Wij zijn als de klimroos

Geplaatst 18 feb. 2011 13:05 door De Stadslamp Amsterdam
Zondag 13 februari 2011. (de zesde zondag door het jaar, in de kerk van Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans (Obrechtkerk) te Amsterdam
door pastor Pierre Valkering
Gelezen: ut het boek Jezus Sirach (15, 15-20), Psalm 119 (ged.), de eerste brief van de heilige Apostel Paulus aan de christenen van Korinthe (2, 6-10) en het Mattheüs-evangelie (5, 17-37).

Als een klimroos, dierbare gasten en parochianen; als een klimroos niet geleid wordt, tegen de muur, door zo'n hekwerkje of over het geraamte van een pergola ... Als dat níet gebeurt, dan groeit de klimroos in het wilde weg, dan groeit hij alle kanten op, dan is hij andere planten tot last en kan hij die zelfs verstikken. Zo ís dat met de klimroos. En zo is het ook met de mens. Ook wij hebben het equivalent van zo'n hout- of ijzerconstructie nodig om langs te gróeien en geleid te worden. Die constructie noemen wij: de wet.
Het jodendom zet vanouds zwaar op die wet in. De wet komt van God. En het is nodig dat je er aan gehoorzaamt. Het is nodig dat je lééft volgens die wet. In alle toonaarden wordt het ons in de lezingen van deze zondag op het hart gedrukt:
"Wanneer gij wilt, kunt gij de geboden onderhouden, en het is ook verstandig te doen wat de Heer behaagt" - Jezus Sirach. "Gij hebt uw bevelen gegeven opdat men ze trouw volbrengt - Psalm 119. En dan vooral het evangelie. Daar wordt het ons helemáál ingepeperd. "Denkt niet dat Ik gekomen ben om Wet of Profeten op te heffen" heeft Jezus van Nazareth volgens Mattheüs gezegd. "Als uw gerechtigheid die van de schriftgeleerden en Farizeeën niet vér overtreft, zult gij zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen." Je zou het er Spaans benauwd van krijgen ... En dan wie doodt, of zelfs maar boos wordt op iemand of hem of haar voor een leeghoofd of een dwaas uitmaakt "die zal strafbaar zijn voor het gerecht" of zélfs "met het vuur van de hel". En als je het niet eens wordt met je tegenpartij, die kun je aan de rechter worden overgeleverd en in de gevangenis worden gegooid. En je zult er niet uitkomen voordat je tot de laatste cent betaald zult hebben - wordt er nog dreigend aan toegevoegd. En al wie alleen maar seksueel begerend kíjkt naar iemand, die kan beter het oog uitrukken - of afscheid nemen van een ander lichaamsdeel als dát je tot zonde dreigt te brengen "want het is beter voor u, dat één van uw lichaamsdelen verloren gaat dan dat heel uw lichaam in de hel terecht komt." Oef! Dat is dreigende taal!

Dierbare gasten en parochianen: wat is daar "evangelie", wat is daar "blijde boodschap" aan? En vooral: hoe is het toch in godsnaam mogelijk dat mensen ondanks zulke dreigende taal er zo vaak een potje van maken in hun leven? Hoe is het toch in godsnaam mogelijk dat ze, ik bedoel: dat wij of althans sommigen of misschien zelfs velen van ons tóch niet luisteren, waar wij zó ernstig gewaarschuwd worden voor zulke zware consequenties? "Vóór
de mensen liggen het leven en de dood, en wat een mens behaagt, wordt hem gegeven" zegt Jesaja. Waarom kiezen mensen toch in hun leven feitelijk vaak de dood? Waarom kiezen ze ondanks alle bedreigingen vanwege God en vanwege de mensen tóch geregeld wat niet goed is, wat onheil brengt, wat henzelf en anderen ongelukkig maakt?

