Olie in je lamp

Geplaatst 1 nov. 2011 05:38 door De Stadslamp Amsterdam   [ 1 nov. 2011 05:40 bijgewerkt ]
De les van de wijze en de dwaze bruidsmeisjes.
Verkondiging op Zondag 30 oktober 2011 10:00 in de Jeruzalemkerk te Amsterdam door Bas van der Graaf 


Gemeente, gasten in ons midden,

Toen ik van de week op de conferentie tegen een paar mensen zei dat ik zondag over de gelijkenis van de wijze en dwaze meisjes ging preken zeiden ze: nou, heel veel sterkte, want dat vinden we altijd zo’n moeilijk verhaal. Ik zei: waarom dan?, waarop het antwoord was: nou, dat einde is toch wel ontzettend hard. Eén foutje en ze komen er niet meer in. Als dat het beeld van God is, het beeld van Jezus zelfs, dan kunnen we dat bijna niet rijmen. Tja, daar zit wel wat in natuurlijk, het is een hard einde van dit verhaal en ook hier zullen vanmorgen wel mensen zitten die dat tegen de borst stuit.

En eerlijk gezegd was mijn eerste gedachte toen ik dat hoorde: ‘af en toe baal ik zó van al die harde teksten in het onderwijs van Jezus’. Juist de afgelopen weken hebben we een hele rij gelij-kenissen van hem besproken hier in de kerk en elke keer werden er mensen uitgegooid, niet toegelaten of zelfs gedood. Stuk voor stuk zijn het prachtige verhalen, over een wijngaard, over een bruiloft en nog een over een wijngaard –verhalen vol hoop en verwachting dus- maar elke keer loopt het uit op een scheiding tussen mensen die er wel bijhoren en mensen die er buiten liggen. Maar als je zoals ik ontzettende hoopt dat mensen van vandaag enthousiast zullen worden over het evangelie van Jezus, dan zit je eigenlijk niet op zulke verhalen te wachten, dat begrijpt u wel.

Maar hoe we het ook wenden of keren: zo’n hard slot als in dit verhaal van Jezus is geen toevallige uitzondering die we dus gemakkelijk kunnen negeren of omzeilen. Iedereen die de Bijbel leest komt dit soort passages tegen, meer dan hem lief is. Maar dat wil dus zeggen dat de boodschap van Gods liefde en genade onlosmakelijk is verbonden met die van Gods óórdeel. Voor Jezus zijn dat geen twee onverenigbare dingen, blijkbaar. En dus moeten we een gelijkenis als deze vooral goed lezen om te ontdekken wat Jezus hier nu precies zegt. Dat wil ik nu kort en krachtig proberen te doen.

*En om maar meteen met de deur in huis te vallen: wat was eigenlijk de taak van deze meisjes met hun olielampjes? En waar staat die olie eigenlijk voor?

Wel, de taak van die meisjes was (voor zover we dat kunnen reconstrueren) ongeveer deze. De bruid was in de loop van de dag naar het huis van de bruidegom gebracht, waar een deel van de gasten zich had verzameld om vast met het feest te beginnen. Ergens in de loop van de avond, als het dus al donker was, kwam de bruidegom dan ook naar het huis. En als hij dan het huis naderde, waren daar de bruidsmeisjes die hem met brandende lampjes tegemoet gingen en hem feestelijk inhaalden. En daarna gingen ze dan met elkaar het huis binnen en begon het feest echt. Niet voor een paar resterende uurtjes, maar de feestelijkheden duurden soms zelfs een hele week.

Maar nu is er een ding wat we goed moeten besef-fen. En dat is, dat die bruidsmeisjes niet zo-maar werd ingehuurd of zo, maar dat het meiden waren die bevriend waren met de bruid en de bruidegom! De taak die ze verrichtten was maar niet zomaar een klusje, maar het was een taak die door en door verbonden was met in elk geval de bruidegom. Wat ze deden deden ze námens haar en vóór hem, ter ere van hem, ter verhoging van zijn feestvreugde, ten dienste van hem. En als we het zo lezen snappen we ook waarom het zo erg was dat ze niet voor voldoende olie hadden gezorgd. Dat was maar niet een foutje, dat was minachting voor de bruidegom (en zijn bruid). Want als ze echt om de bruidegom hadden gegéven, als ze voor hun bijzondere taak waren gegáán, zouden ze alle voorzorgsmaatregelen hebben genomen en geen enkel risico hebben genomen.

