Wie ben ik?

Geplaatst 3 jul. 2010 10:33 door De Stadslamp Amsterdam   [ 3 jul. 2010 10:44 bijgewerkt ]

20 juni 2010, in de Kerk van "Onze Lieve Vrouw Koningin van de Vrede" (Vredeskerk, Rooms-katholiek), Amsterdam. Pastor Pierre Valkering.

Gelezen: Uit het boek van de profeet Zacharia (12, 10-11), uit de brief aan de Galaten (3, 26-29) en uit het Lucas-evangelie (9, 18-24).

 

"Wie ben ik?" - Dat vroeg zich óók af, in een beroemd geworden tekst[1], de Duitse dominee Dietrich Bonhoeffer (1906-1945). Hij was een tegenstander van Hitler en werd gevangen gezet, een gevangenschap die zou uitlopen op zijn executie. "Wie ben ik?" zo vroeg hij zich af in de gevangenis. Hij constateert dat het gevangenispersoneel respect voor hem heeft. "Ze zeggen me vaak dat ik berustend uit m'n cel kom, goed-gehumeurd en zelfverzekerd, zoals een edelman uit z'n kasteel. Ze zeggen me vaak dat ik vrij, vriendelijk en duidelijk spreek met mijn bewakers, alsof ik hun baas ben. Ze zeggen me vaak dat ik de moeilijke dagen gelijkmoedig, lachend en trots doorleef, zoals iemand die gewend is om te winnen.

 

Ben ik dat werkelijk, wat andere mensen van mij zeggen? Of ben ik alleen maar wat ik van mezelf weet? Onrustig, vol verlangen, ziek, zoals een vogel in een kooi, happend naar adem, alsof iemand m'n keel dichtkneep, hongerend naar kleuren, naar bloemen, naar de stemmen van vogels, dorstend naar lieve woorden, naar menselijke nabijheid, trillend van woede over willekeur en kleinzielige vernederingen, bezig met wachten op grote dingen, machteloos ongerust over vrienden die eindeloos ver weg zijn, te moe en te leeg om te bidden, om te denken, om iets te doen, mat en bereid om van alles afscheid te nemen?

 

Ben ik die ene? Of ben ik die andere? Ben ik soms vandaag de één en morgen de ander? Ben ik ze allebei tegelijk? Een huichelaar voor de mensen en voor mezelf een verachtelijke kleinzielige zwakkeling? Of lijkt  wat er nog over is bij mij van binnen op een leger dat overwonnen is en dat chaotisch er vandoor gaat vanwege de reeds gewonnen veldslag?

Wie ben ik? Het eenzame vragen drijft de spot met mij.

Maar, wie ik ook ben, Jij kent mij, ik ben van Jou O God!"

 

Tot zover de woorden van Dietrich Bonhoeffer. Hij heeft het over het verschil dat in mensen kan bestaan tussen de buitenkant en de binnenkant, tussen wat een mens aan andere mensen laat zien van zichzelf, het beeld dat een mens oproept, dat hij of zij wéét op te roepen eventueel, het mooie plaatje wellicht, dit enerzijds ... en anderzijds hoe het voor iemand zelf is en voelt. Daar kan nogal een groot verschil tussen zijn, tussen die twee, tussen buitenkant en binnenkant.

 

Hoe zie jij mij? Wie ben ik voor jou? Hoe zie, hoe beleef ik mezelf? En wie ben ik voor God? Hoe ziet God mij? Dat zijn drie verschillende perspectieven. Wat is mijn identiteit? Wat is mijn wezen? Een manier om de identiteit van mensen vast te stellen is door ze te vergelijken met andere mensen. Hij of zij lijkt op z'n vader of op z'n moeder. Of iemand heeft iets van Angela Merkel of Jan Smit, van Nelson Mandela of Linda de Mol. Zo wordt Jezus vergeleken met Johannes de Doper en met Elia. Maar Hij is met dat antwoord niet tevreden. "En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?" Wat is jouw eigen antwoord op die vraag?

 

