"Samen in de naam van Jezus"?

Geplaatst 9 dec. 2011 08:38 door De Stadslamp Amsterdam
Zondag 4-12-2011. Onafhankelijke Baptistengemeente Amsterdam. 
ds. Oscar Lohuis. 

Gelezen:  uit het Evangelie van Matteus, hoofdstuk 18. 

Wat betekent het om 'in de naam van Jezus' samen te komen?
Een zich met elkaar verzoenende gemeenschap

De tweede keer dat wij het woord 'gemeente' tegenkomen in het Nieuwe Testament is in Matteüs 18. Het woord 'gemeente' wordt gebruikt in de directe context van de tucht: “Als hij niet naar hen luistert, zeg het dan tegen de gemeente. En als hij ook niet naar de gemeente luistert, laat hij dan voor u als de heiden en de tollenaar zijn” (vers 17). De bredere context spreekt echter duidelijk over genade en vergeving.

Voorafgaand aan het gedeelte over de tucht gaat het over het ene afgedwaalde schaap, waar de herder de negenennegentig andere schapen voor achterlaat om het afgedwaalde schaap te zoeken. Er is grote blijdschap over het weer vinden van dat ene schaap. Na het gedeelte over de tucht gaat het over het tot zeventig maal zeven maal vergeven, naar aanleiding van Petrus vraag aan Jezus: “Heer, hoeveel keer zal mijn broeder tegen mij zondigen en ik hem vergeven?”

Matteüs 18 wordt wel de gemeenterede van de Here Jezus genoemd en we moeten het hoofdstuk in zijn geheel lezen. Dan rolt dit er uit:
Samenkomen in Jezus naam ('waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn' vers 20) vindt plaats waar vergeving en verzoening plaatsvindt.

Het heeft geen zin om aan het begin van de dienst te danken dat 'we in Uw naam hier bij elkaar zijn en dat U naar uw belofte in ons midden bent' als we niet doen waar 'in de naam van Jezus bij elkaar komen' op slaat. Je doet dat als je van harte je broeders en zuster vergeeft en liefhebt, zoals Jezus ook met jou heeft gedaan. Als we dat doen mogen we rekenen op de belofte: “daar ben Ik in hun midden” (vers 20). We bewegen ons ieder in de richting van Christus, en omdat jij en ik dat allebei doen komen we ook dichter bij elkaar.

Het bij ons zijn van Jezus is niet individualistisch. Het is onmogelijk om alleen Christen te zijn. Het individualisme van onze tijd doet ons dat soms wel geloven en we zijn geneigd om van het geloof een privé aangelegenheid te maken. Het probleem is dat velen in de kerk zitten als consument om te nemen wat ze willen en te laten liggen wat hun niet aanstaat. Maar in de ideale gemeente hebben de leden een band met elkaar, die is ontstaan met vallen en opstaan. Juist wanneer het heeft gebotst is de blijdschap over de vergeving en de verzoening, wanneer die wordt bereikt, groot. Juist wanneer een schaap is afgedwaald is de blijdschap over het weer terugvinden van het schaap groot. Juist wanneer een broeder heeft gezondigd en daarna vergeving heeft gevraagd en heeft ontvangen is de blijdschap over de relatie groot. Daarom ontstaat de ideale gemeente ook niet in één dag. Het zijn de lange en soms taaie processen waar een gemeenschap doorheen moet om te komen tot het werkelijke samenkomen in de naam van Jezus, in de gezindheid van Jezus. Velen lopen vanwege conflict te snel weg uit hun gemeente, waardoor ze de kans om juist tot bijzondere ervaringen van vergeving en verzoening te komen laten liggen.

Het Heilig Avondmaal is door de Heer gegeven om de verzoening te vieren. Ten eerste de verzoening met God. Christus gaf Zijn leven om ons met God te verzoenen. Christus is zelfs gestorven, zodat God ons kon vergeven. Ten tweede verzoening met elkaar. Om niet heb je Gods liefde ontvangen, om niet deel je daarvan uit aan je onvolmaakte broeder en zuster. In “de gelofte van liefde” van Balthasar Hubmaier (1480-1528), een gelofte die werd voorgelezen ter voorbereiding op de avondmaalsviering, komen we ook deze zinnen tegen:

“Als je je naaste wilt liefhebben en dienen met daden van broederlijke liefde, je leven voor hem geven en je bloed voor hem laten vloeien, …....., laat dan ieder persoonlijk zeggen: “Ik wil”.

"Als je broederlijke vermaning toepast op je broeders en zusters, vrede en eenheid onder hen bewaart, en je verzoent met allen die jou hebben gekwetst, alle afgunst, haat en kwade gedachten naar een ieder loslaat, vrijwillig elk gedrag dat anderen schade of nadeel berokkent staakt, ook je vijanden liefhebt en het goede doet, en allen uitsluit overeenkomstig de Regel van Christus, die weigeren aldus te doen, laat dan ieder persoonlijk zeggen: “Ik wil”. [1]

De gemeentetucht komen we in deze gelofte ook tegen, namelijk ten overstaan van degenen die weigeren een verzoenende houding aan te nemen. Gemeentetucht behoorde ook volgens Calvijn tot essentiële kenmerken van het gemeente-zijn (zonder tucht is er geen gemeente). In Matteüs 18 vinden we de basis daarvoor. Deze is bedoeld om er voor te zorgen dat onderlinge relaties worden gekenmerkt door zowel liefde en genade, als ook waarheid en gerechtigheid. De tucht is altijd bedoeld als middel om een broeder of zuster weer te herstellen tot de gemeenschap.

Amen.

[1] Balthasar Hubmaier, De gelofte van liefde. Gelofte werd uitgesproken bij het avondmaal in de gemeenschap van de anabaptisten te Nikolsburg in Moravië (Mikulov in Tsjechië) waar Hubmaier voorganger was (1526-1528).

Meer van Oscar Lohuis op www.goednieuws.info

Comments