De ontbrekende olie is dus geen foutje, maar een teken dat het hen helemaal niet om de bruidegom en de bruid te doen is, dat ze in wezen niks met hen hebben, dat ze hun eigen feestje hebben. En iedereen die wel eens ceremoniemeester op een feest is geweest weet hoe onbestaanbaar dat is. Zo’n taak vraagt om een relatie, om betrokken-heid, om liefde zelfs. Zonder dat wordt het een farce.

*Nu even terug naar dat harde oordeel van de bruidegom. De meiden zonder olie komen uiteinde-lijk mét olie aan de deur kloppen en zeggen: Héér, héér, doe ons open. Vijf meiden dus, die tijdens één van de hoogtepunten hebben geschit-terd door afwezigheid. Nu roepen ze ‘heer, heer’ (ik vraag me af: is die afstandelijke titel niet ook al een teken van hun afstand tot de bruide-gom?), maar de bruidegom zegt: ‘Ik ken jullie werkelijk niet’.

Ik ken jullie werkelijk niet! Dat is de kern van dit verhaal en dus ook de kern, het geheim van zijn harde oordeel. Dat is geen hard oordeel over een foutje, maar niets anders dan de bevestiging van een stand van zaken. In feite góóit hij de meisjes er niet uit, maar bevestigt hij alleen maar dat ze zichzelf buiten hebben gesloten. Ze hebben door hun achteloosheid laten weten dat ze de bruidegom óók niet kennen, dat ze eigenlijk niks met hem hebben. Dus ja, wat willen ze eigenlijk op dat feest? Een leuk feestje voor zichzelf, ongeacht wie het centrum van het feest is?

Deze meisjes wórden dus niet buitengesloten, maar sloten zichzélf buiten. En dit is ook precies het antwoord dat Tim Keller, in navolging van C.S. Lewis, geeft op de vraag hoe het kan dat een liefhebbende God mensen in de hel zou kunnen gooien. Hij zegt dan met zoveel woorden: in wezen góóit God mensen niet in de hel, maar mensen lopen daar zelf naar toe. Want wat is de hel? De hel is eerst en vooral de plek waar geen gemeenschap met God is. Zoals de hemel (en vooral de nieuwe aarde) de plek is waar volle gemeenschap met God is. Hemel en hel zijn dus niet los verkrijgbaar, maar staan juist helemaal in relatie tot God. Er is een eeuwige toekomst met God en een toekomst zonder God en beiden zijn de uitkomst van een leven met of zonder God hier op aarde.

In zijn voor mij zeer verhelderende verhaal De grote scheiding heeft Lewis heel goed duidelijk gemaakt dat mensen die welbewust (daar gaat het natuurlijk welk om, om een welbewuste keuze; dat is wat anders dan onwetendheid) zonder of zelfs tégen God hebben geleefd zich absoluut niet thuis zouden voelen in de hemelse heerlijkheid waar God nu juist het middelpunt van is. (Lewis doet dat door in een droom mensen uit de hel een bustocht naar het hemelse paradijs te laten maken, waar zij het verschrikkelijk vinden). Uiteraard is dit niet het antwoord op ál onze vragen, maar wel op een paar hele centrale.

*Laten we teruggaan naar de gelijkenis. In elk geval zet dit verhaal van Jezus ons op een spoor dat helpt om te zien wat geloven eigenlijk is.