Het antwoord dat Petrus geeft is midden in de roos. Hij zegt: "U bent - de Messias, de Gezalfde van God." Als ik een kind doop en na het doopsel een beetje olie op het kleine hoofdje smeer, dan zeg ik altijd: Zoals die olie in jouw huid trekt, moge zo de Geest van God, die dezelfde is als de Geest van Jezus; moge die in jou trekken. Jézus is de Gezalfde van God tout court. Hij is "het" helemaal: van top tot teen vol van Gods Geest. Jezus is zelf God, de Zoon van God, zo heeft de Kerk in de eerste eeuwen van onze jaartelling het geformuleerd. En hoe weet de Kerk dat? Hoe is ze tot die conclusie gekomen? Het heeft alles te maken met Jezus' lijden en kruisdood dierbare gasten en parochianen. Die onzichtbare maar reële "werkelijkheid van God" was voor Jezus álles, oneindig belangrijker dan al het andere in Zijn leven. Die werkelijkheid van God die had Hij lief, daar vertrouwde Hij zichzelf geheel aan toe en daar gáf Hij zichzelf helemaal áán en vóór, zonder enig voorbehoud, zonder ook maar iets zogenaamd "voor zichzelf te houden". Jezus gaf zich aan en voor Zijn God zoals iemand die van een duikplank duikt zichzelf geeft en toevertrouwt aan het water. Dat is dus iets heerlijks. Als een vis in het water zo was en is en blijft Jezus in God. En alles wat Hij moest lijden, Zijn dood zelfs, viel voor Hem daarbij geheel in het niet, dat telde voor Jezus daarbij niet, dat was voor Hem niet meer van belang in dat verband - al was ook Hij bang toen hij vlak voor de dood stond. Maar toch gaf Hij zichzelf in Zijn lijden en dood aan en voor God. En daarom mogen wij geloven dat Jezus "van God" is, ja God zelf, Zijn Zoon, - omdat Hij dat zo vol overtuiging, zo vastberaden deed. Daartoe is een mens alleen maar in staat als hij met God geheel vergroeid, ja één is. Voor Jezus werd en was Zijn lijden en sterven de uitdrukking in optima forma van Zijn liefde - óók voor Zijn medemensen, ook voor ons, want op die manier wilde Hij ook voor ons de weg banen en ons leren: dat we niet bang hoeven te zijn, dat je jezelf met een gerust hart aan God kunt toevertrouwen. En Hij zegt dan, we hebben het gehoord: "Als iemand achter Mij aan wil komen, laat Hij dan met zichzelf breken, dagelijks Zijn kruis opnemen en Mij volgen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen, maar wie Zijn leven om Mij verliest, die zal het redden."          

 

Veelgeliefden, wat is dat? Wat houdt dat in: "met jezelf breken", "dagelijks je kruis opnemen", "je leven verliezen"? Kijken we nog even naar dominee Dietrich Bonhoeffer in zijn tekst "Wie ben ik?" Voor de buitenwacht is hij een hele vent. Van binnen is hij een hoopje ellende. Maar hij houdt zich flink. Het is natuurlijk allemaal heel herkenbaar denk ik. Voor mij tenminste wel. Maar aan het eind van de tekst dan draait de schijnwerper wég van al dat getob. Bonhoeffer richt zijn aandacht niet langer meer op al zijn innerlijke roerselen en ook niet langer op wat "de anderen" wel of niet van hem vinden, hij laat dat allemaal los. En hij richt zich tot God: "Wie ik ook ben, Jij kent mij, ik ben van Jou O God!"

 

Jezelf, in navolging van Jezus, zoals ook Dietrich Bonhoeffer het met grote moeite gedaan heeft op God richten. Veelgeliefden: dat geeft lucht! En dat geeft ruimte! Gelovige mensen, christenen, wij, hoeven ons helemaal geen zorgen te maken over wat andere mensen van ons vinden. We hoeven ons helemaal geen zorgen te maken om onze zogenaamde "eigen identiteit", om je daaraan meer of minder krampachtig vast te houden. God is het hart van ons leven. Heel duidelijk is daarover Paulus in zijn brief aan de Galaten, de tweede lezing vandaag: "Er is geen Jood of Griek meer," ras of nationaliteit zijn niet belangrijk in het licht van ons geloof, "er is geen slaaf of vrije", je maatschappelijke positie is het ook niet, "het is niet man en vrouw", je geslacht of seksuele geaardheid doet er dus ook niet toe: "u bent allemaal één in Christus Jezus". Hij, Jezus, Zijn levenswijze, Zijn gerichtheid op, Zijn overgave aan God, dát is het hart van wie wij zijn, van onze identiteit. Prachtig wordt het ook verwoord in de eerste lezing vandaag, uit de profeet Zacharia: "Ik zal een geest van mededogen uitstorten, die hen tot bidden brengt. Dan zullen zij opzien naar hem die zij doorstoken hebben". Mogen wij er allen toe in staat zijn veelgeliefden. Hou op met navelstaren, maar bid. Zie op naar Hem die door mensen werd doorstoken en maak jezelf ook niet druk als jij eens gestoken, gepikt of doorboord wordt zelfs. Amen.


[1] "Wer bin ich?" De tekst is opgenomen in de beroemde bundeling van zijn brieven die hij vanuit de vanuit de gevangenis schreef. Titel van de bundel: "Widerstand und Ergebung". In het Nederlands verschenen als 'Verzet en overgave'.

Comments