag in de kerk zitten, jaar-in jaar-uit. Ze doen alles voor de kerk. En dan komt er zo’n laatbloeier die bijna zijn hele leven lang op zondagmorgen heeft uitgeslapen. We zijn blij dat hij zich bekeert, maar krijgt hij in de hemel hetzelfde loon? ‘Zijn jullie kwaad, omdat Ik goed ben?’, horen we Jezus zeggen. Bij God is vreugde om elk mens die zich bekeert.

Maar laten we eerlijk zijn: de parabel die we zojuist gehoord hebben is toch oneerlijk. Als een werkgever zijn werknemers zo zou behandelen, kwam het binnen de kortste keren tot een staking! Degene die de hitte van de dag heeft gedragen, heeft recht op een betere en hogere beloning dan diegene die pas aan komt zetten, als de dag bijna voorbij is en de klus geklaard! Dat is rechtvaardigheid volgens menselijke opvattingen. Maar God rekent blijkbaar anders. Hij rekent niet, maar Hij geeft. God vergoedt niet volgens een vaststaand tarief, maar geeft in overvloed. Zijn maat is barmhartigheid. Petrus zegt tegen Jezus: ‘Ik heb alles achter me gelaten om U te volgen, wat krijg ik daar voor terug?’ Jezus vertelt dan de parabel van de ‘werkers van het elfde uur’. Daar krijgen de laatsten evenveel uitbetaald als de eersten.
De mensen die de hitte van de dag hebben gedragen ontvangen hetzelfde als de laatbloeiers. Valt dat even tegen! Heb ik daar elke dag voor gebeden? Ben ik daarom elk weekend naar de kerk gegaan? Heb ik daarom zoveel gegeven voor de Derde Wereld? We zouden voor al die dingen in klinkende munt door God betaald willen worden. Maar wie God zijn eigen rekening presenteert, verrekent zich grondig!
Hoe kijken wij tegen God aan? De heilige Theresia zei op haar sterfbed: ‘Eigenlijk is alles slechts genade! Een gave van God’. We hebben nergens recht op en krijgen toch van alles. Bij Hem mag er van alles in overvloed zijn en voor iedereen: voor vroege vogels en laatbloeiers. Zouden wij dan afgunstig moeten zijn omdat alles wat van God komt gratis is? En eigenlijk is elk mens een laatbloeier. Allemaal zijn we werkers van het elfde uur.
Als we ons eigen leven onderzoeken, maar dan oprecht, zullen we tot de conclusie komen dat ons hele leven een geschenk van God is. Zonder Hem zijn we niets. Dank zij Hem mogen we alles worden, zelfs Kind van God, En die uitnodiging geldt voor iedereen: voor de vroege vogels, maar ook voor hen die pas laat tot bloei komen. Voor God bestaat dat ‘bijna te laat’ niet, voor Hem is iedereen ‘op tijd’, Niemand is ‘Overtijd’, ook als hij of zij zich pas laat omdraait en zijn of haar hart bekeert tot God. Maar dan moet je wel metter tijd meegaan…


Comments