Laat ik eerst even noemen, hoe hier in preken die ik hoorde of las vaak over gesproken werd. In die preken werd vaak de olie in de lampjes als een beeld van het geloof omschreven. Geloven is dan een ervaring of zelfs een substantie die je in je hebt en die steeds aangevuld moet worden, bijvoorbeeld door Bijbellezen of bidden. Maar hoewel deze uitleg natuurlijk best een aantal bijbelse waarheden in zich heeft is hij toch ook wel heel problematisch. Geloven wordt op deze manier toch een heel onzeker gebeuren, waarbij we als het er op aankomt heel erg afhankelijk worden van onze ervaringen.

Nee, het ligt veel meer in lijn van de gelijkenis en het hele Evangelie van Mattheüs om geloven vooral als een levenshouding te zien, een gelóófshouding. Het gaat om een leven dat zich richt op de komst van de bruidegom (van Jezus dus) en alles op alles zet om hem met vreugde en te verwelkomen. Geloven is dus: de taak die je door de Heer is opgedragen met verwachting en met trouw te vervullen. Waakzaam zijn, voorbereid zijn, je leven zo inrichten dat zijn komst je geen paniek geeft. Maar bovenal: al wachtend verbonden zijn met de bruidegom, je op hem richten, je in hem inleven en ook bij zijn afwezigheid met hem in de geest verbonden zijn.

Het bemoedigende daarbij is, dat niet van ons geëist wordt dat we altijd wakker zijn. Alle 10 de meisjes slapen in, maar als de bruidegom komt, zijn de wijze meisjes toch klaar om hem te ontvangen. Geloven is dus ook geen kwestie van krampachtig altijd je aandacht richten op het moment dat hij komt, met het risico dat je in een onbewaakt ogenblik toch niet klaar bent. Nee, het gaat er eenvoudig om dat we ons verbonden weten met Jezus die komt, dat we ons leven zo inrichten dat alles wat we doen in dienst staat van de gemeenschap met hem om wie het hele feest nu en in de toekomst draait.

*Wat geloven is kan ik –en daar eindig ik dan mee – ook zeggen aan de hand van onze eerste Bijbelzing, Spreuken 9. In dat gedeelte – een stukje uit de wijsheidsliteratuur in het OT- gaat het ook de tegenstelling tussen wijsheid en dwaasheid. En net als in de gelijkenis leidt wijsheid tot het leven en dwaasheid tot de dood. Het is dus maar niet om het even waar je je op richt.

Laten we nu vooral even naar vers 10 kijken, waar als het ware een definitie van wijsheid wordt gegeven. We lezen daar: ‘Wijsheid begint met ontzag voor de HEER, inzicht is vertrouwdheid met de Heilige’. Wijsheid (maar je mag ook zeggen: geloof) begint met ontzag voor de Heer. Met het besef dus, dat het in het leven draait om hem en niet om jezelf. Maar het blijft niet bij ontzag, want ontzag leidt als vanzelf tot vertrouwdheid met de Heilige. Die twee regels van vers 10 hebben een in de Bijbel veel voorkomende vorm die parallellisme heet. En parallellisme wil zeggen dat het eerste deel van de zin met andere woorden eigenlijk hetzelfde zegt. In dit geval: ontzag is een parallel van vertrouwdheid en wijsheid een parallel van inzicht.

Ontzag en vertrouwdheid. Was dat niet waar de bruidsmeisjes toe geroepen waren? Het diepe besef dat het in het feest om hém draait en dat je je dáár dus aan geeft in het gelijktijdige besef je daarmee dus in zijn nabijheid mag leven en feest mag vieren. Is dat geen prachtig beeld van het geloof in Jezus? Geloven is tegelijkertijd ontzag hebben voor en vertrouwd zijn met Jezus. We kennen hem uit alles wat hij geweest is toen hij op aarde was en we zullen hem als zodanig hérkennen als hij terugkomt. En bovenal: als we nu zo met hem leven en zo op hem wachten zal hij ook óns herkennen als zijn dienaren en vertrouwden. Niemand van ons hoeft buiten de blijven staan. Wie in ontzag en vertrouwdheid met hem leeft ís al binnen, voor eeuwig.

Amen
Comments