Tien woorden voor onderweg

Geplaatst 11 mrt. 2012 12:41 door De Stadslamp Amsterdam
Zondag 11 maart 2012. (3de zondag van de Veertigdagentijd) 
Pater Ambro Bakker s.m.a., Deken van Amsterdam (Rooms-katholieke kerk)

Lezingen: Exodus 21:1-17 en Johannes 2:13-25

De eerste lezing gaat vanmorgen over de "Tien Geboden". Ik kwam dat woord als kind voor het eerst tegen, toen mijn moeder zei: "Eet toch niet met je 10 geboden, je hebt toch een vork en een mes!" Later begreep ik waarom er 10 geboden zijn, want tien geboden kun je nog op je vingers natellen. Dat valt te overzien! Dan raak je de tel niet kwijt! Eigenlijk is het niet juist dat we spreken van de 10 geboden. Want het zijn geen geboden, maar richtingaanwijzers. Ze wijzen je de richting aan. We hebben deze woorden losgemaakt van wat er voor staat: "Ik ben de Heer uw God, die u weggevoerd heb uit het slavenhuis Egypte." God geeft aan Mozes op de berg Sinaï 10 woorden. Het zijn richtingaanwijzers, grenspaaltjes. Als je daarbinnen blijf, zal alles goed gaan. Het is te vergelijken met een automobilist die 's nachts in diepe mist over de weg rijdt en zich dan laat leiden door de reflecterende paaltjes en reflectiestrepen. Zo zijn de 10 geboden eigenlijk 10 Bepalingen, omdat ze ons uitnodigen de weg van God te gaan. De enige weg die leidt naar het Beloofde Land. Als je de 10 Woorden opvat als geboden, kun je flink de mist ingaan. Dan gebruiken we de Tien Woorden voor onze eigen karretjes. Een paar voorbeelden:

In het 4de gebod staat "Eer je vader en je moeder". En we hebben dat gebod uitgelegd door te zeggen dat we hen en onze overheden blindelings moeten gehoorzamen. Maar willen we het vierde gebod goed verstaan, dan moeten we veel ballast over boord gooien. Het eren van je ouders heeft te maken met het feit dat zij je iets kunnen leren over Gods bevrijdende daden. Zij geven je 't Woord van God door dat zij weer van hun ouders hebben ontvangen. Dat is hun zwaarte, hun gewicht (kabod): de oudere generatie geeft de Thora, Gods Wet, door aan de generatie na hen. Zij leren je dat je geen afgodsbeelden mag maken. En er zijn wat afgodsbeelden in onze tijd (geld, carrière, seksuele ontremmingen, het benadrukken van je eigen ik). Ze leren je dat je de sabbat moet onderhouden. Wij zeggen dat je op grond van dit woord naar de kerk moet gaan. Dat staat er niet (hoe blij ik ook ben dat er vanmorgen weer mensen zijn die de weg naar de kerk hebben gevonden!) We mogen de jeugd leren dat het leven uitloopt op een feest, als we goed omgaan met God en met elkaar.

We leren hen dat je Gods naam niet mag misbruiken. Wij hebben er van gemaakt: je mag niet vloeken! Nu is vloeken nooit netjes. En we moeten dat natuurlijk afleren. Maar is God nu zó geraakt dat zijn naam gebruikt wordt als je met een zware hamer op je vingers slaat? Moet je dan roepen: "Gompie, gompie, grote grutjes, wat doet dat een pijn!" Natuurlijk vloeken is de andere kant. Dat kun je maar beter achterwege laten. Staat ook netter! Maar 't misbruiken van de naam van God heeft vooral te maken met het feit dat we Zijn Naam voortdurend gebruiken voor onze eigen wensen en idealen. In de naam van God worden oorlogen uitgevochten en verkopen politieke partijen en omroepen hun partijprogramma.

Als ik mensen hoor zeggen "Dat wil God van ons", denk ik vaak: wil God dat nou of de mens die voor me staat? Wat mensen zeggen over God zegt vaak meer over henzelf dan over God. Zo kunnen angstige mensen nauwelijks geloven in een bevrijdende God, maar alleen in een strenge en rechtvaardige God. Ook ontmoet je ook mensen die over God praten, alsof ze bij hem in de klas gezeten hebben! Ze gooien het straks met God met een knipoog wel op een akkoordje! Onderhouden wij de 10 Woorden in ons leven? Natuurlijk, wij hebben niemand doodgeslagen. We hebben de deur van onze buurvrouw en buurman keurig voorbij gelopen. Sterker nog: we gaan geregeld naar de kerk en betalen op tijd onze bijdrage voor de Derde Wereld. Wat wil een mens nog meer?!

Jezus treedt daar hard tegenop. Hij wil dat we doorstoten naar het hárt van de Wet. Want doden kun je ook met blikken. Je kunt net doen alsof je mensen niet ziet staan. En heb je geen overspel gepleegd, weet dan dat erger dan de hand die slaat, de hand is die niet streelt! Erger dan bijten is, dat je elkaar niet wilt kussen. Natuurlijk zijn wij geen verkrachters, maar durven we ook met elkaar het spel van de liefde te spelen? Natuurlijk zullen we niet doden, maar laten we elkaar ook in leven?

Er sterven meer mensen door onverschilligheid dan door haat. Mensen die ruzie hebben communiceren nog met elkaar, hebben nog contact. Maar mensen die elkaar ijskoud laten, lijden een doods en bevroren bestaan. Nergens is de eenzaamheid zo groot dan waar mensen samenleven onder één dak, maar die elkaars vrijwel niets meer te vertellen hebben. Jezus vat de 10 Woorden samen in Twee Woorden. Hij zegt: dat Wereldfeest, die eeuwige Sabbat, die droom die jullie doorgeven van vader op dochter en van moeder op zoon, die kun je bereiken als je van God houdt en je naasten bemint als jezelf. Dan onderhoud je Mijn 10 Woorden. Dan zul je het Beloofde Land bereiken!

Vandaag horen we ook hoe Jezus de tempel ingaat. Jezus weet dat zijn Vader eigenlijk niet zo'n voorstander is van die tempel. Hij wil liever met mensen meetrekken in een tent, onder mensen wonen. Ook wij maken van onze prachtige kerken soms meer een doel dan middel. Niet het kerkgebouw is heilig, hoe mooi die ook kan zijn, het zijn de mensen, u en ik, die dit kerkgebouw kunnen maken tot een heilige ruimte. Want God wil onder mensen wonen. Hij komt tot leven waar ouders aan hun kinderen leren wat er in zijn Evangelie staat. "Waar er twee of drie bijeen zijn in Mijn Naam, daar ben Ik hun midden", zegt Jezus. Daarvan getuigt Johannes: "Deze tempel zal worden afgebroken, maar de tempel van Jezus' lichaam zal in drie dagen weer worden opgebouwd." De omstanders begrijpen 't niet, worden zelfs woest, voelen zich aangevallen in het hart van hun godsdienst.

Niet in de tempel ligt de eerste plaats van de Godsontmoeting, maar je komt Hem tegen op de weg van Jeruzalem naar Jericho, waar een mens langs de weg ligt, uitgeschud door rovers. En tot de dag van vandaag laat God zich vooral ontmoeten waar mensen in de knel raken. Door te luisteren naar Gods woord, door het in praktijk te brengen, wil God onder ons verblijven. Het gaat niet om een stenen gebouw, maar om "mensen die zich als levende stenen willen laten invoegen in een geestelijk gebouw, het gebouw van God" (2 Petrus 5:1)


Comments