Waarom komt een jonge man, begin dertig, recht van lijf en leden, met een scherp verstand, die alle mogelijkheden van de wereld heeft; waarom komt hij zijn bed niet uit?
Waarom bedriegt een ander zijn lieve, prachtige vriendin, óók nadat zij hem een herkansing heeft gegeven?
Waarom zit een priester, ene "Ron", die onze evangelietekst van vandaag óók talloze malen zal hebben voorgelezen; waarom zit hij aan de misdienaars? En waarom gaat hij opnieuw in de fout nadat hij is overgeplaatst? En waarom liet de bisschop het gebeuren?
Waarom maken mensen die met elkaar getrouwd zijn elkaar het leven zuur?
Waarom laat een vrouw, een moeder; waarom laat zij op haar werk de zaken steeds opnieuw uit de hand lopen? Waarom gaat zij niet anders om met de werkdruk, met haar collega's en met haar baas?
Waarom kijkt iemand steeds weer naar porno?
Waarom grijpt iemand steeds weer naar de fles?
Waarom duikt iemand te vaak in de ijskast, in de koektrommel, in de bonbondoos?
Ik doe zomaar een greep uit hetgeen waar ik en waar wij in de afgelopen week mee werden geconfronteerd.
Waarom dóen mensen waarvan ze weten dat zij er andere mensen en zichzelf door beschadigen?
Is het een gebrek aan geloof? Is het een gebrek aan wilskracht?

Ach ja mensen ... Mensen willen wel, maar ze kúnnen vaak niet. Wé willen wel, maar zijn er vaak niet toe in staat en zitten soms met onze handen in het haar. We redden het niet met alleen een wet die ons ingepeperd wordt. Alleen dáármee het kwade, het onheil, dat wat ongelukkig maakt weerstaan is niet zo gemakkelijk.
Wat we Jezus vandaag bij Mattheüs horen zeggen is in zekere zin wat we ook in onze tijd binnen onze samenleving voortdurend horen: De wet, de rechter, straf, de dreiging daarvan en de angst daarvoor zouden de oplossing moeten brengen.
Ik denk, veelgeliefden: het moet gezegd worden, daar is, ook voor Jezus, geen ontkomen aan. Hij zit op dezelfde lijn als de Wet en de Profeten vóór Hem. Hij is "niet gekomen om (die) op te heffen, maar om (die) tot vervulling te brengen".
Maar ... er moet dus bij Jezus wel een "extra-moment" zijn, een surplus. En waar bestaat dat dan uit, dat surplus, dat extra-moment, die vervulling?
Ik denk, veelgeliefden, Hij is het zelf, in eigen persoon, Hij in wie God en mens samenkomen. Waar Psalm 119 zingt: "Geef mij begrip om uw wet na te leven, om hem te volgen met heel mijn hart", daar mogen wij voor dat "hem", "Jezus" invullen. Je hart geven aan iemand, aan een persoon, dat is natuurlijk nog iets anders dan het aan "de wet" geven - ook al is het Gods wet. Met Jezus kun je leven. Hem kun je liefhebben, wetend en er op
vertrouwend, want dat mogen wij: Hij bemint ook jou. Hém kunnen wij ons voorstellen. "De wet" is dan een stuk abstracter en vooral: killer. In de Kerk horen wij Zijn stem. En wij zíen Hem in het brood en in de wijn. En wij zien Hem, hopelijk, in onze mede-gelovigen. Wij gaan met Hem óm binnen de Kerk. Hier ervaren wij Hem. Hier mogen wij ons met Hem verenigen. En die ervaring nemen we mee naar buiten. En daar zien we Hem dan ook omdat Hij hier binnen, om met Psalm 119 te spreken, onze ogen ontsloten heeft om zijn heerlijkheid te aanschouwen - die van Jezus zelf.

"Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars", zal Jezus een stukje verderop in het Mattheüs-evangelie (9, 13) zeggen. Aan Hem mogen wij ons hechten. Door Hem mogen wij ons laten leiden. Langs Hem mogen wij omhoogklimmen, uit elk dal náár de sterren. Hij is voor ons wat het hekwerkje of de pergola is voor de klimroos. En Hij is meer. Hij is onze aarde waarin wij mogen wortelen. Hij is de lucht die wij mogen inademen. Hij is de zon door wie wij ons mogen laten beschijnen en in de warmte waarvan wie wij ons mogen koesteren. In Hem leven, bewegen en zijn wij (Paulus in de Handelingen van de Apostelen 17, 28). Houd, arme zondaars, dus goede moed! Want Hij blijft je roepen. En Hij blijft altijd naast en achter je staan, wat er ook gebeurt. Amen.
Comments